SNEEUW!! Want Oostenrijk, hè! (Plogje)

Sneeuw9Sneeuw is al lang geen vaste prik meer, hier in het noorden van Oostenrijk. Er ligt elke winter wel wat, maar dat is in Nederland ook het geval. Af en toe.

Maar soms, heel soms, valt er – vaak op de meest ongunstige momenten – weer een enorme bak uit de lucht. En die blijft dan ook liggen. Zoals nu.

Ik heb vaak wat te mekkeren over Oostenrijk (en binnenkort zal ik eens het tegenovergestelde doen in een blogje, want Oostenrijk blijft een prachtig en fijn land, hoe je het ook draait of keert), maar die sneeuw, die is toch echt een fantastisch iets. Met sneeuw ga ik vaker wandelen. En dat is zo ontzettend goed voor je psyche… Bijna meditatief 😉

Sneeuw dus:

Sneeuw13

Paardenkoppel zonder paarden

Sneeuw14

Gesuikerde bomen

Sneeuw16

Altijd spannend rijden zo. Te voet is beter.

Geen weg meer te zien. Dan maar rechtdoor lopen naar de horizon.

Geen weg meer te zien. Dan maar richting de horizon.

Paard in zicht! #Sneeuwzee

Paard in zicht! #Sneeuwzee

Mijn kontafdruk op 't bankje. Natte broek, dat ook.

Mijn kontafdruk op ’t bankje.
Natte broek, dat ook.

Sneeuw8

Zie! De aarde is rond!

Hier is duidelijk wél gestrooid.

Hier is duidelijk wél gestrooid.

Bos hout voor de deur.

Bos hout voor de deur.

Sneeuw6

Zelfs hele boomstammen voor de deur.

Alles vloeit, ondanks alles.

Alles vloeit. Ondanks alles.

De strooiwagentjes zijn momenteel wat ondergedimensioneerd hier...

De strooiwagentjes zijn momenteel wat ondergedimensioneerd hier…

Sneeuw10

’t Is en blijft een uitzicht.


NB: Bron van alle foto’s: mijn Huawei P9 (zelf gemaakt dus). Mocht je er daadwerkelijk eentje ergens voor willen gebruiken: be my guest. Doe ermee wat je wilt.
Zou leuk zijn als je mijn naam (Lou Bartels) erbij noemt of naar mijn blog linkt, maar het hoeft niet per se. Zo aardig ben ik.

De Meditatiekneus

Ik ben de laatste tijd nogal moe. Heel erg moe. Intens moe. En toch kan ik niet slapen, niet ontspannen. Oh ja, en pijn. Die is er ook. Van al mijn suffe acties van de afgelopen veertien dagen. Ik heb pijn in mijn hoofd – geen hoofdpijn – van de duizenden kilometers reizen in een paar weken tijd. En van alle geregel, administratie en belastinggedoe. En van alle rompslomp rond werk en de kinderen en school. En met mafklappers die zomaar duur geld eisen. En, en, en….

Enfin. Om dat alles vond ik het gisteravond tijd om eens wat doelgerichte ontspanningsoefeningen te proberen, want mijn oogleden lagen op de spatiebalk. Men schijnt dat ook wel meditatie te noemen. Niks voor mij.

Efkes naar YouTube voor wat meditatieve muziek. Als werkelijk iedereen kan mediteren, kan ik, spiritueel afgekeurde mens, dat ook. Ah, hopla, een mini-sessie van drie minuten, dat moet te doen zijn voor een beginneling.

bron: pixabay

Ik leun achterover, sluit mijn ogen, leg mijn handen op de leuning van mijn bureaustoel (handpalmen naar boven) en luister.
En luister.
En hoor een plinkje van Twitter (retweet).
En luister.
En probeer mijn ogen uit alle macht gesloten te houden.
En luister.
En weer een plinkje. En een pokje, van whatsapp.
En luister.
En denk: ‘tjonge, dit werkt echt voor geen meter bij mij. Oh, ik moet morgen de aannemer nog bellen… Wanneer stopt die muziek nou ‘ns een keer? Volgende keer moet ik m’n mobielgeluid ook even uitzetten. Die drie minuten zijn toch al lang voorbij? Het gáát maar door… Oh ja, morgen ook nog een blikopener kopen, anders krijg ik dat blik kikkererwten zonder lipje nooit open. Sjezus, wat duurt dat lang. Zal ik hier een blog over schrijven?’

