andersom.

een geweldige song.
een prachtige tekst.
alleen….
precies andersom.

onderaan staat de song (via youtube),
als je mijn aangepaste tekst al leest,
luister de song er dan eens naast…

___________________________________

Ik vertel over de pijn als ik op je wacht
’s Nachts gaat de bel, je wankele stap
Ik zeg: “ik verander nooit”
Jij vertelt honderduit en ik luister te goed
Je zíet dat ik je mis en je zegt dat dat moet
Ik zeg: “waarom blijf je niet”

Maar de stilte valt zo hard
dat het wel waar moet zijn
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn
Brengt me niets, lief, meer dan pijn

Ik vertel over ons, ja wat waren we goed
Jij die niets wist,
weet nu zeker wat moest
Jij ziet, ik geloof je niet
Dus jij verlangt weer naar mij,
weet maar al te goed
Dat het niets wordt.
liegt: “het komt wel weer goed”
Ik zeg: “waarom zwijg je niet?”

Maar de stilte valt zo hard,
dat het wel waar moet zijn
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn

Steeds als jij vertrekt, dán wil je terug
Als jij er bent, dan vlucht je weg
Je doet me pijn terwijl ik denk: “hij verandert”
Ik weet, jij verandert nooit…
Brengt me niets, lief, meer dan pijn

Ja, zo gaat het met alles waar ik eens om gaf
Ik wil het wel kwijt maar ik raak er niet af…
Had ik je maar nooit gekend
Want nog voor je de deur weer achter je sluit
Kom je al terug op je laatste besluit
En draait je nog een keer om

Maar de stilte valt zó hard,
dat het wel waar moet zijn…

Je brengt me niets, lief, meer dan pijn,
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn,
Je brengt me niets, lief, meer dan pijn.

___________________________________

janboel

de ogen moe teneergeslagen.
denken aan
de nachtmerrie van vandaag.

denk aan jou.
zo ontzettend geschrokken.
van je eigen hart.

denk aan jou.
je hele hebben en houwen
laten liggen. weg is het.

denk aan jou.
zoveel liefde in jouw leven
zo genietend van gevoel.

denk aan jou.
door die rotziekte gesloopt
uitgerekend vandaag.

denk aan jou.
zomaar van achteren aangetikt
nu pijn en een kapotte auto.

denk aan jou.
een overlopend hoofd zo vol
even pauze nemend.

denk aan jou.
geen woord van je gehoord.
en tóch denk ik ook aan jou…

maar als ik niet van jou mag houden
wil ik ook niet van je houden.
als ik jou niet aan mag raken
wil ik ook niet aan je denken.
als jij mij niet wilt
wil ik jou ook niet willen.
en als jij me niet ziet
weet ik niet meer wat te doen…

*click*
hoofd uit.

Shocking Day

… klinkt als Boxing Day, maar zo gezapig als op 2e kerstdag was het vandaag tot nu toe dus écht niet. Eerst een shock op Facebook, waar een nieuwgevonden vriend ineens ‘live’ alle symptomen van een hartaanval beschreef, en dat hij zich toch best wel zorgen maakte (een 112-momentje noemt hij dat, duhhh…). Sterkte Paul, ik hoop echt dat dit een giga-sisser gaat worden, maar tot nu toe ga ik nog maar even door met me zorgen om jou maken…

Ondanks dat toch maar traditiegetrouw eten gekookt (zoals wij goed geïntegreerden braaf ‘s-middags doen hier in Oostenrijk), dochter kwam inmiddels het huis binnenstommelen, bij de voordeur met schoenen aan (voor de duidelijkheid: die dienen hier bij den voordeure uitgetrokken te worden)  en ‘Schulranzen’ nog op de rug alweer haar vaste middagvraag roepend: “Darf ich fernsehen??” en ik mijn steevaste antwoord al terugbrullend: “Nee!”

Om 10 voor 1 denk ik: “Hmmm. Zoon is wel laat. Raar.” Dochter probeert ’t nog een keer met de TV en ik verzucht dat ze dan maar 5 minuten moet kijken voordat zoon thuis komt. Om 1 uur denk ik: “dit is niet normaal” en bel de buurvrouw om te vragen of haar zoon T. (zit in dezelfde klas en gaat met dezelfde bus naar huis) al thuisgekomen is. Die neemt op en ik hoor hem al op de achtergrond. “Ja hoor, die is al laaanggg thuis”, vermeldt ze. En nee, zoon zat niet in de bus. Ik hoor buurjongetje op de achtergrond brullen dat een man hem weer uit de bus gehaald en meegenomen had.

