Chaos and Piss

soms denk ik echt: “waar doe ik het allemaal nog voor…”

Op dagen als deze, dagen dat ik wist dat die zouden komen (denk hier een knipoog of iets dergelijks).
Dagen waarop echt alles, álles NIET gaat zoals het eigenlijk zou moeten.
Dagen waarop ik het allemaal even niet meer helemaal duidelijk zie.

Opstaan met bonkende hoofdpijn dus eerst een koffie-met-advil-ontbijt je in je mik douwen om gelijk ook maar je beginnende hernia te drogeren.

Een auto stampvol met rotzooi, vuilnis en overstromingsslachtoffers inclusief de kapotte maar nog uitvoerig naar pis en poep stinkende kakmixer (op chaosandpisszijn hoognederlands: de fecaliën- en afwateringspomp) uit de kelder naar het grof vuil brengen en je bij het vakkundig afladen van de stinkende boel twee keer mega in je vingers snijden. Auw. En yuck. Dat ook.

Even de krant lezen en zien dat er een nieuwe autobaanvariant bijgekomen is: nog geen 100 meter van ons huis af, precies in onze achtertuin. Het kon dus daadwerkelijk nóg dichterbij! Hoezee.

Je de pleuris werken aan een maandoverzicht om dat geheel vervolgens door een kleine crash (en het stommerdanstom te laat saven) voor goed driekwart weer te verliezen. Overnieuw.

Niet fatsoenlijk kunnen werken omdat de internetverbinding al sinds dagen van slag is: elke 5 tot 10 minuten valt-ie weg. Dan maar een blogje schrijven, wat vervolgens ook door de zwarte gaten van cyberspace opgeslokt wordt. Ook overnieuw.

Om half twaalf de kinderen ophalen van school en erachter komen dat je jouw deel van het eindejaarskado voor de juffen volledig bent vergeten. Oeps.

Je zoon die aan komt zetten met de melding dat hij een vriendje op school met zijn eigen vuist (die van vriendje dus) een bloedneus geslagen heeft. Per ongeluk… Maar het bloedde maar 10 minuten hoor!! Tuurlijk.

Een aanstormende vriendinmoeder; of ik asjeasjeblieft haar dochter mee kan nemen, werknoodgeval. Ja joh, no problem. Derde kind ingeladen. Eten koken. Uitgebreid naschoolseopvangetje spelen. Kinderen wegbrengen naar ander vriendinnetje. En weer ophalen. Nog een keer eten koken. Om kwart voor acht ‘s-avonds werd ze uiteindelijk weer opgehaald. Chaos.

Je pakket bestelde kleding krijgen om te merken dat je in drie van de vier artikelen voor geen meter in  past. Frustratie.

Al typende aan tafel in slaap donderen. Ouderdom? Oververmoeid? Beats me.

Niet nader te beschrijven maar zeer tranenrijke, frustrerende en verdrietige familiaire perikelen die erin hakken. De diplomatie was in ieder geval en in ieder opzicht ver te zoeken. Helaas.

De al tijden haperende e-toets van je laptop ineens helemaal niet meer kunnen gebruiken vanwege een stukje chips dat zich daar in innige combinatie met een plukje chocolade vereeuwigd heeft. Zegt genoeg. Maar de E verdraaid nog an toe!!! Pruts het dan onder de Y ofzo, of de Q… Maar nee. Onder de E. Natuurlijk. Schoonmaken.

De steeds sterkere sensatie van je-uitgekotst-voelen hebben. Je vrijwillig een bult werken onder groots uitblijvende dank of waardering: morgen weer zo’n dag *verheug!*. Matheid ten top. Maar we zullen doorrrrgaan…

And last but nog least: level 29 van Candy Crush. Dat is nog wel het allerergste van alles.

U kunt mij wat.
Ik ga heel hard Pink luisteren.
The King is Dead.
Chaos en Piss.
Enzo. Oh en…
Een glas wijn drinken.
Het is vrijdag.
Dan mag dat.
TGIF.
NOT!!!

