Ski odyssey

Gisteren was onze jaarlijkse skidag van de lokale sportvereniging. Ik ben (samen met 3 andere dames) trainster van de kleinste voetballertjes (de “bambini’s”) en op deze skidag gaan trainers, voetballers en -sters, partners etc. van de club mee om (zonder kinderen, welteverstaan) een dagje lol in de sneeuw te hebben. En vooral véél te drinken, dat ook. Ik ben ieder jaar weer hogelijk verbaasd hoeveel alcohol een mens (met de nodige overgeefintermezzo’s natuurlijk) naar binnen kan werken. En dat om 6 AM al hè. Men stouwt de ski’s en de schoenen ergens in die bus, graait een fles bier (of twee) (of drie) uit ’t krat voorin en plant zich – ’t liefst achterin de bus want in de voorste helft zitten de minderdrinkers en slapers – op een stoel. En drinkt. En drinkt. En drinkt. De ietwat volwassenere rest van de bus sluimerde nog heftig in de vroege ochtenduren.

Na 3,5 uur bushobbelen en een ontbijttussenstop (Semmeln, harde worsten, kaas en de nodige koffie tussen de alc door) waren we om half 10 op de plaats van bestemming: Dienten am Hochkönig. Een volledig ingesneeuwd en nog steeds verder insneeuwend gehucht in the middle of nowhere. Prachtig landschap, diepbesneeuwde bomen, metershoge witte, uitgefreesde sneeuwwanden langs de weg. ‘t-Mocht ‘m de pret niet drukken: er werd geskied – ook met 2,0 promille. Diepe, dikke sneeuw en enkel boekelpistes. Vooral zwarte. Dan merk je als nederlander weer goed, dat je genetisch ongeschikt bent om te skieën. Maar ik kom overal vanaf, mij krijgen ze er niet onder.

Hüttentijd: Kaiserschmarrn en een half kopje Glühwein (meer kreeg ik niet weg want toen moest er weer geskied worden). Dikke sneeuwstorm en benenbreeksneeuwhompen op de piste. Om 3 uur waren we het echt zat. Terug bij de bus wilden we daar even onze skischoenen inwisselen voor snowboots maar de buschauffeur kreeg de bus niet meer open: de deur (en wat later bleek: het hele stroomgebeuren in de bus) blokkeerde. Door de kruipruimte in de bus maakte hij deze na een goeie 20 min. wachten in de sneeuwstorm van binnen uit open. Joepie.

Weer hüttentijd. Party met dikke goulash, bier, schnaps, spijkerslaan met de ‘scherpe’ kant van een bijltje (hamertje-tik voor Hüttengängers), bardansen, hossen en nog meer bier. Er werd op de bar gedanst (met skischoenen, tot groot verdriet van de barman) en de sirtaki gehost, er werd gezoend en buiten werd een enkeling met zijn hoofd in de sneeuw gedouwd. Om half 7 was ’t ook daarmee Schluß: naar de bus – op naar huis. Dachten wij. Ons jonge busbestuurknulleke namens Manuel had weliswaar de sneeuwkettingen erop gekregen in die paar uur dat wij rondhosten, maar nu moesten we hem eerst uit de Hütte ernaast trekken om ons naar huis te brengen. De bus was inmiddels redelijk ingesneeuwd. Ik kon in ieder geval niks zien uit ’t raam en volgens mij zag ons Manuelleke zelf door de beslagen en verijste voorruit ook niet veel meer. Hij had de bus nog evt. om kunnen draaien om zo de kortste en snelste weg uit het dal terug te nemen, maar nee, waarom makkelijk als het moeilijk kan: gewoon rechtdoor karren richting Duitsland en van daaruit terug naar de autobahn. Bus omdraaien tsssss, wat een idee zeg… Maar goed, we reden. En toen schreef ik dit op FB:

“Volgens mij gaan wij vandaag niet meer thuiskomen. Ik zit in een bus met 60 doorgezakte voetballers waarvan minstens tweederde echt straalbezopen is. Het dal waar we inzitten is compleet ingesneeuwd, maar de buschauffeur – die sinds 2 weken zijn busrijbewijs heeft: dit is zijn eerste grote trip – heeft uiteindelijk de sneeuwkettingen gevonden ėn erop gekregen. We zijn nu een kwartier onderweg en nu heeft al 1 stuk onbenul gekotst en is de eerste pinkelpause een feit […]  Ik heb ook net ervaren wat de 2e baan van de chauffeur is: begrafenisondernemer. Ik vroeg me al af waarom hij compleet in t zwart gekleed was met sjieke zwarte schoenen… (echt hė, kein Scherz). De horde plassers komt terug, zingt zuipliederen en proost met flesjes Schnaps… Chaos. Pure chaos. Bus blijft weer staan: er rent nog iemand buiten achter de bus aan. Ik weet nu wel zeker dat ’t morgen is voordat we thuiskomen. Áls we thuiskomen. Ik klamp me krampachtig vast aan mijn rugzak: daar zitten nog ’n paar crackers, een appel en een flesje ijsthee in. Van mij. Alive… wish me luck. Someday I will return.”

