Virtuele koelte

Virtuele koelte waait me toe waar in real life de warmte en genegenheid me overstromen. Zo moet ’t ook zijn denk ik. Maar toch mis ik ’t contact… het warme, het spannende, de intensiteit. Weg. En ik weet niet waarom… What did I do… Ik concentreer me op real life warmte, op echte genegenheid. Maar ik blijf ’t missen, die bepaalde personen…

Géén onderduiken…

… maar gewoon wég.

Weg.
Even uit ’t beeld verdwijnen.
Weg.
Eerst terug naar mezelf.
Weg.
Niet meer proberen aanwezig te zijn.
Weg.

Ik noem ’t geen onderduiken. Dat vind ik een te beladen term. Onderduiken doe je als je vlucht voor iets en niet gevonden wilt worden. Ik wil best gevonden worden. Gráág zelfs. Maar ik ga zelf inderdaad even heel hard proberen om niet meer aanwezig te zijn. Gemist word je sowieso door maar heel weinigen.

Wie mist mij…
Wie vindt mij…
Wie houdt van mij…
Wie trekt me weer terug in de aanwezigheid…
Wie…

Dag allemaal.
Tot #ooit…
(en ooit is een mooi woord. Want dat is niet nooit).

Het komt niet meer aan.

Ik heb zoveel gehoord en toch komt ’t in mijn hoofd nooit aan
dat is de reden waarom ik ‘s-nachts niet slapen kan
ook als ik duizend teksten over mijn gemis schrijf
betekent dat nog niet dat ik begrijp
waarom dit gevoel voor altijd blijft…

mooie tekst van een duits liedje (Jupiter Jones)

Soms voelt ’t zo.
Zoveel horen.
Zoveel voelen.
Zoveel dingen die op me afkomen
dat ’t allemaal niet meer in m’n hoofd past.
Zoveel tegelijk.
Het komt niet meer aan.

Ik denk en denk na over die chaos aan dingen.
Doormalen, wakkerliggen.
Maar het gevoel blijft…

Ergens mis ik iets.
Iets wat nog in mijn leven zou horen,
iets wat er zelfs na 40 jaar nog ontbreekt.
Of was het er ooit wel en is het nu weer weg?

Onbestendig.
Nog niet aangekomen.
Zoekend.

Zou ik dan daadwerkelijk ergens in dat beruchte midden van mijn leven zitten?

X-mess aftermath

Wat ’n zooi heb je van zo’n kerst. Overal ligt nog papier, een verdwaald stuk kado-lint, plakband. Op elk vrij stuk meubilair liggen onderdelen van de kerstbuit.

Spelletjes, boeken, lego, stof, nintendo’s, puzzels, plastic zakjes, adapters, kerstkoekjes-op-een-glazen-bord, elastiekjes, dozen, metalen verpakkingsdraadjes, halve chocosinten, dennennaalden, nog meer stof, kranten van 4 dagen geleden, styroporstukken, afstandsbedieningen, gebruiksaanwijzingen, kaarsenstompjes, snoertjes, wolmuizen, kapla, een lillyfee-tijdschrift, een donald-duck-pocket, mandarijnenschillen, …

Ik ga maar ‘ns opruimen geloof ik.

Morgen.

Of wordt ’t toch een goed voornemen?

Ja, in 2013 ga ik écht opruimen 🙂

Kerstklaar

Klaar mee.
Nog propvol met al het eten van gisteren.
Twee intense kerstavonden achter de rug.
Bergen kado’s doorgeworsteld.

“Wèèèhhh die Polly Pockets héb ik al!!!”
Niet waar. En al heb je het daadwerkelijk al, dan heb je er nu lekker dubbel zoveel van.
“Waarom krijgt hij dat? Dat wou IK!!”
Omdat hij erom vroeg. Jij niet.
“Maaaaam, mijn electronisch dagboek is NU al kapot!!”
Ja, vind je ’t gek, na 3291 x dichtgemept te zijn om nóg een keer dat paswoord er in te kunnen gillen.
Morgen maar omruilen, er zit vast nog wel garantie op…
Het ding moet toch wel een beetje kindbestendig zijn als het voor kinderen gemaakt is, lijkt me.

Vanochtend de nieuwe (ook gisteren gekregen) kinderstereo’s uitgepakt en geïnstalleerd op de slaapkamers.
Hoop luisterboeken erbij gesleept.
En nu zitten ze allebei al bijna 1,5 uur boven, op hun slaapkamers.
Te luisteren.
Wát een rust.
Wát een perfecte kado’s waren dit.

De Nintendo 3DS is inmiddels door oma – die hier nog even kerstkoffie is komen drinken – in beslag genomen, hij lag er maar doelloos te liggen dus een potje Mario Kart is best wel ‘ns interessant. Oma 2.0, die er geen idee van heeft wat het internet is. En ze doet ’t niet eens slecht. Man knutselt vlijtig met zijn Lego Mindstorms robot.

Alle kinderen en bejaarden tevree, kan ik mooi effe bloggen.
Dat ik klaar ben met kerst.
Volgend jaar doe ik weer een poging tot perfectkersten.

