Woorden

Eigenlijk is ’t maf. Ik produceer hier dingen waarvan je zou kunnen gaan denken dat ik een borderliner ben. De ene dag ben ik überhappy, de andere diepdepressief. Zo lijkt ’t althans. Dat kunnen woorden doen. Platte tekst. Ik heb een off-day, ben sjaggie en verdrietig en melancholisch, heb even nergens zin in en blijf wat stilletjes onzin produceren. Ik zit met dingen waar ik zelf uit moet komen of zelf wat aan moet doen. Ik schrijf een blog en dat lijkt dan al gauw op een persoonlijke wereldondergang. Zou je me op straat tegen komen en vragen hoe ’t gaat, zou ik zeggen: “och… gaat wel hoor.” Vraag je door, krijg je een paar dingen van die berg hommeles die ik gisteren opsomde maar ook lang niet alles, vermoed ik.

Zaterdag was een heel mooie dag, ik heb bewust genoten van een heel aantal dingen en dat gedaan waar ik zin in had. In je achterhoofd spoken wel al de dingen rond die je bezig houden en verdrietig maken maar ze worden toch heel even zachtjes wat op de achtergrond gedrukt. Gisteren was het andersom. Alles drong zich op de voorgrond, niks meer om blij van te worden. Zo leek het. En dat weerspiegel ik. Vanochtend had ik een ochtendhumeur maatje kilimanjaro. Dat werd in de loop van de ochtend wel beter, er kwam weer wat humor tot leven. Tot vanmiddag. Weer een noodlottig bericht. Verdriet, angst, schrik bij één van mijn allerliefste vriendinnen. Dat hakt er dan weer in. Lieverd, ik denk aan jullie. De hele tijd. Heel, heel onnoemelijk veel sterkte. Ik duim me suf. Moet goed komen. Moet gewoon. Hearts will mend… literally. ❤

En toch. Toch  zijn het maar woorden… Woorden op één of ander display (ik ga er maar even van uit dat niemand mijn blogs gaat zitten uitprinten. Dat zou wel heel erg veel eer zijn…) Er zit zó veel meer achter. Gevoel. Hoop. Liefde Wanhoop. Medeleven. Woorden zijn heel fijne dingen. Maar soms zeggen ze veel te veel, staan ze bol van iets wat in werkelijkheid helemaal niet zo prominent is. En soms zeggen ze juist zo weinig dat een ander er zelf van alles in gaat lezen. Of ontbreken ze compleet en is juist die stilte oorverdovend en maakt dat je intens verdrietig.

Ik wou dat woorden voelbaar waren.
Gevoeld zoals ze waren bedoeld.
Geïnterpreteerd zoals beweerd.
Meer dan enkel die korte sensatie in je oor of dat beeld op je netvlies.
Ik wou dat ik er zoveel meer in kon leggen dan nu het geval is.
Altijd maar “komt goed” mompelen schiet ergens ook niet op…

Zelluf doen

Dat liedje van Rita Hovink galmt de hele dag al door m’n hoofd.
Je weet wel, dat van:
Laat me alleen, alleen met al m’n verdrietzellufdoen
’t Is beter dat ik nu geen mensen zie
Niemand, niemand, niemand die me troosten kan
Ik verloor m’n toekomst en m’n doel
Laat me alleen, alleen met al m’n verdriet
Een glimlach, dat wordt pure parodie
Iemand, iemand, iemand die gelukkig was
En verloor, begrijpt wat ik nu voel
bladiebla-huiljammer-lalala enzovoort.

Nou, zó erg is ’t dus niet 😛

Maar die eerste twee zinnen treffen ’t wel aardig. Laat me nou maar effe alleen. Láát me gewoon maar even. Ik heb geen toekomst of andere essentiële dingen verloren (absoluut niet) en m’n doel al ook niet. Ik had eigenlijk nog nooit echt een doel dus dan kan ik dat ook niet verliezen, toch? Ik weet ook heel, héél goed dat ik heel, héél veel lieve mensen om me heen heb die me allemaal willen helpen én troosten én knuffelen. En dat is ook superlief maar dat kan gewoon niet: a) omdat het niet eens zo zeer MIJN verdriet is waar ik mee zit, b) omdat het praktisch gewoon niet kán (ik moet er zelf mee dealen en de afstand is simpelweg te groot om te knuffelen, jullie wonen allemaal te ver weg!) en c) omdat men met dit soort dingen gewoon niet kán helpen.