Ik kijk stiekem toch even door mijn wimpers en zie nu dat de meditatiemuziekvideo drie (3!!) uur duurt. Niet 3 minuten. Onbegonnen werk. En daar heb ik al meer dan zat van. Ik doe duidelijk iets heel erg fout.

Natuurlijk meld ik mijn meditatiedebacle meteen op social media (om therapeutische redenen, zeg maar), alwaar meteen de ‘mindfulness’ als goede raad om de hoek komt koekeloeren. Helaas heb ik een zware allergie ontwikkeld tegen alles wat met ‘mindful’ begint. Die allergie begint zelfs al uit te breiden naar alles wat ‘mind’  in zich heeft. En ‘box’. En ‘out’. Dat ook. Ik word kortademig van het het woord ‘flow’ en ga acuut trillen bij de term mindful(ness).

Ik wil geen mind full!
Ik wil juist mind empty!

Dan wordt mij op twitter de app ‘Headspace‘ warm aanbevolen. Een app voor meditatieve beginnelingen: lekker gestructureerd. Klinkt goed. Instant gedownload, natuurlijk.

Next try. Tien minuten ontspanning om meer ruimte in het hoofd te maken. Andy Headspace belooft het me.
Hij murmelt fanatiek in mijn oren.
“Feel your body… Feel the sensation of your stomach…” [Yes! Both definitely feel like they want a glass of wine. Now.]
“… and the tingling in your toes.” [Not. Maar ze kriebelen wel een beetje. Misschien maar eens schone sokken aantrekken.]
“Close your eyes now and count with every breath you take. In through the nose, out trough the mouth.” [Kakkerdekak, dat heb ik dus nooit gekund. Ik  vind dat stressig, dat bewust door je mond uitademen.]
“Feel the weight of your body…” [Ménnn, dat is nou juist iets wat ik absoluut NIET wil!]
“…and relax.” [Ja, hallo?!? Waarom denk je dat ik deze ‘oefening’ doe? Juist! Om DAT te leren!]
“Now open your eyes again.” [Whoops, ik had ze al open. En waar blijft die ontspanningsmuziek eigenlijk?]

En toen was ik er alweer klaar mee. Vervolgens moest ik de timer instellen voor de volgende, minutieus geplande ontspan-sessie. Daar kreeg ik het gelijk helemáál van op mijn heupen (uit! uit! uit! die timer), dus ook mijn heupomvang heeft vooralsnog geen baat bij de app.

Bron: commons.wikimedia.org

Aldus en al doende ben ik vooralsnog de meditatiekneus bij uitstek. Een ontspanningsprutser. Een stressprof. Maar ik geef niet zo snel op! Morgen sessie 2 met Max Headroom; ‘ns kijken wat ie dan te vertellen heeft.

En als mijn hoofdruimte er dan nog steeds niet groter en opgeruimder van gaat worden, neem ik maar een hete douche en een advilletje of twee. Dan slaap ik in ieder geval gewéldig, dat weet ik nu al. Zelfs zonder nieuw gecreëerde hoofdruimte.

 


Deze blog is eerder gepubliceerd op HoeVrouwenDenken.nl

De 45-jarige en de spagaat

Nieuwjaarsdag. We zitten met de hele familie onderuitgezakt en lichtelijk brak op de bank. Mijn jonge, lenige nichtjes zijn er ook en zien er onmogelijk kwiek en fit uit. Natuurlijk hebben wij ouwen het over de lichamelijke gebreken die met de jaren steeds groter worden.

Vroeger, vroeger kon ik alles. Benen in de nek leggen, radslag, handstand, split, bruggetje achterover, spagaat, de hele mikmak. Maar nu, nu moet ik, als ik lang gezeten heb, eerst even ‘in de benen komen’. De eerste paar passen zijn vaak ietwat moeizaam. Eerst de stramme rug strekken en dan gaat het wel weer. We hebben stuk voor stuk uitermate brakke knieën, zere schouders en een vaak jammerende onderrug.

“Ik kan mijn benen wel in de nek leggen, hoor!” roept dochter (11) enthousiast, en demonstreert stante pede.
“Kan ik ook,” voegt nichtje (17) eraan toe.
“Nou, volgens mij kan ik best nog wel een spagaat,” mompel ik moedig.
“Ziehien!” wordt er meteen in koor geroepen. Why not. Ik sta dapper op en trek mijn legging recht. Ik heb elastisch spul aan, dus qua uitscheurende kleding moet het geen probleem zijn.

