Kinderfilosofie

“Mam, wat nou als jij mij niet gekregen had… Had iemand anders mij dan gekregen?”
Poeh, da’s best wel een filosofische en spirituele vraag. En ik ben zo a-spiritueel en a-filosofisch als wat.

“Da’s een moeilijke, schatje. Als je bijvoorbeeld gelooft in reīncarnatie en in een ziel, dan zou het best zo kunnen zijn dat jouw ziel in het lichaam van een andere mens terecht zou zijn gekomen.”
“Dat snap ik niet. Dan zou ik ‘ik’ toch niet meer geweest zijn?”
“Het is maar hoe je het bekijkt. Dan ben je de ‘jij’ die je dan geworden zou zijn. Van de ‘jij’ die je nú bent, zou je dan nooit iets geweten hebben.”

“Maar… dat is toch erg? Dan had niemand mij ooit gekend zoals ik nu ben! En dan had jij me moeten missen!”
“Nee, want dan had IK jou nooit gehad. Dan zou ik je ook niet missen, omdat ik je nooit gekend zou hebben.”
Het begint wel wat ingewikkeld te worden nu.
“Maar, maar… als ik er niet geweest was, dan zou jouw wereld nu toch heel anders zijn? Of weet je dan niet eens dat ie anders is, omdat je niet weet dat ik óók had kunnen bestaan?”

Filosofie van de hoogste plank.
En dat voor een tienjarige…
Ze heeft bijna tranen in haar ogen, maar ze gaat door.
“En als jij papa nooit ontmoet zou hebben, dan waren wij er zelfs allebéí niet geweest…”

Zoon (13) mengt zich in het gesprek: “Ja, maar dan wéét je dat toch niet? Als je helemaal niet bestaat, mérk je toch ook niet dat je nooit bestaan hebt? En als je wel bestaan hebt en je bent doodgegaan, weet jij dat zelf toch óók niet? Dat weten alleen de anderen, die nog wél leven.”

“Daar wil ik niet over nadenken. Ik word hier heel verdrietig van.”
Zoon rolt met zijn ogen en zucht eens diep. En dan ratelt hij erop los.

bron: pixabay.com

bron: pixabay.com

“Als mama nooit geboren was, was jíj nooit geboren. En als oma nooit geboren was, was mam er ook niet geweest. En als de oerknal nooit gebeurd was, waren er helemaal nooit mensen geweest. Dan was alles gewoon nog lekker leeg, want dan was er niet eens een ‘alles’! En als je zo nodig in een God wilt geloven, en die God had toevallig een rotdag gehad en geen zin om van Adams rib nog even een vrouw te knutselen, dan waren er helemaal geen vrouwen geweest. Dan hadden mannen zichzelf moeten klonen of de hele mensheid was gewoon een foutje geweest. Is ie sowieso. En dan had jij óók niet bestaan.”

Dochter kijkt haar broer met grote, waterige ogen aan.
“Waar héb je het over?”

“Over het feit dat de wereld om de zon draait en niet om jou.”

Basta.


Eerder gepubliceerd op: HoeVrouwenDenken.nl <- kijk daar voor meer artikelen, blogs en columns!

Van ietsje naar Nietzsche

…en van het minimalisme op naar het nihilisme.niets

Ja ja, ik ga mij bekeren tot het nihilisme. Wat ik zo geweldig vind aan nihilisme? Niets… Maar ik heb er ook niets op tegen. Ik ben een grote fan van niks. Bowie is inmiddels succesvol bekeerd tot het niets, Jackson en Prince ook. Dus waarom ik niet? Geen enkele reden. Zie, daar heb je het weer!

Eerder werd ik al zeer geïnspireerd door het minimalisme: het zo goed mogelijk leven met zo min mogelijk xyz [zelf in te vullen:’Dingen’ bijvoorbeeld. Of ‘materiële sores’. Of je vult gewoon helemaal niets in; dat is dan weer het prille begin van je nietsisme]. Dus enkel dat wat je nodig hebt. De rest elimineer je successievelijk uit je toch al loze bestaan.

