Collectieve empathie of simpel emotioneel exhibitionisme?

Ik heb er even over getwijfeld of ik dit zou schrijven, omdat ik me echt totaal in kan leven in… Oh nee. Dat kan ik blijkbaar niet, dat inleven. Omdat ik mijn visie heb gegeven op de – in míjn ogen! – overmatige collectieve compassionele reactie die weer eens ontstond na de vondst van het lichaam van Anne Faber, word ook ik bij voorbaat veroordeeld. Ik heb totáál geen empathie, ik laat mensen niet ‘in hun waarde’, ik probeer een punt te maken scoren over de rug van een vermoord meisje. En dat, terwijl ik me in feite enkel afvroeg, of ik zélf eigenlijk wel helemaal normaal ben wanneer ik dit soort massale reacties ietwat overdreven (op het hysterische af) vind.

Reacties als ‘Mafkees. Wie ben jij om zelf zo te oordelen. Als het je niet bevalt, doe je je telefoon maar uit’ of ‘je hoeft hier [ = op FB] niet te zijn, hè!’ lieten niet lang op zich wachten. Zo makkelijk: ten eerste oordeel ik niet: ik schets enkel míjn gevoel, net als iedereen dat blijkbaar doet. Ik vertel hoe het op mij overkomt: als bijna ziekelijk. Ten tweede is ‘als het je niet bevalt, ga dan weg’ de dooddoener bij uitstek: synoniem voor ‘wil je niet zien wat wij doen, kijk dan de andere kant op’. Moet dat dan ook maar gelden als je iets doet wat echt niet mag?

Emotioneel incontinent? Ik dan ook

Ik heb wél inlevingsvermogen. Ik kan mij zelfs zó goed inleven dat ik bij iedere ietwat emotionele film al de tranen in de ogen krijg. Ook ben ik al eens ‘emotioneel incontinente borderliner’ genoemd, een titel die ik als vrouw met gepaste trots draag. Dus ja, ik voel wel degelijk mee. En dan vooral met mijn naasten en liefsten; met de mensen die ik werkelijk kén. Maar er zijn grenzen aan het uiten van compassie voor alles, iedereen en de hele wereld. Natuurlijk staat het buiten kijf dat ook ik het absoluut verschrikkelijk vind wat er gebeurd is. Wie niet.

Ook de enorme woede over ‘hoe heeft dit kunnen gebeuren’ is begrijpelijk. Die woede is nu allereerst vooral gericht op ons rechtssysteem, dat overigens nog altijd één van de beste en meest humane rechtssystemen ter wereld is. En waar dus ook fouten gemaakt worden: geen enkel systeem met menselijke factoren werkt feilloos. In alle medeleven moet er nu stante pede een schuldige, een boetedoener gezocht en aangewezen worden. Men is niet enkel meer meelevend, maar ook ‘meewoedig’ (dank aan Petra de Boevere voor deze term).

Meeleven? Eitje!

Vanzelfsprekend mag iedereen zijn of haar gevoelens uiten. Maar dan mag ik ook zeggen dat ik een ongemakkelijk gevoel krijg bij deze massale, collectieve over-empathie, die vooral op social media te zien is. Je kúnt er niet eens omheen. Profielfoto’s veranderen in Anne-ode’s of nog erger: Gif-jes. Mensen huilen in woorden, plaatsen virtuele kaarsjes, roepen massaal ‘RIP!’, ‘Sterkte’ en ‘Wáárom?’ Ze posten gedichtjes voor Anne en rouwen omdat ‘we’ haar verloren hebben. Er worden massaal plaatjes gedeeld waarop staat dat ‘Iedereen die avond met haar zou zijn meegefietst om haar veilig thuis te brengen’. Dan denk ik: sure. Was jij echt op je fiets gestapt en 25km met haar meegereden in de stromende regen, omdat er wel eens iets zou kunnen gebeuren? Get real. Maar het is zo eenvoudig om het te roepen. Social media maken ‘intens meeleven’ een eitje. Ongemakkelijk gemakkelijk.

Kende jij haar?

Al die mensen kenden Anne totaal niet. Net zomin als die twee jongetjes, Ruben en Julian, die in 2013 door hun vader vermoord en in een afvoerbuis gedumpt werden. Of An en Eefje, het ‘geval Dutroux’ (al langer terug: 1995. Toen was er nog geen Facebook voor heftig medelijdende uitingen). Of  het aangespoelde vluchtelingenjongetje. Of Eberhard. Of Theo. Of Madeleine McCann. Laatste is nog steeds niet gevonden: de zoektocht moest wegens gebrek aan donaties zelfs bijna opgegeven worden, ware daar niet de Britse politie (!) die op het laatste moment met 154.000 pond bijsprong om verder te kunnen zoeken. De mensen zelf waren na 10 jaar wel klaar met doneren. Blijkbaar komt ook aan compassie een einde.

