Alles over alles

Alles-kaplakat Ontbijt is nu, om kwart over elf, dan toch op. Lekker laat en vooral lekker lang dit keer. Want vandaag is het een feestdag: het feest van “Fronleichnam”. Geen idee wat dat in het Nederlands is, mijn moeder had ’t over Sakramentsdag. Het is het feest van de herdenking van wederopstanding van Christus door de apostelen die op de 2e donderdag na Pinksteren zijn hernieuwde aanwezigheid middels brood en wijn – zoals Jezus bij het laatste avondmaal had gezegd – celebreerden.  Of zoiets. Kan zijn dat het niet helemaal klopt, maar dit heb ik ervan begrepen en dat is al heel wat voor een ongelovig Tomaatientje als ik. Er zijn sowieso niet veel mensen die weten wat ze nou precies vieren vandaag. Wij vierden het in ieder geval alvast met brood, de wijn komt vanavond wel (een champagneontbijt werd me toch iets te gortig).

Na ons Fronleichnamsontbijt stort zoon zich vol goede moed op z’n huiswerk: het verbeteren van zijn proefwerkopstel voor Duits. Koschka, onze kat, springt op tafel en er ook gelijk weer vanaf om zich vervolgens in één van zoons gebouwde kapla-blokkentorens te nestelen. Zoon springt – vanzelfsprekend – ook meteen op en vraagt me of ik zijn T*** Towers nu eindelijk al eens heb gezien. Eh, nee nog niet. Maar dat maak ik nu goed. Zoons voornaam begint met een T en hij heeft op beide torens een grote T gebouwd. Man noemde ze daarom gisteren al de Twin Towers en zoon doopte ze vervolgens om tot T*** Towers. Hij heeft in beide torens een kussen ingebouwd zodat de katten er kunnen slapen. En dat doen ze dus ook enthousiast.