Maar: met het minimalisme heb je tenminste nog íets. En de shit daarvan is, dat het verdoemde vergelijken dan weer opnieuw begint. Heb ik dit ene ‘iets’ echt nodig? Of toch juist dat andere daar? Moet dit beter? Of is dat eigenlijk wel voldoende voor mij? En van al dat gepieker raak je geheid in een pessimistisch minimalistische bui (‘ik flikker alles ’t raam uit!’), wat bijvoorbeeld anti-pessimist Nietzsche [spreek uit: Nietsje! What’s in a name…] weer helemaal niets vond. Hij sprak zich dan ook uit voor het volledige nihilisme: dat was voldoende.

Apropos, voldoende, weer zo’n begrip. Ben ik zelf voldoende? Ben ik überhaupt nog iets? Doe ik dan niets werkelijk goed, in vergelijking met anderen? Dan kijk ik dus meteen weer naar die andere net-niet-nihilisten en denk: nee, da’s óók niets… Daarom ben ik gestopt met het mezelf met anderen vergelijken middels facebooktestjes. En zie daar: nu ben ik zo’n 32% zelfbewuster dan mijn vrienden.

Ja, nihilisme is fijn! Simpelweg omdat het he-le-maal niks is.
Je hebt zelfs geweldige nihilistische moppen:



Enfin. Ik zag het volgende bij een zwaar nihilistische twitteraar.
Het treft ’t niet, maar het is wel aardig:

Roses are red
violets are blue
Life’s an illusion
Sentience is too
Nobody cares
None love you back
Please enjoy life
Then fade into black

Dus hou ik mij een leven lang bezig met futiliteiten tot er een fulminant ‘niets’ meer overgebleven is.
En dan ga ik daar lekker helemaal niets meer aan doen.

Niets is het nieuwe iets!

niets2


Eerder gepubliceerd op: HoeVrouwenDenken.nl

STRESSKIP!!

Ik ben een zorgenmaak-expert. Een paniekvogel. Een piekeraar. De opperstresskip der stresskippen. Waar een ander denkt: ‘ach, zal allemaal wel in orde zijn, ik hoor ’t wel, geen bericht is goed bericht’, daar ben ik anders. Zo gauw iets afwijkt van het gebruikelijke, het afgesprokene, het verwachte of het normale, begin ik te piekeren over wat er allemaal aan de hand zou kunnen zijn. Als ik nagels zou bijten, was ik nu wel bij mijn polsen aanbeland.

Als mijn ouders van hier naar Nederland terugrijden (zo’n 1000km) en ze doen er langer dan 10 uur over zonder berichtje, ga ik piekeren. Als ik dan bel en ze zijn niet bereikbaar, zie ik ze al ergens tegen een boom geparkeerd staan. Als mijn zus een weekendje op stap is met een vriend en ik hoor na terugkomst niet binnen een paar dagen hoe het was (maakt niet uit hoe: whatsapp, facebookchat, telefoon, skype, alles kan), vermoed ik meteen dat ze daar gestrand is. Of erger. Als mijn lief op een familieweekend in het buitenland ineens een hele avond en nacht niks meer appt (en we hadden nog zó “tot straks!” gezegd om elkaar even goedenacht te wensen, zoals we altijd doen), kun je mij opvegen. Ik naai mezelf steeds verder op.

11pm – hmm, raar. Om 10.30pm ge-appt dat ik ook maar naar bed ga. Geen antwoord. Dat is zo ‘niet hem’… Hij doet dat altijd! Nu niet… Naja, hij zal wel even geen bereik hebben of zo…
[BINGO!! Daar had ik moeten stoppen].

0.00 –  Ik staar wezenloos in de ruimte. Bel hem op de ouderwetse manier. Telefoon staat blijkbaar uit. Dat is helemaal raar… Wat nou als… Ik ga maar een misdaadserie kijken: slapen kan ik nu toch niet.