Someday bleek daadwerkelijk pas de volgende dag te zijn. Buurman heeft uiteindelijk de tweederde van mijn pak crackers opgegeten, tegen de kater. Na op een – volgens mij inmiddels wegens sneeuwoverlast al lang weer afgesloten bergweggetje – twee sneeuwschuivers op millimeters na precies gepasseerd (eerst 10 minuten stil staan, kijken of ’t überhaupt kon, passen en meten, toeteren, vloeken, millimeterwerk, gelukt) en stapvoets 25 km haarspeldbochtjes (inclusief nog 2 kots- en pinkelpauzes)  overmeesterd te hebben, kwamen we in Maria Alm en vervolgens in Saalfelden. Zuchten van opluchting, we did it… NOT!! Deze bustrip was overduidelijk Manuel’s eerste grotere bustour met echte ‘levende’ mensen… Maar ach, ook dat was slechts een kwestie van tijd 🙂

20km afgelegd in 1,5 uur – eine Meisterleistung. Op een parkeerinham op de weg van Saalfelden naar Lofer moesten rond half 9 de sneeuwkettingen eraf. Na 18 keer 20 cm achteruit te zijn gereden stond de bus met zijn achterste vast. En vooruit ging niet meer: er blokkeerde iets. Dat bleek de ketting rechtsachter te zijn, die zat compleet vastgeklemd tussen de tweelingbanden. Fout erop gelegd, nog fouter eraf getracht te halen. Kijken. Trekken en duwen. Inmiddels regende het. IJsregen welteverstaan…

De mannen plasten er intussen lustig op los maar wij vrouwen konden nergens heen, dus uiteindelijk ook maar bij een huis 100m verderop gevraagd of we asjeasjeasjeblieft even naar de WC mochten. Wat een opluchting… Chauffeurtje moest “even de motor uitzetten”, we moesten ons vooral geen zorgen maken. Nee tuurlijk niet, daarvoor was het alcoholgehalte sowieso al te hoog. Helaas ging niet alleen de motor uit maar het hele stroomsysteem incl. noodstroom. Met geen stok meer aan te krijgen. Rond half 10 begon het koud te worden in de pikdonkere bus. Heul koud. Buiten waren ze nog aan ’t morrelen met de ketting maar zelfs met de electrische handcirkelzaag (en ca. 50m verlengsnoer) van een aardige omwonende was-ie er niet tussen weg te krijgen. Het bier in de bus was inmiddels op, de schnapsflesjes ook. De stemming begon inmiddels duidelijk te bekoelen. Ingepakt in skijacks, sjaals en mutsen sliep zo menigeen uiteindelijk maar een uurtje of wat, koude alcoholwalmpjes uitwasemend.

Half 12: ik word wakker van knipperende oranje lichten naast me. Daar, naast een grote bus met veel knipperend licht, stond de zwarte gestalte van een autoreparatie-engel. Die maakte eerst de stroomverzorging weer in orde. Mijn engel… Verwarming, licht, radio. Gejuich. Daarna werd vakkundig het wiel eraf gehaald en de ketting bevrijd. Mijn opperaardsengel… Meer dan een schim heb ik nooit van hem mogen zien, maar ik had ‘m kunnen zoenen, deze reddende engel. Hij kwam, bevrijdde ons en verdween met een subtiel drukje op claxon weer in het niets. Om een paar minuten voor middernacht reden we weer. Nooit verwacht, toch gekomen – wat een heerlijkheid, zo’n rijdende, warme bus.

Rond 1 uur – in het kleine Deutsche Eck (in Duitsland dus) – was het dan toch echt Burger-Kingtijd. Schransen tegen de kater. En plassen natuurlijk. Een lolbroek die de verbouwereerde BK-kassaknul even vroeg “of hij ook Schillingen accepteerde want DM had-ie niet bij zich”. De busverwarming stond het afgelopen uur op 26 graden ofzo, dus terwille van mijn verschroeide schenen koos ik heel verstandig een milkshake. Eten kon ik niet om die tijd. Om half 4 in de vroege ochtend kwamen we aan. Terug. Thuis, bij het sportveld. Schertsend zei ik tegen mijn buren (die met mij mee waren gereden vanochtend): “ik hoop dat m’n auto start, het ding is niet zo heel betrouwbaar meer de laatste tijd” en buurvrouw foeterde: “en dat zeg je nú pas???” Ik draai de sleutel om en whoppa: hij start niet. Echt, dit gevoel is níet te benijden. Ik sloot mijn ogen en aaide het dashboard. “Ah toe nou, lief karretje van me, je kunt het…” En probeerde het nog een keer. Jaaaaa!!! Met lief vragen kom je blijkbaar toch een heel eind. Om kwart voor 4 waren we thuis. Om 4 uur viel ik volkomen kapot in mijn bed.

Ik moet nog even nadenken of ik volgend jaar weer mee ga. Ik weet het nog niet helemáál zeker.

Ski odyssey.

(En van dit verhaal is niets gelogen, overdreven of anderszins erbij verzonnen. Ik heb voor alles getuigen 😉 Pure non-fiction dus. Beetje lang geworden, dat ook, maar ik moest ’t toch even van me af schrijven :-)).

Eén reactie op “Ski odyssey

  1. Vrouw « schreef:

    […] Het begon ongeveer een maand geleden, midden in de diepdonkere nacht na een horrorskitripje (zie hier) toen ik gekscherend tegen m’n mee terug rijdende buren zei:  ” ‘ns kijken of […]

    Like

Ja, zeg 't maar... (graag zelfs)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s