Model zitten

In de zomer worden er hier altijd allerlei activiteiten en workshops voor schoolgaande maar vakantie vierende kinderen georganiseerd. Dit jaar zat er een nieuwe bij: een workshop vlechten. Dochter viel er meteen als een blok voor: het werd een ‘moetje’. Vlechten móest geleerd worden. Ik zag er (nog) geen onheil in: op van die make-up poppen met van dat lange vlashaar een beetje oefenen en dan trots laten zien welke kunstige knoop je gefabriceerd hebt, zeg nou zelf, dat is toch simpelweg schattig?

Maar inmiddels ligt de make-up pop van dochter in een donkere, kille hoek te vergaan en heeft mijn vlechtpro zichzelf gepromoveerd. Nephaar is geen haar, daar kan niet mee gewerkt worden. En als ik wil dat ze het later echt tot één van de meest wereldberoemde haarvlechtsters gaat schoppen, dan moet ik haar daar ook voor de volle 100% in steunen en braaf model zitten. Dagelijks.

Vroeger was dat best heel aangenaam. Vroeger. Toen ze nog niet kon vlechten. Ze haalde de Tangle Teezer (een geniaal soort borstel, errug lekker ding voor je hoofdhuid) uit de pruttelkist, je haar werd gekamd, van de ene kant naar de andere gezwieperd en vervolgens nog even met de handen doorgewoeld. Als je geluk had, kreeg je nog een hoofdmassage met dat geniale spinnending en ergens midden op je (voor)hoofd een prachtige staart met een dik postelastiek formaatje autoband erom, om de boel een beetje bij elkaar te houden. Hoppa, klaar was je supermoderne, heerlijk zittende kapsel.

Maar vroeger is voor watjes en talentloze möchtegern-kapstertjes. Vandaag is alles anders. Er wordt een fijne kam tevoorschijn getoverd. Een bak met elastiekjes van alle formaten (van babypinkringetje tot brilslang). Haarstukjes met enge klikdingen aan ’t eind. En zo nog wat meer martelwerktuig. Met de schaar mag ze niet in de buurt van mijn haar komen en tot nu toe luistert ze redelijk naar mij, maar hoe lang dat nog duurt, geen idee… Het haar wordt nietsontziend en minitieus naar luizen afgezocht (liefst met de luizenkam maar daar gil ik toch uit volle borst dat ik een vetorecht op de inzet van luizenkammen heb) en dan begint de kapselprocedure. Na menig keer hard op de tanden bijten en met wat natraantjes die nog uit mijn ooghoeken naar beneden biggelen, eindig ik dan als Pipi met de 5 vlechtjes of als ingevlochten kunstknoop.

En dan volgt de bevestigingsfase.
“Vind je het mooi mam, zoals ik je gevlochten heb?”
“Ja schat, ik vind ’t prachtig.”
“Vind je het écht wel mooi? Ik heb er zó enorm m’n best op gedaan…”
“Ja lieffie, het is echt een kunstwerk geworden. Jij wordt een pro, wat ik je brom.”
“Maham, denk je dat ik een goede kapster ga worden?”
“Ja tuurlijk! Jij wordt één van de besten, dat kan niet anders!!”
“Je mag ’t er NIET uithalen vannacht hoor!!”

*slik*

Want daar wacht ik nou juist op: het moment dat ze in bed ligt. En daar ook blijft. Dan begint de tweede martelgang van de dag: de boel er weer uit frunniken. Vandaag waren de vlechtjes heeeeel fijntjes en veelvuldig aanwezig. En voorzien van massa’s ingevlochten knoopjes.  Ik ben nu minstens duizend haren armer, een gigantische pijnervaring rijker en ik dank de Tangle Teezer weer eens op m’n blote knietjes.

De volgende ochtend gaat het dan zo:
“Ohhh mam, je hebt het eruit gehaald…” (met zo’n dramatisch beteuterd gezicht erbij).
“Neeeeee mopje, dat gebeurde vanzelf. In mijn slaap. Daar kan ik écht niks aan doen hoor.”