2am – Ik stuur hem nog een zesde berichtje. ‘Joh, als je toevallig wakker wordt vannacht en dit ziet, laat me dan even weten dat alles oké is? Ik maak me zorgen.’ Zinloos. Weet ik. Die man slaapt zo vast… die wordt echt niet wakker van mijn piekerberichtjes. Scheiße. App komt helemaal niet aan! Eén grijs vinkje. Dan maar een SMS. Geen reactie. Kan toch niet? Die SMS-ploink móét ie toch horen? En met zulke sterke stressgolven als die van mij, die de hele wereld zowat nucleair omstraalt, moet hij dat daar in bed toch ook voelen? Omg, er is vast iets gebeurd…

Bron: pixabay.com

Bron: pixabay.com

4am – Ergens een uurtje geslapen, tussen het wekkerstaren door. Verder met malen. Jemig, dit is toch niet normaal…
Misschien is zijn telefoon in de wc gevallen en wilde hij niet nog iemand wakker maken om mij toevallig een berichtje te kunnen sturen… snap ik.
Of misschien heeft ie wel een hartstilstand gehad… dat gebeurt zo vaak tegenwoordig… oh nee zeg, ’t zal toch niet…
Of misschien is de bliksem ingeslagen daar en zitten ze nu zonder stroom-2G-3G-alles… Er was noodweer op komst…
Of misschien is er zelfs wel brand uitgebroken, weet jij veel… staan ze daar met een brandweerdekentje om de schouders bibberend hete thee te drinken en is alles kapot en hebben ze ternauwernood overleefd… Of niet… omg omg omg…

6am – bijna licht. Minstens een half uur geslapen. Ik zoek het telefoonnummer van zijn zus. Heb ik niet. Dan maar facebookberichtje. Of zij misschien even kan zeggen dat alles oké is? [Nee, natuurlijk niet: zij heeft net zo min bereik als hij]. Internetrecherche. Wie kan ik in geval van volledige, onstopbare paniek nog meer bellen? Het telefoonnummer van het verblijf daar heb ik inmiddels, maar dat gaat wel heel ver… En toch, dit is niet normaal…

8am – PLOINKKK! Bericht. Ik zit meteen rechtop.
“Sorry lief, helemaal nulkommanul bereik
hier, sinds gisteravond al😦
Nu heb ik weer wifi in de ontbijtzaal.
Alles is oké hoor, JIJ STRESSKIP!!”
[kleine edit: ik moet toch even bekennen dat hij me geen stresskip noemde, dat was ik zelf. Hij was liever voor mij😉 ]

Goffer. Waarom doe ik dit mijzelf aan? Waarom heb ik een hele nacht wakker gelegen om niks? Waarom lijkt alles in het donker tigmiljoenmiljard keer erger? Waarom kan ik niet anders dan piekeren als iets niet helemaal ‘normaal’ verloopt? IK ben duidelijke degene die hier niet normaal is. Een ster in het ‘de verkeerde kant op fantaseren’.

Ik ben blijkbaar overmatig en irreëel bang om degenen die ik lief heb, te verliezen. Ik wil niet alleen rationeel beredeneren dat ze veilig zijn, dat er niets aan de hand is, ik wil het wéten. Dat is het probleem.

Ik zielig opgeblazen zieltje. Ik moet dringend op zoek naar een zielenknijper:-/

Eng…

Ben ik een herdenkingsdissident?

Elk jaar sta ook ik op 4 mei even stil. En wel bij de vraag waarom we op deze dag nog steeds enkel een ‘nationale’ Dodenherdenking houden. Begrijp me niet verkeerd: iedereen mag herdenken wat/hoe/wanneer men wil. Maar de grootschalige relatering van deze officiële herdenking aan enkel Nederlandse slachtoffers in (hoofdzakelijk) de Tweede Wereldoorlog vind ik persoonlijk achterhaald. Ik heb alle respect voor het herdenken als zodanig en alle respect voor deze dag. Ook ik zal stil zijn. Desondanks vind ik dat onze Dodenherdenking in de huidige vorm te beperkt is en niet meegegaan met de tijd. 