“Mam, waarom noemde papa ze de “Twin Towers”? Wat zijn die twin towers ook alweer?”
Ik leg hem uit wat de twin towers waren en ons gesprek ontwikkelt zich.
“Goh, dan zijn dit dus helemaal niet de enige T-Towers ter wereld!” Jawel… want die andere T-Towers zijn er niet meer…
Waarom niet?
Omdat terroristen ze kapot gemaakt hebben. Ze hebben vliegtuigen gekaapt en zijn met die vliegtuigen in die torens gevlogen. Daarna stortten ze allebei in en zijn er wel 3000 mensen om het leven gekomen…  [overigens hebben we het hier al wel eens eerder over gehad, temeer omdat dochter ook op 11 september geboren is (vier jaar later), maar hij wist het blijkbaar niet meer. Ook heeft hij al wel eens eerder beelden ervan gezien…]
Wat zijn terroristen?
Dat zijn mensen met een bepaalde extreme politieke of religieuze overtuiging die mensen, die niet geloven of doen zoals zij dat goed vinden, als ‘slecht’ en vijandig zien. Ze willen door zulke verschrikkelijke acties die mensen dwingen, anders te geloven of te doen. Door zoveel mogelijk mensen te treffen willen ze zoveel mogelijk aandacht wekken voor hun overtuiging en voor de veranderingen die zij willen. Meestal zijn die veranderingen vanuit een bepaalde sterke geloofsovertuiging. [Ik moest snel denken hè, mijn uitleg mag er wat naast liggen maar dit was mijn manier om het hem op dat moment uit te leggen]
Ze doen dat dus voor hun god?
Dat is vaak wel een reden ja, niet zozeer voor een god maar wel in hun overtuiging dat dat wat zij doen of geloven het beste en enig ware is en dat mensen die dat niet geloven, overtuigd moeten worden, desnoods met angst en dood…
Dat is dom. Als mensen er zulke dingen door gaan doen, is geloven in een god gewoon dom.
Nee, lieverd, dat is het niet. Dat moet iedereen voor zich bepalen. Geloven in God of in ‘een god’ of in andere hogere machten en krachten is ieders goed recht en ieders eigen gevoel. Alleen moet men anderen niet met geweld proberen te overtuigen, dat te geloven wat men denkt dat het enig juiste is… Ik heb ook het recht om niet te geloven. En jij mag geloven wat jij wilt. Als jij ervan overtuigd bent dat er een god is, dan is dat prima. Maar dat moet jij voor jou zelf ontdekken. Dat kan ik niet voor je doen…
Okee... maar dan zijn die terroristen in dat vliegtuig dus ook dood gegaan?
Ja. Maar dat was voor henzelf helemaal niet erg want zij geloofden dat ze daarna op een veel betere plek, zoiets als een hemel, zouden komen. Of dat ze na dit leven nog andere levens hebben. Dus dit leven was voor hen redelijk onbelangrijk, daarna zou alles sowieso beter en nieuw worden en zouden ze door hun god beloond worden voor hun daden. Kijk. IK geloof dat niet. Ik geloof dat dit HET leven is voor mij, dat ik hieruit moet halen wat ik kan en dat ik zoveel goed moet doen en zijn voor anderen als ik kan. Ik wéét gewoon niet of er hierna nog iets anders komt. Ik denk het zelf niet maar mocht het zo zijn, dan ben ik heel blij verrast als het zover is. Zo niet, heb ik in ieder geval zo veel en zo goed geleefd als ik kon. Hier. En nu. NU leuke dingen doen, NU leren voor straks als je groot bent zodat je jezelf en je familie kunt onderhouden, NU zinvolle beslissingen nemen, NU lol hebben. Niet morgen. NU.
Okee, dan kap ik NU met huiswerk en ga even met de ipod, dat mag wel hé?
Ehh… nou, eh… nee… Want NU leren is ook heel belangrijk zoals ik zei. Het leven bestaat ook weer niet alléén maar uit spelletjes en lang-leve-de-lol, dat weet jij ook.
Ja, dat weet ik. Maar ik heb ’t vet fout opgeschreven en m’n inktwisser is leeg. Kun je een nieuwe halen?
Zo meteen. Ik moet nog wat schrijven. Dan haal ik er eentje voor je, boven (ik heb die dingen op voorraad hè).
Maar goed, dan moet ik nog wel een keer bungeejumpen. Vanaf de Grand Canyon. Want dat hoort bij mijn leven NU.
Euh… *even met mond vol tanden staat* ja tuurlijk. Maar vandaag niet. En je springt niet vanaf de Grand Canyon maar IN de Grand Canyon. En bungeejumpen daar is sowieso niet verstandig want dan kletter je tegen de zijwand. Tenzij je vanaf een brug óver de Grand Canyon springt. Maar er is geen brug want daarvoor is de Grand Canyon veel en veel te breed. Dan kun je beter gaan paragliden, dan zie je meer en vlieg je langer.
Euh, ik dacht dat de Grand Canyon een berg was…
Vanaf een berg kun je sowieso niet bungeejumpen schat. Maar nee dus, het is een hele diepe kloof in Amerika. Vroeger was daar een rivier (die heet de Colorado) en die heeft het landschap helemaal naar beneden uitgesleten. [Ik laat ‘m even wat plaatjes zien]
Jeetje. Hoe zijn die bergen eigenlijk ontstaan dan?
Door aardverschuivingen in de oertijd. En nog steeds verschuiven er delen van de aarde en verandert het landschap heel langzaam…
Oh ja. Dat weet ik allemaal al lang. Oerknal, kaboeffff, Pangea, dinosauriers, meteoriet, enzovoort.
[blij dat hij dat allemaal al weet, hoeven we dat niet meer door te kauwen vandaag]
Heb je nou al gezien hoe Koschka in m’n T-Tower ligt??
Jaja, ik heb ’t gezien. We hebben een echte kaplakat.
Ik maak tot zijn grote tevredenheid even wat foto’s van de bouwwerken inclusief kat.
Fijn mam, dat we het nu even over alles hebben gehad. Mag ik nog eens zien hoe die vliegtuigen in die torens vlogen?
Oh jee… dat had ik al een beetje gevreesd. Ik kan die filmpjes dus niet kijken zonder te huilen. Maar goed, ik offer mijzelf op, het is ook belangrijk dat hij weet wat er gebeurd is en wat 11 september 2001 betekent. Ik vind een herdenkingsfilmpje. Enya zingt “Only time” op de achtergrond. We kijken samen naar de vliegtuigen, de explosies, het instorten van de torens en de enorme ravage erna. Zoon mompelt wel acht keer “Grausam… grausam…” En ja hoor, daar lopen ze. Over mijn wangen…
Alles-KoffiemetpilMam? Huil je??
Ja lieverd… ik kan dit simpelweg niet kijken zonder tranen in mijn ogen, sorry.
Oh dat geeft niet. Zal ik dan maar een kopje koffie voor je maken?

