Vertrouwen

Wat is nou helemaal ‘vertrouwen‘…

Het ervan op aan kunnen dat iemand jouw duistere geheimen niet doorverteld? trust2
Het geloof dat een ander écht eerlijk en aardig tegen(over) je is?
Het weten dat je partner zijn genegenheden voor de volle 100% enkel en alleen aan jou geeft?
Het gevoel van veiligheid en geborgenheid?
De wetenschap dat iemand achter je zal blijven staan om je op te vangen als je valt?
De zekerheid dat iets uiteindelijk goed zal gaan of weer goed zal komen?
Het geloof dat iemand dat zal doen wat jij van diegene verwacht?
De hoop dat de vertrouwde persoon geen dingen zal doen die in jouw nadeel werken?

Vertel…
Wat is nou dat vertrouwen?
Wat is eerlijkheid?
Trouw. Loyaliteit. Oprechtheid.
Moeizaam en liefdevol opgebouwd oervertrouwen.
Steeds opnieuw een stukje ervan afgebroken.
Steeds opnieuw een stukje meer beschadigd.

Volgens de sociologie is vertrouwen een essentieel concept in een goed functionerende samenleving. Het vertrouwen in de medemens. Het gevoel dat niet iedereen per definitie slecht is. En daarmee ligt ook gelijk één van mijn grootste manco’s op tafel: mijn gebrek aan vertrouwen. Mijn wantrouwen. Ik geloof niet in de goedheid van de mens an sich. Ik ben ervan overtuigd dat iedere mens in eerste linie handelt vanuit een absoluut egoïstisch standpunt. Noem het overlevingsdrang, noem het eigenbelang. Ik ben – al zeg ik het zelf – goed in het bewaren van geheimen. Ik praat niet snel mijn mond voorbij, klep zelden dingen door. Heel nobel? Neuh… In principe doe ik dat omdat IK daar beter van word: degene die mij dat geheim toevertrouwd heeft, is op mij gesteld, heeft duidelijk wél vertrouwen in mij, ja houdt zelfs soms van mij. En die liefde, dat vertrouwen en die toewijding wil ik niet verliezen of beschamen dus bewaar ik dat geheim. Ik vertrouw zelf maar bar weinig mensen. Ik ben een scepticus. Zelfs een cynicus. Eerst zien, dan geloven.

Volgens mij is het enige werkelijk belangrijke vertrouwen in het leven het zelfvertrouwen. Het vertrouwen in jezelf. Het is het enige vertrouwen waar je altijd van op aan kunt omdat je het zelf in de hand hebt en ook datgene waar je mee verder moet. Laat ik daar nou óók een gebrek aan hebben. En aangelegenheden als slippertjes of buitenpartnerschappelijke relaties zijn nu eenmaal die dingen die met uitstek dat zelfvertrouwen zwaar beschadigen…

Laatst beet mijn man me nogal bits toe dat niet de hele mensheid zo slecht is als ik altijd maar denk. Touché… Maar ondertussen worden mijn naasten, degenen die ik nou juist wél vertrouw en die ik lief heb, wreder dan wreed bedrogen, houden partners van vriendinnen er al maanden (jaren?) geliefden op na, wordt de één na de andere priester of kinderarts wegens pedofilie en seksueel misbruik veroordeeld, graait die hoogstaande politicus nog een paar miljoen mee de afgrond in, is het volgende voedselschandaal uit economisch bejag alweer een feit en is er weer een twaalfjarige ‘vrouw’ verkocht voor een huwelijk met een 68-jarige man. Waar blijft dan nog dat vertrouwen…

Schijnbaar moet ik opnieuw leren te vertrouwen. Op anderen, in anderen, in mezelf. Tjezus wat is dat moeilijk… Altijd handelend met loyaliteit en integriteit, zonder verborgen agenda’s. Open in de communicatie met iedereen, niet slechts met enkelen. Beloftes nakomen. Aan verplichtingen voldoen en me richten op de belangen van anderen als ook op die van mijzelf. Wel, ik doe nog steeds mijn stinkende best. Jij ook??
.

