Besprongen, bespoten en gekraakt

Lekkere titel. Toch?
Krijg ik vast een heleboel nieuwe lezers mee.

Awel, mijn ochtend was erdoor gekenmerkt dus ik mag dat. Ik had namelijk rugpijn. Bere-rugpijn, al maanden. Steeds erger,
ondanks massagestoelmat, rugspieroefeningen en rust. Deze week was het zo erg dat zelfs het ademen af en toe pijn deed. Ik was al weken bang dat ik een hernia zou hebben (het zat rechts onderin de rug én links bovenin de schouder dus ik liep inmiddels al redelijk scheef cq. gebocheld en voelde me inmiddels meer 81 dan 41), vermoedelijk het resultaat van de-elf-tonstenensjouwerij van de oprit, eind augustus. Ik ben daar niet voor gemaakt blijkbaar. Maar buurvrouw wist raad: “ga dan eens naar sportarts S!” Die had (de rug van) haar man ook al succesvol in één behandeling weer in ’t gareel gespoten. Braaf afspraak gemaakt en die was dus vanochtend.

Na het nodige PC-papierwerk mocht ik me uitkleden. Joepie. Eerst een staand onderzoek, dat viel nog mee. Toen moest ik overdwars voorover op de behandeltafel gaan liggen (niet bepaald een onsuggestieve houding :-S) en onderzocht hij zo mijn rug. De pijnpunten waren al snel gelokaliseerd. Geen wonder: als je er lichtjes op drukt, gil ik ’t al uit. Ik schrok toch enigszins omdat de edele heer zomaar ineens, zonder vooraankondiging (!), op mijn rug ging zitten, knieën aan weerskanten van mijn achterwerk op de behandeltafel. Ehhhh PARDON??? Zulke onderzoeksmethodes kende ik nog niet… *slik* Gelukkig was hij enkel vol goede bedoelingen, kraakte hij bepaalde delen van mijn rug (ongeveer boven, midden en onder, in die volgorde). Pohhh fijn is anders, moet ik toegeven. En ietwat ongemakkelijk voelde ik me toch wel, met zo’n dokter op m’n achterste.

In mijn rug zijn volgens hem een aantal spieren compleet verstard en steenhard, kunnen blijkbaar niet meer ontspannen (in fully, utter and total shock na de opritaffaire). Zeker geen hernia dus geen nood, injecties doen de trick. “Blijft u maar zo voorover liggen mevrouw, ik verdoof het lokaal een beetje en dan krijgt u drie spuiten.” Wel, u doet maar, mij zal alles worst wezen als het maar beter wordt. Twee spuiten in de onderrug, één in de schouder. Die laatste was vreselijk venijnig, daar moest ik wel even van ehm… zuchten.

Een jumbodoos spierverslappers op recept, een mooie artsenbrief (voor mijn ‘werkgever’, zodat ik me ziek kan melden hahaha. Ik zal ‘m in een mooi envelopje doen en dan aan mezelf geven) en wat extra vocht in ’t lichaam rijker mocht ik weer gaan. Oh ja, een folder over de allernieuwste zelfontwikkelde voedingsstrategie en -producten om af te vallen kreeg ik ook nog in de handen gedrukt want ik ben duidelijk overgewichtig. I know, meneer de dokter. Niks  nieuws onder deze zon…

Voorlopig zal ik ‘s-avonds wat minder lang ‘actief’ kunnen zijn want die spierverslappers maken je zo ongelooflijk moe dat je redelijk snel omkiepert en minstens 8 uur slaapt (en als je er nog een glas wijn achteraan mikt, raak je zo ongeveer bewusteloos volgens meneer de dokter, dus dat doen we dan toch maar niet…) Maar als ik om 6AM op moet staan, moet ik dus uiterlijk om 10PM een pil nemen en m’n nest in. Bij deze weet u dat. De komende weken geen middernachtsblogs en ander laatavonds geneuzel van mij meer.

