Potje swingwippen?

Negen weken zomervakantie zijn een ramp. Voor mij niet hoor, ik amuseer me prima. Maar de kinderen vervelen zich dus de pleuris. Man ploetert voort met huisrenovaties bij z’n moeder en opritbestratingen hier, die is ook volledig self-entertaining. Onder de voorwaarde dat ik hem de kinderen van het lijf houd. Laat ik daar nou niet echt goed in zijn…

Maar vandaag dus een verwoede poging. Naar de dierentuin. Voor we in de auto zaten, was 50% van het kroost al aan ’t huilen aangezien de andere helft het nodig vond om de haren even fatsoenlijk glad te trekken. Ik had eigenlijk al geen zin meer maar beloofd is beloofd. Zak gummiberen, fles limo, reserve-crocs, een handdoek, nutella-broodjes en een multigraanvolkorenstokbrood-met-kaas-en-komkommer voor mij in de rugzak gepropt. Niet dat je dat nou nodig hebt: die kinderen willen uiteindelijk toch alleen maar een portie patat, een fristie en een ijsje (en zo was het dan ook…) en in geval van nood dan nog die gummiberen.

Vrolijk zingend (blèrend) vertrokken we. Bij de kassa werd de eerste keer om ’n ijsje gevraagd. Tevergeefs. Eerst sjouwen en kijken. Een zak voederspul kregen ze nog wel voor de dieren. We zagen kroonkraanvogels (“Nett…”) en flamingo’s (“die kenne ich schon”). We kwamen bij de konijntjes en cavia’s. Dochter probeerde met alle geweld nog een brok voer in een dwerghaas te proppen maar de arme beesten waren zo dermate overvoerd dat ze alleen bij het zien van nog een geperste voederklont al spontaan aan de schijterij raakten. Hetzelfde gold voor de dwerggemsen, de muflons, de ezels, de zebra’s, de bizons, de stinknormale geiten, de herten, de kamelen en de yaks. Helaas voor de kinderen waren dit ook de enige zichtbare dieren: de lynxen, vossen, tijgers en leeuwen hadden ’t allemaal wel bekeken en zaten in hun (niet inkijkbare) binnenhokken. Niks te zien dus. “So ein blöder Tierpark.” Tja. Dat vond ik eigenlijk ook wel, maar dwing die beesten maar eens om in de felle zon rond te gaan huppelen voor ’t publiek. Is ook geen doen.

Maar. Toen. Kwamen we bij de avonturenspeelplaats. De mondhoeken kropen omhoog. “Doch gar nicht sooo blöd eigentlich…” En weg waren ze. Na 5 minuten stonden ze alweer bij mijn moeizaam veroverde schaduwpicknicktafel om luid te verkondigen dat ze honger hadden. No problem: ik heb nutella-broodjes. Niet dus. POMMES BITTE… Goed. Patat. Met een fristie (wenn schon, denn schon). En nu vort!!! Dochter rende schnurstraks naar ’t beekje dat zo vreselijk goor en veralgd is dat ze dacht dat ze er wel doorheen kon lopen. En dus vervolgens tot haar liezen vol met drek zat. No problem again: er was een schoenen- en kindwasplaats naast de toiletten. Dochter afgespoten en hoppetee, weer het avontuur in gestuurd. Het mooie daggedeelte kon beginnen. Koffie en Topfenstrudel gehaald, Twitter en WhatsApp erbij en de wereld is weer in orde. Een uur lang heb ik ze niet gezien. Toen kwamen ze even wat drinken bietsen en weg waren ze weer.

Uiteindelijk dik anderhalf uur gespeeld. Twee rode, bezwete, lachende gezichten voor me. Mooi, die zijn af. Nog even de rest van de speeltuin doorjagen, langs de wolven en de bruine beren en klaar. Ik had helaas niet met de bij de uitgang staande swingwip gerekend. Klinkt interessant, is het ook. Het is een soort wipwap die kan draaien en redelijk hoog gaat. Een swingwip dus. Een goed half uur swingwippen was de duidelijke voorwaarde voor het eventueel straks toch nog vrijwillig meegaan naar de auto. Ik zeeg neer en ging een nieuw potje blij-met-m’n-mobiel zijn.

Om half vijf was het dan toch zover: ze waren klaar en dochter verzuchtte: “Deze dierentuin is echt superleuk. Maar die dieren zijn eigenlijk niet echt nodig…”

Beperkt in mij

Het afgelopen weekend was er eentje van het soort “talk much and do less”. Eigenlijk moest ik werken (ik was in München, hè). Heb ik ook wel gedaan hoor, maar het overgrote deel heb ik kletsend doorgebracht. Pratend met goede vrienden, pratend met hartsvriendinnen, pratend met m’n bedrijfspartner. En dat terwijl ik éigenlijk geen grote prater ben. Ik ben eerder een luisteraar, een analyseerster, een meedenker, een troostster.