De mens is een raar beest.
En ik ben er daar eentje van…trust

gevoelige snaar

Het schijnt dat ik nu dan toch eindelijk weer eens een gevoelige snaar heb geraakt met mijn ziekemannenblog…
Sorry heren (in het algemeen maar voorállll die, die zich aangesproken voelden):
mijn oprechte excuses.
Ik zal ’t noooooit meer doen…
NOT!!!
’t Is mijn blog. Ik schrijf wat ik wil.
En lees vooral ook de titel erboven: Veel geleuter zonder clou.
U was dus gewaarschuwd. Dubbel.

To read or not to read, THAT is the question.

Hele evolutietheorieën werden er meteen weer tegenaan gegooid. Vrouwtjes die het zich niet kunnen permitteren om hun kroost in de steek te laten, mannetjes die, als ze hun territorium door ziekte niet meer kunnen verdedigen, zich dan maar volledig terug trekken. Ik vind ’t prima hoor, alleen is het dan wel ietwat teleurstellend dat het oh zo intelligente mannelijke deel van ‘mensheid’ (even sterk veralgemeniserend, alweer sorry) zich blijkbaar toch nog niet noemenswaardig ontwikkeld heeft en daardoor in tijden van zelfs enkel milde ziekte terug valt in oergedrag, daarbij denkende dat er nog steeds iets als een territorium verdedigd zou moeten worden. Ik ben gék op veralgemeniseren en bagatelliseren. Iemand moet ’t toch doen hè, anders zie je door de mannen de mensheid niet meer. *kuch*

Huh?
Oh.
De clou mist weer eens…
Ik broedmachine met hormonale storingen.
Ik vrouw.
Forgive me.
Waar zullen we het vandaag eens over hebben?
Was er niet laatst iets van een huishoudbeurs?
Vertel eens dames?
En heren, niet te hard zwaaien met die knots hoor!
U zou uw nieuwe BMW M6 per ongeluk kunnen raken…

Lieve mannen.
Trek het u toch alsteblief niet aan…
Ik raaskal maar wat.
Ik ben gek op u. Allemaal (even generaliseren).
Wat zou ’t leven zonder mannen zijn.
Enzo…

Clueless.

Der kranke Mann

Mannen, u kunt hier stoppen. Dit wordt een damesklaagzang. Over mannen. Niet allemaal hoor, dus als u niet tot de categorie ‘gemiddelde man’ behoort, die ik hier bespreek, kunt u vanzelfsprekend verder lezen. Maar ik heb u gewaarschuwd.

*rant-modus ON*

De gemiddelde man bestaat niet. Ik weet er alles van. Maar de gemiddelde man is erg slecht in het fenomeen “ziek zijn”. En mijn man is een gemiddelde man.  Qua ziek zijn dan.

Vorige week was ik zelf enigszins aangeslagen. Mijn knie en hoofd speelden (na mijn ski-ongeval van 3 weken geleden met een flinke hersenschudding en gekneusde knie tot gevolg) nog wat na, maar een kniesorin die daarop let. Ik start de week met keelpijn, hoofdpijn, oorpijn en hoesten. Ook daardoor laat ik mij niet van de wijs brengen. Drie van de vier dagen ski ik er toch aardig op los. Ik let niet op mijn nogal pijnlijke keel, mijn verstopte oor, het inmiddels notoire hoesten en die loopneus neem ik ook op de koop toe. Ik ski, ga wandelen, help met eten koken, ben ‘enigszins’ gezellig (ik heb getuigen). Ik krijg nog wel tips van man tijdens het skiën, zodat ik eventueel toch íets sneller zou gaan enzo, maar die tips mag hij tussen zijn zuurdesemstoet stoppen. Ik ben al lang blij dát ik weer ski na en met alle gedoe en vind het eerlijk gezegd best een hele prestatie van mijzelf. Het blijft edoch onopgemerkt.

