Naïviteit is een zege. (Scheurkalenderdebacle)

Ik ben een goedgelovig mens. Sinds 1 december ben ik ook officieel een gruwelijk naïef mens: ik heb het bewijs mogen ontvangen (niet dat ik dat nodig had, maar goed).

bron: eigen foto van betreffende kalender (ik heb geen zin in copyrightshizzle hoor!! Ik beroep mij meteen op ’t citaatrecht in deze!)

Ergens eind vorig jaar kreeg ik van mijn mama een scheurkalender voor 2016. De Schrikkelkalender, van de auteurs Ronald Snijder en Fedor van Eldijk. Geen idee wie die heren waren, nog nooit van gehoord, maar er dringen sowieso maar weinig ‘BN’ers’ door tot mijn Oostenrijkse berghütte.

Mijn zus kreeg de kalender destijds ook en merkte het als eerste op: er stond 31 november. Tjonge, dacht ik. Tjonge!! Dat klopt niet!! Ik keek even verder. Ja echt, daar waar donderdag 1 december had moeten staan, stond donderdag 31 november. En warempel, alles daarna was óók fout! De maand december telde lekker in die trant verder, met verkeerde dagen.

Ik fotografeerde wat blaadjes, postte vanzelfsprekend op Facebook, want: grappig! Dat was het. Alleen achteraf op iets andere manier.

wéér eigen foto. Van 25 januari.

wéér eigen foto. Dit keer van 25 januari.

Nu moet ik bekennen dat ik sinds 25 januari al geen blaadje meer afgescheurd heb (zie bewijsfoto ergens links). Ik keek niet meer in de scheurkalender, die vanaf die dag ietwat verloren achter me op het richeltje van ’t toilet lag te liggen. Oorzaak: ik vond mijn telefoon interessanter tijdens het poepen.

Ik heb dus ook bijvoorbeeld niet opgemerkt dat 1 april miste. Of dat 6 januari op 17 april stond, omdat één van de auteurs een 17-april-fobie heeft. En er viel me waarschijnlijk nog véél meer niet op. Pas toen mijn lieve zus zei: “hé, 31 november, haha!” wierp ik weer een blik in het vermaledijde ding…

Ronald Snijders nam natuurlijk meteen een loopje met mij (en mijn posting). Op Instagram. En op Twitter. En op Facebook zelf natuurlijk. En terecht: zou ik ook doen als mijn grap zó goed gelukt was!

Had ik de strekking (en humor) van de kalender het hele jaar door gevolgd, had ik tijdens dat proces misschien enige naïviteit verloren. Maar gelukkig verloor ik niks: ik heb het allemaal nog! Ik geloof nog steeds alles, ik stink in iedere grap, ik zit in no time bovenop welke kast dan ook. Wilt u iemand in het ootje nemen? Neem mij. Succes gegarandeerd.

Auteur Ronald Snijders was zo lief om mijn vriendschapsverzoek te accepteren en mijn naïviteit overal tentoon te spreiden. Ik ben hem daar eeuwig dankbaar voor. Want ik wil volgend jaar wéér zo’n kalender en dan heerlijk met beide benen en in alle goedgelovigheid opnieuw in iedere grap stinken. #LEKKER!!!
(En ik beloof hierbij plechtig, in 2017 ieder blaadje af te scheuren en te bestuderen).


Maar. Ho. Stop. Is het allemaal misschien toch niet nét even anders?
Eén zin hierboven was niet geheel volledig.
“Ronald Snijders nam natuurlijk meteen een loopje met mij (en mijn posting).”
Dat moet natuurlijk zijn:
“Ronald Snijders nam, zoals gehoopt, natuurlijk meteen een loopje met mij (en mijn posting).”
Want het écht fijne aan dit alles is, dat Ronald míjn intenties niet doorzag.
(Ik doorzag ze zelf niet eens, maar nu natuurlijk wel.)
Ik? Serieus? Hahaha. Oh, de ironie en de satire… En ondertussen heeft hij mij gedeeld op Instagram, Twitter, Facebook, etc.