Even een impressie van al die dingen:  Specifieke zorgen om de kinderen, groot verdriet van mijn allerliefste naasten, gemis, werkproblemen (peanuts though), mobbing-issues/gewelddadigheid op school waar ik me als klassenoudervertegenwoordigster én als moeder helaas intensief bezig moet houden, faalgevoelens, pijn (letterlijk), ontglippingssensaties (whoeiii), algehele stress en bij tijden alles verpletterende teneergeslagenheid en moeheid.

Dat laatste heeft voor het overgrote deel te maken met de winter, neem ik gemakshalve aan. Ik ben gek op sneeuw en winterse kou maar ik heb nu toch duidelijk last van winterdepressieve gevoelens. Ik slik wel vitamines (D en B enzo) en af en toe wat Sint-Janskruid maar echt helpen doet dat niet. Doorgaan dus maar. Ik heb een waslijst van (relatief grote dingen) die ik allemaal ‘moet’ en van dat vele moeten word ik ook weer moe. Heb ik ook al eens over geschreven geloof ik. Wat me momenteel heel erg bezig houdt is dat schoolgedoe. Tienjarige kinderen die door klasgenootjes in elkaar getrapt worden op ’t schoolplein, kopstoten, volledige respectloosheid naar elkaar én naar de leerkracht (“hé ouwe, waar bemoei je je mee”…), mobbing, scheldpartijen, notoir uitsluiten. Discussies voeren met ouders die de noodzaak van noodzakelijk optreden niet inzien of zelfs botweg niet geloven dat hun kind ‘dat’ doet (wat toch echt het geval is). Gesprekken met de leerkracht. Moeilijke gesprekken. En dit is dan nog maar de basisschool… Op de ‘middelbare’ school (hier is dat vanaf volgend jaar, na 4 jaar basisschool dus) gaat het er tien keer erger aan toe, heb ik al uitgebreid te horen gekregen. Fijn, ik verheug me er op :’-( Vanavond dus weer een hele avond vol e-mails en telefoontjes waar een mens nou niet bepaald vrolijker van wordt.

Dan zoon die vandaag weliswaar een geweldig cijfer voor Aardrijkskunde/Geschiedenis (hier een gecombineerd schoolvak, hij had een “1”, dat staat hier gelijk aan het cijfer 9 of 10) naar huis bracht (mensch, was ik me een potje trots! Háh!!! Heeft al ons moeizaam, langdurig en intensief samen leren daadwerkelijk vruchten afgeworpen – dit was zooooo goed en zoooo nodig voor hem!!) maar volgende week opnieuw de diagnoseprocedure in gaat voor zijn ADHD/dyslectie/dysgrammatisme/geheugenstoornis/hypermobiliteit etc. etc. omdat hij anders volgend schooljaar toch in een ‘normale’ klas zou kunnen komen en dat gaat ‘m helaas niet worden… Hij is er nu al bang voor 😦 (niet voor de diagnose maar voor een mogelijk falen op de navolgende school).

M’n liefste zus die momenteel zo verdrietig is en samen met m’n nichtjes opnieuw een flinke portie levensherinrichting moet behappen. Ik doe m’n stinkende best om haar op te vrolijken en gelukkig lukt dat bij tijden ook aardig (heb haar net even aan ’t lachen kunnen maken – ghehhh!! :-P) maar toch is het schrijnend, moeilijk, verdrietig en zit ik hier op zo’n Oostenrijkse hobbel zonder dat ik echt wat kan doen of zelfs maar gewoon een knuffel geven. Haar verdriet is simpelweg ook mijn verdriet… Love you, sweet sis!!!