Maar ook in real life is het massale medeleven een feit: men zwermt in groten getale naar de plekken des onheils (bij Anne is de vindplaats inmiddels verboden terrein, afgezet wegens teveel ‘belangstellenden’). Men belaagt begrafenissen die de ware naasten en familie in stilte hadden willen houden, men loopt stille tochten. Zoals een goede week geleden: een bescheiden stille tocht voor de op 22 september in Vlaardingen doodgestoken Graciële Gomez Rodrigues (21). Haar broer zoekt nog naar gerechtigheid en getuigen. Maar wie denkt er verder überhaupt nog aan haar? Sorry Graciële, je was niet voldoende in het nieuws. Dan ‘leef’ je niet bij de mensen.

En voor wie het voorgaande allemaal teveel werk is, is er dus social media. Even een berichtje posten en de profielfoto veranderen; kleine moeite, groot… ach nee, laat maar. Voor mij (!) staat dat gevoelsmatig gelijk aan virtueel ramptoerisme. Online laten zien dat je er extreem dichtbij staat. En vooral: heel hard meevoelen om er verder maar niet over na te hoeven denken. Laten zien dat je betrokken bent, omdat dat voor je gevoel zo hoort en omdat – bijna – iedereen het doet. Het ‘ik was erbij’-gevoel, de ‘nu komt het wel héél dichtbij’-sensatie, maar ook het ‘kijk mij eens een goed mens zijn’-gedrag. Je Suis. Als je je gevoel of medeleven níét per direct openlijk toont en bewijst, ben je per definitie niet betrokken en een slechte, kille, veroordelende mens.

Virtueel exhibitionisme

Maar dat ben ik niet. Ik weiger enkel mee te gaan in dit emotionele exhibitionisme. Overigens:
“Het begrip exhibitionisme wordt ook in niet-seksuele zin gebruikt wanneer men veel over zichzelf prijsgeeft aan vreemden en/of graag veel aandacht krijgt, bijvoorbeeld door middel van het laten zien van zijn of haar website of door zich veelvuldig te tonen in een televisieprogramma. Iemand die daarmee behept is, wordt wel ‘mediageil’ genoemd.” (bron: wikipedia)
Aandacht en ‘meedoen’ lijken inmiddels veel belangrijker dan oprecht medeleven. Let wel: lijken (pun not intended). Er zijn vast ook velen die geheel oprecht hun medeleven willen betuigen en werkelijk geen andere manier weten dan hun profielfoto te veranderen en R.I.P. te roepen.

Kuddedieren

Dat de mensheid als zodanig collectieve gevoelens heeft, is natuurlijk niet nieuw. De mens is nu eenmaal een kuddedier, en gevoelens worden in grote mensenmassa’s intenser ervaren. Dat is het overweldigende bij concerten, de gekte bij de gaypride, groepsgedrag bij voetbalwedstrijden, motorclub-sektes, you name it. Allemaal kuddes met groepsgevoel. Ergens – geheel legitiem – bij willen horen, meegedragen willen worden. Want in je uppie ronddolen is eng; het maakt je kwetsbaar.

Aan de andere kant van het spectrum vind je inmiddels ook de tegenbeweging: degenen die zich te allen tijde krampachtig willen onderscheiden van de massa door per definitie naar links te hollen als ‘het kuddevolk’ (niet mijn terminologie) naar rechts (‘weg van het vuur’) rent. Ja, dat kan óók ‘ziekelijk’ genoemd worden.

Goede kanten van empathie

Maar ik ben de beroerdste niet: ook ik zie best de mooie kanten van zoveel betrokkenheid en medeleven. Een fijne, inhoudelijke reactie op mijn facebookposting kwam van Nicole: “Ik denk heel Nederland in shock is door deze gruwelijke daad van deze moordenaar en iedereen op zijn of haar eigen manier daar invulling aan geeft. Bovendien vind ik het prachtig om te zien dat door de kracht van deze zogenaamde ‘massahysterie en nep-empathie’ hele groepen lieve mensen zich inzetten om deze jonge vrouw te zoeken. Ik vind het jammer om het gevoel van mensen te betitelen als ‘nep’. Tenslotte heeft deze gruweldaad tot gevolg gehad dat het onderwerp weer hoog op de politieke agenda staat. Nee, ik ben juist BLIJ met deze compassie van miljoenen Nederlanders op social media en in real-life.”

Ik heb overigens het woord ‘nep’ niet gebruikt. Wel ‘hysterie’ en ‘over-empathie’. En dat is waar het me om gaat: de massale, bijna maniakale behoefte om je afgrijzen, woede en shock meteen zo verreikend mogelijk tentoon te spreiden, om de wereld te laten weten dat ook jij keihard meeleeft. Vooral nu het totaal geen moeite meer kost om dat medeleven ‘even snel’ te betuigen.

Misschien heeft al deze empathie en compassie inderdaad geholpen bij het vinden van Anne. Ik betwijfel het. Maar dat doet er niet toe: morgen gebeurt er weer iets anders waarover men in shock is. Dan is het volgende compassie-object daar en is Anne zo weer vergeten. Dát is pas triest.