“Niet onopgewarmd doen, joh!” roept mijn zus nog. Ik denk enkel: ach wat, ik kon altijd al spagaat. Ik mag dan wat overgewichtig zijn, ik = lenig. Daar hoef ik echt niet voor op te warmen. Ik zie mezelf daar al staan, midden in de woonkamer, beetje op de plaats dribbelen en rek- en strekoefeningen doen. No way, dat moet ook zo kunnen, zelfs op mijn 45e. Ik ben jong, jonguh!! Ik ben soepel. Ik kan dat.

Ik doe mijn kunstje. En hoor een luide, duidelijke “knak!” in mijn achterwerk.
De spagaat lukt op formidabele wijze (wist ik toch), maar mijn rechterbil denkt daar heel anders over. Een paar spieraanhechtingen in die regio gillen het acuut uit. Ik inwendig ook. Verbeten sta ik op.
“En nu moet ik écht even naar de wc,” roep ik en hobbel zo soepel als ’t nog gaat weg, de rest in lichte be- en verwondering achterlatend.

Ik ken deze pijn. Ik heb dit al een paar keer gehad, nadat ik onopgewarmd een ferme doeltrap maakte tijdens het voetballen. Godnondeju wat steekt het. Mijn bil staat in brand.

De pijn is hels in de dagen die volgen. De achterkant van mijn bilpartij is licht blauwrood. Ik kan nauwelijks zitten, smeer klodders diclofenac onder mijn rechterbil, slik een paar pijnstillers. Niks helpt. Eens even googelen. Ik typ ‘Spagaat’, ‘bil’ en ‘pijn’ in de zoekbalk. En daar staat het: mijn hamstring is verrekt of mogelijk zelfs (in)gescheurd. Nou, fijn dan.

Maar ik weet het nu: ik ben officieel oud. Te oud om out of the blue een spagaatje te doen. Nu, dik anderhalve week later, kan ik nog steeds niet pijnloos zitten. Dus mocht u, veertigplusser, dit ook willen proberen, dan hier mijn op eigen ervaring gebaseerde advies: Doe het niet!! Uw achterwerk zal u dankbaar zijn. Het mijne haat mij momenteel.

Bron: pixabay


Deze blog is eerder gepubliceerd op HoeVrouwenDenken.nl

Oostenrijk en het hoofddoekjesdebat

bron: pixabay

De Oostenrijkse minister Sebastian Kurz (Buitenlandse Zaken en Integratie) heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend om ambtenaren te verbieden een hoofddoek te dragen bij uitoefening van hun functie in scholen en overheidsinstellingen. Het debat loopt al tijden, maar is nu door het nieuwe wetsvoorstel weer aangescherpt.

“Oostenrijk is weliswaar een religie-vriendelijk land, maar ook een seculaire staat,” zegt Minister Kurz. Vooral op scholen moet het dragen van een hoofddoek daarom verboden worden; daar bestaat immers een voorbeeldwerking en wordt invloed op jonge mensen uitgeoefend, aldus de minister. En die invloed mag dus maar vanuit één religieuze hoek komen: de katholieke.

Seculaire christelijkheid ten top

Ik heb er mijn bedenkingen bij: het is namelijk meer dan dubbel. Hypocriet zelfs. Ik woon al bijna tien jaar in Oostenrijk. En ja, Oostenrijk is inderdaad – nog steeds – een uitermate katholiek en seculair land. Staat en religie zijn sinds jaar en dag innig met elkaar verbonden. In Oostenrijk vind je nauwelijks openbare scholen; praktisch alle scholen zijn katholiek. Enkel in de echt grote steden vind je nog ‘alternatieven’ en hier en daar een Montessori-school.

Mijn kinderen zijn echter niet gedoopt: ze zijn ‘niks’. Daar staan veel Oostenrijkers in mijn directe omgeving nog steeds van te kijken: Hoe kún je je kinderen niet dopen? Dan komen ze toch in de hel? Dan zijn ze na hun dood toch verloren schapen? Als ik zeg dat ik ‘niets’ ben (als in: ongelovig, atheïstisch), vragen andere moeders mij zelfs in alle ernst hoe ik in vredesnaam zo kan leven. Wel, ik leef. Ook zonder goddelijke hulp. Het kan dus.

Katholiek of joods: dan mag je wel een hoofddoekje om

Bron: pixabay

Er zijn zelfs nog steeds katholieke scholen waar deels door nonnen onderwezen wordt. Mét traditionele hoofdbedekking. Er zijn enkele Joodse scholen, waar men ‘gewoon’ met Kippa (keppeltje) op mag onderwijzen. Want, zo de minister, dat is immers ‘historisch gegroeid’. En dan mag het. Je vindt hier geen klaslokaal zonder kruisbeeld, geen school zonder verplichte godsdienstles (‘Religion’). Een vak als ethiek of maatschappijleer, waarbij alle geloven en maatschappelijke overtuigingen aan bod komen, is er praktisch niet.