Het gevoel dat ik ook bepaalde mensen ‘verloren’ heb of dat ze in ieder geval langzaam maar zeker uit mijn leven verdwijnen, om wat voor reden dan ook. Ik hou er niet van om geliefde mensen ineens weg te zien lopen, om genegenheid te zien verwateren, om de indruk te krijgen dat je éigenlijk niet langer meer nodig bent. Maar ook dat is in principe een heel normaal proces. Mensen komen zomaar in je leven en stappen er even plotseling weer uit. Net twitterfollowers of facebookvrienden. Ineens, zonder dat je de echte reden kent, zijn ze verdwenen. Floep. Dag vriend(in), zwaai zwaai, het ga je goed… Het mag dan normaal zijn, ik word er toch een beetje neerslachtig van. Ik weet dat ik ’t niet moet doen maar ik ga me dan dus afvragen wat ik fout gedaan of gezegd heb. Niet doen…

En dan die rotpijn die maar niet weggaat. Soms wat minder wordt maar nooit voor lang. Rug. Nek. Hoofd. Knie. Ik ken de oorzaak wel hoor, niks engs of chronisch aan, maar het maakt dat ik me een oud wief voel. Ik sport des te meer, in de hoop ooit weer ‘fit’ te worden (het ‘slank’ heb ik inmiddels bíjna alweer opgegeven, ik moet na 41 jaar vaststellen dat ik niet voor slank in de wieg gelegd ben maar ik was ’t zó graag geweest hè. In mijn hoofd ben ik een slank mens maar mijn lichaam werkt niet mee.  Maar dan moet je ook niet een hele doos kersenbonbons in een moment van verstandsverbijstering naar binnen werken. Nou ja. Dan maar fit & fat ofzo…). En dan zijn er nog een aantal dingen die ik hier niet kan en niet wil noemen of vertellen. Te privé, dus gewoon niet.

Pijn. Verdriet. Zorgen.
Verliezen. Stress. Faalangst.
Afvalsores. Verlatingsangst.
Nog meer verdriet. Frustratie.
Dat.
Dus.
Niks onoverkomelijks.
Er zijn ergere dingen in de wereld.
Véél ergere dingen.
Zelfs in mijn directe omgeving.
Dus.

Laat mij daarom maar fijn sudderen. Ik zal dan ook gewoon doorgaan met repareren, werken, vrolijk worden, liefhebben, ontzorgen, ontstressen, minder vreten en meer sporten.  Beloofd.  En OOIT (wat een stom woord) komt alles GOED (wat een mooi woord).
Goed?

Maar laat me nu maar even.
Ik moet het toch zelluf doen.

Life is a beautiful balance of holding on and letting go.

Ik ook van jullie.

XXX

.

(tjeejjzus, nu ik ‘m gepubliceerd heb, zie ik pas wat voor rotlap tekst dit is. Nou ja. Sorry daarvoor.)

Mattigheid

Nietsziende blik. Mat en dof.mattigheid
Wit display doemt op. Ventilator zoemt.
Komt dat Ooit nog? Of…

Gedachten. Ze rollen.
Woorden verschijnen. Als vanzelf.
Letters die rond dollen.

Toetsenbord zo glad.
Afgesleten. Glimmend touchpad.
Nieuw was-ie echt mat…

Gedachten. Ze dwalen af.
Ik laat niet los. Berusting als gevolg
van wat jij niet gaf.

Ik voel nu langzaam
mattigheid. Wat als nu toch niet is.
Had het Ooit een naam?

Ogen slaan neer.
Ik denk alwéér aan jou. Vergeten.
Ooit komt nooit meer…

.

(c) Lou

Op

Dat is ‘t.
De koek is op.

De sociale communicatiekoek zeg maar. Ik heb er momenteel de energie niet voor. Het is misschien lullig maar het is wel zo. Ik vermoed dat een winterdepressie-achtig iets er mede schuldig aan is. Ik ben moe, uitgeblust, gedemotiveerd, nog moeier, heb een hoop pijn (rug, nek, hoofd), weinig energie en nergens zin in. Een griepje onder de leden, dat zou ook nog kunnen. Alles doet zeer. Hoofdpijn, de tranen redelijk hoog. Dat dus.

En dan heb ik dus geen zin meer in communiceren. Het hoogstnodige wel (en dat ‘hoogstnodige’ neemt dan vooral de vorm van m’n lieve zus en mijn pap&mam aan) maar verder ben ik enkel redelijk stilletjes op de achtergrond aanwezig. Een plek die me op dit moment eigenlijk wel heel goed bevalt. Klep dicht en koekeloeren. Is nieuw voor mij. Maar ’t bevalt. Ik ben er wel, ik lees wel wat maar ben niet echt merkbaar. Een dag als gisteren geeft me dan wel weer een kleine boost, dat wel. Dan merk je weer wat écht belangrijk is. Maar vandaag was het weer redelijk slopend hoewel het toch ook wel gezellig was bij onze vrienden. Maar het moeten praten, het gezellig moeten zijn, het geïnteresseerd moeten blijven, dat was vandaag ergens moeilijk op te brengen. Ik was vanmiddag werkelijk het liefst weer in mijn bed gekropen, opgerold, dekens over de neus, slapen. Was zelfs vergeten om mijn mobiel mee te nemen en dat wil wat zeggen. Ik heb ’t ding ook niet echt gemist. Dat zegt misschien wel nóg meer.