Verbonden zijn of verbonden worden

Vroeger kon je je medeleven enkel betuigen als je ook enige binding met de persoon in kwestie had. Je kende het slachtoffer, vrienden of iemand in de familie. Of je woonde in de buurt. Als je iets wilde zeggen of steun wilde betuigen, stuurde je een condoleance-kaart of een open brief naar de plaatselijke krant. Tegenwoordig is dat anders: ieder nieuwswaardig slachtoffer wordt – of je wilt of niet – mediaal met jou verbonden. Je kunt door alle ‘live’ berichtgeving, profielschetsen, videomateriaal bijna niet anders dan het gevoel krijgen, dat je diegene als het ware écht kent. Alles raakt iedereen. Dagelijks in duizendvoud. En met jou je buurvrouw. Collectieve angst en afschuw: groepsgevoel ten top.

Ik hoop nu enkel nog maar dat de familie van Anne tenminste met rust gelaten wordt, een wens die ze zelf heel duidelijk geuit hebben. Maar het zal wel niet; compassie moet nu eenmaal getoond worden vandaag de dag. Of jij als naaste rouwende die compassie nu wilt of niet. Het is een basisbehoefte geworden. Een recht op meeleven.

Feit blijft dat, wanneer je op de een of andere manier van het heersende groepsgevoel afwijkt of daar zelfs maar een kritische noot bij durft te plaatsen, je blijkbaar je mond moet houden en weg moet kijken. Ik wacht op het moment dat je een werkstraf opgelegd krijgt omdat je niet conform de opgelegde norm meeleeft, handelt en spreekt.

Rest mij niets anders dan in mijn eentje een stille tocht te lopen voor de vermoorde individualiteit.


— Eerder verschenen op HoeVrouwenDenken

Klinkklare ikke (een selfie-sonate in f)

Wie ben ik? Wát ben ik? Ben ik mijn levensinstrument? Moet het dan tevens mijn doel zijn om mijzelf zo goed mogelijk te bespelen? Uit de toon vallen is geen punt, maar ergens naar klinken is een mooi streven. Niet te zacht, maar zeker ook niet te hard. Niet te snerpend, niet te lieflijk. Maar vooral niet vals.

Vertel eens, welke kleur krijgt een kameleon als je hem in een spiegelpaleis zet? Waaraan past zo’n dier zich aan als hij geen andere omgevingskleuren heeft dan die van zichzelf? Dat vroegen biologische cybernetici zich in de jaren ’70 ook al af. Behoudt een kameleon in zo’n geval zijn beginkleur? Wisselt hij tussen de verschillende kleurtonen? Of wordt hij door de overdaad aan zelfreflectie tot waanzin gedreven?

Vrouwtjes lijken redelijk kalm te blijven; hun kleur wordt enkel iets donkerder. Hooguit een rode gloed. Misschien zijn ze gewend om een spiegel voorgehouden te krijgen. Mannelijke kameleons raken daarentegen zwaar geïrriteerd door hun spiegelbeeld. De kleur verandert bij de eerste aanblik in geeloranje, soms zelfs knalrood, om zichzelf maar per nano-seconde te kunnen onderscheiden van de gereflecteerde, bedreigende ‘rest’, die zo hetzelfde is als hij. Rood. Alarm. Bij gebrek aan zelfbewustzijn is de eigen beeltenis afschrikwekkend. Pure schrik en stress door ontbrekende, maar oh zo noodzakelijke identiteit.

bron: pixabay.com

Met veel mensen gebeurt hetzelfde. In het spiegelpaleis der sociale media zien ze enkel nog zichzelf(ie), maar herkennen zich niet meer. Met elk zelfbeeld, elke selfie, ongewild gespiegeld aan duizenden, nee, miljoenen reflecterende anderen, drukt men zich steeds weer in een nieuwe rol. Neemt men gemakshalve toch maar weer een nieuwe kleur aan. Doelgericht aangepast aan de heersende normen en waarden, die een dag later al niet meer gelden. En hoe meer kleuren en rollen een mens tracht aan te nemen om de contouren van de identiteit na te trekken, des te moeilijker wordt het om te definiëren, wie hij nu werkelijk is.

Daarom klink ik liever.
Toonaarden herken ook met je ogen dicht.
Blind voor ongewenste reflectie, bespeel ik mijzelf.
Een selfie-sonate in f.


— Eerder verschenen op HoeVrouwenDenken

Dochter is stuk en mensen zijn best aardig

Met 120 scheur ik over de landweg waar ik laatst zelf een ongeluk had, doordat een tegenligger met eenzelfde snelheid op mijn weghelft een onoverzichtelijk bocht om kwam scheuren. Toen reed ik de berm in, met alle schade van dien.

Dit keer ben ik het zelf, die voor gek en onwijs reed. Naar de plek waar mijn dochter in de kreukels ligt. De plek waar al drie auto’s her en der in het gras geparkeerd staan en een overstuur vriendinnetje huilend naast mijn meiske zit, dat half liggend overeind en wakker gehouden werd door een vrouw. De plek onderaan de flinke berg waar ze zo lekker hard vanaf suisde. Totdat een auto haar rakelings passeerde, zij uit wilde wijken en haar wiel begon te zwabberen. Boem.

bron: pixabay.com

Ze kijkt me wazig en betraand aan.
“Mama…”
Meer zegt ze niet. Maar ze herkent me, godzijdank.