Stilte

Zo veel te veel gezegdStilte
en toch te weinig woorden.
Priemende onduidelijkheid.
Ogen die doorboorden.

Ik weet het niet meer.
Wat doe ik steeds fout.
Verlies die mensen
waar ik zo van houd.

Windstille luwte
in het oog van een orkaan.
Ik hoop het maar. Ach toe,
ga weer naast me staan…

Kom hier en omarm
wat je ooit adoreerde.
Maak mijn binnenste warm.
Wees wat ik toen begeerde.

Sla mijn handen voor de ogen.
Word gek van deze kilte.
En kwijn zwijgzaam weg
in jouw opgelegde stilte.

Geschreven liefgeluiden
zorgzaam uit ’t net opgevist
zo ook verdwijnen ze weer
als bomen in de mist…

.

.

(c) Lou

Do I bore you?

Tell me, do I bore you?bored

Adore me.
like you did back then.
Ignore me.
while you still can.
Explore me.
Come in and  find out.
Go for me.
will you still scream and shout?
War me.
fight love with all your might.
Ask for me.
when you’re lonely at night.
Whore me.
well, I would pay for myself…
So store me.
on your cramped asset shelf.
You swore me.
you played your last card.
Now floor me.
and crush my still devoted heart…

Tell me, am I really such a bore?
You’ll keep on leaving me,
just a bit more.
but please, darling, from now on,
use the back door?

.

.

(c) Lou

Not alone

Tien vingers rusten op ’t toetsenbord. Blik wazig.
Ik hoef niet scherp te zien om toch te typen…
Maar het scherpe is weg. Alles is dof. En mat.
Soms heb ik dat. Nu dus. Onbestendig.

Een moment van in niemands leven aanwezig zijn.
Een moment waarop je weet dat niemand aan je denkt.
Een moment dat je alleen bent op de wereld.

Jouw wereld. Mijn wereld. Wat een werelden.
Verder uit elkaar gaat bijna niet.
Not alone. Zegt wie? So alone. Zeg ik.
En ik heb altijd gelijk. In mijn wereld.
Maar in jouw wereld ben ik niet alleen.
Alleen. Was ik dan té dichtbij. Bij jou.

Een moment van simpel in iemands hoofd rondwaren.
Een moment waarop je beseft dat een gedachte bij jou is.
Een moment dat je er samen voor kunt staan.

Not alone.

Niet?

Dromen mag altijd.

geflipt

Zojuist ben ik volledig uit mijn slof geschoten. Dat gebeurt me niet vaak, maar daarnet was het zover. Eerst een heerlijk rapportgesprek over dochter, met dochter erbij. Mij wordt verteld dat madam veel teveel praat, heel snel afgeleid is door haar eigen gerebbel, anderen van het werk houdt (om ze vervolgens uitgebreid te gaan helpen met hun opgaven maar haar eigen taken vergeet) en waarschijnlijk tóch dyslectisch is gezien haar stand van (niet) begrijpend lezen.