Dat wist ik natuurlijk al. Ik heb echter een nieuw inzicht verworven. Door alle geklets merkte ik steeds meer wat mijn echte probleem is. Het probleem waar ik al tijden mee worstel. Het probleem dat ik en passant maar midlife crisis genoemd heb. Misschien is het dat ook wel hoor, maar ik weet nu wat het OERprobleem is.

Ik word beperkt in mij…

Ik zou zoveel méér kunnen zijn. Ik wíl zo graag zoveel meer zijn. Maar mede, nee voorál door mijn eigen keuzes en mijn verantwoordelijkheidsgevoel kan ik dat niet en word ik beperkt in mijn zijn. In het ‘wie ik kán zijn’. Ik ben nu in eerste instantie moeder, vrouw van, bedrijfsvoerster cq. zelfstandige, maar vooral ook slaaf in de huishouding. Ik probeer mezelf iets meer te verwerkelijken en te vervullen met wat magere pogingen tot schilderen, musiceren en schrijven. Daarnaast zorg ik voor enige ‘externaliteit’ door in een vereniging wat rond te prutsen (als trainster van de kleinste voetballertjes), door vrijwilligerswerk en het waarnemen van wat schoolfuncties (oudervertegenwoordiging), door uit te gaan met vriendinnen en buurvrouwen (die gelukkig ook vriendinnen zijn).

Maar dat was het dan ook wel. Ik ben zoveel méér dan dat maar het kan er niet uit… Ik heb hier zelf voor gekozen. Ik wilde heel bewust kinderen. Ik heb ze mogen krijgen en ze zijn het allerbelangrijkste in mijn leven (Klinkt cliché, is het ook. Soit.) Ik heb heel bewust en weloverwogen gekozen om naar München en uiteindelijk zelfs van München naar Oostenrijk te verhuizen, in eerste instantie vanwege de kinderen maar vooral ook voor onze relatie en de duidelijk hogere levenskwaliteit hier. Hier kunnen we ons een behoorlijk huis met een grote tuin veroorloven, hebben we rust, natuur en geen financiële zorgen. Ik voel me hier best heel erg thuis, ondanks de heimwee naar Nederland. Ik ben flexibel. Ik ben goed geïntegreerd in de gemeenschap hier. De kinderen hebben mijn intensieve begeleiding na school allebei hard nodig dus wat dat betreft is het goed dat ik mijn werk kan doen waar en wanneer ik dat wil. As said: Ik ben flexibel.

Ik ben zelfs zó flexibel dat ik mezelf kwijt ben geraakt ergens in één van die bochten waarin ik mezelf heb gewrongen. Ik doe alles voor iedereen maar bijna niks voor mezelf. Waar ben IK gebleven??

Ik. De ongeduldigheid zelve. Creatief. Dubbelgestudeerd (waar ik niks mee doe).
Ik. Loner. Reisgek. Liefhebster. Dichtbij-vriendin (maar ik ben enkel veraf…).
Ik. Ambitieus. Hoogstrevend. Nadenkend.
Ik. Polyamoureus. Hartstochtelijk. Zoengek.
Ik. Individualist. Muziekminnares. Schilderes.
Ik. Duidelijk gestoord.  140+IQ (waar ik geen donder mee op schiet). Sarcast.
Ik. Dus.

Die ongeduldigheid steekt nog dagelijks de kop op. Al het andere is deels of geheel ondergesneeuwd of zelfs simpelweg hard onderdrukt in mijn huidige leven. Ik mis mijzelf. Mijn echte ik. En ik weet dat ik er momenteel echt niks aan zou kunnen veranderen. Ik kan en wil niet uitbreken omdat ik dat wat ik door mijn keuzes nu wel heb, mijn kinderen, mijn man, mijn ‘mooie nest’ zoals Poezenbeest het beschreef, koester en niet wil verliezen. Maar tussen de bedrijven door heb ik mijzelf verloren…

Geen idee hoe ik hier nu mee verder moet. Hoe ik meer van mijzelf terug kan vinden binnen het kader van het leven dat ik nu leid. Ik doe verwoede pogingen maar ik heb meer vrijheid nodig… meer tijd voor mij. Meer tijd om mezelf terug te vinden. Meer gelegenheid om mijn echte ik te zijn. De vraag is alleen nog hoe…

Excuses voor de eventueel iets te grote openhartigheid.
Ik. blogexhibitionista.