Haar vriendinnetje belt eerst de vader van mijn dochter (mijn ex-partner), maar die blijkt helaas te ver weg om meteen ter plaatse te kunnen zijn. Dan belt ze mij, met het mobieltje van mijn dochter.
“Hi, lieffie! What’s up?” roep ik als altijd in de telefoon, wanneer haar naam op mijn scherm verschijnt.
“Ik ben het. Lena… K. is over de kop geslagen en gevallen met haar fiets en er zit overal bloed. En ze weet helemaal niks meer… Kun je alsjeblieft gauw komen?”
De shockwave die bij zo’n bericht door je heen gaat, laat je hart je maag opslokken.

“Waar zijn jullie nu precies?” Daar en daar. Onderaan de berg.
“Is er iemand bij haar?” Ja, er zijn meerdere volwassenen gestopt en met haar bezig.
“Ik kom er nu aan.”

Het is raar om je kind daar zo in het gras te zien liggen. Als een kapotgescheurde vaatdoek. Haar been is bebloed. Haar achterhoofd ook een beetje: daar waar de knop van de helm door de val in haar schedel gedrukt is.
Ja, ze had een helm op. Nu ligt het ding van binnen en buiten gebroken in het gras. Ik ben die helm eeuwig dankbaar. Wat als ze hem niet op had gehad? Had ik dan nu geen dochter meer? Of een dochter die niets meer weet en niemand meer herkent vanwege een deuk in haar hoofd? Een deuk die nu in de helm zit?

De ‘kleinste’ schaafwond (knie). De rest mocht niet op de foto. (eigen foto LB)

Uiteindelijk komt haar papa ook aangereden. Hij is duidelijk net zo aangedaan en geschrokken. We praten even. Voor het eerst sinds lange tijd weer in real life. Dat is raar, maar eigenlijk ook heel oké. De aanleiding voor dit onverwachte gesprek stemt hem milder, blijkbaar.

We zetten dochter voorzichtig in de auto. De omstanders helpen waar ze kunnen en laden de kapotte fiets in de kofferbak. Ze hebben haar opgevangen, water gegeven, getroost en bij zinnen gehouden. Ook hen ben ik heel dankbaar. Het is zo ontzettend fijn om te merken dat mensen wel degelijk meteen stoppen en helpen. Iedereen is begaan met haar, met ons. Elke keer houden er auto’s stil en wordt er gevraagd of er nog hulp nodig is. De vrouw die haar de nodige eerste hulp heeft gegeven, ken ik zelfs. Ze informeerde ’s avonds op Facebook ook nog een keer naar haar toestand. Medeleven is fijn.

Het is in de huidige tijd van gescheld en gezeik bijna niet meer te geloven, maar mensen zijn echt heel aardig. Online, vooral op ‘social’ media, krijg je wel eens een andere indruk. Ook nu sta ik weer versteld van de behulpzaamheid, de bekommering, de steun die meteen gegeven wordt als mensen ‘in het wild’ en in real life een nare situatie meemaken. Situaties waarin iemand in nood is of verdriet heeft. Het doet me weer even beseffen dat wij mensen in feite best een heel sociaal en empathisch soort zijn.

Dochter is inmiddels aan de beterende hand. Ze heeft een lichte hersenschudding, een verrekte, mogelijk gescheurde pees in de nek (dat moet nog bekeken worden), een gekneusde arm en een hoop schaafwonden.
En ze heeft gigantisch veel geluk gehad. Dat ook.
Overmorgen wordt ze 12. Omdat het gisteren weer eens ‘nét goed’ gegaan is.

Het leven hangt aan elkaar van geluk. Want met een beetje pech ben je zo stuk.


Ook verschenen op HoeVrouwenDenken

Cashloze maatschappij? Nee, bedankt!

bron: publicdomainpictures.net

Stockholm. Ik sta bij een kiosk in de rij voor twee kopjes koffie. Voor me staat een man in uniform, waarschijnlijk de kapitein van één van de ontelbare rondvaartboten. Hij bestelt een blikje Fanta, trekt zijn pinpas uit zijn borstzakje, wappert ermee over een display en loopt weg. Betaald. Contactloos. Klaar. Kan hier ook al lang natuurlijk, niet bijzonders. Maar de meesten van ons leggen bij kleine bedragen als €2,00 ‘gewoon’ nog muntgeld op het plankje.

In Zweden zijn die plankjes verdwenen. Ik bestel mijn koffie en de kioskdame duwt het pinautomaatje onder mijn neus. Ik leg 200 kronen, 2 briefjes van honderd, neer. Ze kijkt me even verbaasd aan. Weer zo’n maffe toerist met ‘echt’ geld, zal ze gedacht hebben. Mijn Kronen-biljetten accepteert ze alsnog. Nóg.

Pin, contactloos of Swish?