Ik schrijf daarentegen nog wel graag (vandaar ook dit blog weer). Dat is namelijk toch hoofdzakelijk een éénzijdig iets. Ik ratel er op los en men leest ’t als het hen past. Of niet. Ook goed. Reacties zijn altijd fijn (heel fijn zelfs), maar ik voel me niet standaard verplicht om daar dan weer op te reageren. Soms doe ik dat, soms ook niet (vergeef mij). Daarom is een blog ook zo’n lekker iets. Ik pleur erin waar ik over pieker, wat ik denk, wat er aan onzin in mijn hoofd rondspookt en wat me bezig houdt. Dat kan door anderen als saai of irritant ervaren worden, ook dat vind ik best. ‘t-Is mijn blog. En mijn hoofd…

Een hoofd dat raar werkt, ik weet er alles van. Een maalhoofd. Een piekerhoofd. Een zwaar hoofd. Een intern meervoudig hoofd… Een liefst verdoofd hoofd. Ik verzuchtte het al eerder: ik wou dat ik een knop had waarmee ik in m’n bovenkamer de boel gewoon uit kon doen. Als een lampje. Klik. Uit.  Niks meer denken, geen gepieker, geen vergeten dingen, geen moeten, geen pijn. Gewoon UIT. Maar zo’n knop heb ik niet en daarom ben ik dus niet ‘uit’ maar ‘op’. Van m’n eigen gedachten en gemaal. Ik kan bij wijze van spreken nog nadenken over waarom ik nu toch ineens weer een blog typ. Had ik er dan zo’n  zin in? Moest ik nou echt iets kwijt? Waarom typ ik? Waarom typ ik nu precies DIT?? Wat is überhaupt de zin van bloggen? Het is eigenlijk een redelijk onzinnige bezigheid. Je schrijft je hoofdinhoud op en laat anderen nog meegenieten ook. Maar eigenlijk kan ik het allemaal net zo goed weer met een pen in een boekje schrijven, zoals ik dat vroeger deed. M’n gedachtenboekjes van toen (hier een voorbeeld van mijn 1.0-schrijfsels…) waren (en zijn) goud waard. Voor mij dan. Alleen voor mij…

Als ik dan zo zit te typen zie ik dat m’n man wél een UITknop heeft. Die gooit de TV aan (‘click’), klikt naar kanaal 18 (Arte, steevast garant voor oersaaie documentaires) (‘click-click’), propt een kussen onder z’n hoofd en slaapt. Uit. Klaar. En ronken maar. De TV loopt naar mijn mening werkelijk voor niks te blaten, maar als ik ‘m uit doe, is man meteen weer wakker dus ergens heeft het ding toch overduidelijk een slaapverwekkende werking. Blijft die TV aan, blijft hij uit.

Wáárom kan ik dat nou niet… *jaloers naar ronkende man kijkt*

Ik pak zuchtend het laatste glas weekendwijn (het ís nog weekend hè) en typ er maar weer op los.
Wat anders kan ik blijkbaar niet.

I’ll be back. Da’s een ding wat zeker is…

*iets met gouden randjes*

Een zaterdag met een gouden randje.

Rond een uur of 9 word ik wakker. Ik kan me meteen levendig herinneren wat ik gedroomd heb: ik had mijn hele bovenlichaam laten tatoeëren. Een sjiek blauw corset met knoopjes over m’n romp met blauwe comicfiguren (Betty Boop, Sonic…) op mijn rechterarm en de Friese vlag over mijn hele linkerarm. En ik was er superblij mee, dat ook nog. Eenmaal wakker was ik ergens toch wel blij dat ik deze smurf-in-de-halvamel-like tattoo enkel in mijn fantasie mee heb mogen maken. Ik wil best wel een kleine tattoo (jaja, coming out of that closet too, gheheheh) maar gelijk m’n hele bovenlichaam in ’t (rood-wit-)blauw was toch wel een beetje heftig geweest. En daarbij komt dat mijn bovenkant nog best aardig is. Als er iets opgesierd zou kunnen worden, was dat eerder het gedeelte van de navel naar beneden tot aan de tenen geweest. Plek zat daar in ieder geval…