Ik loop even naar boven, op zoek naar de essentie van de hedendaagse levenslessen: een inktwisser. Zoon zet een kop koffie voor me neer. “Mét een stukje chocolade en een happy-pil”, zegt-ie grijnzend. Die happy-pil is een druivensuikerdragée. Wat een lekker jong is het toch ook. Hij wil de koffie proeven en dat mag van mij. Hij is uiteindelijk al tien hè. Na voorzichtig aan de koffie genipt te hebben, scheurt hij naar de wasbak om het uit te spugen en zijn mond te spoelen. Duidelijk genoeg 🙂

Ik heb op mijn computer nog een tab open staan over een boek en een video met de titel “Alles over niets”.  Ik wil het bestellen.
Nondualiteit, een prachtig iets.
Maar vandaag was het niet niets.
Het was alles.
Met mijn alles over alles praten.
Het heeft wel wat op zo’n dag…

Golden Earrings

earring-collageYep. Meervoud.

Ik heb deze week duidelijk een “terugvindweek”. Eerst mijn beestachtige rubbertriootje (zie vorig blog). En nu… Gistermiddag was ik boven op zolder in een doos (van de zolder van pap en mam naar berging in München (adres 1, 2, en 3) naar de zolder van schoonmoeders naar onze zolder, wat een hoop zolders…) aan ’t graven en stuitte mijn pink op een klein hardkartonnen doosje. Het zal toch niet waar wezen hè… ik vroeg me al tijden af waar ze ooit gebleven waren. Mijn eigen erfstukken. Mijn hoofdherinneringen aan vroegere prachttijden, mijnearring-meloentjesoorversiersels waar stamhoofden in Afrika jaloers op zouden moeten zijn.

En ineens waren ze er weer. Mijn slangen. Mijn meloenen. Mijn gitaartjes. Mijn gouden mega-ringen.
Mijn statussymbolen. Hoe groter hoe beter. Wat een lading onartistieke blingbling en metaalwaaiers had ik in de oren… Een vereiste was wel dat de oorlelversiersels ‘licht’ waren want ik had (heb) nogal gevoelige oren. En ik wilde absoluut geen hanglellen, dus geen zwaar geschut aan mijn hoofd.