Enkel Nederlandse slachtoffers?

dodenherdenking2

Bron: wikimedia.org

Sinds 1961 is de definitie van Dodenherdenking in theorie verbreed: Nederlandse gesneuvelden tijdens vredesoperaties in bijvoorbeeld Bosnië en Afghanistan en gevallenen in Nederlands-Indië worden nu eveneens herdacht. Maar de nadruk blijft heel duidelijk op dat ‘Nederlandse’ liggen.

De officiële tekst luidt: ‘Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.
Nederlandse’ ontbreekt nu op diplomatieke wijze voor de woorden ‘burgers en militairen’, maar het gaat nog steeds enkel om slachtoffers van Nederlandse origine.

Waarom herdenken we niet ook al die gevallenen uit ándere landen? Gevallenen die net zo goed gestreden hebben en gestorven zijn voor de uiteindelijke bevrijding van Nederland? Waarom moet het ook nu nog steeds een puur Nederlandse aangelegenheid blijven?

Waarom blijven we vinden dat herdenking per definitie ook verzoening betekent? ‘Herdenken hoeft niet vergeven in te houden’, zoals antropoloog Hans Feddema drie jaar geleden al in zijn artikel stelde. Ook dan, zelfs dan, nee, júíst dan, zou je gezamenlijk moeten herdenken om niet te vergeten.

Hoogste tijd om deze herdenkingsdag eens te overdenken.

Gedwongen jaarlijkse bewustwording

In een multiculturele, geïnternationaliseerde samenleving en in een wereld waar nog steeds heftig gevochten, gefolterd, geterroriseerd en gemoord wordt, is onze Dodenherdenking niet meegegaan met de ontwikkelingen. Het herdenken van enkel ‘eigen’ slachtoffers in een ver verleden is te beperkt geworden. Te nationalistisch. Te egocentrisch.

De Nederlandse Dodenherdenking is verworden tot een nationaal stokpaard dat elk jaar opnieuw op een vast tijdstip van stal gehaald en bereden moet worden. Moet, ja. Wil je het anders doen en op veel bredere schaal herdenken, op een ander tijdstip terugdenken en herinneren, of leef je liever helemaal in het nu (met de zo populaire mindfulness en het huidige wereldse geweld in het achterhoofd), ben je al snel ‘heel fout’ bezig. Dat mag niet. Niet openlijk in ieder geval: dat is respectloos.

Onder het motto ‘opdat niet we niet zullen vergeten’ moet iedereen nog steeds elk jaar op dezelfde dag en om dezelfde tijd twee minuten stil zijn en het voorgeschrevene herdenken. In een keurslijf gedwongen bewustwording van enkel de nationale gevolgen van een oorlog, waarin zo onnoemelijk veel méér soldaten en burgers uit ándere landen gevallen zijn, óók voor de bevrijding van Nederland. Tegelijkertijd vergeet men daarnaast nadrukkelijk de slachtoffers van zo vele andere gruwelijke oorlogen waar Nederland bij betrokken was.

Ik vergeet niet. En zo velen met mij niet. Maar ik wil veel méér dingen niet vergeten dan alleen dat, wat er vandaag officieel herdacht wordt.

‘Deze oorlog was erger’

Je krijgt dan als herdenkingsdissident meteen het weerwoord: “Maar de Tweede Wereldoorlog was wél een stuk erger dan alle andere!” Ja. Qua aantallen slachtoffers absoluut. Maar de gruwelijkheid van een oorlog hangt niet per definitie af van hoeveel tientallen miljoenen erbij omgekomen zijn. Is een oorlog met 75 miljoen slachtoffers sec gezien 1,9 keer erger dan een oorlog met 40 miljoen doden? En vele recentere oorlogen zijn minstens zo opzienbarend en ‘herdenkingswaardig’ als het om gruwelijkheden, marteling, folter, experimenten en massamoord gaat.