Het geschreven woord…

…is het betere woord.
Mijn uiterst bescheiden mening.

Geschreven woorden zijn doordachter.
Minder impulsief.
Oprechter.
Niet onderbroken.
Duidelijker.
Niet weggeargumenteerd.
Naleesbaar.
Niet verstoord door emotie.
Minder afgeleid door gevoelens.
Overwogener.
Een mogelijke basis voor ‘en nu verder’.

De afgelopen dagen kwam het thema ter sprake (in welke context dan ook, dat doet er nu niet toe). Wat kun/mag je met het geschreven woord zeggen, wat niet meer? Is het mogelijk om een huwelijk te redden door een brief te schrijven? Is het wenselijk om je liefde via WhatsApp te verklaren? Is het te makkelijk om middels een kaart te condoleren? Is het acceptabel om via een ansichtkaart afscheid te nemen? Is het laf om via een email een relatie te beëindigen?

Ik denk dat dat voor een ieder verschillend is. Ik ben zelf duidelijk iemand die meer schrijft dan zegt. Liever eerst zwart-op-wit dan meteen praten. Man en ik hebben inderdaad onze relatie inmiddels twee keer d.m.v. een brief weten te redden. Op welke manier die brief uiteindelijk “afgeleverd” werd, doet er überhaupt niet toe (de eerste was uitgeprint en in zijn handen gepropt onder het mom van “lees dat maar ‘ns op een moment dat het past” en bij de tweede keer was het een email). Het ging erom, dat ik onder woorden bracht wat ik wilde zeggen. Op de manier zoals ik het wilde zeggen. Zonder onderbrekingen of tegenargumenten die me gelijk weer van mijn apropos zouden brengen. Zonder emotionele tussenwerpselen van de ander, die mij weer zouden doen vergeten wat ik eigenlijk wílde zeggen. Gewogen, overwogen en heroverwogen. Omgeschreven en doordacht. Argumenten en meningen zó opgeschreven zoals ik ze ook werkelijk bedoelde.

Beide keren was het een soort kiezen of delen. Ik schreef alles van me af, meerdere A4-tjes vol. Ik ‘stuurde’ mijn woorden op het moment dat ik dacht: “Ja, DIT wilde ik nou echt zeggen en op DEZE manier en DIT zijn de opties die we in mijn ogen nog hebben”. Mijn partner kon het lezen op het moment dat het hem paste. En beide keren kreeg ik ook een brief (cq. mail) terug (best gestoord eigenlijk: samen in de woonkamer zitten en dan zwaarst communiceren via mail…), waarop we weer in gesprek kwamen, weer konden praten over de dingen die niet goed gingen, de dingen die we beiden zo graag anders zouden zien, over elkanders en onze eigen fouten, de voorwaarden voor beiden om toch nog weer verder te gaan.

Maar het had ook anders kunnen lopen. Ik had met deze brieven ook de relatie kunnen beëindigen. Had gekund. En wat ik me dan afvraag is, of dat dan ineens ‘not done’ is? Ik heb het er al eens eerder over gehad in een blog. Het is zo makkelijk om te zeggen dat het laf is, een zeer emotionele boodschap geschreven te bezorgen. Ik vind het eigenlijk niet laf, al noemde ik het ergens in een opwelling ook nog zo geloof ik :-S. Maar ik doe het zelf dus ook. Alleen zo kom ik uit mijn woorden… Alleen zo kan ik werkelijk zeggen wat ik bedoel. Als ik alles in een één-op-één-gesprek zou moeten vatten, diegene in alle emotie zou moeten aanschouwen en met al diens tegenargumenten alsnog al mijn bezwaren en zorgen op tafel zou moeten leggen, dan zou dat simpelweg niks worden. Bij het eerste argument, bij de eerste traan zou ik instorten en niet meer weten wat ik ook alweer wou.

Ik vind het fijner als dingen opgeschreven worden. Op basis daarvan kan men dan alsnog praten (of niet), maar ik heb dan in ieder geval de basis neergelegd, de woorden die ik écht wilde zeggen. En of die woorden nu in een mail, in een brief, op een kaart of in een WhatsApp geschreven worden, maakt voor mij persoonlijk eigenlijk niet uit. Het medium doet er – naar mijn mening – niet toe. Als je het er niet mondeling niet uit kunt krijgen, schrijf ’t dan maar op. Getypt, handgeschreven, voor mijn part gecalligrafeerd: ist alles wurscht. Als het maar over komt.