Zweden zal binnenkort het eerste Europese land zijn, waar cashgeld compleet verdwenen is. Men schat dat het hooguit nog 5 jaar duurt. Cash is al bijna ‘verdacht’. Je vindt er ook nauwelijks nog pinautomaten: op het vliegveld is er eentje en ergens in de stad vind je er nog een paar (goed zoeken!), maar dan houdt het wel op. En er staan enkel niet-Zweden voor te wachten.

Bij het Vasa-museum koop je je ticket uit de muur; enkel de stomste toeristen gaan nog omslachtig in de rij staan voor die ene kassa die er nog is. In veruit de meeste café’s en restaurants moet je direct aan de bar bestellen en ook meteen afrekenen. Middels een restauranteigen lokaliseringssysteem – je moet een knipperend digi-plankje meenemen en op je tafel leggen – wordt het eet- en drinkwaar dan bij je tafeltje gebracht.

Je betaalt ouderwets met je pinpas, maar liever ‘gewoon’ contactloos of met Swish, het zeer snel en blijkbaar goed werkende Zweedse betaalsysteem via de smartphone. Inmiddels maakt ca. 90%(!) van de Zweedse bevolking onder de 30 jaar voor geldtransacties bij voorkeur gebruik van Swish. Voor de gehele bevolking ligt dat gebruik bij ca. 30%, sterk stijgend.

Alleen maar voordelen! Maar voor wie?

Alles gaat automatisch, alles gaat elektronisch. En alles wordt geregistreerd. Elke fles wijn die je koopt, elk pakje sigaretten, elk blikje Red Bull. Elk condoom, elke joint, elke milliliter (daar verboden) liquid voor je e-sigaret. Elk bezoekje aan een sekswerker, elke ‘spontaan’ ter plaatse geboekte hotelkamer. Maar ook elk boottochtje dat je maakt, elke taxi die je neemt, elke citybike die je huurt. En elke locatie waar je je bevindt. Om maar wat te noemen.

Tag-in-tag-out. De perfecte glazen burger. Handig? Zeker: het gaat allemaal razendsnel. En je hoeft nooit méér mee te nemen dan je pinpas en je smartphone. De oudjes in het hoge noorden van het land denken natuurlijk anders over dat ‘handig’. Lastige, ingewikkelde telefoons bedienen, slechte internetverbindingen, pincodes onthouden; voor de oudere mens in de wat meer afgelegen gebieden wordt het er zeker niet makkelijker op. De weerstand onder die bevolkingsgroep is dan ook groot.

Voor de overheid en de banken heeft de ontwikkeling echter alleen maar voordelen: alles ‘onder controle’. Geen zwartgeld meer, geen kosten meer voor het drukken, in omloop brengen, transport, tellen, en controleren van munten en biljetten, geen geldautomaten meer. Minder bankmedewerkers. Computers doen alles. En meer.

Heilig vertrouwen in banken en autoriteiten

Dé grote voorwaarde voor deze ontwikkeling: een heilig vertrouwen van de bevolking in de autoriteiten en banken. Opdat ze allemaal maar ‘fatsoenlijk’ met je geld en je gegevens om mogen gaan. Maar zonder cashgeld ben je ook per direct compleet afhankelijk van hen. Je MOET alles via een bankrekening doen. Kom maar door met die negatieve rentes en nóg hogere ‘service’-kosten. Want een keus heb je dan al lang niet meer.

Je moet daarnaast ook heel hard hopen dat de autoriteiten [overheid en belastingdienst, banken, controlerende en arbeidsinstanties, verzekeringsmaatschappijen…], die op deze manier werkelijk álles over je weten [koopgedrag, verblijfplaats, vrijetijdsbesteding,  verslavingen, donaties, medische problemen…], niets met die gegevens doen. Ach nee, dat zullen ze toch niet? Wie wil er nu een brave burger controleren? Juist. Niemand. Toch?

Oorlog tegen cash

Het is en blijft een beangstigende ontwikkeling. Denk er maar eens wat langer over na. Contant geld geeft je de vrijheid om iets aan te schaffen, zonder er eerst uitgebreid over na te hoeven denken. Het geeft je de vrijheid je geld te bewaren op een manier en een plek die jou het beste lijkt; desnoods begraaf je het in een gat in de achtertuin. Jouw keuze. Het geeft je ook de vrijheid om iemand te hulp te schieten door diegene een klein bedrag in de handen te drukken of een dakloze een paar euro te geven. Het geeft je de vrijheid om waarde te ruilen zónder dat er over je schouder meegekeken wordt.

bron: pixabay.com

De EU voert al sinds lange tijd ‘oorlog’ tegen contant geld. Cash zou enkel de financiering van terroristische aanslagen ten goede komen. Cash werkt het zwarte circuit in de hand. Cash is voor criminelen. Maar de werkelijke criminelen hebben al lang en breed andere financieringswegen gevonden, al dan niet met behulp van wat minder betrouwbare overheden. Daarnaast boomen anonieme en toezichtsvrije, virtuele betaalmiddelen (cryptogeld) zoals Bitcoin en Ethereum. Ook geliefd voor de wat minder vredelievende transacties.