“Dan ga je toch terug naar eigen land?”

Aan het begin en eind van ieder schooljaar moeten alle kinderen naar de kerk voor een katholieke mis. Ja, alle. Ook de niet-gelovigen en anders-gelovigen: het is verplicht. Dat stoort mij enorm: Ik en mijn kinderen krijgen de sterk overkoepelende staatsreligie vormelijk opgedrongen. Want zo is nu eenmaal de Oostenrijkse cultuur. Zolang het maar om het katholicisme gaat, is de voorbeeldwerking en het beïnvloeden van jonge mensen dus prima in orde. Soms krijg ik dan te horen: “Als het je niet bevalt, ga je toch weg? Dan ga je maar terug naar je eigen land.” Maar dat kan ik niet. Mijn ex-partner is Oostenrijker, mijn kinderen zijn hier opgegroeid. Ik wil ze niet losrukken uit hun omgeving. Ik mág ze niet eens meenemen naar ‘mijn’ land. En ik wil ze hun vader ook niet ontnemen. Zo gaat het velen met mij.

Religieuze vrijheid ammehoela

Waar is dan die aangeduide religieuze vrijheid in hemelsnaam gebleven? Waarom wil de staat per se bepalen wat iemand wel of niet mag dragen (en geloven)? En waarom gaat er van een hoofddoek van een ander geloof dan het eigene ineens zo’n enorme dreiging uit? Waarom wordt de islamitische hoofddoek als een teken van onderdrukking gezien, terwijl de meeste moslima’s zelf, uit vrije wil, graag hun hoofd willen bedekken? Waarom mag een katholieke non op school wel een hoofddoek dragen en een islamitische onderwijzeres niet? Blijkbaar dus omdat het katholicisme hier historisch verankerd is. Omdat het aanhangen van andere religies – of zelfs helemaal géén religie aanhangen – nog steeds totaal niet geaccepteerd is. Niks religie-vriendelijk.

Voor het gemak vergeet men daarbij dat de Oostenrijkse economie in elkaar zou storten als alle buitenlanders en andersgelovigen zouden vertrekken omdat ze elders wél in hun waarde worden gelaten. Goed geïntegreerde mensen hier laten werken en leven, zeggen dat je ze accepteert en zelfs wéten dat je ze hard nodig hebt, gaat absoluut niet samen met het hen verbieden, naar hun eigen wensen, cultuur en overtuiging te leven. Een opgedrongen geloof, maakt niet uit welk, dát is pas echt eng. En ja, dat opdringen van het geloof is inderdaad wat er in ettelijke niet-westerse landen plaatsvindt, maar hier in Oostenrijk dus blijkbaar net zo hard.

Haal dan ALLES weg?

Begrijp me niet verkeerd: ik ben geen fan van de islam. Ik ben namelijk afkerig van iedere vorm van religie. Ik vind het griezelig (of liever gezegd: doodeng) dat mensen werkelijk in iets als een imaginaire god kunnen en willen geloven. Ik vind het eng dat er (zo veel) mensen zijn die hun hele handelen en bestaan baseren op een of ander oud, door andere mensen verzonnen boek. Als de gemiddelde Oostenrijker zo wil leven en geloven, omdat dat geloof toevallig een leidraad, troost of vertrouwen biedt, prima; als ik het maar niet hoef.

Dus als je dan al een verbod op religieuze uitingen in het schoolsysteem wilt opleggen, doe dat dan alsjeblieft voor ALLE religieuze uitingen? Geef mijn kinderen de vrijheid om zélf een beeld te vormen, om te geloven (of niet) wat en hoe ze willen, zonder gedwongen godsdienstlessen en kerkdiensten van één enkele, geïnstitutionaliseerde geloofsovertuiging? Haal dan ook al die ‘historisch gegroeide’ kruisbeelden uit het klaslokaal? Richt openbare scholen op voor degenen die níét door enkel katholieke denkbeelden beïnvloed willen worden?

Als je zo’n vrij en geloofsvriendelijk land meent te zijn, laat dan ALLE mensen die daar wonen, werken en bijdragen, in hun waarde. Oók degenen die niet van oudsher met het katholicisme opgegroeid zijn, maar wél geïntegreerd en aangepast bijdragen aan de economie. Want wat u nu doet, meneer Kurz, dat is pas échte discriminatie.