Ik overweeg of ik op zal staan of niet. Niet. Of ja toch maar. Vannacht sliepen we pas om 2am dus dat hoeft nu niet nog een keer. *kuch* Douchen, zaterdagochtendontbijt met een eitje en versgeperste jus. Man ruimt op, ik scheur even naar ’t sportveld om wat dingen te regelen en te bespreken met de verenigingsvoorzitter. Daarna: koffie, nog meer koffie en FB cq. mails checken (misschien moet ik nog Die Welt Retten hè, you never know). Ook nog een wandeling in de ijskou en wat foto’s gemaakt met m’n mobieltje. Vervolgens ga ik de kelder in, een krappe drie kwartier sporten en de kinderen sleeën zich ondertussen suf. Na de middag gaat man even naar z’n moeder, maak ik brood voor de kinderen en in no time zijn ze alwéér buiten. Ik doe wat huishoudelijke onzin (ja sorry, ook ik ben tenslotte maar een huishoudsloof, een nietszeggend en bij tijden vervelend mens en een slaaf van de alledaagsheid als je alle sjuu en tierelantuten even weg rekent. In de trant van “zelfs de koningin laat wel eens een scheet” enzo).

winterimpressionen

Ik tref eerste voorbereidingen voor het avondeten (zoete kip – “kip in ’t pannetje” heet dat – met sperzieboontjes en wilde rijst) en zie ineens de buurman voor het keukenraam voorbijstampen. Hij kijkt me triomfantelijk aan en dan zie ik ook al waarom: hij heeft mijn én zijn kinderen (5 stuks in totaal dus) zover gekregen dat ze in ganzenmars, met rooie koppen en breed grijnzend, achter hem aan stampen. Zo marcheren ze met veel kabaal drie keer rond ’t huis en dan zijn ze weer verdwenen. Toch fijn, zo’n bevestiging dat wij daadwerkelijk goed in dit buurtschap passen: ze zijn net zo gestoord als wij. Opluchting alom.

Om een uur of 5 komen de kinderen naar binnen donderen, volledig in het wit en ijskkkkoud. M’n gang is nu zeiknat but so what. Even een mok warme chocolademelk voor ze maken. Ook man is tegen half 6 thuis en we vallen aan op het zaterdagse avondeten. Het gaat schoon op. De kinderen zitten nu op de bank, zoon met m’n iPhone (mag hij hebben, rotding), dochter met haar mode-designer-kleuralbum. Man is boven, probeert z’n ouwe nieuwe boxen uit. “So far away from me” van de Dire Straits schalt kneiterhard door het hele huis. Heerlijk.

Zo meteen, als we allemaal klaar zijn met de electronische prut, gaan we zaterdagavond vieren. Dat heb ik sinds kort zo ingevoerd, om een beetje meer familiegevoel te kweken. Niet dat we dat niet hebben hoor, maar ik herinner me het van vroeger, die zaterdagavonden. Gezellig bij elkaar zitten, iets op TV kijken (de Weekendkwis of de RonBrandstederShow of weet ik veel wat) en een spelletje doen. Drinken en wat chips erbij en familie voelen. Ik wil dat mijn kinderen dat ook een beetje kunnen ervaren en daarom heb ik nu persoonlijk de zaterdagavond tot familieavond gebombardeerd. We gaan zometeen sjoelen, op wens van de kinderen. Joepiedepoepie 🙂 Ik ga ervan uit dat het volgende week een potje Monopoly wordt. Daar kan ik me dan nog een week lang psychisch op voorbereiden. Blikje Fanta (de traktatie ten top voor de onzen) en Pombär- of paprikachips en ze zijn helemaal happy. Alleen die Fred Oster, die ontbreekt een beetje. Maar dat zullen we vast ook wel overleven.

Als de kinderen straks om een uur of half 10 in bed ploffen, gaan wij hoogstwaarschijnlijk nog even naar onze (eveneens prettig gestoorde) buren om een potje darts te spelen. Altijd goed voor een hoop lol. Kortom, de zaterdag is er eentje. Een zaterdag zoals-ie moet zijn.