Dag kerst!!
Fuck you very much 🙂

Das Christkind war da

Half 6. Donker. Kinderen afgeleid met tafelvoetbal boven.
Ik scheur naar de berging en drapeer 3 tassen vol kadootjes snel-snel onder de boom,
steek de 18 kaarsjes in de kerstboom aan.
Snel de trap op: ik tafelvoetbal voor de schone schijn ook nog effe mee.
“Hee, ik heb wat gehoord!!”
“Echt?? Oh, misschien was ’t kerstkindje er nu wel!!”
Gestommel de trap af.
“Jaaaa!!! Moet je kijken!!”
Goh. Ik sta paf. Wie heeft díe er nou neergelegd?
En de boom staat ook nog niet eens in de fik.
Ik blij.

Dan gaat ’t snel.
Binnen mum van tijd zijn  de kadootjes uitgepakt.
Dochter: een electronisch Kiddy-dagboek en een Wendy/Barbie-pony.
Zoon: een afstandsbestuurbare crossmotor en een Wat-is-Wat lexicon.
Dochter en zoon samen: een boek over insecten en een Nintendo 3DS met Mario-Kart spel.
Man: Lego Mindstorms en ’n Merino trui.
Ik: mijn geliefde Garmin-navigatiesysteem, een kaars en een CD.
We zijn weer verwend. Alles nog idyllisch. Maar dan.
Komt het “in gebruik nemen”.

Ten eerste is die pruttel echt gewéldig ingepakt. Je hebt een schroevendraaier, een mes en een knijptang nodig om die dingen uit hun verpakking te krijgen. IJzerdraadjes, schroefjes, gewapend plakband, 0,5 cm dik karton. Ze doen er alles aan om het je onmogelijk te maken, het geliefde object uit z’n gevangenis te bevrijden. En dat met een springend en jengelend kind ernaast dat bij tijd en wijle even meerukt aan de draadjes en schroefjes. Het paard heb ik er ’t snelst uitgekregen. De motor niet snel daarna. Maar dat ding blijkt op onze geweldige, gladde laminaatvloer niet genoeg grip te hebben: die is gemaakt voor buiten op de weg. Dus wachten tot morgen. Zoon sjaggie.

Het electronisch dagboek is een absoluut zenuwdodend ding. De verpakking was niks voor dummies: je moest de ‘schroefplaten’ aan de achterkant een kwartslag draaien om ze eruit te kunnen trekken. Daar moet je eerst maar ‘ns opkomen zeg!! En op de verpakking zelf staat natuurlijk niks daarover. Maar het ergste is: het ding heeft een electronisch paswoord dat je moet zeggen voordat de klep open gaat. Eerst moest je het instellen, wat na wat geklungel en gereset daadwerkelijk lukte. Het is haar naam (hoe origineel).
“Zeg je paswoord!” roept ’t ding.
“HALLO!” gilt dochter.
“Het paswoord is fout!”
“Hop! Open jij!” gilt dochter.
“Het paswoord is fout!”
Ik zeg: “lieffie, je moet je náám zeggen. Anders doet-ie ’t niet”
Dochter roept haar naam van heel dichtbij in ’t microfoongaatje.
Klik, de klep zwiept enthousiast open, met een harde pets tegen haar neus aan.
“AUW!” gilt dochter en mept de klep gefrustreerd weer dicht.
Zucht…

De nintendo. OK, dat is een electronische-apparatenverpakking en dus goed te doen. Ding aan: lampje rood. Stekker uitpakken en ding eerst stroom laten lurken. Dan installeren. Naam. Internetverbinding. Calibratie. Leeftijdsbescherming. En dat alles met 2 paar begerige kinderhandjes die de NDS het liefst meteen uit je handen willen grissen. Mario-spelletje erin gedouwd. “Om dit spel te spelen, moet u eerst een Software-update installeren. Wilt u dit nu doen?” Aaarrghhh!!! NEE NEE NEE!! Ik wil gewoon dat dat ding het NU doet! Sofort!! Software uiteindelijk geinstalleerd gekregen. En nu vechten ze er met vol geweld om wie er met het ding mag spelen. Alles back to normal. Uiteindelijk kijken ze dan toch allebei maar TV.

Ik ga de mormels per direct in bed stoppen en dan aan een groot glas wijn.
Kerstavond hebben we ook weer gehad.
En dát ga IK nou ‘ns uitbundig vieren!!!

warm

warm.
van binnen en van buiten.
warm door de geborgenheid.
warm in ons heerlijke huis met stabiel dak erop.
warm door 2 heerlijke, gelukkige kinderen.
warm met zijn 4tjes coccoonend op 4 vierkante meter.
warm met 18 brandende kaarsjes.
warm van de echte, zelfgemaakte hete chocolademelk.

Straks, als ’t donker wordt, komt dat kerstige kindje.
De kinderen staan nu al stijf van de spanning.
En ik zit hier, kijkend naar mijn geluk.
Naar wat ik allemaal heb en wat eigenlijk
helemaal niet zo vanzelfsprekend is…
Familie, kinderen, een dak boven je hoofd.
Genoeg te eten en te drinken, geen geldzorgen.
Geen ernstige ziektes, geen gebreken,
Geen grote onzekerheden of verlies.
Zoveel liefde en geborgenheid.

Het is goed zo.
Maar soms moet je jezelf even
met een brok in je keel
aan de mouw trekken en zeggen
“wéét je eigenlijk wel hoe goed je het hebt?”

Ja, ik weet ‘t.

En ik wens ’t iedereen toe.