Hart verpand

aan Nederland.

Was altijd al zo, zal ook altijd zo blijven. Ik mag dan al zo’n zestien jaar weg zijn, ’t helpt geen bal inzake vaderlandsgevoel kwijtraken.
Ik hartje Nederland.

Vandaag zocht ik iets ‘rustigs’ om met de kinderen te doen. Iets waar ik geen kilometers voor hoefde te rijden (want geen eigen auto en snelkotsende kinderen), iets met een beetje natuur erin. Ik struikelde bij het zoeken naar ‘Uitjes in Dinkelland’ over het Lutterzand. Een paar handdoeken in een tas gepropt, kinderen in de auto (“Maham ik wil thuisblijven… Ik hou niet van wandelen. En niet van beekjes. En ook niet van vissen die in mijn tenen bijten”). Luttele 15km verderop stapten we uit.

Eén blik en de kinderen renden er gelijk op los. Een mul, grillig zandpad langs de Dinkel. Omgevallen boomstammen, zandduinen. Weinig mensen. 20130827_135055En veel zand. Heel veel geel zand. Heerlijk om met de blote voeten in te lopen. Bij de eerste inham van de Dinkel waar je bij het water kon komen, denderden ze naar beneden. Pootjebaaien in ’t gelige water, wat eigenlijk helemaal niet geel was maar kraakhelder. De gele zandondergrond gaf de kleur. Weer een stukje verder lopen. En weer een soort van strandje, dit keer groter. Onder de enorme loofbomen zat een heftig zoenend stelletje op een picknickdeken.
20130827_145042
“Mam, die wolln knutschen. Geh’ ma weida…” (oftewel: mam, die willen zoenen, lopen we een stukje verder). Hoe attent 🙂 Plek zat daar dus dat verder was ook een prima stukje natuur. Weer een baaitje. Een paar mensen lagen in het zand, een paar kinderen poedelden in het water. De mijne ook. En uiteindelijk ik eveneens. Wat een weelde. Het zacht stromende, heldere water over je voeten voelen glijden. De kinderen in hun element. Een lichte dennengeur van het gemengde bos. Grazende koeien in de wei ernaast. En een ijsje toe op het terras van het restaurant.

Thuis gekomen zet ik de samen met mijn mam alvast klaargemaakte pan met hummekessoep op het fornuis. Nog even wat fijngesneden prei en een verse rookworst erbij in. Oerhollandsche pot. En dubbelvla na.

Ja. Ik hou van Nederland.

20130827_135715   20130827_133419 20130827_133305  20130827_130448

20130827_131633

Koeientreinen

Gisteren ben ik in de trein gestapt. De laatste keer dat ik in Nederland in de trein zat, is alweer driekwart jaar geleden. Daarvoor was het zelfs minstens een decennium terug…trein3

Onderweg moet ik al toegeven: ik geniet. Midden tussen de stadse huizen een weiland vol met zwart-witte koeien, daarnaast een kudde goed over het groene gras verdeelde schapen. Roodbonte koeien. Witte koeien. Zwarte koeien. En toen was daar ineens Almelo. Graffiti op de muren, op de wagons, op de glazen geluidswerende panelen, op de brug, op stroomkastjes, op alles. Een volledig verroeste colonne goederenwagons, het voorste gedeelte – locomotief incluis – ook weer geheel in kleurige gigaletters gedompeld. De trein staat nog geen minuut stil en glijdt bijna onhoorbaar weer verder.

Oude loodsen, industrieterreinen, meer koeien, conducteur. Oh. Conducteur! Ik tover met een goed geweten mijn blijkbaar van chip voorziene dalurendagkaart van de blokker (tip van en gekocht door sweet sis, die me zo dik 25 euro bespaarde) tevoorschijn en hij houdt ‘m tegen zijn apparascandinges aan. Wat een techniek… bij ons heb je nog gewoon een man met een tang die een gaatje in je kaartje boort. In ieder geval heb ik blijkbaar goed ingecheckt want hij mompelt “bedankt” en ik mag blijven zitTrein1ten, verder boemelend op een treintraject wat ik in mijn studententijd wel kon dromen.

Nederland stikt van de rotondes. Het valt echt op. En de rijbanen zijn o.h.a. te smal. Dat ook. Een trekker draait gemoedelijk zijn rondjes. Kilometerslange maïsvelden en een windmolen in een privéwolkje. Een minispoorwegovergang mét slagbomen voor enkel een fietspad. Twee fietsers staan al kletsend te wachten. Moestuintjes, rijtjeshuisjes, volgekalkte trafokastjes. Koeien. Altijd weer koeien.