Die slangen waren (en zijn) opperspeciaal. Die hebben mij in vele interessante situaties begeleid. Mijn nichtje zou ze zich theoretisearrings-snakesch ook moeten kunnen herinneren want mijn slangen waren erbij toen we op de Groningse indoor-kermis zesenveertig keer in ’t karretje van de ‘spin’ mochten blijven zitten. Procedure: Eerst heftig flirten met de kermis-boy en een attractiebakje spotten wat niet meer vanzelf ontgrendelt. Ieder drie muntjes kopen, zorgen dat je in dat bakkie komt te zitten en na drie keer heel lief vragen of je pllleeeassse nog ééééén keertje mag? En bij de vijfde keer dan heel wanhopig gebaren dat je er niet meer uit kunt. BINGO!! Meneer vond ’t klaarblijkelijk leuk en liet ons lekker zitten. Tot 46 keer toe. Daarna ben ik nooit meer in de spin geweesearring-gitaartjest. Niet met mijn oorslangen althans 🙂 Maar ik heb ze werkelijk heel erg veel in gehad tijdens mijn middelbare schooltijd. Menig jongenstong kwam er ook wanhopig mee in de knoop 😛 Maar mijn oppertrots waren toch wel de gitaartjes. Ik vond ze geweldig. En nog steeds… Alleen voel ik me nu raar genoeg  toch een beetje te oud om met deze dingen in de oren rond te gaan lopen. Al zou ik het gewoon moeten doen. Lak aan leeftijd. Ik ga mijn gitaarkunsten ook maar weer eens oppakken geloof ik.

Toch leuk dat een mens zoveel herinneringen op kan rakelen door een simpel kartonnen bakje met ouwe oorbellen… (god ik word echt oud :-S).

Rubber triootje

Met zo’n titel willen de pageviews vast wel komen. Maar daar gaat ’t natuurlijk niet om. Het gaat hier om nostalgie. Om jeugdsentiment. Ja, alweer. God ik word oud… Ach, gelukkig wel.Rubbertrio

Mijn ouders brachten laatst wat kisten en zakken met oud speelgoed van mij mee. Playmobil (inclusief prinses en indianentent), mijn oude legotrein, nog meer legospul en wat andere pruttel. Het staat nu alweer een tijdje boven op de overloop, ik wil het allemaal nog bekijken en uitsorteren. De trein evt. ‘renoveren’ (kapotte delen en wielrubbertjes bij Lego nabestellen). Gisteren hebben de kinderen er al in zitten graven. Logisch, als je bakken vol playmobil en lego op de gang laat staan, dan trekt dat. Vanochtend stommelde ik op zijn zondags naar de WC en ineens lag daar mijn rubberpaard (een schimmel, dat ook nog) op de grond. Ik keek stomverbaasd naar het ding en toen in de bak ernaast. Euforie.

Mijn rubbergiraf EN mijn rubberezel (hé, “rubberezel” bestaat blijkbaar in de Nederlandse thesaurus, de spellingscontrole accepteert het. Rubbergiraffen bestaan duidelijk minder, gezien het rode golflijntje) liggen er ook in. Mijn buigbare benenknoopbeesten!! Wat heb ik daar als klein kind veel mee gespeeld. Ik moet toegeven, ze zien er redelijk anorexia-achtig uit, maar het ijzerdraad was toen eenmaal niet dikker. En nu nog steeds niet trouwens. Dát was nog eens rubber van kwaliteit. Vol met die heerlijke ouderwetse, geweldig werkende weekmakers want het rubber is nu, dik 35 jaar later, minstens net zo buigzaam als toen. En mijn beessies ruiken ook zelfs nog precies zo rubberachtig! Ietwat minder nostalgisch daarentegen: de kauw- en sabbelsporen van toen zijn nog steeds zichtbaar…

Paard heeft zijn make-up nog steeds op: een prachtig groen pseudocirkeltje boven zijn linker wenkbrauw. Zelfgetekend. Ezel heeft wat extra zwarte strepen op hals en kop. Giraf mist al zijn giraffenvlekken. Die waren blijkbaar té lekker… Ik moet de hoeven ook duidelijk eens bijwerken. Dat deed ik toen al vol overgave: de boel mooi nakleuren met pa’s dikke eddingstift. Om dat er dan vervolgens weer lekker uitgebreid af te sabbelen. Het smaakte zo… zo… zo lekker naar eddingstift met rubber. Misschien is mijn huidige migraine wel een erfenis van mijn kinky hoefsabbelarij, who knows… Interesseert me ook niet, ik leef nog. En hoe. Mijn rubber triootje is weer present. Hoewel ik niet eens meer wist dat ik ze ooit had, heb ik ze echt gemist.