Vervolgens gaat ze druk aan ’t plannen welk geweldig kapsel ik dan nu maar moet gaan krijgen. En vooral: hoe ze het er nóg muurvaster in krijgt zodat het er door al mijn onbetrouwbare slaapgewoel niet zomaar weer uit gaat.

Als moeder moet je wat overhebben voor je kinderen…

*bokkepruik opzet*

Hoofdmoe

Een mat gevoel, teneergeslagen, dof. Zo moe in m’n hoofd ben ik. Lichamelijk niet, maar geestelijk duidelijk kortstondig oververmoeid. Niet meer in staat om de tranen tegen te houden. Het ene trieste nieuws na het andere komt binnen. Het ene verdriet na het andere maakt mijn ogen bijna vloeibaar. De ene zorg na de andere kan ik niet meer zomaar aan de kant schuiven. Gedachten malen zich een slag in de rondte. Have your cake and eat it. De angst en de onzekerheid maken er een sierlijk toefje bovenop.

Je anders zo rustige zoon die wanhopig in huilen uitbarst omdat hij wil weten waarom uitgerekend híj zo dyslectich is. Je moeder die ineens ernstig ziek blijkt en geopereerd moet worden. Een vroeger schoolgenoot die plotseling op de A1 om ’t leven blijkt te zijn gekomen. Het zó graag in Nederland en vooral thúis willen zijn maar het niet kunnen. Een idiote zak in een mercedes die me op ons landweggetje zo klem reed dat ik tegen de rand op moest rijden en een klapband kreeg.

Sommige dingen stemmen me enkel tijdelijk een beetje somber, andere hakken er zo ontzettend in dat ik mezelf even kwijt ben.  Op dit soort momenten voelt ieder mens de behoefte om zich terug te trekken. Ik wel in ieder geval…

Ik moet schilderen. Ik moet schrijven. Ik moet naar buiten. Ik moet slapen. Ik moet huilen.
Vervang ‘moet’ door ‘wil’.

Hoofdmoe.
Ja. Alwéér.
Prioriteiten.
Time out.
Laters…

de paddestoelen in mij

ik schijn ze te hebben. Pilze, oftewel paddestoelen.
M’n eigenste eigen champignonskwekerijtje in mijn darmen.

Ben gisterochtend naar een kinesiologe (een vriendin, overigens) geweest. Jaja, echt waar. Ik, de scepticus bij uitstek, ga naar een alternatief geneesvrouwe. Wel samen met de buurvrouw (ook vriendin), dat dan wel weer. Buurvrouw, laten we haar ‘ns Katy noemen, is weliswaar benijdenswaardig slank maar heeft, in haar eigen ogen, een paardrijbroek op haar heupen (in mijn ogen niet, maar dat doet er niet toe). Die wil ze weg hebben en kinesiologevriendin, laten we haar maar ‘ns Mary noemen, had haar verteld dat ze daar met de juiste voeding best wel af kon komen. Ja, dat zei ze.

Aangezien ik eigenlijk wel van álles af wil (over de hele linie, van onderkin tot zwabberkuit mag er wel een kilootje of 20-25 af, zoals u weet), leek het me slim om mee te gaan en eens te kijken wat ze mij zou adviseren. Een kort intake-gesprek, toen op de ligtafel (of hoe heet zo’n ding). Mary drukte met links ergens in de buurt van m’n pols op allerlei plekjes en met haar rechterhand overal en nergens op de rest van m’n lichaam. Drukken is eigenlijk teveel gezegd, aanraken dekt ’t beter. Flesjes met vanalles en nogwat op m’n borst (eh, tussen de borsten). Vragen stellen. Verder testen. Een interessante procedure op zich. Ik weet nooit zo goed wat ik er van vinden moet dus vind ik maar gewoon niks en wacht af. Het gaat echt goedkomen. Zegt ze.