Boink… SHOCK!!! De nachtmerrie van iedere moeder. Een man. had. hem. meegenomen…
Ik kwak de hoorn op m’n iphone, sleur dochter bij de TV vandaan en prop haar met blote voeten in de auto. Met het hart achter m’n huig scheur ik over ons landweggetje (2m breed en deels opgebroken omdat er opnieuw geasfalteerd wordt). Ik geloof dat ik de 100km/h dik gehaald heb :-S (laat man het niet horen). Ik was binnen een minuut op school, ruk dochter uit de auto en ren naar binnen. De directrice zit nog in haar kamer en buiten adem en best wel redelijk in paniek (*kuch*) vraag ik haar of ze zoon nog ergens gezien heeft, of ze weet waar hij is want ik ben hem kwijt (zij kent hem heel goed). En met vermoeide doch relaxte stem zegt ze: “ja tuurlijk, die is met zijn leesbegeleider en de andere kinderen een ijsje eten, dat hadden we toch afgesproken?”

Ik zak bijna door m’n knieën. Verrek ja. Dat was ook zo. Waarom ben ik in vredesnaam zo ontzettend vergeetachtig de laatste tijd?? Als ik m’n kont niet zo goed vast had zitten, had ik dat ding ook vast nog wel ergens laten liggen… Zoon is zwaar dyslectisch en heeft op school één uur per week extra leesbegeleiding. Een uurtje intensief lezen met een ‘leespeetoom’ (zo noemen ze dat hier). En vorige week vroeg hij (persoonlijk nota bene!) of zoon deze woensdag na school mee mocht om met alle leeskinderen en leespeetoom zelf een ijsje te eten bij het plaatselijke café. Ja prima, tuurlijk mag hij dat, leuk!! Alleen was ik dat door de punctuele werkstress op het vraagmoment zelf 2 uur (nah jah, 2 minuten, zeg maar) later alweer vergeten.

Ik had het dus ook vergeten om zoon te zeggen: die wist van niks en is na school braaf in de bus naar huis gaan zitten i.p.v. met de goede man mee te gaan. Leespeetoom had dat gezien en heeft hem weer uit de bus gehaald en – zoals afgesproken (én zelfs schriftelijk ondertekend :-S) – meegenomen. DE man die mijn zoon uit de bus haalde en meenam. Hele aardige vent, echt. En goud waard voor zoon, die door hem inmiddels zoveel beter kan lezen.

Afijn. Toen ik mezelf weer bijelkaar geraapt had, bedankte ik diepzuchtend de schooldirectrice, scheurde met dochter – nog steeds zuchtend – terug naar huis om een klein bedankkadootje en -kaart voor leespeetoom in elkaar te knutselen (die goede man heeft zich dit jaar wel zo’n 30 uur met zoon bezig gehouden, hè) en toen naar het café geraced om daar – zoals óók afgesproken – zoon af te halen.

Inmiddels is mijn hartslag weer terug op normaalniveau. En ik moet de dingen duidelijk nóg beter opschrijven in m’n electronische agenda (nou ja, ik moet ze gewoon opschrijven, eigenlijk) zodat ik mezelf wat hartkloppingen en nachtmerries kan besparen.

Nog één keer diep doorademen en dóórgaan maar weer…

Roeien jij!!!

Met enige gemengde gevoelens maar vol goede moed was ze in haar rubberbootje gestapt. Ze zou die nieuwe wereld wel eens even ontdekken. De enigszins kleine roeispanen in de dollen leggend, stak ze van wal. Ze duwde hard van de kant af. Zó hard dat ze daar al bijna omsloeg, maar uiteindelijk wist ze toch haar evenwicht te bewaren. Ze roeide, zich erover verwonderend dat het zó makkelijk ging. Met een hand even onder water voelend merkte ze de onderstroom. Die zoog. En nog hard ook. Ze liet zich meedrijven. Wat een goed gevoel, heerlijk wegdrijven op dat kabbelende, eeuwigbabbelende, heldere water…

Uren en dagen gingen voorbij. Ze liet haar euforie de volle loop. Benen over de bootrand bungelend, af en toe in de onmetelijke diepten kijkend en zich afvragend, wat er zich in al die diepzwarte plekken daar beneden zou kunnen bevinden. De riemen hingen er los bij want ze dreef toch wel vanzelf mee met de stroming. Verder en verder weg… Genietend van al het aandachtige water dat haar omringde, dat haar tenen streelde, dat haar verkwikte als ze weer dorst had. De zon hield haar warm en haar overweldigende gevoelens voedden haar. Er leek geen eind te komen aan de stroom good feelings.