Yay, gelukt!
Publiciteit!

Awel. Laten we het maar op deze laatste versie van het gebeurde houden.
Beter voor mijn gemoedsrust.

#naïefiszofijn
#dtz
#achterafsatire

(En bedankt hè, Ronald, jonguh! Blijven we nu wel vriendjes?)

Bron: screenshot van instagram van screenshot van mijn eigen Facebook-posting. Hoe zit het hier met copyright?

Bron: screenshot van instagram van R.Snijders van screenshot van mijn eigen Facebook-posting. Hoe zit het hier eigenlijk met ’t copyright?

Retraite

20140527_175512-1Het balkon van een vakantiewoning in een minuscuul plaatsje waar 99,99% van de wereldbevolking nog nooit van gehoord heeft. ‘Brede bron’, zo heet het gehucht vertaald. Een brede bron van wat? Inspiratie? Verlichting? Gemoedsrust? Beslissingen? Niets van dat alles. En hoe breed kan een bron überhaupt zijn?

20140527_14657Op dat balkon zit ik. Naast me op tafel mijn gedachteboekje en mijn schetsblok, een paar potloden, een glas wijn. Mijn telefoon mag hier weer puur telefoon zijn, want 3G of wifi bestaat in deze uithoek nog niet. Een deken over mijn benen en wat taai geworden ovenchips. Daar moet ik het mee doen. Maar is het voldoende om ’t leven weer op orde te denken?


Doelloos schets ik de haven met wat bootjes. Schrijf een tiental opzetten voor artikelen, blogs, gedichten en gedachtes op. Ik drink de fles in mijn uppie leeg en denk uit zelfbescherming maar niet meer al te veel verder.

20140527_143237-1Wat dóe ik hier? Ja, officieel ben ik in retraite.
“Denk maar eens goed na over waar je in vredesnaam allemaal mee bezig bent!” Die overbodige raad kreeg ik mee.

Geen internet, geen mensen om me heen, wandelingen langs de waterkant. Bibberend kiekjes maken van blauwe bierflessen en kinderslippers op het zand van een slordig opgespoten strand. Assepoester grijnst vanaf het voetbed naar mij. Het ziet eruit alsof de flipflops daar opzettelijk neergezet zijn, zo mooi in de pas staan ze. Uitgeglipt tijdens het wegrennen.

20140527_142856-1


Mijn momentele leven is een grote chaos en daar veranderen een paar dagen aan een miezerig meertje in de Duitse rimboe ook niets aan. Mentaal hard door blijven rennen, dat zal de enige remedie zijn. Ook al raak ik dan misschien zelf in de slip.

Tussen de keien aan de oever staat een lege PET-fles. Oók al zo zorgvuldig geplaatst. Het lijkt wel of iedereen hier alle rotzooi ordelijk neerzet om het vervolgens nutteloos en vervuilend achter te laten. Niet meer naar omkijken. Misschien moet ik dat dan ook doen.

Ik werp weemoedig een blik op mijn oude biker boots. Kapotte ritsen, rafelige randen, gescheurde zolen. Als ik al geen afstand kan doen van een paar versleten laarzen, hoe moet dat dan met de rest van mijn puinhoop?20140527_143642


Vannacht slaap ik weer in het onderste deel van het stapelbed op de kinderkamer. Om het de krakkemikkige verhuurster makkelijker te maken; slechts één bed verschonen is altijd nog beter dan twee. Maar ook omdat ik het luxe tweepersoonsbed sowieso niet aan durf te raken.

Bij de buren denderen de rolluiken omlaag. Totaal ongepast in deze setting. De belletjes aan de masten van de boten rinkelen als die van heftig grazende bergschapen. Dat past beter.


Een bries over het water. Krekels. Véél krekels. En eenden. Geen autogeronk. Geen mensenstemmen. Geen indrukken meer, enkel nog verloren afdrukken. De stilte gromt als een motorzaag in mijn oren. Misschien is totale eenzaamheid het enig werkzame dieet voor een volgevreten ziel.

Ik trek de deken nog dichter om me heen.