Eerder verschenen op HoeVrouwenDenken.nl

Naïviteit is een zege. (Scheurkalenderdebacle)

Ik ben een goedgelovig mens. Sinds 1 december ben ik ook officieel een gruwelijk naïef mens: ik heb het bewijs mogen ontvangen (niet dat ik dat nodig had, maar goed).

bron: eigen foto van betreffende kalender (ik heb geen zin in copyrightshizzle hoor!! Ik beroep mij meteen op ’t citaatrecht in deze!)

Ergens eind vorig jaar kreeg ik van mijn mama een scheurkalender voor 2016. De Schrikkelkalender, van de auteurs Ronald Snijder en Fedor van Eldijk. Geen idee wie die heren waren, nog nooit van gehoord, maar er dringen sowieso maar weinig ‘BN’ers’ door tot mijn Oostenrijkse berghütte.

Mijn zus kreeg de kalender destijds ook en merkte het als eerste op: er stond 31 november. Tjonge, dacht ik. Tjonge!! Dat klopt niet!! Ik keek even verder. Ja echt, daar waar donderdag 1 december had moeten staan, stond donderdag 31 november. En warempel, alles daarna was óók fout! De maand december telde lekker in die trant verder, met verkeerde dagen.

Ik fotografeerde wat blaadjes, postte vanzelfsprekend op Facebook, want: grappig! Dat was het. Alleen achteraf op iets andere manier.

wéér eigen foto. Van 25 januari.

wéér eigen foto. Dit keer van 25 januari.

Nu moet ik bekennen dat ik sinds 25 januari al geen blaadje meer afgescheurd heb (zie bewijsfoto ergens links). Ik keek niet meer in de scheurkalender, die vanaf die dag ietwat verloren achter me op het richeltje van ’t toilet lag te liggen. Oorzaak: ik vond mijn telefoon interessanter tijdens het poepen.

Ik heb dus ook bijvoorbeeld niet opgemerkt dat 1 april miste. Of dat 6 januari op 17 april stond, omdat één van de auteurs een 17-april-fobie heeft. En er viel me waarschijnlijk nog véél meer niet op. Pas toen mijn lieve zus zei: “hé, 31 november, haha!” wierp ik weer een blik in het vermaledijde ding…

Ronald Snijders nam natuurlijk meteen een loopje met mij (en mijn posting). Op Instagram. En op Twitter. En op Facebook zelf natuurlijk. En terecht: zou ik ook doen als mijn grap zó goed gelukt was!

Had ik de strekking (en humor) van de kalender het hele jaar door gevolgd, had ik tijdens dat proces misschien enige naïviteit verloren. Maar gelukkig verloor ik niks: ik heb het allemaal nog! Ik geloof nog steeds alles, ik stink in iedere grap, ik zit in no time bovenop welke kast dan ook. Wilt u iemand in het ootje nemen? Neem mij. Succes gegarandeerd.

Auteur Ronald Snijders was zo lief om mijn vriendschapsverzoek te accepteren en mijn naïviteit overal tentoon te spreiden. Ik ben hem daar eeuwig dankbaar voor. Want ik wil volgend jaar wéér zo’n kalender en dan heerlijk met beide benen en in alle goedgelovigheid opnieuw in iedere grap stinken. #LEKKER!!!
(En ik beloof hierbij plechtig, in 2017 ieder blaadje af te scheuren en te bestuderen).


Maar. Ho. Stop. Is het allemaal misschien toch niet nét even anders?
Eén zin hierboven was niet geheel volledig.
“Ronald Snijders nam natuurlijk meteen een loopje met mij (en mijn posting).”
Dat moet natuurlijk zijn:
“Ronald Snijders nam, zoals gehoopt, natuurlijk meteen een loopje met mij (en mijn posting).”
Want het écht fijne aan dit alles is, dat Ronald míjn intenties niet doorzag.
(Ik doorzag ze zelf niet eens, maar nu natuurlijk wel.)
Ik? Serieus? Hahaha. Oh, de ironie en de satire… En ondertussen heeft hij mij gedeeld op Instagram, Twitter, Facebook, etc.

Yay, gelukt!
Publiciteit!

Awel. Laten we het maar op deze laatste versie van het gebeurde houden.
Beter voor mijn gemoedsrust.

#naïefiszofijn
#dtz
#achterafsatire

(En bedankt hè, Ronald, jonguh! Blijven we nu wel vriendjes?)