Of ben ik nou zo raar?

Ik schrijf
dus ik blijf…

De pulkert

Het gloeit. Het is rood. En in het midden zit een onsmakelijke wond. Op het eerste gezicht zou je denken dat er wat aan het wegrotten is daar. En eigenlijk is dat ook zo…

Het is mijn eigen schuld. Ik ben een pulkert. Een krabmaniak. Een korstenfreak. Gatver, ik ben een viesch mensch. Laatst al die geurentic en nu dit. Ik heb hiermee alvast menig tweetup bij voorbaat verziekt. Nah jah, elke gek heeft z’n gebrek. En ik heb nu eenmaal vele gebreken. Human me.

Maar nu is het weer eens goed raak. Ik heb helaas de pech, dat wondjes bij mij heel snel ontsteken. Een pijnlijke rode plek eromheen en hoppetee, daar gaan we weer. Een sneetje in de muis van mijn hand en 2 dagen later heb ik een bloedvergiftiging. Nou gaat deze aanleg slecht samen met mijn neiging tot krabben en pulken :-S

Vanochtend zat ik dus weer bij de dokter. De vervanging dit keer, m’n eigen HA heeft op woensdag geen dienst. Meneer de dokter keek me serieus aan en zei: “wacht u met het naar de dokter gaan altijd eerst tot uw been er bijna vanaf valt?”
Euhh… nou… dit was eergisteren nog niet echt zichtbaar hoor. Zo snel gaat dat bij mij…

Een insectenbeet (vermoedelijk een horzel), ietwat te lange nagels (stomstomstom), een diepe slaap waarin ik ook sterk de neiging heb om te krabbelen en het scenario is compleet.  Dus zit ik nu aan de 5e zware antibioticakuur van dit jaar – ik hou geen bio meer over – en mag ik weer smeren met één of ander deflamberend goedje. Het ziet er übercharmant uit. En het doet nog meer pijn dan dat het er rot uitziet…

Zucht.
Ik leer het ook nooit…

Ik moet gewoon van mijzelf áfblijven en het aan-mij-zitten aan anderen over laten.
Veel gezonder.

overlopen

Ik kan het echt niet.
Dat van jou afblijven.
Ik kan het niet.
Ik wil je horen, wil je lezen.
Ik bijt m’n vingers eraf
Om vooral niet te vragen.
Niet te reageren.
Niks te zeggen.
Ik mág niet van mezelf.
Over. Loslaten. Laat hem.
Laat zwemmen die hap.
In dat eigen vaarwater.
Maar het is zo moeilijk.
Om er niet meer te zijn.
Om niks te zeggen.
Om te snappen.
Je met rust te laten
En niks te doen.
Waarom ik jou.
Waarom jij mij niet.
Waarom kan ik het niet.
Ik loop over.
Ik wou dat jij ook ‘ns overliep…

onmogelijk

waarom blijf ik de mensen missen
die mij niet meer zien staan

waarom blijf ik diegenen mogen
die mij niet eens willen

waarom blijf ik van hen houden
die niet goed voor mij zijn

waarom blijf ik zoeken naar
dat kleine sprankje hoop

waarom blijf ik me dit nou
steeds maar weer afvragen
terwijl ik toch nooit
een antwoord krijg…

 

Ik mis je.

 

Jouw pijn…

Ik deed het meteen
als het eens kon.
Ik nam jouw pijn.
en gaf je die zon…

Warmte en verzachting
Voor een lijf zo zeer…
Ik kan het nog goed hebben,
maar jij kunt niet meer…

Die pijn en dat verdriet
Die pijn in je mooie hart
Die pijn die niemand ziet
Die pijn die zo verwart…

Momenteel is jouw wereld
werkelijk gebouwd op twijgen 😦
En ze buigen al veel te diep door
mogen niet nóg een klap krijgen…

Meer kan er niet meer bij
Een eind aan het Latijn
En toch moet je maar door
Ach toe, geef mij die pijn…

Ik nam het van je over
Als ik nou toch eens kon
En met wat simpel getover
Gaf ik jou die warme zon…

Maar toveren, helaas
ik kan het dus niet…
En zo blijf jij doorworstelen
met alle pijn en dat verdriet.

In gedachten wandel ik
naast je en zal ik er zijn
als jij mocht struikelen
door al die klotepijn…

Ik zal aan je denken
al helpt jou dat niet.
Ik loop daar naast je
ook als je me niet ziet…

Just So YOU Know!!!
♥♥♥