Vervolgens vertelde ze me wat ik eigenlijk al wel wist:  ik ben vergeven van de candidaschimmels. En die worden tot de “Pilzartigen” gerekenend, oftewel de paddestoelachtigen. Candida op zich is geen probleem, da’s een simpele gistbacterie die bij ieder mens voorkomt. Pas als die candida schimmeldraden (myceliën) gaat vormen, begint de ellende. Eigenlijk best een kunstwerkje, met al die draadjes en puntjes, vindt u ook niet? Maar met die schimmeldraden kan de candida cellen binnendringen en ook in de bloedbaan komen. En dan heb je de poppen aan ’t dansen. Zeggen ze.

Ik wist ’t wel hoor, ik heb hier al jaaaaaren last van (ik schat zo’n 10-15 jaar, gezien de symptomen die ik me kan herinneren van een long, long time ago) omdat ik a) er gewoon gevoelig voor ben en b) ik in die jaren ontelbare antibiotica-kuren heb moeten slikken (zelfs meerdere keren d.m.v. infuus), alleen dit jaar waren het er al 4… en dat is nu eenmaal funest voor je darmen. Zeggen ze.

Even een lijstje met de heerlijke, deels smeuïge symptomen doornemen:

  • chronisch vermoeid zijn – CHECK
  • darmklachten/winderigheid – CHECK
  • extreem koude handen en voeten – CHECK
  • jeukklachten – CHECK
  • afscheidingen uit de geslachtsorganen  – soms, de vsi-tjes zijn me niet onbekend.
  • oogklachten – nope (behalve dan dat ik praktisch blind ben zonder lenzen)
  • haaruitval – soms…
  • frequente blaasontstekingen – CHECK CHECK DUBBELCHECK!
  • buikklachten – CHECK
  • (vr)eetbuien, zin in zoetigheid – CHECK
  • allergieën – neuh
  • libidoverlies – nèèèhh 🙂 (nou ja soms, als ik moe ben… of sores heb, of hoofdpijn…)
  • huidklachten – CHECK
  • overmatig transpireren – nope
  • sterke gewrichtspijnen – CHECKERDECHECK!!
  • maagklachten – CHECK
  • mentaal-/emotionele problemen, matheid/teneergeslagenheid – CHECK
  • hartkloppingen/kortademigheid – CHECK
  • geheugenstoornissen, concentratiestoornissen – CHECK
  • overgewichtig ondanks veelvuldig diëten – CHECK

okay… daar zul je ’t gedonder hebben. Als ik de ‘somsen’ even weglaat, heb ik nog altijd een score van 14 van de 20. Best aardig, vind ik zelf.  Het is niet nieuw voor me: ik was in München al bij een orthopeed (vanwege de zware gewrichtsklachten) die me hetzelfde zei en ben ook al twee keer naar de HA geweest die me anti-schimmelpillen voorschreef; ik kén de symptomen. Maar nou echt fanatiek aan zo’n candida-dieet beginnen, dat wou ik tot nog toe niet. Je leest er zoveel over, de één zegt dit, de ander dat: het helpt/het helpt geen ene moer, wel yoghurt/geen yoghurt, wel noten/geen noten,  geen appels/wel appels, candida-schimmelinfecties zijn pure verzinsels van alternatieve geneeskundigen om extra geld binnen te halen, de hele dag rauwkost/hooguit tot 15h rauwkost, etc.etc.etc.

Awel. Mijn vriendin Mary zegt dat ’t nodig is. En dus ga ik het nu toch maar ‘ns doen, zo’n candida-dieet. Het is wel afzien want ik mag van alles waar ik zó gek op ben dus niks meer. Geen chocolade (aaaaaaaaaaaaaaaaaarghhhh!!!), geen alcohol (… geen woorden voor… gaat me lukken…), geen suiker/honing/zoetigheid whatsoever, geen gewoon brood (want gist) of witmeelproducten, geen melkproducten (want ik ben ook nog koemelkeiwitintolerant en dat wordt volgens Mary opgeslagen rond de ruggewervels waardoor veel mensen, waaronder ik, voortdurend rugpijn (CHECK!) én klassieke migraine (CHECK!!) hebben) dus ook geen yoghurt en kaas enzo, geen witte rijst, geen koolzuurhoudende dranken, geen noten, geen gedroogde vruchten, geen varkensvlees. Dat was een kleine greep uit de lijst der grote verbodenheden.