Ik ga spelen.

Applaus

Is mijn hand tot
een vuist gebald,
open jij mijn vingers en
legt je hand in mijn.
Je fluistert zinnen
zo goed doordacht
door al het lawaai heen
alsof ze een kompas zijn.

Applaus voor
al jouw woorden
zo waar en zacht.
Mijn hart opent zich
op het moment
dat jij lacht.

Is mijn aarde eens
een harde platte schijf
maak jij haar toch
weer heel en  rond.
Voert mij op
jouw tedere wijze
de verziendheid
uit jouw mond.

Applaus voor
jouw manier
die mij doet leven.
Ik wens zo zeer
dat je dit altijd
zult blijven geven…

Wil ik weer eens
met mijn harde hoofd
dwars door de muur,
druk jij mij een helm
en een hamer in de hand.

In jou brandt vuur…
.

.

.

Gebaseerd op de songtekst van “Applaus, applaus” van Sportfreunde Stiller.
.
prachtige song. Vind ik dan.

moved on

Nou kan ik hier wel een beetje therapeutisch gaan zitten rijmelen, maar het gevoel blijft.
Dat gevoel van “waar is het in vredesnaam heen gegaan…”
En van “waar is het, waar ben jij nou zomaar ineens gebleven…”

Nieuwe levens.
Nieuwe mensen.
Nieuwe doelen.
Nieuwe kansen.
Nieuwe contacten.
Nieuwe liefde.

Nieuw is mooi.

Het jammere is, dat het oude daarmee zo snel achteloos weggegooid wordt…
En ik voel me soms een beetje dat ‘oude’. Dat ligt aan mij, hoor. Ik ben zelf net zo blij met het nieuwe. Blij dat de dingen doorgaan. Beter en goed worden. Meestal. Maar soms is er dat verlangen. Terug naar dat wat eigenlijk nog maar zo’n klein poosje geleden was. Een nonchalante arm om je heen. In woorden dollen. Een gestolen virtuele zoen. Goed voelend contact.

Mensen komen en gaan.
Slechts een harde kern blijft langer bij je.
En die soms zelfs heel lang.
Zulke mensen koester je.
Aan de rest denk je op onverwachte momenten terug.
Momenten als deze.
En je denkt: “god ja, wat was dat mooi.”

We’ve moved on.

And we is you…

.

.

.

.

photo credit:
http://www.flickr.com/photos/geoftheref
(via http://photopin.com)

wat. water. verwaterd.

Wat is er nog oververwaterd
van ons spiegelbeeld in
het water

Ik prik er met een
vinger in en zie mijzelf
wat alleen

Wat is er nog over
van de empathie die ooit
zo gloeide

Jij koos een nieuw
middelpunt in ’t leven en
ging heen

Wat werd water.
Dat met vrolijk geklater.
Verwaterde.

En het werd later.

.

.

(c) Lou

alfabetvragerij

Met dank aan Nanda ga ik nu iets doen wat ik (voor zover ik me kan herinneren) nog nooit eerder gedaan heb op m’n blog: een vragenlijst invullen. Over mezelf. Dat interesseert natuurlijk geen kip. En geen hond. En de hond wederom geen moer. Maar ach, leuk om te doen is het wel. Over jezelf nadenken en dingen weer in de herinnering roepen (zeg je dat in het Nederlands? Of maak ik mij nu weer schuldig aan een germanisme?).
Nou ja. Bij deze:
Lou from A to Z.

Age: Constructiebegin: ergens begin februari 1971, afwerking: ca. 9 maand later. Maakt mij 41,5 jaar en een paar weken oud at this very moment.