Terroristen zal het inmiddels worst wezen of er nog cash is. De enige die door het afschaffen van contant geld daadwerkelijk getroffen wordt, is de normale doorsneeburger, wiens privacy en autonomie samen met het muntgeld compleet verdwijnen. Ook valsmunterij kan geen argument zijn: de 500- en 200-eurobiljetten zijn altijd al de minst vervalste biljetten, de vijftigjes en twintigjes daarentegen…

Afschaffen die hap, want?

In mei 2016 werd echter júíst dat 500-eurobiljet afgeschaft. De eerste grote stap. Het 200-eurobiljet wordt inmiddels eveneens al nauwelijks meer geaccepteerd en zal er binnenkort ook aan moeten geloven. Ook de kleine munten (1 en 2 cent, het ‘koper’) zijn in Nederland – net als in Finland overigens – inmiddels verdwenen. Maar goed, dat is nog tot daaraan toe. Valt mee te leven.

In februari dit jaar nam de EU-politiek de volgende stap: de restrictie van contante betalingen. Bedragen boven de 5.000 euro mogen niet meer (ongescreend) contant betaald (of geaccepteerd) worden. In – onder andere – België ligt dit bedrag bij 3.000 euro. Het verbieden van cash betalingen boven de 500 euro is inmiddels ook al ter sprake gekomen.

En de reden voor dit alles, volgens het door de EU opgestelde ‘manifest’, is inderdaad terrorisme. De strijd daartegen is vastgelegd in de zogenoemde European Consultation Strategy. Hoofdmotivatie:  terrorismebestrijding door afschaffing van cashgeld. Want, zo stelt het manifest: “Payments in cash are widely used in the financing of terrorist activities.” Dat (westerse) overheden zelf de grootste wapen- en middelenverschaffers in deze zijn, dáár hebben we het voor het gemak even niet over. Terrorisme, hét alibi voor alle privacy-vernietigende maatregelen. In naam der terrorismebestrijding is namelijk elke maatregel geoorloofd. Dit doel heiligt álle middelen.

Ik ga me maar eens verdiepen in Bitcoin en co. En investeren in lichtgevende speciaal-edities van 3-euromunten  met vleermuizen en tijgers erop. Die schijnen ook een hoop waard te worden in de toekomst. Alleen even afwachten of je die te zijner tijd überhaupt nog ergens in kunt wisselen. Want bankfilialen zijn er dan niet meer. Uiteindelijk kun je je geld dan alleen nog maar opvreten. Letterlijk. Ik vraag me af wat de voedingswaarde van een vijftigje is.

Enfin. Terug naar de middeleeuwse ruilhandel. Mijn koe tegen jouw varken. Wie biedt?

bron: pixabay

 

Het Nieuwe Wilhelmus (zelf ingezongen!)

Het Wilhelmus, heden ten dage weer in ons aller monde, is sterk verouderd. De tekst ronduit onbegrijpelijk. Daarom heeft uw nederige dienares besloten om een nieuwe, tijdsconforme versie op te stellen, met een thema dat iedere hedendaagse man waarschijnlijk wel kan waarderen: drank in combinatie met vrouwengezeik. Ook de lengte is teruggebracht naar slechts 7 coupletten. Hoezee.

Gelieve mindestens de eerste drie coupletten hiervan uit uw hoofd te leren, dan wel erin te stampen.

Ter ondersteuning uwer oefening heb ik het geheel even uitermate onprofessioneel, met veel dramaturgie en een bij tijden overmatige vibrato(r) ingezongen. In ene keer in mijn mobiel gejammert. Dan weet u dat. Ook de overgangen zijn vanzelfsprekend zo abominabel mogelijk gedaan.
De tekst zelf kunt u hieronder meelezen/-zingen.


Wilhelmus was verkouwe
hij rochelde fluim en bloed.
Zijn neus, die was zeer blauwe
“Ik blijf erin, ik ga dood….”
Door een flinke borrel
[hier speelde mijn eigen borrel me even parten]
is hij weer opgeveerd.
Oranjebitter van De Kuyper
heeft hij altijd vereerd.

In vrouwenvrees te leven
heeft Wilhelm nooit iets gebracht.
Zo heeft hij haar verdreven,
van zijn landgoed, onverkracht.
“Zal haar nu altijd negeren,
ze heeft toch geen rooie cent,
De bijstand die zal haar leren,
zure pruim, stomme krent.”
[let vooral op die -t-! Arrrrticulatie moet!]

Wilhelmus voelde zich verlaten
woede had zich in hem vergaard,
Zijn neus was in alle staten,
was zo’n wijf dat nu wel waard?
Die Oranjebitter hielp even,
[whoops, iets te snel. Soit.]

maar zij zeek nacht en dag,
dat bier hem nu kracht zal geven,
dat een neut helpen mag.

Lijf ende goed tezamen
bleef Wilhelm nooit verschoond,
zijn broers, nu hoog van namen
en steeds met boni beloond
Maar zij wilden hem niets geven
zo toog hij terug naar ’t drinkgelag,
[sorry, hier kwam ik even in de problemen. Stomme tekst ook.]
zijn ziel voor altijd gegeven,
voor de borrel overstag.