Maar ineens besefte ze dat de zon bij tijden toch wel heel erg heet was. Dat ze langzaam leek te verbranden. In het water springen durfde ze niet zo goed omdat ze zich er inmiddels van bewust was dat de onderstroom vreselijk verradelijk kon zijn en haar hard naar beneden zou kunnen trekken. En ze voelde haar maag. Ze had vreselijke honger… honger naar iets échts, iets tastbaars. Honger die niet langer door enkel gevoel en gekabbel gevoed kon worden.

Ze wilde naar haar riemen grijpen maar merkte dat er inmiddels eentje verdwenen was. In het water gegleden toen ze zo druk bezig was met voelen, in zichzelf praten en genieten. Daar waar het hout van de weggegleden, toch al wat oudere roeispaan een kleine splinter in de boot had geduwd, zat nu zelfs een miniscuul gaatje… Het rubberbootje zou overduidelijk niet eeuwig meer blijven drijven. Ze rukte aan de nog overgebleven roeispaan, ze moest terug naar land roeien. Het meer dat aanvankelijk zo lieflijk leek, bleek ineens van gigantisch formaat. Heel in de verte, aan de horizon, zag ze de oever. Kilometers ver weg. Hoe had ze die zo uit het oog kunnen verliezen… Ze moest terug. “En nu roeien jij, roeien!!” spoorde ze zichzelf aan. En ze roeide uit alle macht met de ene riem die ze nog had.

Maar zo éénzijdig roeiende bleef ze rondjes draaien… Ze kwam niet echt vooruit. Weliswaar linksom of rechtsom maar feitelijk bleef ze ronddraaien in kringen, daar midden op dat meedogenloze meer. Om haar heen één grote uitweg die weliswaar met pi en radius te berekenen was maar die ze niet kon nemen omdat ze niet werkelijk vooruit kwam. Zelfs afwisselend links en rechts of met de handen paddelen hielp niet, de fikse stroming trok het kleine bootje net zo hard weer terug. Zwemmen was geen optie meer. Ze was weliswaar een prima zwemster maar ze was toch ook duidelijk behoorlijk uitgeput en het was simpelweg té ver. Bovendien zonk het ooit zo betrouwbare bootje nu toch echt langzaam maar zeker…

Ze wanhoopte. En in haar wanhoop dronk ze. Van het vloeibare dat er om haar heen zo in overvloed was. Veel water. Nóg meer water. Om de grommende honger toch maar op de één of andere manier te kunnen stillen. De honger naar échts. De honger naar wáár gevoel.  De honger naar reaal léven. De honger naar verdoving van al wat toch niet echt bleek te zijn. De honger naar het stillen van haar angst.


Ze dronk.

Ze zonk.

Ze verdronk…

___________________________


In that vast but beautiful sea
of social and virtual space
even the best swimmer might be
sucked into the deep
and drown without a trace…

 

(if it were only just water…)

Schreeuw het uit

Niet goed genoeg. Eigenlijk zelfs ietwat op het irritante af.  Ik heb het gevoel dat ik dat ben. Voor jou. Een onfijn gevoel dat ik eigenlijk maar lastig ben. Ik probeer het echt goed te doen. Los te laten. Luchtig oppervlakkig te zijn. En dat lukt me ook best aardig, vind ik zelf. Ik word steeds beter in het wegstoppen van de dingen die ik niet wil, niet kan, niet mág voelen. Prima, is voor mezelf ook stuk rustiger zo. Je houdt er een wat vlakker, oninteressanter persoon aan over, maar hey, je kunt niet alles hebben toch? Voor mij is het even slikken en goed oefenen, maar zelfs loslaten kun je leren. Blijkbaar.