Eigenlijk is ’t niet eens zo koud.
Maar het is zó ontzettend koud.

20140527_175103

 


Deze tekst schreef ik meer dan 2,5 jaar geleden in mijn gedachteboekje.
Inmiddels heb ik het weer een heel stuk warmer en mijn laarzen op laten knappen.
Zo goed als nieuw.

De Speurtocht van ’t Sinterkind

Een paar dagen geleden had ik beloofd, dat de kinderen (volstrekt Sinterklaas-ongelovig, maar in ‘Sintermama’ geloven ze voor altijd) hun schoen mochten zetten. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd, want als er iets te halen valt, wordt alles met enthousiasme meegespeeld. Alleen vind ik mijn kinderen nu wel oud genoeg voor een tegenprestatie. Laat ze de goede Sint na al die jaren maar eens helpen. Mijn voorwaarde was dan ook: Sinterma doet wat in jullie schoen als de Sinterkinderen wat in Sinterma’s schoen doen. Voor wat hoort wat (en chantage werkt nu eenmaal hartstikke goed in de opvoeding).


Zaterdag, ’s avonds tegen achten: de schoenen zijn netjes gezet. Met een duidelijke hint van de kinderen erbij:
Sinterdinges‘Kom maar op! Sinterdinges!’

Aha. Duidelijk. Challenge accepted. Een paar wortels erbij en twee half bedorven mandarijntjes. Mooi laten staan. Ik kom wel op. Maar jullie dan ook. Game on!

We kijken gezellig The Voice of Germany (ellende), spelen een spelletje Kenniskwis. Tegen elven (bedtijd!) begint zoon ietwat nerveus te murmelen dat zijn schoencadeautje toch eigenlijk wel nú ‘uitgepakt’ c.q. ‘gespeeld’ moet worden. Morgen is het echt te laat…

Ik snap er niks van, maar ik ben de beroerdste niet, dus Why Not: Kom maar op! Sinterkind!

We moeten naar de keuken, alwaar bovenop de eettafel zoons andere, gruwelijk smerige gymschoen staat te gloren. Met iets van een brief erin. Voor mij én dochter: zoon heeft het ‘cadeautje’ namelijk voor ons allebei gemaakt, de schat.

De brief blijkt een plattegrond van ons appartement. Alleen de muren zijn te zien, verder niks. De verhoudingen kloppen niet helemaal (had ik maar zoveel ruimte!) maar dat mag de pret niet drukken.

Verder krijgen we nog een hulpkaart (‘HILFE!’) mee, voor als we echt niet meer weten hoe het verder moet. En natuurlijk een eerste aanwijzing: ‘DU HIER’.

Schoenvulling: brief

dav

‘DU HIER’ klopt niet helemaal, want we staan in de keuken en ‘HIER’ is in de woonkamer, maar dat kon niet anders, volgens zoon, want dan zouden we meteen gezien hebben wat er in de schoen zat.

Op naar de woonkamer, om het ‘DU HIER’ alvast kloppend te maken. Daar ontvangen we het startkaartje met zoekinstructie voor wat een uitgebreide speurtocht door eigen huis blijkt te zijn. Het kaartje laat zien waar we het volgende papiertje kunnen vinden, en het past precies op de nog lege plattegrond, vast te plakken met keurig in de schoen meegeleverde pritstift.

Van de woonkamer rennen we naar het voorraadhok (1) naast de keuken. Really? In die puinbak moeten wij het volgende kaartje vinden?!? Onmogelijk. De voorraden blikjes, flessen sa en cassis (en wijn), emmers, koelkast, schoonmaakspullen, zelfs de broodbakmachine, alles wordt doorzocht. Niks. Nada.

Dan klinkt het achter ons zalvend:
“De blikken van ma en zus zijn steeds naar het lagere gericht, maar bovenin, daar schijnt pas écht het licht!”
We kijken omhoog. Tjemig. Achter het peertje zit een briefje geklemd: een miniplattegrondje van mijn slaap-/werkkamer (2).