Het Comité bepaalt

Opzienbarend is ook dat voor een steeds groter aantal joodse mensen de herdenking op 4 mei al veel te algemeen geworden is: zij hebben er ‘niets meer mee’ en herdenken vooral op hun eigen wijze en eigen tijdstippen. Zie bijvoorbeeld ook de reactie van Amiad onder het (al wat oudere) zeer kritische opinieblog van Victor Brenntice:
dodenherdenking-reactieAmiadVelen houden dus al lang hun eigen specifieke herdenking. Op hun eigen manier. Binnen gesloten muren, want anders grenst herdenken aan dissidentie. 4 mei zou daarom  juist heel geschikt zijn voor de algemene herdenking van álle gevallenen. Een dag waarop nadrukkelijk stilgestaan wordt bij alle onschuldige slachtoffers van welke oorlog dan ook. Een bij meer mensen en achtergronden passend bewustwordingsmoment. Een herdenking waar bijvoorbeeld ook Duitsers bij aanwezig mogen zijn. Duitsers zoals Thomas Läufer, die in 2010 (toen Duits ambassadeur in Nederland) verzocht om deel te mogen nemen aan de nationale Dodenherdenking. Hij mocht niet komen, want Duitser. Bijna driekwart van de Nederlandse bevolking vond het weliswaar prima om hem erbij te hebben (bron: duitslandinstituut.nl), maar het Nationaal Comité 4 en 5 mei wees hem af: niet welkom bij de Nederlandse ceremonie, in tegenstelling tot nationale WO-II-Dodenherdenkingen in vele andere landen, waar hij wél mocht deelnemen. Op 5 mei had hij dan wel weer mogen komen: meevieren dat we van hem en al die andere Duitsers bevrijd werden. Maar respectvol mee-herdenken? Nee, sorry. ‘Daar hoor jij niet bij‘.

Hypocriet

In mijn ogen is dát dus hypocriet: Het Comité bepaalt als een soort dictator wie wel en wie niet in Nederland mag herdenken en vooral ook wát en hóe er precies herdacht mag, nee, moet worden. Na de zaak Läufer is er in 2010 weliswaar kort gedebatteerd over het mogelijk meer internationale karakter dat de nationale herdenkingsdag zou moeten krijgen, maar tot nu toe is daar niets van terecht gekomen. De afwijzing van Läufer wekte destijds in ieder geval de indruk dat middels ‘onze’ nationale herdenkingsdag de wrok tegen Duitsland en Duitsers in stand moest worden gehouden. Het Comité haastte zich wel om te zeggen dat in principe geen enkele internationale vertegenwoordiger op 4 mei welkom is: Dodenherdenking moet vooral een ‘nationale aangelegenheid’ en puur Nederlands dingetje blijven.

Dissidente herdenker

Ik vermoed dat ik met dit artikel kritiek zal oogsten, net als Victor Brenntice met zijn opiniestuk van vier jaar geleden. Weliswaar had zijn artikel een duidelijk andere strekking en pleitte hij openlijk voor de complete afschaffing van Dodenherdenking, iets wat ik hier per definitie NIET wil doen. Maar als ‘dissidente herdenker’ vind ik dat we op een speciale gedenkdag als deze juist wél met de tijd mee moeten gaan en ál diegenen moeten herdenken die – waar ook ter wereld – de moed hadden om op te komen voor onze vrijheid, net als alle mensen die slachtoffer zijn geworden van juist het ontbreken daarvan. Ik vind ook dat we niemand mogen uitsluiten bij de officiële nagedachtenis aan al diegenen die door oorlogen om het leven zijn gekomen. En dat we stil moeten staan bij het feit dat er sinds de Tweede Wereldoorlog een nog steeds voortdurende periode van ‘relatieve’ vrede in Europa is (The Long Peace, bekijk o.a. hiervoor ook eens dit uiterst relativerende filmpje), die een daadwerkelijk, concreet gevolg is van WOII en de daaruit voortgekomen ontwikkelingen.