Maarrrrr. Ik mag toch nog best veel wel. Ik mag eieren (joepiedepoepie!!! Ik ben gék op eieren), schape- en geitenproducten (geitenmelk is best te drinken en geitenyoghurt goed te eten, heb ik vandaag gemerkt, en ik ben gek op schapen- en geitenkaas in alle vormen en soorten), olijven (mjammmm), alle andere vlees en vis, bijna alle groente en fruit (maar na 15h niet meer rauw…), volkoren rijst en pasta, volkoren meel en vooral véééél knoflook (kan ik ^_^).

Ik ga me nu werpen op het gistvrij volkorenbroodbakken (zuurdesembrood of brood met natron/bakpoeder), ben benieuwd. Minimaal 8 weken moet ik dit volhouden (mooi, ben ik net voor de Sinterklaas en de kerst klaar, kom maar op met dat gevulde speculaas). Varkensvlees eet ik maar gewoon helemaal niet meer, da’s niet zo’n probleem (behalve als we bij schoonmoeders zijn, maar dat wordt sowieso een uitdaging :-S).

En daar zit ik dan. Een kop zwarte koffie want melk mag niet meer en aan geitenmelk in de koffie moet ik nog een béétje wennen (rijste- en soyamelk in de koffie is in ieder geval niet te zuipen, weet ik nu), een bakje geroosterde pompoenpitjes, een druk rommelende broodbakmachine die achter me een gistvrij dinkelvolkorenbroodje aan ’t kneden en bakken is, volkoren-steviakoekjes in de oven (stevia mag eigenlijk ook niet maar is voor de candida geen probleem, is mij verteld, dus daar kijk ik voor ’t gemak maar even overheen).

Kort samengevat:  Ik doe m’n best. Toch?

Maar áls die paddestoelen dan eindelijk ook uit m’n buik weg zijn, val ik volgens Mary ook weer gewoon af, als ik maar een beetje m’n best doe (goh, dat heb ik nou de laatste jaren ook nog niet gedaan LOL). Nou, volgens mij val ik met dit dieet sowieso af. Kan niet anders. En ik word natuurlijk weer supermegavitaalfithappy. Zeggen ze.

Bye bye, krakkemikkige ikke.

Lang leve(n) de Paddo’s (niet meer).

Vraag aan het universum

Zo ontzettend niet verwacht.
Al die tijd het gevoel gehad dat ’t wel goed zou zitten.
Dat het wel goed móest zitten want geen onrust in mij.
Wel aan de opties gedacht maar niet dat de niet-goede opties óók een optie waren…

En nu is de werkelijkheid ineens zo onwerkelijk.
Je vraagt je tweehonderdachtenvijftig keer  af waarom.
WAAROM?? Gezond geleefd en gegeten, actief, veel preventiefs gedaan.
En toch is het nu niet goed…
Het is zó niet eerlijk.
Het is nóóit eerlijk.
Maar voor mij voelt dit nu nóg oneerlijker…
Waarom mijn mama.

En waarom mijn beide ouders??

Met papa hebben we het hele circus al doorgemaakt. De angst, de enorme onzekerheid, het bange wachten, het verdriet. Maar vooral die angst: Komt dit ooit nog weer goed? Hoe lang heeft hij nog te leven? Hoe zal hij uit de operatie komen? Bestralen? Chemo? Komt hij überhaupt zover? Ja, hij kwam zover: we zijn inmiddels twee decennia verder en pap is er nog. Met een groot teddybeerlitteken op zijn buik en de (on)nodige andere gevolgproblemen, dat wel, maar wat een geluk hebben we gehad. Eeuwig en innig dankbaar dat ik mijn papa niet op mijn twintigste al moest missen.