Hop, opplakken en door naar mijn slaapkamer. Ik vrees het ergste: de aangegeven zoeklocatie is namelijk in de kast, waar ik al mijn eigen cadeautjes voor Sint en Kerst bewaar. Zoon voelt meteen mijn onrust en zegt: “No worries, mam, ik wéét dat ik daar niet mag komen. Het zit in de andere kant van de kast.” Oh, hoe volwassen en meedenkend, die knul van mij.

We graven door de bak met sokken, BH’s en onderbroeken. Yes! Het volgende kaartje is gevonden. En zo zwoegen we het hele huis door: van de slaapkamer naar de kinderslaapkamer (3), in het bed van dochter (ontsteltenis: “JIJ zat in MIJN bed?? Aaahh!!!”). Ik snap ineens ook waarom het persé vanavond nog moest gebeuren.

Naar de keuken (4). Het papiertje is praktisch onvindbaar in mijn kruiden-en-specerijen-la. De hele handel wordt met grof geweld ontruimd door dochter en daarna weer zuchtend ingeruimd door mij.

Van de keuken moeten we naar de gang (5), waar we de ‘HILFE’-kaart in moeten zetten wegens ‘te goed verstopt’. “Kijk vooral niet in het felle licht, doe dan liever maar de ogen dicht.” Een ware dichter, die jongen! Het kaartje is wederom in ‘het zonlicht’ alias de lamp verstopt.

Vervolgens struinen we naar de wc/badkamer (6) en van daaruit uiteindelijk terug naar de woonkamer (7), waar ik nog steeds niks anders zie dan alles wat er al stond toen we begonnen.

Leuk, zo’n speurtocht door je eigen huis. En jee, wat een werk heeft die knul erin gestopt… Hij geniet er zelf dan ook zichtbaar van.

Daar waar het locatie-kruisje staat, staat het scherm van de beamer. Dochter rukt meteen het scherm van het kastje en voilá.

Onze Sinterdinges-verrassing in volle glorie: een origami-kunstwerk. Mijn houten schaal met kaarsen is omgetoverd tot een waar landschap met mini-tulpen (bespoten met mijn favoriete rozenparfum o.O ), twee grote vlinders, een gigantische ‘sneeuwvlok’ en een hart dat ik achter mijn decolleté kan klemmen.

Ik ben zwaar ontroerd. Allemensen, wat een creativiteit, moeite en liefde heeft hij erin gestopt. En dat voor een 14-jarige puber…

Ik weet nu ook dat hij die middag helemáál niet met zijn Engels-huiswerk bezig is geweest: hij heeft zitten origamiën! En ik besef ineens waar hij al die gekleurde post-its, dat printerpapier, de tandenstokers en die groene eddingstift voor nodig heeft gehad. Huiswerk, duh.

Dan wijst hij vol trots op de ‘Bonus’:
“Hey Mamsiesint, speciaal voor jou is er nog een bonus. Hophop, verder zoeken.”

Het bonus-envelopje bevat wéér een aanwijzing. Vertaald staat er iets op in de trant van: “Mama werkt echt véél te veel en haar valt nu de verlichting ten deel. Ga terug naar de gang en jaag jezelf niet teveel op stang.“
Ik sta werkelijk versteld van mijn eigen kind en kan mijn tranen nauwelijks bedwingen.

In de gang vinden we nóg een kaartje: “Der Spielemacher muss jetzt schlafen” oftewel: de spelmaker moet nu naar bed. Dochter racet meteen naar de kinderslaapkamer (waar ze wegens ruimtegebrek beiden bivakkeren) en duikt zonder omhaal in de hoogslaper van zoonlief.

Dan houdt ze een rol WC-papier omhoog.
“Wat moet jij met pleepapier in je bed, joh? Je kunt ’s nachts óók gewoon naar de WC hoor!” joelt ze met tranen in de ogen van het lachen. Ik kijk geamuseerd naar puberzoon.
“Die is voor als ik mijn neus moet snuiten!! Echt!! Die is nog van toen ik zo verkouden was!!”
Ik lig in een deuk. Alleen de spontane, keiharde ontkenning is al goud waard.