Thuis gekomen bestelt miep de troela een dubbel spiegelei op brood en een glas water. De huisslaaf doet haar werk. Daarna rukt huisslaaf de nintendo uit de dochterhanden en maant tot het maken van het huiswerk. Onder protest en met opgetrokken knieën neemt ze haar rekentaak voor zich. De eerste vraag:
“Een boer verkoopt 15 liter melk en 3 liter melk. Hoeveel liter melk heeft de boer verkocht?”
Dochter jammert erop los.
“Hoe moet ik dat nou weten? Ik kan niet met liters rekenen. Is dit een min- of een plussom?”
“Nou dát moet jij dit keer toch echt uitzoeken lieverd, dit ga ik niet voorkauwen”
“Wèèèh, nou dan is het een minsom.”
“Pfffffff echt… kijk. Ik verkoop jou vijf potloden [*5 potloden aan dochter geeft*] en nog eens 3 potloden [*nog drie potloden geeft*]. Hoeveel potloden heb ik jou nu verkocht?”
“Teveel om vast te houden!!!”
“Kom op zeg, hoeveel????” [*Het geluid van wegklaterend geduld hoort*]
“Euhm. Acht.”
“OK. was dat een min- of een plussom?”
“Een minsom”
[Met hoofd op tafel bonkt]
“Waarom?” [Hoe krijg ik die vraag er nog zo rustig uit??]
“Nou, je hebt ze toch verkocht? Dan heb je ze niet meer”
[Nog harder op tafel bonkt]
“Nee schatje, ik heb er jou vijf EN drie verkocht. Hoeveel heb ik je er in totaal verkocht?”
“Je hebt ze helemaal niet verkocht. Je hebt ze me gegeven.”
“HOEVEEL!?!?!?”
“Acht.”
“DUS????”
“Dus is het een maalsom. Want een minsom is het niet en een plussom ook niet.”
“AAAAARGHHH!!”

En toen sloeg ik kneiterhard met mijn hand op tafel (i.p.v. op haar hoofd, dat dan wel weer) en gilde dat ze dan de hele kolererotzooi maar op haar kamer moest gaan maken omdat ik dit soort onnadenkende opperstommiteit werkelijk niet langer kon verdragen, waarna dochter met huiswerk en al luid huilend de trap op denderde. Ik was geflipt. Zonder zelfs tot tien te tellen. Nou heeft dat afwezige lontje van mij absoluut weer iets te maken met de tijd van de maand (die dan weer niet komt waardoor ik nog sneller explodeer) maar dat maakt mijn reactie niet minder pedagogisch onverantwoord. I’m sorry. I’m only human. A menopausal pre-nonmenstrual human. Op dit soort tijden zou gewoon niemand in mijn buurt moeten komen.

Dochter bonkt stampend en schoppend door haar kamer, luid brullend. Na vijf minuten komt ze de trap weer af.
“Ik weet het nog steeds niet maar ik wil nu eerst knuffelen.”
Pfiewww. Er wordt geknuffeld.
“Het is een plussom hè?”
“Ja lieffie, er staat “EN” in de som. Dat is altijd plus.”
“Waarom zeg je dat dan niet gelijk…”

Zucht. Geduld is een schone zaak.
Op naar de volgende som…

Fijne mensen…

Ik kan niet begrijpen hoe.
Wanneer de randen zo scherp zijn dat ze je snijden, als heel fijne splinters van glas.
Wanneer je veel teveel voelt en je hebt geen idee hoe veel langer je het nog vol houdt.
Wanneer iedereen die je kent, alsmaar probeert om het allemaal glad te strijken.
Hoe dan een manier vinden om die pijn weg te nemen…
[P!NK]

Ineens merk je het. Een zekere persoon is weg. Zomaar ineens. Stilletjes uit je, al dan niet virtuele, leven gegleden. Niet uit het zijne of hare, gelukkig niet, maar uit het jouwe. Verdwenen. Omdat je geen daadwerkelijke verrijking bent. Geen verbetering. Maar kleine dingen laten je herinneren.  En je merkt het. Weg. Je merkt het en het steekt. Shock is misschien teveel gezegd maar een zwaar, opwellend en licht golvend maaggevoel. Waarom. Fijne gesprekken van toen. Kleine dingen voor elkaar doen. Hele kleine dingen, maar toch. Geen verrijking? Uiteindelijk onvoldoende betekenis? Voelt een beetje als weggedaan vanwege onhebbelijkheden…