Ik voel me best wel redelijk kapotgekraakt eigenlijk…

(…en hondertwintig euro’s armer, dat ook. Contant betaald van m’n verjaardagsgeld. Mezelf een nieuwe rug kado geven. Kan ik.)

Vobbele

Dinsdagavond. Championsleague-avond. Ik snap er letterlijk de ballen van. Wie speelt nu waarvoor? UEFA-cup, Championsleague, de 28e Divisie, Huppeltrut-Liga, allemaal één pot nat. WK’s en EK’s, dáár kan ik wat mee. Dan weet ik tenminste nog om welke koek ’t gaat. Maar de rest is voor mij enkel een hoop groen met kans op mooie benen.

Ik snap voetbal als sport op zich wel hoor. Ik zal wel moeten. Ik ben ‘officieel’ trainster bij de voetbalvereniging, inclusief gesponsord voetbalpakkie. Maar on the other hand, ik train de allerállerkleinsten: van 4 t/m 6 jaar, samen met nog 3 andere dames. Da’s gewoon leuk en vooral heel erg lollig. Van voetbal kun je niet echt spreken, hooguit het laatste kwartier chaosvoetbal met drie teams, drie doelen en (minstens) drie ballen in één veldje van 20 bij 20 meter. En een lol dat we hebben (ja, WE, wij ouwetjes doen o.h.a. gewoon lekker mee, dat kwartiertje). Doeltrappen mogen ze natuurlijk ook, onze bambini’s, waarbij wij dan in ’t doel staan en ze vreselijk hun best doen om vooral ONS te raken i.p.v. iets suffigs als een doelpunt te maken. Lou in d’r waffel schieten, dát is pas écht leuk voetbal.

Juventus tegen Chelsea daarentegen (momenteel op de beeldbuis) is een nogal Asamoa-geconcentreerd gehobbel. Veel ogen-en-neus-wrijvende Chelsea-spelers. Ze hebben niet voor niks blauwe tenuetjes aan, dan vallen de blauwe plekken niet zo op. En ’t past mooi bij de gele kaarten. Dat ook.  Ik blijf ’t een saai iets vinden om naar te kijken. Tenzij Nederland voor ’t WK/EK speelt. Of Oostenrijk (whaaaaaaaaaaaaaahahahahah geintje).

Laat ze maar lekker vobbele, die mennekes.
Als ze maar wel hun benen fatsoenlijk ontharen.

Klein leed

“Mam, ik moest net weer ergens aan denken maar eigenlijk gaat ’t me niks aan…”

Huh… Wat nu weer. We zitten bij ’t middageten (het warme eten in dit deel van Europa). Ik heb net hoogstgeïnteresseerd gevraagd hoe het was op school en kreeg prompt de geijkte antwoorden “ohhh saai” en “oooh goed” (zoon resp. dochter). Ineens flapt zoon er dan zo’n zin uit. Slaat zijn ogen neer en peutert wat rond in zijn gebakken aardappeltjes. Dan weet ik al hoever het is: er is weer iets gebeurd. Hét moment om even door te boren.

“Als je zoiets zegt, wil je het duidelijk wel kwijt lieverd, dus wat is datgene wat jou dan eigenlijk niks aangaat?”
“Hmmm. Nou niks hoor…”
“Ik zie toch dat je iets dwars zit… wil je het echt niet vertellen?”
“Nou… B. heeft op school zijn verjaardagsuitnodigingen uitgedeeld. En ik heb er geen gekregen…”
Licht trillende onderlip waar stevig op gekauwd wordt. Bedremmelde blik.