Bron: screenshot van instagram van screenshot van mijn eigen Facebook-posting. Hoe zit het hier met copyright?

Bron: screenshot van instagram van R.Snijders van screenshot van mijn eigen Facebook-posting. Hoe zit het hier eigenlijk met ’t copyright?

Retraite

20140527_175512-1Het balkon van een vakantiewoning in een minuscuul plaatsje waar 99,99% van de wereldbevolking nog nooit van gehoord heeft. ‘Brede bron’, zo heet het gehucht vertaald. Een brede bron van wat? Inspiratie? Verlichting? Gemoedsrust? Beslissingen? Niets van dat alles. En hoe breed kan een bron überhaupt zijn?

20140527_14657Op dat balkon zit ik. Naast me op tafel mijn gedachteboekje en mijn schetsblok, een paar potloden, een glas wijn. Mijn telefoon mag hier weer puur telefoon zijn, want 3G of wifi bestaat in deze uithoek nog niet. Een deken over mijn benen en wat taai geworden ovenchips. Daar moet ik het mee doen. Maar is het voldoende om ’t leven weer op orde te denken?


Doelloos schets ik de haven met wat bootjes. Schrijf een tiental opzetten voor artikelen, blogs, gedichten en gedachtes op. Ik drink de fles in mijn uppie leeg en denk uit zelfbescherming maar niet meer al te veel verder.

20140527_143237-1Wat dóe ik hier? Ja, officieel ben ik in retraite.
“Denk maar eens goed na over waar je in vredesnaam allemaal mee bezig bent!” Die overbodige raad kreeg ik mee.

Geen internet, geen mensen om me heen, wandelingen langs de waterkant. Bibberend kiekjes maken van blauwe bierflessen en kinderslippers op het zand van een slordig opgespoten strand. Assepoester grijnst vanaf het voetbed naar mij. Het ziet eruit alsof de flipflops daar opzettelijk neergezet zijn, zo mooi in de pas staan ze. Uitgeglipt tijdens het wegrennen.

20140527_142856-1


Mijn momentele leven is een grote chaos en daar veranderen een paar dagen aan een miezerig meertje in de Duitse rimboe ook niets aan. Mentaal hard door blijven rennen, dat zal de enige remedie zijn. Ook al raak ik dan misschien zelf in de slip.

Tussen de keien aan de oever staat een lege PET-fles. Oók al zo zorgvuldig geplaatst. Het lijkt wel of iedereen hier alle rotzooi ordelijk neerzet om het vervolgens nutteloos en vervuilend achter te laten. Niet meer naar omkijken. Misschien moet ik dat dan ook doen.

Ik werp weemoedig een blik op mijn oude biker boots. Kapotte ritsen, rafelige randen, gescheurde zolen. Als ik al geen afstand kan doen van een paar versleten laarzen, hoe moet dat dan met de rest van mijn puinhoop?20140527_143642


Vannacht slaap ik weer in het onderste deel van het stapelbed op de kinderkamer. Om het de krakkemikkige verhuurster makkelijker te maken; slechts één bed verschonen is altijd nog beter dan twee. Maar ook omdat ik het luxe tweepersoonsbed sowieso niet aan durf te raken.

Bij de buren denderen de rolluiken omlaag. Totaal ongepast in deze setting. De belletjes aan de masten van de boten rinkelen als die van heftig grazende bergschapen. Dat past beter.


Een bries over het water. Krekels. Véél krekels. En eenden. Geen autogeronk. Geen mensenstemmen. Geen indrukken meer, enkel nog verloren afdrukken. De stilte gromt als een motorzaag in mijn oren. Misschien is totale eenzaamheid het enig werkzame dieet voor een volgevreten ziel.

Ik trek de deken nog dichter om me heen.

Eigenlijk is ’t niet eens zo koud.
Maar het is zó ontzettend koud.

20140527_175103

 


Deze tekst schreef ik meer dan 2,5 jaar geleden in mijn gedachteboekje.
Inmiddels heb ik het weer een heel stuk warmer en mijn laarzen op laten knappen.
Zo goed als nieuw.

De Speurtocht van ’t Sinterkind

Een paar dagen geleden had ik beloofd, dat de kinderen (volstrekt Sinterklaas-ongelovig, maar in ‘Sintermama’ geloven ze voor altijd) hun schoen mochten zetten. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd, want als er iets te halen valt, wordt alles met enthousiasme meegespeeld. Alleen vind ik mijn kinderen nu wel oud genoeg voor een tegenprestatie. Laat ze de goede Sint na al die jaren maar eens helpen. Mijn voorwaarde was dan ook: Sinterma doet wat in jullie schoen als de Sinterkinderen wat in Sinterma’s schoen doen. Voor wat hoort wat (en chantage werkt nu eenmaal hartstikke goed in de opvoeding).