“En. Dat. Is. NIET. De. Bonus!!! Kijk effe verder, ja?”
“Ik durf niet meer!” gilt dochter. “Straks vind ik nog een of ander blotevrouwenblaadje!”
Ik heb het niet meer.
“Kijk dan in die Donald Duck!!” roept zoon terug, lichte vertwijfeling in zijn stem.

Dochter doet braaf wat haar opgedragen is en tovert een prachtige origami-zwaan tevoorschijn.

“Voor jou, mams. Voor de beste en liefste mama van het universum. Met jou kan ik toch altijd weer lachen.”

Ik ben totaal van de kaart. Tot tranen geroerd.

Want mijn zoon weet exact hoe onmetelijk groot dat universum is.

 


 

Overigens kreeg ik van dochter (11) de volgende ochtend dit in mijn schoen:

Een geweldig geschreven, ontzettend lieve brief van Sinterklaas himself (!) aan mij. Dit stond erin (vertaald):

Dankjewel Louise, dat je me al die jaren geholpen hebt. Je hebt me een last van mijn schouders genomen en daarvoor wil ik je bedanken. Ik wil dat je nu ook iets van mij krijgt, als teken van mijn dankbaarheid. Ook wanneer je kinderen ruzie maken, willen ze jou het leven niet moeilijk maken. Wie weet, misschien zul je nog verrast zijn over wat er in je schoen zit en wat je kinderen voor jou doen. Ik zeg enkel: „laat je verrassen!“

Ze heeft de brief helemaal zelf geschreven op de computer, met plaatje erbij. En dan nog dat geweldige pepernotenkunstwerk met hart en naam. En een hoop knuffels.

Ah, de liefde!

Mijn Sinterklaas kan in ieder geval niet meer stuk🙂


 

 

Hand in eigen boezem – over ‘NON. NO. NEIN.’ (EU)

bron: europa.eu

bron: europa.eu

27% EU-Europeanen vindt het oké (‘justifiable’) dat vrouwen in sommige situaties seksueel misbruikt worden. Als een vrouw bijvoorbeeld dronken is of zich uitdagend kleedt, als ze niet duidelijk ‘nee’ heeft gezegd en geen verzet geboden heeft, vindt minstens 1 op de 4 Europeanen het begrijpelijk als ze daardoor tot seks gedwongen wordt. 

Dat meldde Europees Commissaris van Justitie Vera Jourova in een toespraak in Brussel, tijdens de opening van de campagne ‘Vrouwen tegen Seksueel Geweld’.

Ik moest even gaan liggen toen ik dat las. En ik dacht er meteen achteraan: ik ben nu gaan liggen; zou dat óók als teken gezien kunnen worden, dat ik nu wel even genomen mag worden? Ik ben per slot van rekening wél op mijn rug gaan liggen…

Hoe is het mógelijk? 27%! Dat getal staat in een gisteren verschenen rapport van de Eurobarometer. 25 November, afgelopen vrijdag, was de Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen. Het op die dag gestarte EU-project is weer een nieuw initiatief, wéér een poging, om het – al dan niet seksuele – geweld tegen vrouwen in te dammen.

Want het gebeurt nog steeds. Kijk ik alleen al in mijn directe ‘real life’ omgeving (of zelfs naar mijzelf), zie ik vrouwen die binnen hun huwelijk tot seks gedwongen werden, vrouwen die door hun partner regelmatig in elkaar geramd worden, vrouwen die verkracht of meermaals aangerand zijn, vrouwen die op het werk met seksuele intimidatie te maken hebben. Dat is blijkbaar ‘real life’ voor heel veel vrouwen in de EU (JA, IN DE EU!).

Ik noem even wat factsheet-cijfers uit genoemde EU-studie.
– 1 op de 3 vrouwen (van 15 jaar of ouder) heeft te maken gehad met seksueel en/of fysiek geweld
– 1 op de 3 vrouwen is psychisch mishandeld door een intieme partner
– 1 op de 5 vrouwen wordt gestalkt
– meer dan de helft van de vrouwen (55%) is slachtoffer van seksuele intimidatie
– driekwart van de vrouwen wordt op het werk regelmatig seksueel lastiggevallen.
– 1 op de 20 vrouwen is verkracht

bron: wikimedia.commons

bron: wikimedia.commons

En het écht enge is: een kwart van de Europeanen in de EU vindt dat dus in sommige gevallen ook nog prima te verantwoorden!