Beneveld en laaggeboren,
vol gezeik en ook gedram,
en vorstelijk verloren,
’t UWV doet niets voor die man,
Baudets woord geprezen,
heeft hij zelfs onversaagd,
zijn vrouw de deur gewezen
toen het hem had behaagd.

Wilhelmus zit nu te rouwen
waar is zij, oh god dat doet zeer,
Die neus, eerst nog zo blauwe,
is nu rood, hè bah, dikke peer.
“Zal ‘k toch weer een vrouw inlijven,
een dienaar t’aller stond,
de eenzaamheid verdrijven,
voor mijn neus en mijn kont…”
[mind the -t-!!]

Wilhelmus kwam weer tot bedaren
in ’t vervolg liet hij ’t zo zijn,
Hij moest zijn eer toch bewaren
een trouwe dienaar zijn,
van vrouw en volk,
daarvoor had hij toch wel de moed?
Ach, één borreltje kan toch best nog
en dan is alles weer goed.
[klaar, pfff.]


eerder verschenen op HoeVrouwenDenken.nl

Zo snel en eindig is het

1 augustus 2017, 12:11h
“Mam, breng je ons nu eindelijk naar ’t zwembad?”
“Ja, schatje, één moment. Even dit nog afmaken.” Ik zucht. Stress. Werk. Zorgen. Teveel aan mijn hoofd. Veel te veel.
Ik adem diep door, klap mijn computer dicht, graai de autosleutels van het kastje en spring in de auto. Dochter voorin, zoon op de achterbank. Buiten is het 38°C, in de auto nog veel heter.

Ik draai het 4m brede slingerweggetje naar het dorp op. Aan weerskanten van de berm hoog, niet te overzien gras. Ik rij goed aan mijn kant; ik ken deze bochten. Mijn nog onzichtbare tegenligger, een grote SUV,  blijkbaar niet. Hij rijdt midden op de weg, zelfs deels op mijn toch al zo smalle weghelft. En veel te hard.

In een flits zie ik wat er gaat gebeuren als ik niet onmiddellijk ingrijp. Een frontale crash. 110km/u (minstens) tegen 80km/u. Op een landweggetje. Ik rem, stuur abrupt de berm in en kom net voor een paaltje tot stilstand. Ik weet dat de kinderen gegild hebben, maar ik heb het niet bewust gehoord. De tegenligger is met volle vaart doorgereden. Het was een metallic-grijze auto, vermoedelijk een BMW, maar het ging zó snel…

bron: eigen foto (LB)

Ik draai mijn auto weer de weg op. Alles is nog heel voor zover ik kan zien en voelen.
“Mama, als je nou niet zo razendsnel het gras ingereden was, waren we dan nu dood geweest?”
“Misschien. In ieder geval had je dan de airbag mogen kussen,” grap ik, met het hart nog steeds in de keel. Omwille van hen slik ik mijn schriktranen weg.

Ineens zijn al die zorgen, al het gedoe en geregel, alle problemen en juridische shit weer even heel nietig en onbelangrijk geworden. Hoofd leeg. Daar was dit incident dan wel weer goed voor.

1 augustus 2017, 13:01h
En doorrrr. Het mag nog.
Dank, beschermengel.

Zo snel gaat het.
Zo eindig is het.


Tegelijkertijd verschenen op: HoeVrouwenDenken.nl

Kleuters en zandbakpolitiek – een analogie

Drie kleuters vermaken zich in een zandbak in de speeltuin. Ze bakken kledderige moddertaartjes op de betonnen omranding. De kleutertjes zijn het roerend met elkaar eens: deze hele zandbak is vanaf nu van hen. Hun wereld van bruine drab. Genoeg zand om mee te smijten. Er is dan ook écht geen plek voor de creaties van een ander.

Kleuter 4, een half jaartje ouder, zit in de andere hoek en bouwt daar in alle rust een bescheiden maar goed gefundeerd zandkasteel, geheel naar eigen inzicht, creativiteit en visie.

bron: pixabay

Oprotten!

Kleuters 1, 2 en 3 vinden nummer 4 dom. En het zandkasteel heel stom, want het staat daar te gloren in HUN zandbak. Kleuter 4 past niet in hun zandwereld. Al die rare bouwideeën zijn maar wát irritant. Daarom grijpt de eerste al snel een van de moddertaartjes en smijt het in de richting van het irritante zandkasteel. Kleuter 4 kijkt even geërgerd op en bromt: “Laat me met rust. Ik mag hier ook spelen. De zandbak is groot genoeg.”

“Jij moet je kop dicht houden, jankerd!”
De volgende, iets grotere moddertaart volgt prompt.
“Ga ergens anders spelen, stommerik, maar blijf bij ons superintelli’s uit de buurt!” gilt nummer één.
“Haha, moet je jou zien, hóé DOM kan iemand zijn om zo’n idioot prutskasteel te bouwen?” schampert nummer twee.
“WIJ bepalen hier wat er gebouwd wordt! En ook waar. Én waarom. JIJ moet gewoon lekker oprotten!” Nummer drie wijst priemend met zijn middelvingertje naar kleuter 4.