Donderdag ’s avonds, net weer thuis, crash ik en sleep mij met lichte koorts het bed in. Vrijdag is een verloren dag met duidelijke  griepverschijnselen, maarrrr ik ruim wél nog even de vakantiezooi op, geef man een gedetailleerd boodschappenlijstje met wat hij moet halen, draai/droog/vouw vier wassen en kook voor de meute. Tussendoor leg ik me kort te rusten, neem een overdosis advil en parasitaknol, sleep mij erdoorheen. Zaterdag krabbel ik weer op, ga zelf boodschappen doen (…) en zondag ben ik zelfs weer zover OK dat ik het verplichte schoonmoederbezoek happy doorsta.

Maar owee. De maandag. Back to school and work. Man heeft bij het ontbijt al een muts op. Dat belooft niet veel goeds… Als ik na een behoorlijk intensieve dag ’s avonds terug kom met dochter van haar koorrepetitie, ligt hij op de bank, met muts, trui en een deken tot over zijn neus. Aiiii… hij is ziek…

En daar komt het ‘gemiddelde man’-schap om de hoek kijken. Met praktisch dezelfde griep als ik is meneer praktisch deaud. Ik heb ‘m aangestoken. “En bedankt hè?” kan er nog net vanaf. Graag gedaan hoor schat. ’s Nachts een snurkende, zwetende kriem. Slapen met muts op is echt geen remedie volgens mij, maar het moet want anders sterft hij… En hij is de expert in ziek zijn, dat is een ding wat zeker is. Dat wat ik had vorige week, was niks. Een verkoudheidje.

Vanochtend, half 7. Ik trommel de kinderen uit bed, wassen, aankleden, ontbijten, back to school. Niet al te eenvoudig na een week intensieve vakantie. Man ligt voor pampus. Ik breng hem een kop thee en jus d’O en z’n mobiel zodat hij zijn werk af kan bellen. Kinderen de deur uit. Naar de gyn voor uitstrijkje/standaardonderzoek én hormoononderzoek. Die verziekt mijn arm bij het bloedprikken behoorlijk, maar ach nou ja. Een verwijsbrief halen voor dochter, boodschappen doen, langs school voor een kort gesprek. Thuis begonnen met het in elkaar schroeven van de eerste Ikea-kast. Kan ik. Tussendoor werktelefoontjes en een gesprek met een bezorgde moeder van zoons klas (ik ben klasse-oudervertegenwoordigster, vandaar). Eten koken. Eten met de kinderen, huiswerk maken. Al die tijd kijkt man meewarig toe vanaf de bank. Zo ziek, ocherm… Ik maak hem een kop thee, een broodje, een glas versgeperst sinaasappelcitroensap. We mogen niet te hard praten (zijn hoofd), de kinderen niet TV kijken (dat doet hij nl. al, hoe kom je anders de dag door, liggende op de bank). Hij zweet wat af met muts op en drie dekens over (die ik vervolgens weer op de hand mag gaan wassen). Ik probeer hem ervan te overtuigen toch echt naar bed te gaan, maar nee, daar komt-ie de dag écht niet door. Op de bank slapen is veel beter en aangenamer. Helaas niet voor ons.

Ik maak de rest van de ikea-kast af (zacht timmerend en schroevend), ruim op, maak avondeten, breng de kinderen naar de scouting, eet zelf wat, haal de kinderen weer op, maak een smoothie voor iedereen (behalve mezelf), stop de kinderen in bed, lees voor, ruim verder op. Maak spullen en documenten in orde voor morgen (schoolaanmelding zoon), nog wat telefoontjes, verenigingswerk, e-mails. Maak thee voor man. En voor mezelf ook, toegegeven. Om 11pm weet ik hem ein-de-lijk te overtuigen dat hij in bed hoort.

Hè hè… daar waar-ie hoort. En waar ik zo meteen naast mag kruipen. Joepie, lekker…

Echt. Zieke mannen zijn een ramp. Ze doen NIKS meer, zijn tot NIETS meer in staat behalve belabberd op de bank liggen. Als ik ziek ben, gaat het leven gewoon door, ik doe alles wat ik moet doen en tussen de bedrijven door mag ik dan even uitzieken. Als een man (nee, MIJN man) ziek is, ligt-ie minstens 3-4 dagen voor dood op de bank, ook al stort het huis rondom hem in, who cares. Uitzieken zullen we. Anders komt ’t nooooooit meer goed…

Zwak geslacht…
Klaar mee.