Ook al zeg je van niet, ik ben toch wel degelijk te naïef voor deze wereld. Ja, ik heb veel mensen lief. Misschien wel teveel. (Kan dat? Ja dat kan) Goede mensen, in mijn ogen. Voor een ander duidelijk minder goed. Ik heb met maar heel weinig mensen problemen maar ik heb ettelijke onderlinge vijanden om mij heen. Ik bemoei me niet met hun oorlogen en (woord)gevechten. Het is energieverspilling en ik wil simpelweg niet moeten kiezen. Zolang men mij recht in de ogen kan kijken, blijf ik diegenen fijn vinden, ongeacht hun al dan niet slechte verstandhoudingen met anderen. Een groot hart? Mogelijk. Maar wat is nou helemaal een groot hart… Het mijne tikt nog steeds precies zoals het jouwe, hoor. Goedgelovig? Waarschijnlijk. Ik noem het liever Oost-Indisch blind voor chronisch slechte kanten. Iedereen heeft ze, maar ze zijn niet belangrijk. Ik wil ze liever niet zien. Voor mij blijven ze fijne mensen. Ook al leven ze in heel andere werelden. Ook al zijn ze niet op alle vlakken perfecte vrienden. Ook al zijn ze compleet anders. Ook al zeggen ze soms de verkeerde dingen. Ook al maken ze fouten. Daar zijn ze mens voor. Net als ik dat ben, met al mijn fouten, stomme dingen, verkeerde uitspraken en onzekerheden.

Maar is mijn leven door het (al dan niet hernieuwde) contact met een bepaald persoon dan ineens beter of rijker? Nee. Is het anders? Ja. Wat doet het er nou helemaal toe wannéér ik merk dat iemand ‘weg’ is? Het feit dát ik het merk zegt toch al genoeg? En ook het feit dat ik waarde hecht aan die persoon in de kantlijnen van mijn leven. Niet iedereen hoeft in mijn intiemste cirkel te staan om belangrijk voor me te zijn. Ik hecht ook waarde aan personen die in de marge staan en die er gewoon zijn, die me blijven accepteren om wie ik ben, die niet meteen afscheid nemen omdat ik niet de levensverrijking in persoon ben. Ik ben geen mens van ellenlange chatsessies, geen mens van uren durende telefoongesprekken, geen mens van dagelijks intensieve contacten. Ik zie veel niet en ik zie nooit alles. Maar vrienden zijn voor mij juist diegenen, die mij ook waarderen in de tijden dat er geen direct contact is. Die periodes kunnen soms best lang zijn maar als het er dan wel weer is, is alles nog steeds zo als voorheen. Men mag elkaar, men ligt elkaar. Klaar. Dat zijn vrienden, mensen die ik graag in mijn leven heb.

Jij bent jij, ik ben ik. Ik hecht waarde aan dat ‘contact’, ook al is het maar sporadisch. Waarom moet alles in vredesnaam altijd doelmatig en verrijkend zijn of iets opleveren. Gewoon het gevoel dat de ander er ook is, ergens in mijn levenscontreien, en sympathie voor je voelt, dat is voldoende. Voor mij. Voor anderen soms niet…

En ik kies niet. Niet snel althans. Ik wil het niet.
Dat heeft tot gevolg dat ik soms gekozen word.
Om geschrapt te worden. Daar heb ik het wel eens moeilijk mee.
Zoveel ‘fijne mensen’ die onderling niets (meer) met elkaar te maken willen hebben.
Zoveel verspilde energie.
Zo verschrikkelijk zonde…

Honger

Ik heb honger…

In levens als de mijne bestaat er niet zoiets als échte honger, dat weet ik. Maar ik heb honger. Grommende, misselijkmakende lichamelijke honger (geestelijke honger  vanzelfsprekend ook, maar da’s weer een ander hoofdstuk). Ik heb al veel vaker over mij en mijn eeuwige strijd tegen de kilo’s geblogd. Ik heb echt alles al gedaan en uitgeprobeerd, ook de minder appetijtelijke, minder lovenswaardige en minder aan te bevelen diëten. En elke keer verval ik na verloop van tijd weer in de “fuck it all”-modus. Met ondanks alle intensieve afvalpogingen toch eeuwig uitblijvend resultaat sinds ik de veertig gepasseerd ben, is mijn motivatie zo groot als een van het zich delen nahijgende bacterie.