Laat B. nou net één van de jongetjes zijn, waar zoon tot voor kort redelijk goed mee overweg kon en waar hij wél ieder jaar uitgenodigd werd. Maar B. is ook populair, zit in ’t klassenbandje (wat geen zak voorstelt maar waar wel alle populaire jochies in  samenzweren. En waar zoon een maand of anderhalf geleden zonder omhaal uitgeknikkerd werd omdat ze een betere drummer hadden gevonden), is een slimmerik, snelleers en vooral: übercool. In tegenstelling tot zoon. Wat waar  is, is waar. Op zoon’s vraag wat B. daar uitdeelde, antwoordde deze enkel bot: “gaat je niks aan” en dat heeft hij geregistreerd: het gaat hem eigenlijk niks aan.

Ik zucht een keer. Jammer. Maar het is niet anders: ik kan het knulleke moeilijk verplichten om mijn “ietwat afwijkende” zoon in het kader van de sociale medelevendheid uit te nodigen. Dus volgt er weer een licht pedagogisch gesprekje: “Lieverd, je bent een bijzondere jongen maar je kúnt niet door iedereen aardig gevonden worden. Jij vindt zelf ook niet iedereen even lief en die dingen veranderen ook: iemand waarmee je vorig jaar nog goed op kon schieten, vind je dit jaar misschien wel helemaal niet te pruimen. En omgekeerd kan dat ook…” En daarnaast heb ik hem natuurlijk uitgelegd dat B. waarschijnlijk maar een paar jongetjes uit mocht nodigen van zijn mama en dus ook gewoon móest kiezen. Dat je dan niet binnen die keus valt dit jaar, niet langer in ‘the inner circle’ zit, is jammer maar niet onoverkomelijk.

Zoon ziet dat momenteel nog even anders. Je ziet ’t malen in zijn hoofd. Hij is lichtgeraakt en af en toe glanst er even iets vochtigs in zijn ogen. Het doet hem wat. Ook al wil hij dat niet laten blijken. Veel zelfs. En mij ook wel, moet ik toegeven. Ik had zo graag ook zo’n populaire, coole, snel-lerende, geliefde, goedmeekomende zoon gehad. Maar éigenlijk ik heb ’t nog beter getroffen. Ik heb namelijk een buitengewoon bijzonder kind.

Maar ook bijzondere kinderen hebben dus af en toe klein leed…

Black and blue

So comfortably numb

after just a split second
of feeling strangely dumb.
It’s quite normal, I reckon…
I wish I were so good.
No, wish I were just better
Never really understood
as to why it should matter.
You wanna be bad.
And so desperately loyal
to someone who had
no clue of my truely royal
sense of admiration
for a person so dull
as if under sedation.
Now banging my skull
against the concrete wall
of ignorant, dull bliss.
A love so incredibly small
Nothing but a major kiss.
What did I ever see
In a person sad as you.
Put you over my knee.
Butt black and blue.

But I’m not allowed to…

(c) Lou

Goddelijke vingers

“ah schat…masseer je m’n nek even, het zit daar echt helemaal vast…”
“neuh.”
“oh.”

OK. Schat heeft duidelijk geen zin in masseren. Niet in nekmasseren tenminste. Daarom heb ik ’t geld maar weer eens in eigen hand genomen en hem gezegd dat hij niet verder hoefde te zoeken naar een verjaardagskadootje voor mij. Zoals elk jaar heeft hij mij dus ook nu weer iets gegeven wat ik écht wil en wat hij dan ook níet zelf heeft hoeven kopen. Valt altijd goed: hoe minder moeite de bok voor ’t huisschaap mot doen, hoe beter. Dat weet ik inmiddels en ik kan daar ook heel goed mee leven omdat ik nu mezelf gelukkig kan maken. En als er iets is wat ik goed kan, dan is het mijzelf de juiste dingen kado geven.