Bij het volgende station gaat ineens de airco aan. Godsenegriebels wat koud. Naast me, aan de andere kant van het gangpad, zit een werkende moeder met haar – ik schat niet ouder dan 4-jarige dochtertje – en tussen haar telefoontjes door bediscussiëren ze liefdevol wat de op reis gaande Sanne allemaal in haar koffer heeft. Ze looft haar dochter. Zo schattig om te horen. Volgende belletje en moeders moet zich even wegdraaien van kakelende dochter om iets te kunnen verstaan. Een bewaakte fietsenstalling met wel duizend fietsen. De IJssel. Mét uiterwaarden. Een caravanboer. Geen tunnel onbeklad. Nog meer volkstuintjes. Ik kan er geen genoeg van krijgen.trein2

De werkende moeder blijkt ineens niet de moeder te zijn maar een goed onderhouden of gewoon nog zeer jonge oma want kindeke noemt haar zo. Perfect gekleed, felblauw jurkje met prachtige rode handtas en dito schoenen, slank en sportief. Ik schat haar echt nog geen 45 :-S. Dochtertje graait de mobiel van oma van het klaptafeltje. Voordat oma “ja is goed” kan zeggen, mept het meiske al op de toetsen en belt spontaan met haar mama. “Met wie spreek ik?? Mama?? Ik versta d’r bijna hélemaal níks van hoor… Maar mama? Ik hou van jou! Mama? Waar ben je nu? … Mama? Veel plezier hoor!! Ja. … Ja. Jahaaa… Over één, twee, drie, víer nachtjes gaan we op vakantie hè? … Ja ik ook. Ja doeiiiii!! Mama? Ik hou van jou!!! Mama… jíj zou toch ophangen? Ja. Doe nou. Ja. Doehoeiiii!!!” Ik grijns me suf.

Amersfoort. Plek van overdracht, zo blijkt. Oma stapt uit, papa stapt in. Ze gaan nu op een raamplek twee stoelen voor me zitten. Oma zwaait en meiske gebaart met veel omhaal “Ik hou van jou” naar oma, wijst naar zichzelf, maakt met haar vingertjes een hartje en wijst dan naar oma. Ik heb wel eens afvallig geblogd over treinreizen. Maar ik neem alles terug. Treinreizen in Nederland is best goed te doen (als die dingen op tijd rijden tenminste) en bij tijden zelfs echt leuk.

De terugweg was wel wat minder. Te vroeg… maar ondanks dat toch te donker om wat te zien buiten, een te volle blaas en een pleevrije trein. En ik had blijkbaar uit moeten checken en weer in moeten checken enzo. En dan weer uitchecken. Ik snap ‘em niet. Ik heb toch een dagkaart? Inchecken, één dag geldig, klaar. Maar nee. Je moet uitchecken. Dat is dan óók weer Nederland…

Wegprutsers

Comfortabel rijd je weg. Alles in de bus gestouwd, man uitgezwaaid, de katten geknuffeld en de kinderen inmiddels happy met Cars 2 op hun DVD-speler. Ik dut een beetje weg. Na een uur ineens file. Een politiebusje staat rechts, zwaailichten aan. Dat betekent alvast niets goeds… na een minuut of twintig file zien we de oorzaak. Een grote brandweerauto, politieauto’s, een kraan die probeert om een kleine, gekantelde vrachtauto die dwars over de weg lag met de voorkant in spookrijrichting, van de weg af te tillen. Een volledig verbrijzelde voorruit en een enorme, shockerende bloedstreep op de weg. Meterslang, daar waar het zijraam aan bestuurderskant met chauffeur en al over de grond gesleurd is…

Ik krijg er zowat tranen van in de ogen. De kinderen zien ’t bloed gelukkig niet. Afschuwelijk. Als deze persoon het überhaupt overleefd heeft, mag dat een wonder heten. Weer een leven verwoest. Zomaar, op een vrijdagochtend. En wij, wij rijden maar weer door, dankbaar dat wij ook dit keer weer niet de oorzaak van de file waren…

Ergens halverwege moeten we tanken. Een favoriet Autohof van m’n pap. Eentje waar je in ieder geval fatsoenlijk naar de WC kunt. De afrit gaat onder de autobahn door. Ineens trapt de nieuwe witte BMW direct voor ons op de rem en draait abrupt om. Midden op de afrit. Over de doorgetrokken streep. Onvoorstelbaar. Blijkbaar kwam het blondje (het was daadwerkelijk een duf kijkend blondje met een grote zonnebril in het haar) achter ’t stuur er ineens achter dat ze er toch niet af wou. Of in de andere richting moest. Dan liever nog spookrijden ofzo. Paps remt uit alle macht. Blondje staat dwars op de weg en komt er dan achter, dat dit misschien toch ook niet zo handig is. Ze maakt haar rondje vol en kart vervolgens doodgemoedereerd achter ons aan om de ‘normale’ oprit in de tegenrichting te nemen. Sommige mensen zouden ze werkelijk direct ’t rijbewijs af moeten pakken.

Een kilometer of 50 verder. Het is redelijk vol op de weg. We rijden links in colonne en een stukje verderop zwenkt ook een vrachtauto naar links om een collega in te halen. Rechts van ons rijdt een bebrilde kukel met een behoorlijke aanhanger. Ineens gaat ie naar links en is ’t kiezen of delen: of remmen of een aanhanger in je waffel. Remmen dan maar. De vrachtauto is inmiddels ook klaar en de auto scheurt met aanhanger en al met dik 130 ervandoor… terwijl we nog even verbouwereerd nakijken scheurt er rechts een zilvergrijze stationwagon voor bij, slipt naar links om vervolgens weer rechts in te halen.