‘Jij hebt wel een erg kort rokje aan, meiske. Je vráágt er ook gewoon om, hè.’
‘Heb je iets teveel gezopen, meid? Dan merk je er toch niet veel meer van, dus hoppa. Eigen schuld, dikke bult.’
‘Je zei toch geen ‘nee’? Je stribbelde niet eens fatsoenlijk tegen! Dus wat wil je nou?’
‘Liefje, wil jij zo graag die promotie? Laat dan maar eerst eens zien of je er lichamelijk wel fit genoeg voor bent…’

‘Kun je je klep weer eens niet fatsoenlijk dichthouden, schatje? Geen probleem, dan sla ik hem wel even dicht.’
‘Wat kijk je sexy op je profielfoto! Dan mag ik je in de chat toch wel vragen of je even een potje komt neuken? Kom op zeg!’

Alom geaccepteerde uitspraken, blijkbaar. Dát is everyday real life. Nog steeds.

Naast heel eng is het ook nog eens enorm hypocriet. Wij Europeanen wijzen namelijk maar al te graag met het vingertje naar andere buitenlanden (inclusief niet-EU-Europa) of naar asielzoekerscentra en vluchtelingen. Dat zijn de machtswellustelingen, de vrouwonvriendelijken en de geweldenaars, de verkrachters van onze dochters en de misbruikers. Een half jaar geleden was er bijvoorbeeld publieke commotie over India, waar harde maatregelen werden genomen om van het image ‘Land van Verkrachters‘ af te komen, terwijl Nederland relatief gezien nog vele malen erger was (is).

Maar nu, nu zijn er dus weer nieuwe cijfers over onszelf, die geen haar beter zijn. En die cijfers zijn ook nog eens vertaald naar ‘kosten voor de gemeenschap’. Dan hakken ze er pas echt in. Het (seksueel) geweld tegen vrouwen kost de EU gemiddeld zo’n 226 miljard euro per jaar (gebaseerd op een berekeningsmethode van Day/McKenna/Bowles, uitgelegd in dit rapport). Want naast de zorgkosten (eerste hulp, behandeling, therapie) en de hoge justitiële kosten, zijn er ook grote economische kosten: vrouwen vallen door het geweld weg uit het arbeidsproces, leveren niks meer op, so to speak. Duur!

Als ik deze cijfers zo zie – cijfers van ons eigen, oh zo geciviliseerde en fatsoenlijke Europa – kunnen we dus beter eerst maar eens doorgaan met flink opruimen in eigen huis. En moeten we ook van die blijkbaar nog steeds heersende, gruwelijk enge visie af, dat vrouwen al dat (seksueel) geweld in sommige gevallen aan zichzelf te danken hebben en dat het dus oké is. Geweld is nooit oké.

Dus steek die hand eens in eigen boezem, in plaats van in die van anderen.


[Eerder gepubliceerd op HoeVrouwenDenken.nl]

Het einde van een seizoen

De laatste keer dat ik hier een blog postte, was het midden mei. Ik moest even kijken of het wel mei dit jaar was: het voelt als een eeuwigheid, als veel meer dan ‘maar’ zes maand.

En terugblikkend op het afgelopen jaar denk ik: ik zit weer eens aan het einde van een seizoen. De meeste puzzelstukken die in het voorbije tijdsbestek over de tafel vlogen (of er zelfs onder lagen), vallen op hun plaats. Het wordt rustiger. Geen alsmaar groeiende spanningsboog, geen anti-climax. Integendeel: de boog óntspant. De tevredenheid – met de status quo en met alle ontwikkelingen die daartoe hebben geleid, maar ook met alles wat nu gaande is – groeit met de dag.