Dit jaar waren dat dus twee goddelijke shiatsu-nekmassagevingers. Vastgemaakt aan een massage-expert met roterende, op wens verwarmde (!) ballen die mijn rug vakkundig masseren, van onder naar boven en weer terug. En voor het ultieme genot kan het onderste gedeelte van deze pro ook nog op commando vibreren… Ik was als een kind zo blij toen mijn pakket er was en heb mijn anytime-anywhere-privé-masseur dan ook meteen liefdevol op mijn computerstoel geplaatst. Vanaf nu (jaja, NU ook) zit ik te pas en te onpas braaf op zijn gewillig trillende, warme schoot… De eerste dag was ik nogal onstuimig en hebben we ons duidelijk toch iets te lang samen geamuseerd. Ik had daarna drie dagen lang een beurse rug en nek maar we leren elkaar nu langzaamaan steeds beter kennen en waarderen. Ik ben duidelijk een getalenteerd schootzitster.

Mijn massagestoelmat. Wat een uitvinding. Ik heb zo het gevoel dat dit een innige relatie gaat worden. Kijk ons eens gelukkig zijn, mijn Medischrambo en ik… Geen sadomaso- maar een een caromasso-relatie. Ik heb weliswaar niet de Rolls Royce onder de massagedingesen, maar het is onnoemelijk veel beter dan een bokkig knedende man die liever met een bierblikje in zijn hand naar FC Bayern had gekeken.

Nu nog een fatsoenlijke, gewillige, onvermoeibare, tedere rug- en haarkriebelaar vinden.
Anyone?

En toch doe ik ‘t…

Eigenlijk hè…
Eigenlijk wil ik helemaal niet.

Ik wil niet koffiezuipend achter de laptop zitten.
Ik wil geen TODO-lijst met 268 things to do voor m’n neus.
Ik wil helemaal geen megavette boer laten.
Ik wil niet sloom en willoos door ’t leven dartelen.
Ik wil vanavond niet naar die ouderinformatieavond.
Ik wil dat stuk chocola niet in mijn mond stoppen. Echt niet!
Ik wil geen balansen voor jaarrekeningen op moeten stellen.
Ik wil niet maandelijks de prut-Acer van buuf repareren.
Ik wil geen uitgekauwde muizen van ’t tapijt pulken.
Ik wil niet moeten sporten voor m’n gezondheid.
Ik wil niet slapen omdat ik anders dood omval.

Ik wíl niet als huissloof en -slaaf door ’t leven gaan.
Ik wíl niet toekijken hoe anderen onrechtvaardig zijn.
Ik wíl niet niks doen terwijl iemand verbaal afgemaakt wordt.
Ik wíl niet accepteren hoe respect en fatsoen langzaam wegkwijnen.
Ik wíl niet met lede ogen oorlogen aan moeten zien.
Ik wíl niet steeds maar om aandacht vragen.
Ik wíl helemaal geen fatsoensgrenzen overschrijden.
Ik wíl niet aanzien hoe anderen de dood ingepest worden.
Ik wíl niet gewoon maar helemaal niks doen.

Maar ach.
Ik wou ook nevernooitniet opruimen.
En toch deed ik ‘t…

Dus er is nog hoop.

ief ief

Ik ben een hypothetisch heerlijk wief.
Een echt oprechte hartedief.
Ik heb jou zó ongeloveloos lief,
actief als ook iets te passief.
Ik zorg voor jouw gevoelsgerief.
Voor jouw wensen hypersensitief.
Dat werkt soms ietwat destructief
maar ach, zie het nou maar positief:
het is nog allesbehalve definitief.
En ‘heerlijk’ is ook al zo subjectief…
Dan dus enkel maar ‘een wief’.
Heb ik fijn weer een ander lief.
Er is wel een meervoudig ongerief:
Ik ben soms mega-onproductief
en ook zonder zinvol substantief,
met grote haat aan DE kettingbrief.
Dit even oprecht en informatief
en ook een klein beetje narratief.
Zonder enig geloofwaardig motief
ben ik een procrastinatief lekker wief.
Asjeblief, heb je mij nu nog stééds lief?
Dát biedt nog ‘ns toekomstperspectief…

Ach.
Tijd dat ik optief.