Als ik nou ook nog wist, dat iedereen die me lief is, óók gelukkig is, was het een echt perfecte zaterdag.
Maar dát is-ie dus helaas niet…

S-s-saukalt

dat is het. Saukalt. Gisteren al. Vannacht gaat ’t richting de -15. Zeggen ze. Dat is op zich niet zo erg maar het heeft ook nog ‘ns enorm gesneeuwd. Eergisteravond begon het en vanmiddag is ’t gestopt. Er is nu zo’n centimeter of zestig-zeventig gevallen, niet overdreven, eerder onderdreven. OK, als dat allemaal bovenop elkaar valt, wordt de laag vanzelf weer dunner omdat het inzakt, dus nu is het nog zo’n 30-40cm. Een leuk laagje zeg maar. Ik heb gisteren maar liefst vier keer sneeuw geruimd. Nou ben ik redelijk gek op die sneeuwschuiverij (vooral nu we zo’n prachtig gladde, perfect schuifbare oprit hebben) dus dat is dan weer mazzel voor Hausmeisterin Lou, maar uiteindelijk wist ik toch niet meer zo goed waar ik die bulten sneeuw nou nog heen kon schuiven. Ja, steeds hogerop gaan, dat kon nog. Maar alle sneeuw die je aan de kant schuift ook nog eens op een berg van 1,5 meter moeten scheppen, dat werd me dan toch ook weer iets te gortig. Maar het is gelukt. Er is ook niet echt iets te merken geweest van ontwricht verkeer. Misschien een kilometer of 50 meer aan file en een hier of daar wat sterker vertraagde trein, maar geen dingen die het nieuws haalden, behalve dan de hoeveelheid sneeuw zelf.

Heel Oostenrijk verzucht: eindelijk sneeuw. Zoals Nederland elk jaar toch weer met smart wacht op een elfstedentocht, zo smacht men hier naar een flinke berg sneeuw. Na maanden van regen en föhnwind, van storm en gure, natte buien is er eindelijk sneeuw. En nu heb ik dus ook geen kind meer aan de kinderen: die maken in no time hun huiswerk (als ze na schooltijd überhaupt al binnen komen) en dan zijn ze verdwenen. Sleeën, burchten bouwen, sneeuwpoppen maken. Tegen vijven of halfzessen komen ze knalrood en zeiknat binnengestrompeld, vallen voor de TV neer, eten hun eten zonder boeh of bah op en uiterlijk half acht liggen ze voor pampus in bed. Ideaal. ‘s-Winters een berg sneeuw of zomers lekker warm zwemweer (en dan natuurlijk een zwembad in je tuin hebben hè). Alles er tussenin is prut.

Oh ja. Een paar plaatjes leverde het ook nog op, die sneeuw.

winter2 winter3 winter4 winter5 winter6 winter7 winter8 winter9

life goes on…

… dat blijkt wel weer…

Mensen gaan hun weg… Op elkaar gaan zitten wachten is uiteindelijk ook maar een uiterst zinloze bezigheid. Maar toch is er een beetje schaduw in mijn hart. Het voelt leeg. Leger. Het voelt alsof de liefde die zo zeer ook mijn deel was, me langzaam ontglipt. Onopvallend maar steevast stukje bij beetje weggenomen wordt. Het ís misschien niet zo maar het vóelt zo…

Nieuwe liefde komt.
En blijft.
Nieuwe levens starten.
En worden goed.
Zo moet het ook zijn.
Zo hoort het…

De sneeuw valt met bakken uit de hemel.
Ernaar kijken en maar één ding willen.
Op het gras gaan liggen en een wit heuveltje worden.
Te koud om nog iets te voelen.
Wat een weelde zou dat zijn.

Schaduw vult een steeds leger hart.
Langzaam verdwijnen ze. In de verte.
Alle dingen die we ooit waren
Alle dingen die we nooit zeiden
Alle dingen die op lieten leven
Alle dingen die nooit weg zouden gaan
Alle dingen in mooie ogen gezien
Alle dingen die voor geen goud
verloren mochten worden…
Ze halen het ochtendgloren niet eens meer.
Zwaai die witte vlag en doe alsof
je niet meer houdt van.
Denkt aan. Lief hebt.
Zo moet het wel zijn.
Zo hoort het…
En het is goed zo.
Want liefde vond ook jou.

Denk af en toe nog aan mij…