Jij bent dom

“Waarom dan?” waagt kleuter 4 – nog steeds kalm – te vragen. “Ik mag maken wat ik wil, wat ík goed vind. Deze zandbak is van iedereen, dus ik heb jullie toestemming helemaal niet nodig.”
“Jawel! Dat heb je wél. Jij mag hier niet zijn, want jij bent zó ontzettend giga dom!”
“Kun je misschien ook nog iets anders zeggen dan ‘dom’?” vraagt kleuter 4.
“Oh, ja hoor: jij stinkt! En je jankt de hele tijd.”
“Ik jank niet. Ik zeg gewoon zo nu en dan wat ik vind.”
“Há, maar je stinkt dus wel! Want dát ontken je niet. En jij vindt alleen maar rare dingen. Pas als jij doet en vindt, wat wij ook doen en vinden, dán mag je hier zitten en misschien zelfs nog iets zeggen.”
Ondertussen gaat het bombardement gewoon door.

bron: pixabay

Kleuter 4 bewaart stoïcijns de rust en reageert – ondanks alles wat haar naar ’t hoofd geslingerd wordt – niet meer. Kleuter 4 is namelijk al nét iets verstandiger dan de schreeuwertjes en weet, dat je andere dreinende, krijsende, tierende, wijzende en modder gooiende roeptoeterkleuters gewoon moet negeren. Een normale discussie is toch niet mogelijk. Wel alert blijven natuurlijk, maar niet meer reageren. Dan is de lol er vast gauw vanaf. Ze buigt zich weer over haar eigen werk.

Feet. Butt. No pain.

Helaas. Werkt niet. Nu gaan de pestkoppen helemaal over de rooie. Drie paar voeten, één reet. Echt pijn doet het niet. Het kriebelt een beetje. Watjes. Grinnikend draait ze zich om en kijkt, enigszins verbaasd, in drie inmiddels rood aangelopen, van haat verwrongen gezichten.

“Zal je leren, jij zeikwijf! Hysterisch mokkel! Leeghoofdig grietje! Emotioneel incontinente borderliner! Het is niet te geloven hoe iemand zó dom kan zijn. Luister, wij zéggen toch dat je DOM bent? Dan ben je het dus ook! Ga nou eens snel weg hier?!”

Stijlloos GeTrumpetter

Moment. Dat laatste is toch helemaal geen kleuterscheldpartij? Nee, dat is gewoon een zoveelste door-het-slijk-trek-actie van steeds weer dezelfde meute stijlloze scheldkoppen met schoolpleinmentaliteit. Volwassen kinderen die op zolderkamers achter laptops wegkwijnen en zich de socmed-vingers blauw typen, wegens gebrek aan echt léven. En aan enige doordachte, steekhoudende argumenten. Om het hardst schreeuwen en uitjouwen (daar is trouwens een nieuw werkwoord voor: ‘Trumpetteren’), dan bindt de rest met een beetje geluk wel in. Bij voldoende intimidatie houden ze misschien zelfs voorgoed hun klep. Hartstikke handig.

Schoolvoorbeeldje van ‘één op één’

Ook één op één willen kleuters nog wel eens hard gillen als ze denken dat ze hun virtuele achterban op die manier mee krijgen. Een – al dan niet vooropgezet en zo ja, in dat geval nog kinderachtiger – schoolvoorbeeld daarvan: de twee overgebleven metro-columnisten, die elkaar in de boksring troffen. De één zet zichzelf totaal te kakken door ongelooflijke arrogantie, badinerende opmerkingen, loze uitspraken en een argumentatie van niks. ‘IK heb mijn mening het éérst geschreven in ONZE krant en ik heb veel meer likes en retweets dan jij, dus jij mag mij daar – in ONZE krant – niet meer op aanspreken. Ga maar ergens anders heen, amateur!’

Qué? Wat is dat voor redenering? Juist! De ultieme kleuterargumentatie. Vertaald naar de zandbakpolitiek klinkt dat zo:
‘IK heb ’t eerst geschreeuwd, dus JIJ moet vanaf nu, hier in MIJN zandbak, je bek houwe. Want ik ben véél populairder en jij bent niks.’

Zo gaat dat. Maar: de één blijft door kalmte, openheid en alertheid nog steeds een goede columnist, de ander degradeert zichzelf tot een eeuwig hetzelfde liedje roeptoeterende jij-bakker. Hop, even flink afzeiken en uitschelden. Op de persoon, graag. Op de manier waarop dat bij iedereen gedaan wordt. Wiens opvatting niet bevalt. Wiens mening niet in ’t eigen straatje past. Want zulke meningen zíjn immers geen meningen, maar slechts uitermate ‘lastig en dom’. Toch?

Stelletje kleuters. Ga echte taarten bakken.
Grow up.

bron: pixabay


Deze blog is eerder verschenen op: HoeVrouwenDenken.nl