Hoort dat bij het ouder worden? Of bij het persoonlijk volgroeien? Of gewoon nergens bij en is het enkel een cyclus?

bron: wikipedia

bron: wikipedia

Ik denk ook aan alle die keuzes die ik, onbewust afstevenend op dat naderende seizoenseinde, heb gemaakt. Reflectie, overpeinzing. Niet of die keuzes goed of slecht waren, maar meer over waar ze me nu hebben gebracht. En er komen nog steeds verse beslissingen bij. Elke dag.

Onlangs heb ik de laatste aflevering van het tweede seizoen van de serie ‘The Affair’ gekeken. Een nogal intense serie, waarin een man bij een rechtszaak rondom een moord (what else) uiteindelijk moet kiezen tussen twee van de betreffende doodslag verdachte vrouwen. Van de ene houdt hij zielsveel, de andere is en blijft de moeder van zijn kinderen.

Hij kiest niet. Integendeel: uiteindelijk offert hij zichzelf ter plekke in de gerechtszaal op voor al diegenen die hij liefheeft. Hij bekent zelf de dader te zijn. Die is hij niet, maar ook dat kan weer veranderen in een volgend seizoen.

Natuurlijk houdt de serie hier niet op: het einde is namelijk niet happy genoeg. Want: Everything will be okay in the end. And if it’s not okay, it’s not the end. Dat zeggen ‘ze’ toch altijd? Series houden pas op als alle handelingen volledig uitgekauwd zijn. Als het verhaal doodgebloed is. Als er ook met de grootste moeite geen kloppende ader meer te ontdekken valt.

Seizoen drie is inmiddels van start gegaan: het affaire-leven rolt weer vrolijk verder en we kauwen nog even verwoed door. Net als in het ware leven: dat houdt ook pas op als het bloed stollende is.


“Life’s nothing but a never-ending shitshow of how things are supposed to be. A rodeo of choices you once made, that have never been wrong or right. Just making choices. You’d think you’d get better at it with age, but you don’t. You just make ‘em and live with it. Until there’s no life left. Just choices. ‘Til the last one. Which is never a choice. Just a shitty ending.”
[Quote uit ‘The Affair’]

Or not. And life still goes on.

Kinderfilosofie

“Mam, wat nou als jij mij niet gekregen had… Had iemand anders mij dan gekregen?”
Poeh, da’s best wel een filosofische en spirituele vraag. En ik ben zo a-spiritueel en a-filosofisch als wat.

“Da’s een moeilijke, schatje. Als je bijvoorbeeld gelooft in reīncarnatie en in een ziel, dan zou het best zo kunnen zijn dat jouw ziel in het lichaam van een andere mens terecht zou zijn gekomen.”
“Dat snap ik niet. Dan zou ik ‘ik’ toch niet meer geweest zijn?”
“Het is maar hoe je het bekijkt. Dan ben je de ‘jij’ die je dan geworden zou zijn. Van de ‘jij’ die je nú bent, zou je dan nooit iets geweten hebben.”

“Maar… dat is toch erg? Dan had niemand mij ooit gekend zoals ik nu ben! En dan had jij me moeten missen!”
“Nee, want dan had IK jou nooit gehad. Dan zou ik je ook niet missen, omdat ik je nooit gekend zou hebben.”
Het begint wel wat ingewikkeld te worden nu.
“Maar, maar… als ik er niet geweest was, dan zou jouw wereld nu toch heel anders zijn? Of weet je dan niet eens dat ie anders is, omdat je niet weet dat ik óók had kunnen bestaan?”

Filosofie van de hoogste plank.
En dat voor een tienjarige…
Ze heeft bijna tranen in haar ogen, maar ze gaat door.
“En als jij papa nooit ontmoet zou hebben, dan waren wij er zelfs allebéí niet geweest…”

Zoon (13) mengt zich in het gesprek: “Ja, maar dan wéét je dat toch niet? Als je helemaal niet bestaat, mérk je toch ook niet dat je nooit bestaan hebt? En als je wel bestaan hebt en je bent doodgegaan, weet jij dat zelf toch óók niet? Dat weten alleen de anderen, die nog wél leven.”