Dus herdenk ik, ondanks het streng voorgegeven kader, tóch op mijn eigen respectvolle manier en op door mij gekozen momenten. Laat mij. Want bij het voorgaande wil ik op een officiële dag als deze zelfs wel heel wat langer dan twee minuten stil blijven staan.

Feel free to disagree


Ook gepubliceerd op Hoevrouwendenken.nl

Afscheid van volwassenheid

“Volwassen worden is afscheid nemen van steeds meer vormen van jezelf die je ooit had kunnen zijn en de beperkingen aanvaarden van de persoon die je merkt te zijn geworden.”
(uit: “Een tafel vol vlinders” – Tim Krabbé)

afscheidvanvolwassenheidvlindersLBNou, ik merk niks. Toevallig. Niets van die vermeende volwassenheid, niets van de personen die ik allemaal niet geworden ben. Lichamelijk volwassen ben ik al lang. En breed ook. ‘Ervaringsvolwassen’ ben ik – vrees ik – eveneens. Alleen dat geestelijk volwassen worden, dat wil maar niet lukken.

Ik heb dan ook nooit echt afscheid genomen van al die persoonsvormen die ik had kúnnen worden, simpelweg omdat ik nooit heb stilgestaan bij wie ik allemaal geweest had kunnen zijn. Ik ken alleen de ik die ik nu ben, inclusief de beperkingen van die ene ik. Oh, de eenzaamheid… Ik kan dus eigenlijk alleen maar concluderen, dat ik ondanks alles nog steeds kind ben gebleven: een 14-jarige met 30 jaar ervaring. Misschien moet ik dan nu maar afscheid nemen van het algehele concept ‘volwassenheid’?

Mijn mama zei ooit: “je wordt pas écht volwassen als je ouders er niet meer zijn.” Ze sprak uit eigen ervaring. Ik denk dat het klopt. Het hoeft niet eens de fysieke afwezigheid, de dood van je vader en/of moeder te zijn; als je ouders geestelijk (bijvoorbeeld door psychische achteruitgang, dementie of zelfs amnesie) niet meer in jouw leven deel kunnen nemen, is degene die altijd verantwoordelijk voor jou was, ineens jouw verantwoordelijkheid geworden. DAT is volwassenheid door afscheid.


Eerder gepubliceerd op HoeVrouwenDenken.nl

Waar kan ik ze ruilen?

“Mama, werd ik te vroeg of te laat geboren?”
Ontbijtgesprek op zondagmorgen. In alle rust antwoord ik:
“Je bent precíes op het goede moment geboren, lieffie.”
“Nee, dat bedoel ik niet. Was ik al ver over de houdbaarheidsdatum?”

screenshot_377

bron: pixabay.com

Ik sproei zowat mijn koffie over de krant.
De uitgerekende datum bedoelt ze, de datum waarop je je kind officieel niet meer binnen zou moeten kunnen houden.
“Ja, je zat er een dagje of tien overheen. Maar dat geeft niks, de meeste kinderen komen niet precies op de uitgerekende datum ter wereld. Je broer kwam drie weken te vroeg en daar is ook niks mis mee.”

“Maar… ben ik daarom te dik? Heb jij mij te lang gekweekt?”
Daar is de koffie. Door mijn neus.
“Meiske toch, nee joh! Ik heb jou gewoon te veel van mijn genen meegegeven. Vooral mijn molligheidsgenen.”
Even stilte. Ze denkt na.
Zoon kijkt haar verwachtingsvol aan: hij weet dat ze naar een oplossing zoekt.

“Waar kan ik die genen ruilen? Ik wil ze niet.”

Zoon grinnikt: “Heb je het bonnetje nog?”
En dan:
“Hopelijk heeft mam ze niet van de V&D want dan kun je naar je genen-garantie fluiten!”