Maar mogen we alsje-alsje-alsjeblieft nog één keertje zoveel geluk hebben? Nu met mijn mama?
Ik weet niet eens aan wie ik dat zou vragen, ik geloof helaas niet in goden of ander almachtig gespuis.

Ik vraag het maar gewoon aan het universum…

Mag het?

Kloteziekte…

*huilt*

Hebt u even?

Dan heeft u vast ook meer. Er moet mij namelijk iets van ’t hart. Daar heb ik wel vaker last van. Meestal ga ik dan in de tuin wroeten om datgene wat mij op ’t hart ligt tussen de naaktslakken te pleuren en doormidden te knippen, maar in gevallen als deze is mijn mededelingsdrang te groot. En het is nu te donker buiten, dat ook.

Ik ben de laatste tijd duidelijk minder op twitter & co te vinden. OK, op facebook hang ik nog wel wat meer rond want dat is toch echt veel leuker en persoonlijker maar op twitter voel ik me op dit moment een beetje een stropbungelaar. Je hangt er maar een beetje te hangen en als je iets teveel spartelt, krijg je het vanzelf spaans benauwd.

Dat valt nog te handelen. Wat ik niet kan handelen is als mensen elkaar afmaken (lees: afzeiken en blocken) op basis van wat gekletsklooi van anderen die ze verder ook niet echt kennen maar natuurlijk wel gelijk geloven. De eerste de beste die aardig doet en zegt dat jantje van om de hoek een flierefluitende flikflooier is die over miep van de tabakszaak zei dat ze met japie met de lange lul naar bed is geweest, wordt geloofd. Als je maar de eerste bent, ben je geloofwaardig. Zo lijkt ’t althans. En als ’t niet interessant genoeg is, wordt er zonder omhaal nog wat smeuïgs bij verzonnen.

Waarom kunnen we elkaar niet gewoon met rust laten? En dat wat er verteld wordt, eerst ‘ns goed inprikken met een vork om te kijken of ’t ook echt gaar is? Even met ’t oor luisteren of de boel ook écht klopt? Of je er gewoon niet druk om maken omdat je weet van wie ’t komt (of juist omdat je NIET weet van wie het komt door het feit dat je diegene niet eens daadwerkelijk kent?). Virtueel leven en virtueel laten leven… Wat je in real life doet zal me worst wezen, daar merk ik niks van. Maar dat elkaar voodoo-en in mijn TL, daar word ik zo drietig van hè…

Moeilijk doen, vind ik dat.
Geloof toch niet altijd gelijk alles!!
De één roddelt over de ander en die ander roddelt vervolgens nog harder over de één.
Manmanman wat een speeltuin vol wippen.

Ik ga schommelen.
Veel leuker.

Padvindersgeluk

Hij zoekt verbeten zijn weg,
in het donker en met kompas.
Want wie zoekt die zal ook vinden.
Dé opperscout van de klas.

Knopen zijn voor hem geen kunst.
Óntknopen echter wel.
Gepruts met dat verhipte snoer.
Maar wat als ik je vertel…

dat knopen soms voor eeuwig zijn?
Willen niet meer uit elkaar.
Dan kun je prutsen wat je wil,
al kook je halluf gaar…

Voor altijd is de boel verbonden,
zo’n knup gaat nooit meer stuk
Liever vastgeknoopt dan opgewonden.
Dat noemt men padvindersgeluk…
.

(c) Lou

Ode aan toon

Een toon zo schoon
houdt ’t zijn muzikaal
Zo stil zonder die toon,
zo zonder pracht en praal.

Toon wíst waar ’t om draaide.
En pakte alles met een woord.
De lol die daarmee oplaaide
gelezen, geluisterd én gehoord.

Een fan van toon, ja dat ben ik.
Ook twaalf jaar na de dood.
De snaar steeds weer exact getroffen
werd genialiteit pas groot.

Toon is mijn grote voorbeeld,
iets wat hij ook blijven zal.
Maar één ding wist-ie toch echt niet:
Het leven is GÉÉN bitterbal…

(c) Lou