Maar soms hè, soms zou ik je aan je oren naar me toe willen trekken en er dan heel hard in willen schreeuwen. Heel hard. Wáárom?? Wáárom kun je nu niet eens één verdomde rotkeer zeggen wat je écht vindt??? Wat jóuw gevoel is? Wat je écht wil? Waarom kun je niet gewoon eens eerlijk en open zijn? Zég het dan?!? Zég wat je op je hart hebt. Wat je verwart. Wat je voelt. Waar je van droomt. Wat je van jouw leven wil. Wat je van mij wil. En niet wil. Waar je naar smacht. Wat je wilt weten. Wat jou beweegt. Wat je nog aan mij vindt. Of gewoon niet vindt. Schreeuw het uit!! En dan het liefst zo dat IK het ook nog kan horen. Of lezen, nog beter. Ik ben nu eenmaal een mens van het geschreven c.q. getypte woord.

Lange stiltes. Bijnablokkades. Korte nikszeggendheden. Zo nu en dan een flinterdunne uiting. Sorry, maar ik red het er echt niet meer mee. Dan heb ik nog liever gewoon niks meer. In de zwarte, gapende leegte zelf rondzwemmen is altijd nog beter te behappen dan het aan een breekbaar draadje boven die leegte bungelen. Ach toe. Vertel het nou eens. Ik weet wel wat ik zou willen horen maar ik heb geen idee wat jij überhaupt ooit nog kwijt wil. Wees een vent en leg die ondoorgrondelijkheid van jou nou eens bloot?

Want ik snap geen bal van jou.

En dat zal ik ook wel nooit doen zo.

’t mocht niet zo zijn

zag het aankomen
niet los willen laten.
het was te vroeg.
’t mocht niet baten…

te vroeg geboren,
de liefde groots
te eertijds ontmoet,
maar toch ruimschoots…

het leek zo mooi
so meant to be
dat delicate speciale
ik zie, ik zie…

wat jij nooit zag
maar wel probeerde
de eer aan jou
die ik negeerde

slechts ’n surrogaat
inclusief mutatie
tot ’t enkel nog was
bron van irritatie

het was niet genoeg
zo bleek wel weer
eigen wegen te gaan
tot nevernooitmeer…

(c) Lou

Oud en afgedankt

Gut Aiderbichl. Wie kent ’t niet. Nou ik dus, maar dat mocht ‘m de pret niet drukken. De ranch namens ‘Aiderbichl’ is bekend in Oostenrijk. Het wordt het dierenparadijs genoemd. Een nobele (en – moet ik zeggen – ook zeer goed gemarketeerde en gepromote) dierenopvangsinrichting. Voor dieren die zijn afgedankt. Dieren die, vooral in de zuideuropese landen, te oud waren om nog enig dienst te doen en daarom aan een boom gebonden werden om te verhongeren, naar de slacht gingen om tot ezelsalami of ragout verwurschtelt te worden, die de meest horrende pogingen tot doodmaken toch nog op de één of andere manier wisten te overleven. De dieren die ze konden (en kunnen) redden, komen hier terecht. Honderden. Misschien wel duizenden. Heel veel paarden, pony’s, muildieren en ezels. Geiten, honden en katten. Kippen, konijnen, hangbuikzwijnen, ganzen. Vossen, varkens, zelfs lama’s.

Schoonmoe wilde er graag een keer heen omdat ze het al meermaals op TV had gezien (er worden o.a. ook volksmuziekprogramma’s opgenomen). Dus was het zo ver: op stap met de hele cleanfamily. Het belangrijkste natuurlijk het eerst: eten bij de Seewirt am Zellersee. Een zeer idyllisch plekje waar de grillplatten, schweinsbraten en schnitzels van deze wereld nog in orde waren. Dochter vond het nodig om toch nog even met haar onderbroek het meer in te plonzen dus die heeft de rest van de dag in haar blote niksje onder haar jurkje rondgelopen maar ach, geen hond die dat zag.

Helaas zag man bij het achterwaarts uitparkeren wél de kans om de bips van onze (mijn!) Audi in de zijflank van een fonkelnieuwe BMW-SUV te proppen, dus moesten wij eerst nog wachten op de politie, die ‘het geval van de dag’ (het is een gehucht van 43 inwoners hè) persoonlijk moest komen opnemen. Ik denk dat het probleem niet al te groot zal zijn: even uitdeuken (*kuch*) en zelf snel overspuiten want op de zijkant van die BMW was de reclame overduidelijk: “Autolackiererei Jansen”. Meneer Jansen zelf was nergens te vinden, maar bromsnor was een joviale vent die de boel wel verder zou regelen. Prima.  Onze (mijn!!) auto had enkel een paar krassen op de bumper die in het overige op de achterkant afgebeelde dramatische autolevensportret absoluut niet opvielen. En zo gingen wij toch nog op weg naar Hoeve Ouwebeestenpret.