Best friend: Poeh. Moet ik nu namen noemen? Ik ben gezegend met meerdere heeeeeeeeeeeeeeeeeeel goeie en gewaardeerde vrienden en vriendinnen. Die me allemaal net dát stukje speciale liefde geven dat ik van diegene nodig heb en wat ik uit alle macht probeer te beantwoorden. Stuk voor stuk op hun eigen manier überbelangrijk voor mij. Dus namen noemen heeft geen zin.

Chore you hate: Bij uitstek: strijken. Extreem stom werk. Doe ik dan ook hooguit eens in de anderhalve maand, als man echt geen overhemd meer heeft om aan te trekken (En nee, hij strijkt niet. Hij trekt dan nog liever een vuil t-shirt aan naar zijn werk). Voor de rest: kreukels zijn best mooi. En mijn kleren zitten standaard zó strak dat als ik ze aantrek, strijken echt niet meer nodig is.

Dreamhouse: Eigenlijk woon ik daar al in… Het is precies de juiste grootte, knus maar met een ruim gevoel, eigen ontwerp en bouw, met een behoorlijke tuin, leuke buren en een mooi uitzicht. Het staat exact daar waar ik vaak het gevoel heb, dat de wereld nog een beetje in orde is.  De kinderen kunnen vrijelijk buiten spelen. Er zit precies voldoende comfort in dit huis. Een penthouse met terras, gelegen in een park in een grote stad vind ik ook wel wat hebben hebben hoor. Maar daar heb ik al tien jaar in gewoond. Dit huis is dus nóg beter. Het enige nadeel: het is zo’n klere-eind van Nederland vandaan…

Essential start of your day: De wekkerS. Anders start mijn dag pas een halve dag later. En dan… is er koffie…

Favorite colour: Groen. En dan vooral stoplichtengroen. En mosgroen (hebben we op de woonkamermuur). En warmrood (hebben we ook in de woonkamer). Qua kleding: zwart (hoe kan het anders hè, met mijn figuur…)

Gold or Silver: Gold. It really is all gold that glitters. And some other stuff too, but that doesn’t count.

Height: 177cm (blij dat ze Width niet vragen…)

Instruments I play: Gitaar (kon ik ooit redelijk goed, heb ik volledig laten verslonzen maar vind ’t nog wel steeds leuk) en drums (maar ik oefen te weinig…). Daarnaast kan ik blokfluit spelen en tweehandig Für Elise op de piano ook. Maar dat dan puur op gehoor. Noten lezen is nooit een sterke kant van mij geweest :-S

Job Title (most recent): Chefke. Boss van eigen toko. Een heul kleine toko, dat wel. En ‘huisslaaf’.

Kids: Een redelijk dochterachtige zoon van momenteel 10 en een zoonachtige dochter van 7.

Life is incomplete without: tja. Ik kan nu natuurlijk wel van alles roepen: mijn kinderen, mijn man, mijn familie, koffie… Maar mijn leven zou zonder mijzelf pas écht incompleet zijn… (oh en ja, life without laptop is ook ondenkbaar 😛 )

Music that you always listen to: Met stip op nummer één:  P!NK. Daarna volgen: Bon Jovi, Alanis Morissette, MUSE, Bruno Mars, Lana del Rey, Lily Allen, Genesis, HIM, Anastacia, Falco, Christina Perry, De Dijk, Bruce Springsteen, Prince, Lenny Kravitz, Dido, euhhh… need I go on? Heavy mainstream gedoe dus.

Nickname: Lou 😀 .
M’n duitse kliek: Luzie.
M’n mams en 1 vriendin: Loezie.
M’n mams alleen: Mien tuddeke.
M’n man: Loesje (en dat “-je” is soms best sarcastisch bedoeld)
Online fora: Lois (ja, die van Lane).
M’n kinderen: MAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAMAAAAAAAAAAAAAAA!!!
En verder: Hey Du da!