“Daar wil ik niet over nadenken. Ik word hier heel verdrietig van.”
Zoon rolt met zijn ogen en zucht eens diep. En dan ratelt hij erop los.

bron: pixabay.com

bron: pixabay.com

“Als mama nooit geboren was, was jíj nooit geboren. En als oma nooit geboren was, was mam er ook niet geweest. En als de oerknal nooit gebeurd was, waren er helemaal nooit mensen geweest. Dan was alles gewoon nog lekker leeg, want dan was er niet eens een ‘alles’! En als je zo nodig in een God wilt geloven, en die God had toevallig een rotdag gehad en geen zin om van Adams rib nog even een vrouw te knutselen, dan waren er helemaal geen vrouwen geweest. Dan hadden mannen zichzelf moeten klonen of de hele mensheid was gewoon een foutje geweest. Is ie sowieso. En dan had jij óók niet bestaan.”

Dochter kijkt haar broer met grote, waterige ogen aan.
“Waar héb je het over?”

“Over het feit dat de wereld om de zon draait en niet om jou.”

Basta.


Eerder gepubliceerd op: HoeVrouwenDenken.nl <- kijk daar voor meer artikelen, blogs en columns!

Van ietsje naar Nietzsche

…en van het minimalisme op naar het nihilisme.niets

Ja ja, ik ga mij bekeren tot het nihilisme. Wat ik zo geweldig vind aan nihilisme? Niets… Maar ik heb er ook niets op tegen. Ik ben een grote fan van niks. Bowie is inmiddels succesvol bekeerd tot het niets, Jackson en Prince ook. Dus waarom ik niet? Geen enkele reden. Zie, daar heb je het weer!

Eerder werd ik al zeer geïnspireerd door het minimalisme: het zo goed mogelijk leven met zo min mogelijk xyz [zelf in te vullen:’Dingen’ bijvoorbeeld. Of ‘materiële sores’. Of je vult gewoon helemaal niets in; dat is dan weer het prille begin van je nietsisme]. Dus enkel dat wat je nodig hebt. De rest elimineer je successievelijk uit je toch al loze bestaan.

Maar: met het minimalisme heb je tenminste nog íets. En de shit daarvan is, dat het verdoemde vergelijken dan weer opnieuw begint. Heb ik dit ene ‘iets’ echt nodig? Of toch juist dat andere daar? Moet dit beter? Of is dat eigenlijk wel voldoende voor mij? En van al dat gepieker raak je geheid in een pessimistisch minimalistische bui (‘ik flikker alles ’t raam uit!’), wat bijvoorbeeld anti-pessimist Nietzsche [spreek uit: Nietsje! What’s in a name…] weer helemaal niets vond. Hij sprak zich dan ook uit voor het volledige nihilisme: dat was voldoende.

Apropos, voldoende, weer zo’n begrip. Ben ik zelf voldoende? Ben ik überhaupt nog iets? Doe ik dan niets werkelijk goed, in vergelijking met anderen? Dan kijk ik dus meteen weer naar die andere net-niet-nihilisten en denk: nee, da’s óók niets… Daarom ben ik gestopt met het mezelf met anderen vergelijken middels facebooktestjes. En zie daar: nu ben ik zo’n 32% zelfbewuster dan mijn vrienden.

Ja, nihilisme is fijn! Simpelweg omdat het he-le-maal niks is.
Je hebt zelfs geweldige nihilistische moppen:



Enfin. Ik zag het volgende bij een zwaar nihilistische twitteraar.
Het treft ’t niet, maar het is wel aardig:

Roses are red
violets are blue
Life’s an illusion
Sentience is too
Nobody cares
None love you back
Please enjoy life
Then fade into black

Dus hou ik mij een leven lang bezig met futiliteiten tot er een fulminant ‘niets’ meer overgebleven is.
En dan ga ik daar lekker helemaal niets meer aan doen.

Niets is het nieuwe iets!

niets2


Eerder gepubliceerd op: HoeVrouwenDenken.nl