Zaterdag, ’s avonds tegen achten: de schoenen zijn netjes gezet. Met een duidelijke hint van de kinderen erbij:
Sinterdinges‘Kom maar op! Sinterdinges!’

Aha. Duidelijk. Challenge accepted. Een paar wortels erbij en twee half bedorven mandarijntjes. Mooi laten staan. Ik kom wel op. Maar jullie dan ook. Game on!

We kijken gezellig The Voice of Germany (ellende), spelen een spelletje Kenniskwis. Tegen elven (bedtijd!) begint zoon ietwat nerveus te murmelen dat zijn schoencadeautje toch eigenlijk wel nú ‘uitgepakt’ c.q. ‘gespeeld’ moet worden. Morgen is het echt te laat…

Ik snap er niks van, maar ik ben de beroerdste niet, dus Why Not: Kom maar op! Sinterkind!

We moeten naar de keuken, alwaar bovenop de eettafel zoons andere, gruwelijk smerige gymschoen staat te gloren. Met iets van een brief erin. Voor mij én dochter: zoon heeft het ‘cadeautje’ namelijk voor ons allebei gemaakt, de schat.

De brief blijkt een plattegrond van ons appartement. Alleen de muren zijn te zien, verder niks. De verhoudingen kloppen niet helemaal (had ik maar zoveel ruimte!) maar dat mag de pret niet drukken.

Verder krijgen we nog een hulpkaart (‘HILFE!’) mee, voor als we echt niet meer weten hoe het verder moet. En natuurlijk een eerste aanwijzing: ‘DU HIER’.

Schoenvulling: brief

dav

‘DU HIER’ klopt niet helemaal, want we staan in de keuken en ‘HIER’ is in de woonkamer, maar dat kon niet anders, volgens zoon, want dan zouden we meteen gezien hebben wat er in de schoen zat.

Op naar de woonkamer, om het ‘DU HIER’ alvast kloppend te maken. Daar ontvangen we het startkaartje met zoekinstructie voor wat een uitgebreide speurtocht door eigen huis blijkt te zijn. Het kaartje laat zien waar we het volgende papiertje kunnen vinden, en het past precies op de nog lege plattegrond, vast te plakken met keurig in de schoen meegeleverde pritstift.

Van de woonkamer rennen we naar het voorraadhok (1) naast de keuken. Really? In die puinbak moeten wij het volgende kaartje vinden?!? Onmogelijk. De voorraden blikjes, flessen sa en cassis (en wijn), emmers, koelkast, schoonmaakspullen, zelfs de broodbakmachine, alles wordt doorzocht. Niks. Nada.

Dan klinkt het achter ons zalvend:
“De blikken van ma en zus zijn steeds naar het lagere gericht, maar bovenin, daar schijnt pas écht het licht!”
We kijken omhoog. Tjemig. Achter het peertje zit een briefje geklemd: een miniplattegrondje van mijn slaap-/werkkamer (2).

Hop, opplakken en door naar mijn slaapkamer. Ik vrees het ergste: de aangegeven zoeklocatie is namelijk in de kast, waar ik al mijn eigen cadeautjes voor Sint en Kerst bewaar. Zoon voelt meteen mijn onrust en zegt: “No worries, mam, ik wéét dat ik daar niet mag komen. Het zit in de andere kant van de kast.” Oh, hoe volwassen en meedenkend, die knul van mij.

We graven door de bak met sokken, BH’s en onderbroeken. Yes! Het volgende kaartje is gevonden. En zo zwoegen we het hele huis door: van de slaapkamer naar de kinderslaapkamer (3), in het bed van dochter (ontsteltenis: “JIJ zat in MIJN bed?? Aaahh!!!”). Ik snap ineens ook waarom het persé vanavond nog moest gebeuren.

Naar de keuken (4). Het papiertje is praktisch onvindbaar in mijn kruiden-en-specerijen-la. De hele handel wordt met grof geweld ontruimd door dochter en daarna weer zuchtend ingeruimd door mij.

Van de keuken moeten we naar de gang (5), waar we de ‘HILFE’-kaart in moeten zetten wegens ‘te goed verstopt’. “Kijk vooral niet in het felle licht, doe dan liever maar de ogen dicht.” Een ware dichter, die jongen! Het kaartje is wederom in ‘het zonlicht’ alias de lamp verstopt.