Overnight hospital stays: ergens in de 90-er jaren: een kruisbandplastiekoperatie (nieuwe kniekruisband, gevormd uit mijn patellapees, vastgezet met botpluggen). En als kind van een jaar of 3 (?) heb ik ooit eens een punaise opgevroten en is mijn mam met mij naar ’t ziekenhuis gerend, alwaar ik één of andere ontbijtkoek moest eten waarmee de punaise uiteindelijk de volgende dag weer naar buiten werd getransporteerd en mijn moeder deze in een zakje meekreeg. Voor hergebruik enzo. Verder zou ik het niet weten.
[EDIT: ja ja ik weet er nog eentje!! Bij de geboortes van de kinderen heb ik ook in het ziekenhuis gelogeerd. Dat was (en is) standaard in Duitsland. Ik was dus niet ziek, ik moest gewoon een kind op de wereld zetten.]

Phobias or fears: Ik ben als de dood voor bang zijn…

Quote of a movie: Uit Trainspotting: “Choose life. Choose a job. Choose a career. Choose a family. Choose a fucking big television, Choose washing machines, cars, compact disc players, and electrical tin can openers. Choose good health, low cholesterol and dental insurance. Choose fixed-interest mortgage repayments. Choose a starter home. Choose your friends. Choose leisure wear and matching luggage. Choose a three piece suit on hire purchase in a range of fucking fabrics. Choose DIY and wondering who the fuck you are on a Sunday morning. Choose sitting on that couch watching mind-numbing spirit-crushing game shows, stuffing fucking junk food into your mouth. Choose rotting away at the end of it all, pissing your last in a miserable home, nothing more than an embarrassment to the selfish, fucked-up brats you have spawned to replace yourself. Choose your future. Choose life . . . But why would I want to do a thing like that? I chose not to choose life: I chose something else. And the reasons? There are no reasons. Who needs reasons when you’ve got heroin?
Ik oefen nog steeds wekelijks om deze quote uit mijn hoofd te kunnen opdreunen. Dagelijks heb ik opgegeven.

Reason to smile: Life. (Reason to cry: Life too).

Siblings: My one and only, lovely, beautiful big sister.

Time you wake up:  Doordeweeks: Te laat. Ondanks lichtwekker (werkt voor geen meter in de zomer) en een extra radiowekker (die man aan zijn kant uit mag meppen). In het weekend: Te vroeg. Voor half 10 uit m’n nest komen is dan eigenlijk een no-go. But shit happens. Letterlijk…

Very important date this year: Morgen. Morgen is altijd het allerbelangrijkst dit jaar. Elke dag opnieuw.

Worst habit: Onzekerheid. Gék word ik er van. Altijd denken dat je het niet goed doet, niet goed genoeg bent, mensen je achter je rug om uitlachen om je naïviteit. Dingen niet durven omdat ik al bij voorbaat denk dat ik de mist in ga. Stiekem toch piekeren over wat mensen wel niet denken. Het zou me scheißegal moeten wezen, maar dat is het niet. Of toch? Hmmm… Oh eigenlijk is dit geen gewoonte maar een karaktertrek. Sjee, doe ik het alweer fout… *nagels bijt*

X-rays you’ve done: Een stuk of 5-6 MRI-scans van m’n rechterknie (valt dat onder X-ray?). Een hele zwik baby-in-de-buik-echo’s, nog een zwikje gyneacologische en tandheelkundige echo’s en röntgenfoto’s. En een mammografie alias borstenpletsessie.

Yummie food you make: Schnitzel, Kip-in-het-pannetje, lasagne, pannenkoeken… eigenlijk alles. Ik ben gék op koken. En eten.

Zoo animal: Olifant. Op de één of andere manier voel ik me daar thuis…

Wel. Genoeg over mij. Nu weet u weer een beetje meer. En toch nog steeds niks 🙂