Ik ken mijn fouten en gebreken. Ik weet waar ik de mist in ga. Ik weet wat ik moet veranderen en hoe ik het zou moeten doen. Het enige probleem is: dat geheel langer volhouden dan zes weken. Want daar zit ‘m de kneep: hoe erg ik ook mijn best doe, na een goede maand krijg ik steeds weer nog steeds nul op ’t rekest.  Niks eraf. Ook geen centimeters. Na een week of zes is er dan eventueel, met een beetje geluk, iets te zien op de weegschaal. En die week of zes haal ik niet… ik haak steevast voor die tijd af en slip weer in de allesvernietigende f.i.a.-stand.

In mijn hoofd ben ik een slank mens. Sportief ook trouwens. Maar aan de buitenkant zie je daar allemaal dus geen bal van. Hoewel veel mensen zich niet voor kunnen stellen dat ik daadwerkelijk zoveel weeg als ik doe. Dat komt doordat ik groot ben en een – de onderkin even buiten beschouwing gelaten – redelijk ‘slank’ gezicht heb. Maar ik heb een duidelijk ongezond BMI… Nou kan dat BMI me gestolen worden want op zich ben ik een heel gezond mens: mijn bloedwaardes zijn prima, mijn hartslag ook. Ik beweeg best veel en sport ook regelmatig (spiertraining, fietsen (ja echt, ondanks alles doe ik dat) en minstens 1x per week loop ik zelfs hard op de loopband in de kelder. Alleen zie je van al die inspanning echt helemaal nulkommaniks. Ik ga al sinds twee jaar twee keer in de week naar de vibrogym (powerplate-fitness, spiertraining, googelt u zelf maar). Op het raam van de studio staat: “in 30 minuten naar uw droomfiguur” (in het duits dan hè). Nou, ik heb het nagerekend: in die krappe 6000 minuten die ik al op dat ding heb gestaan, is er nog geen lijntje of bochtje veranderd in dat figuur van mij. Nou ligt dat dus niet aan de powerplate (dat is een geweldige training, ik wil niet weten hoe ik er zonder die tweewekelijkse sessies uitgezien had) maar deste meer aan mijn eet- en drinkgewoontes, die ik er maar niet uit kan rammen.

Maar goed. Het moet. Ik wil zoooooooooooooooooooooooooo graag slank zijn, dat kunt u zich niet voorstellen. Zo graag. Ik wil me goed voelen over mezelf. Mezelf mooi vinden. En vooral ook: mezelf durven laten gaan… Dat durf ik dus nu niet. Omdat ik me regelrecht schaam voor mijzelf. Hoeveel mensen me ook zeggen dat ik prachtig ben, dat ik prima ben zoals ik ben, dat ik tevreden moet zijn met mijn uiterlijk: het werkt niet. Ik ben niet tevreden met mijzelf en dat merkt ieder ander ook. Dus moet ik er toch zelf wat aan doen.

En daarom heb ik honger. Mijn maag bromt, knort, gromt. Mijn hersens hebben zin aan een heerlijke Hugo met limoen en munt op het terras. Mijn mond watert bij ’t zien van een ijsje. Maar ik ga vanavond toch maar weer op de hardloopband staan… Ze zeggen dat het eerste wat je verliest met een dieet, je goede humeur is. Nou, dat kan ik bevestigen. Ik word al creatiever in het vloeken en het werkt ook duidelijk sarcasme- en cynisme-bevorderend.

Ik wil de plakken vet er daadwerkelijk wel eigenhandig vanaf snijden maar dat staat ook weer zo verhipte slordig en bloederig. Dus doen we het maar weer ‘the old way’: HMV en dubbel zoveel sporten. Tot ik er bij omval. In dat geval zult u me maar zo moeten nemen zoals ik ben. Dik. Dan val ik uiterlijk wanneer ik tussen zes planken lig, alsnog wel af.