Vervolgens struinen we naar de wc/badkamer (6) en van daaruit uiteindelijk terug naar de woonkamer (7), waar ik nog steeds niks anders zie dan alles wat er al stond toen we begonnen.

Leuk, zo’n speurtocht door je eigen huis. En jee, wat een werk heeft die knul erin gestopt… Hij geniet er zelf dan ook zichtbaar van.

Daar waar het locatie-kruisje staat, staat het scherm van de beamer. Dochter rukt meteen het scherm van het kastje en voilá.

Onze Sinterdinges-verrassing in volle glorie: een origami-kunstwerk. Mijn houten schaal met kaarsen is omgetoverd tot een waar landschap met mini-tulpen (bespoten met mijn favoriete rozenparfum o.O ), twee grote vlinders, een gigantische ‘sneeuwvlok’ en een hart dat ik achter mijn decolleté kan klemmen.

Ik ben zwaar ontroerd. Allemensen, wat een creativiteit, moeite en liefde heeft hij erin gestopt. En dat voor een 14-jarige puber…

Ik weet nu ook dat hij die middag helemáál niet met zijn Engels-huiswerk bezig is geweest: hij heeft zitten origamiën! En ik besef ineens waar hij al die gekleurde post-its, dat printerpapier, de tandenstokers en die groene eddingstift voor nodig heeft gehad. Huiswerk, duh.

Dan wijst hij vol trots op de ‘Bonus’:
“Hey Mamsiesint, speciaal voor jou is er nog een bonus. Hophop, verder zoeken.”

Het bonus-envelopje bevat wéér een aanwijzing. Vertaald staat er iets op in de trant van: “Mama werkt echt véél te veel en haar valt nu de verlichting ten deel. Ga terug naar de gang en jaag jezelf niet teveel op stang.“
Ik sta werkelijk versteld van mijn eigen kind en kan mijn tranen nauwelijks bedwingen.

In de gang vinden we nóg een kaartje: “Der Spielemacher muss jetzt schlafen” oftewel: de spelmaker moet nu naar bed. Dochter racet meteen naar de kinderslaapkamer (waar ze wegens ruimtegebrek beiden bivakkeren) en duikt zonder omhaal in de hoogslaper van zoonlief.

Dan houdt ze een rol WC-papier omhoog.
“Wat moet jij met pleepapier in je bed, joh? Je kunt ’s nachts óók gewoon naar de WC hoor!” joelt ze met tranen in de ogen van het lachen. Ik kijk geamuseerd naar puberzoon.
“Die is voor als ik mijn neus moet snuiten!! Echt!! Die is nog van toen ik zo verkouden was!!”
Ik lig in een deuk. Alleen de spontane, keiharde ontkenning is al goud waard.

“En. Dat. Is. NIET. De. Bonus!!! Kijk effe verder, ja?”
“Ik durf niet meer!” gilt dochter. “Straks vind ik nog een of ander blotevrouwenblaadje!”
Ik heb het niet meer.
“Kijk dan in die Donald Duck!!” roept zoon terug, lichte vertwijfeling in zijn stem.

Dochter doet braaf wat haar opgedragen is en tovert een prachtige origami-zwaan tevoorschijn.

“Voor jou, mams. Voor de beste en liefste mama van het universum. Met jou kan ik toch altijd weer lachen.”

Ik ben totaal van de kaart. Tot tranen geroerd.

Want mijn zoon weet exact hoe onmetelijk groot dat universum is.

 


 

Overigens kreeg ik van dochter (11) de volgende ochtend dit in mijn schoen:

Een geweldig geschreven, ontzettend lieve brief van Sinterklaas himself (!) aan mij. Dit stond erin (vertaald):

Dankjewel Louise, dat je me al die jaren geholpen hebt. Je hebt me een last van mijn schouders genomen en daarvoor wil ik je bedanken. Ik wil dat je nu ook iets van mij krijgt, als teken van mijn dankbaarheid. Ook wanneer je kinderen ruzie maken, willen ze jou het leven niet moeilijk maken. Wie weet, misschien zul je nog verrast zijn over wat er in je schoen zit en wat je kinderen voor jou doen. Ik zeg enkel: „laat je verrassen!“

Ze heeft de brief helemaal zelf geschreven op de computer, met plaatje erbij. En dan nog dat geweldige pepernotenkunstwerk met hart en naam. En een hoop knuffels.

Ah, de liefde!

Mijn Sinterklaas kan in ieder geval niet meer stuk 🙂