*rant-modus OUT*

Bezig

ben ik. Verrekte erg bezig. En dat is goed. Dat houdt mijn hoofd stil. En mijn maag ook. Die schreeuwt op dit moment keihard om wijn en chips maar aangezien ik zo goed bezig ben, luister ik niet. Magen zijn ook maar onwetende organen, ook al is de mijne een expert in het imiteren van grommende beren.

Ik ben bezig. Met opruimen. Nog steeds. De woonkamer is inmiddels weer een zooi, maar ik heb de projecten zelf in ieder geval al op orde:
– de berging uitmesten (nog onbegonnen werk, letterlijk)
– mijn klerenkast opruimen (moet nog even wachten, eerst -10 kilo)
– het verenigingsleven op orde brengen (druk mee bezig)
– kinderzooi uitsorteren en naar de bazaar brengen (check! done!)
– bergruimte kweken (ikea to the rescue…)
– mijn hoofd opruimen (erg langdurig en moeizaam project)
– mijn hart luchten (in the proces)
– mijn lichaam op orde brengen (ook work-in-progress at this very moment)
– mijn foon streamlinen (check! Is klaar. Nu nog afwachten of dat wel zo goed was…)

Vandaag kwam er een busje voorrijden met twee erg aardige Marokkaanse mannen. Ze brachten mij mijn bestelde 540 kilo ikea-meubilair (Ja, ik ben een ikea-freak. Gek op. Ik geef het toe). Ze gaven de kinderen zelfs nog een zakje Haribo-gummiberen op de koop toe. [Nee, nee dat denk je fout. Dit is toeval. Ik doe niet aan product placement. Echt niet]. Verbazingwekkend genoeg klopte alles ook nog (46 colli). Kortom: ik ben blij en vanaf morgen worden er hier ikea-kasten in elkaar geschroefd en geplakt (en geramd, als het nodig is). En dan kan ik verder met opruimen, yay!

Met mijn hart-hoofd-lichaam-project maak ik ook gestage vorderingen. Mén, wat een zootje was dat… Is het nog steeds, ook dat moet ik toegeven. Maar het begin is er tenminste.

Die olifanten laten zich relatief goed vangen.
Maar die muggen hè, die muggen…

Boodschappenleed

Al dagen stilte alhier. Kan kloppen, ik was er even ‘uit’. Weg. Bij pap en mam én zus onder de vleugels. Lekker skiën en veel praten en puzzelen en bijkomen en opwarmen van binnen. Moet ook af en toe. Ik had drie weken geleden nevernooitniet gedacht dat ik nu alweer op de ski’s zou staan, maar het ging goed en ik heb er – ondanks alle persoonlijke crises – van skiengenoten. Vooral van de kinderen, zoals ze de berg af scheuren. Beide absolute ski-fanatici. Het liefst zwarte pistes. Mag hoor, ik neem de blauwe ‘Umfahrung’ wel… Met om iedere knie een orthopedische brace kachelde ik er gemoedelijk achteraan, af en toe een foto of filmpje makend.

Maar maandag voelde ik me al niet topfit en dat zette uiteindelijk gisteravond door: oorontsteking, keelpijn, hoofdpijn, lamlendig. Ik loop/lig/lummel dus al de hele dag in huis rond met een muts op m’n hoofd en een dik vest, joggingbroek en sloffen aan. Ma Flodder ten top. Who cares. Helaas moeten er, na een paar dagen huiselijke afwezigheid, wel boodschappen gehaald worden. Dat was IK vandaag dus echt niet van plan en daarom werd man erop uit gestuurd.