Onze navigatie stuurde ons als vanouds vrolijk door de onverharde oostenrijkse rimboe, wat het humeur van man nou niet bepaald ten goede kwam. Na een uitermate onschuldig, rustig commentaar van mijn kant (“he jôh, hij zei toch LINKSAF!! waarom ga je dan nóg rechtsaf??? We hadden daar afgemoeten, sjee zeg!!!”) en de duidelijk daarmee instemmende opmerkingen van dochter mompelde hij verbeten iets wat op “als jullie kippen jullie koppen nu niet als de sodemieter dichthouden, hak ik ze er zelf met de blote handen vanaf” neerkwam. Wááááár was dat ongewenstedierenparadijs ook alweer???

Op Gut Aiderbichl aanhoorden wij met stalen gezichten maar innerlijk bloedend de vreselijkste dierennoodlotten. Het personeel wist tot tranen toe te vertellen hoe gruwelijk de mensen deze dieren behandelden en hoe erg het is, dat ze niet alle dieren kunnen redden. En ik moet zeggen: ze hebben werkelijk gelijk. Het ís gruwelijk. En het is geweldig dat er mensen zijn, die dit soort dingen opbouwen (ik loop nu al de hele dag met Stichting SOZA in mijn achterhoofd. Petje af!!!). Af en toe kwam er een gruwelijk oud beest (meestal een ezel) langs sjokken, zo eentje waarvan je gelijk zag dat-ie snakte naar een spuitje. Nu zijn we dus vanzelfsprekend ook happy Foster Parents van een 16-jarige geit met een kromme nek en ze heet Miffy.

Maar het was me absoluut duidelijk: de dieren die hier op Aiderbichl oud mogen worden, hebben het echt heel, heel erg goed. Wat een heerlijkheid, álles wordt voor ze gedaan, ze krijgen heerlijk eten, lopen bijna allemaal gewoon los (de vossen en de 260kilo-zeugen niet), hebben prachtige “woongelegenheden” (de meesten hadden de naam “huppeldepup-paleis”), krijgen liefde en aai-doses in overvloed. Helaas was het witgevlekte minipeerd Franzl, venijnig achterneefje van Pipi’s Klein Witje (die er ook was!! met hartjes op z’n achterste), het geaai van die dag duidelijk meer dan zat en vond hij het nodig om zijn tanden en passant even lekker in dochter’s knie te zetten. Uitgerekend háár knie, de knie van onze de dier-en-dan-vooral-paardachtigen-liefhebster bij uitstek. Het was een enorme shock, maar ze overleefde het ternauwernood. Een dierenverzorgster nam dochter-in-shock uiteindelijk mee naar Franzl om hem de gelegenheid te geven zich te verontschuldigen. Franzl vond dat uiterst onzinnig, dus deed de dame het zelf maar even met verwrongen stemmetje. Uiteindelijk kwam het middels een vriendschappelijke maar licht gedwongen scheiding toch nog weer goed.

Een ritje met de plaatselijke on-road-trein moest natuurlijk ook nog volbracht worden. De geëngageerde pedaalmachinist verklaarde onderweg nog eens uitgebreid hoe de niet-biokippen moeten leven en dat er o.h.a. zelfs geen tijd is om de beesten op kipvriendelijke manier te slachten zodat ze al kakelend geplukt, verdrukt en uit elkaar gerukt worden, dat hun snavels afgeknipt worden waardoor ze weliswaar niet meer fatsoenlijk kunnen eten (maar in een legbatterij hoef je enkel naar binnen te schrokken wat er aan voer voorbij komt) maar elkaar ook niet meer kaal kunnen pikken. En over de paarden (die we onderweg appels en wortels mochten voeren) die ze half doodgestoken en heftig bloedend uit een dubbeldekkervrachtauto uit Roemenië hebben gered. Alle gruwelijkheden werden beschilderd. Laat ik even opmerken dat onze kinderen (6 en 9) tot de oudsten van de ca. 10 intensief luisterende, geshockeerde kinderen behoorden… Ik heb getracht de oren van dochter dicht te houden, maar dat lukte niet. Ik ben benieuwd waar ze van droomt vannacht, van Franzl of van koploos kakelende kippen…

Ach. Het was zeker een geslaagde dag.
Prachtig weer. Heerlijke landschappen, idyllische plekjes.
Een hoop dieren met een gelukkige oudedag.
En een pleeggeit en een bumperdeuk rijker.