De krant is doorweekt.
Dan maar een nieuwe kop koffie.


ook gepubliceerd op: HoeVrouwenDenken.nl

De teloorgang van het ‘nieuws’

“The nature of news is that it influences public opinion, so how do you prove or prevent news that seeks to do that?” (Lisa Graves, Center for Media and Democracy)

Het hedendaagse nieuws is geen nieuws. Het is namelijk al lang geen objectieve berichtgeving meer: het is enkel dat, wat u mag zien en lezen, geselecteerde rapportage van datgene wat de publicerende partij geschikt vindt voor zijn publiek. Dat hedendaagse ‘nieuws’ en die tegenwoordige berichtgeving zijn één grote sneue bedoening.

Kritiek leveren mag niet meer, want belanghebbenden.
De burger objectief informeren is uit den boze, want belanghebbenden.
Een onafhankelijke column schrijven is er niet meer bij, want belanghebbenden.

En al die belanghebbenden zijn dan ook nooit te beroerd om je op welke manier dan ook de mond te snoeren. Een aanslag op het vliegveld in Brussel door de IS is nieuws. Een nog veel grotere aanslag op de universiteit in Mosoel door de US is het niet. Dat laatste is namelijk niet goed voor ons om te weten. Vinden die belanghebbenden.

Maar wie zíjn dat dan, zult u zich waarschijnlijk afvragen. Wel, dat hangt ervan af wie de correspondent, de journalist of de columnist is, die de tekst schrijft. De belanghebbende namelijk is diens werk- of opdrachtgever. Niemand is volledig onafhankelijk.

Een correspondent van een door de BBG (Broadcasting Board of Governers) gecontroleerde US-zender zal niet objectief kunnen of mogen rapporteren over door de USA gepleegde bombardementen. De dodentallen worden successievelijk gereduceerd, de rechtmatigheid geëtaleerd, de goede motieven geaccentueerd. Alles om de angstige burger de indruk te geven dat de moordactie noodzakelijk was. De politiek is bij afwijkende berichtgeving niet bij gebaat. En de politiek bepaalt.

Een voor een medisch-wetenschappelijk blad schrijvende journalist zal geen verslag mogen doen van de werkzaamheid van homeopathische middelen, de effectiviteit van alternatieve geneeswijzen of van een mogelijk revolutionaire doorbraak in de genezing van een dodelijke ziekte met behulp van een heel gangbaar en goedkoop medicijn. Het blad wordt namelijk toevallig gesubsidieerd door een groot farmaceutisch concern, en die heeft daar absoluut geen belang bij. Integendeel. En de financier bepaalt.

Daarentegen wordt een columnist geacht vrij te zijn in tekstformulering. Ja, een columnist mag bij wijze van spreken zelfs een leugen waar liegen: in dit geval de tekst is per slot van rekening een opiniërende column, géén ‘objectief’ journalistiek stuk. Kritiek moet in die zin mogelijk zijn, óók op de organisatie waarvoor de columnist schrijft. Maar de opdrachtgever van die betreffende columnist, bijvoorbeeld een gratis dagblad, is op zijn beurt weer afhankelijk van het overkoepelend management van de groep waartoe het blad toevallig behoort. En zelfs die ‘vogelvrije’ columnist is nu dus lamgeslagen en mag niet meer in eigen nest schijten. Het dagblad bepaalt.

Waar is dan in vredesnaam de objectiviteit gebleven? Waar zijn er nog mogelijkheden om de nodige kritiek te leveren op (delen van) de organisatie waar je voor werkt? En waar is de capaciteit tot zelfreflectie gebleven, wanneer iemand je die oh zo noodzakelijke spiegel voorhoudt?

Kritiek leveren op het huis van ‘de concurrent’ is natuurlijk prachtig. Dát mag. Maar een kritische blik op de louche inrichting van kamers in het eigen onderkomen, is uit den boze. Waar men juist blij zou moeten zijn met een uitgesproken mening over en een nieuw perspectief op de eigen organisatie, wordt angstvallig gecensureerd. “Dit publiceren we niet, want dan hebben we stront aan de knikker en wordt de geldkraan dichtgedraaid.”

Dat gebeurde vandaag. En daarom werd DIT niet gepubliceerd in het grootste gratis dagblad van Nederland. Ik noem maar geen namen. Daar houden ze niet zo van.

Triest.