Wat is dat toch met mannen en boodschappen doen? Oké, laten we ze niet allemaal over één kam scheren. Er zijn hordes mannen die het wel fantastisch kunnen en ja, oefening baart kunst. Ik heb dus een nogal ongeoefend, leer-resistent en enigszins koppig exemplaar. Ik graaf de koelkasten door, maak een uitgebreid, GOED leesbaar en gedetailleerd lijstje, deels met productlocatie erbij. Ik instrueer hem uitdrukkelijk om heel goed te kijken of de groente in orde is, niet rot, geen bruine plekken enzo. Ik druk hem op het hart, mij te bellen als hij iets niet vindt/begrijpt/kan lezen. Het helpt allemaal geen biet.

wat schreef ik: “Een bak puntpaprika’s (ca. 5 stuks)”
wat kreeg ik: Een bak puntpaprika’s (oh wonder!), waarvan 2 compleet verrot en 1 deels. Het rotsap droop eruit.
wat schreef ik: “2 koolrabi’s”
wat kreeg ik: één bloemkool…
wat schreef ik: “2 grote volkoren broden, géén zuurdesem.”
wat kreeg ik: twee kleine zuurdesembroodjes
wat schreef ik: “2-3 beetje rijpe biobananen.”
wat kreeg ik: 5 lichtgevend groene ploppers uit Costa Rica.
wat schreef ik: “500g rundergehakt, bio!!!” (runder en bio onderstreept)
wat kreeg ik: 300g gemengd kiloknallergehakt.
wat schreef ik: “een zakje pecannoten”
wat kreeg ik: een telefoontje dat hij niet wist wat dat in vredesnaam was en dat we zát walnoten in de kelder hebben liggen dus als hij die dingen al ooit zou vinden in deze Lidl-chaos, zou hij ze nog niet meenemen. Fijn dan. Die in de kelder zijn trouwens niet te vreten (oud, beschimmeld) 😦
wat schreef ik: “2 stronken broccoli, goed kijken of vers!!”
wat kreeg ik: 2 stronken broccoli (jaja), helemaal geel met bruine uiteinden. Dat was dus gele broccoli vandaag. Ook lekker.
wat schreef ik: “1 biokip (ligt in de koeling, naast de gewone plofkippebouten).”
wat kreeg ik: Niks. Biokip is te duur. Ik heb vást nog wel wat anders in de vries…

Manlief, als je dit leest: sorry, ik moest ’t even kwijt.
Je doet het goed hoor. Echt. Ja echt.
Nog een béétje oefenen, dan wordt het vast nóg beter.

Ik hoop heimelijk dat ik morgen weer enigszins fit ben.
Ik moet namelijk nog boodschappen doen.

Zijlijn

Soms zouden mensen me zo graag door elkaar willen schudden. zijlijn
Me er bij de oren bij willen sleuren.
Soms tegen me willen schreeuwen.
Kijk eens wie er allemaal voor je zijn!!
Maar diegenen weten zelf ook dat dat zo niet werkt.
Ze hebben vaak genoeg tegen zichzelf geschreeuwd…

Dit is een strijd die zelf gestreden moet worden.
In de diepten van zo’n hart is het plan al klaar.
Nu de uitvoering nog, het moeilijkste van alles.
Maar ze staan aan de zijlijn om aan te moedigen.
Om op te peppen, te verzorgen en te helpen.
En ja, ik weet dat ook jíj daar niet alleen staat…

Dat weet ik heel goed.

❤ ❤ ❤

.

.

(NB: oorspronkelijk geschreven door Hella (april71 – hier op wp), ik heb de tekst enkel een beetje omgedraaid… dat jullie dat even weten).

op jou…

Op jou sleep
lig ik.
Met mijn ogen dicht.
Ik sluimer, voel
hoe je meegeeft.
Je aanpast aan mij.
Mijn warmte weerkaatst.

Op jou
droom ik.
Laat ik me gaan.
Al die jaren zonder jou.
De pijn werd ondraagbaar.
Je tropische kern laat mij
voelen wat goed is…

Op jou
kom ik.
Eindelijk tot rust.
Jij uiterst kostbaar stuk.
Maar wat je mij geeft
is echt onbetaalbaar,
lieve nieuwe matras…