De rest van de reis trotseren we nog een flink aantal wegsluipers, noodremmers, bumperklevers, zonderknipperlichtlinksafslaanders, aandrukkers, treuzelaars en freestyle-joyrijders. Op zich is autorijden toch eigenlijk niet moeilijk of gevaarlijk, maar die idiote prutsers op de weg maken ’t er niet bepaald fijner op…

Verwachtingen zijn domme dingen

Je zou verwachten dat ik het verwacht had. Maar dat had ik niet. Totaal onverwacht moest ik mijn verwachtingen bijstellen. Of nog liever: ze laten varen. Want ze bleken onrealistisch. Alweer.

Waarom verwacht een mens iets? Is het eigenlijk gewoon simpele hoop? De hoop dat een ander iets zal doen omdat je diegene goed genoeg denkt te kennen? De hoop dat iets zijn intrede zal doen omdat je er zo hard voor gewerkt hebt? De hoop dat iemand jou op waarde weet te schatten zodat diegene ook met alle redelijkheid kan verwachten dat jij bepaalde dingen niet zult doen of zeggen? De hoop dat iemand je dermate lief heeft dat diegene net zo vaak aan jou denkt als andersom het geval is en dat diegene je dus ook af en toe laat weten, jou te zien en te waarderen?

Allemaal ijdele hoop. De kans dat iets of iemand aan jouw verwachtingen voldoet, is verrekte klein.
“Als je zó van me houdt als je zegt, waarom lees je dan nooit mijn blogs? Waarom kijk je dan nooit op mijn facebookprofiel om te zien wat er zoal met mij en bij mij gebeurt? Waarom stuur je me niet af en toe even een Whatsapp of zelfs maar een SMSje? Waarom zíe je mij nou niet?”
Te veel verwachtingen aan de foute persoon...
“Ik doe zo mijn best om alles goed te doen, ik werk er zó hard voor. Dan had ik ook verder moeten komen, lijkt me? Dan had me dat toch moeten lukken? Dan kán ik toch niet falen?”
Klaarblijkelijk wel…
“Ik doe zó veel aan beweging, ik doe twintigduizend serieuze en goede pogingen om af te vallen. En toch blijf ik te dik, heb ik een hernia en een kapotte knie. Waarom laat mijn lichaam me zo in de steek…”
Omdat ik er zelf blijkbaar niet goed genoeg voor zorg…
“Ik heb alles voor je gedaan. Had alles voor je over. We hadden het zó goed. En zomaar ineens laat je me vallen als een gloeiende baksteen. Waar heb ik dit aan verdiend?”
Je hebt ’t niet verdiend. Je had enkel alwéér te hoge verwachtingen aan de verkeerde persoon…

Niks is zeker, geen doel, geen liefde, geen aandacht, geen beloning, geen leven samen. Het enige wat je kunt doen, is je verwachtingen bijstellen. Nog beter: schrappen. Verwacht niks, dan valt alles altijd mee. Minimaliseer je verwachtingen en je leven wordt een stuk makkelijker. Maar zonder verwachtingen ook geen brandstof voor onze dromen, onze liefde en onze hoop…

Guy Finley zei ’t al heel mooi:
“What’s the first sign of a lurking, hidden expectation you didn’t know you had? Pain! People don’t do what we want, things don’t happen quickly enough, the weather doesn’t cooperate, our bodies don’t cooperate. Why are these moments so painful? Because our minds are focused on a static, unchanging, me-centric picture while the dynamic unfolding of a broader life continues around us. There is nothing wrong with expectations per se, as it’s appropriate to set goals and work, properly, towards their fruition. But the instant we feel pain over life not going “my way,” our expectations have clearly taken an improper turn. Any moment you feel resistance or pain, look for — and then let go of — the hidden expectation. Practice giving yourself over to what “you” don’t want. Let the line at the store be long. Let the other person interrupt you. Let the nervousness make you shake. Be where your body is, not where your mind is trying to take you.”

Ik stel ze dus toch maar een beetje bij.
Ik verwacht niks meer van jou.
Ik verwacht minder van mezelf.
Misschien krijg ik dan tóch nog een keer meer dan ik ooit verwachtte…

Mooie ziel

“Een mooie ziel gaat langer mee dan een mooi lichaam.”

Deze quote zag ik laatst op Facebook (dankjewel Sheila 😉 ). Dit zijn zinnen waar ik dan gelijk weer heftig over na moet denken. Klopt het wel? Ik geloof namelijk zelf niet in een hiernamaals of in het voorbestaan van de ziel als zodanig. En wat is een ziel überhaupt… Een forse bundel neuronen, synapsen en hersencellen die samen het bewustzijn van een menselijk wezen vormen. Staken die fysieke dingen hun werk, is er ook geen ziel meer…

Oh, en wat is dan een mooi lichaam? Een slank, gespierd, gazelle-achtig lichaam voor een vrouw? Een zo mogelijk nog gespierder, gestaald, sportief en gebruind instantsixpacklichaam inclusief sixpack voor de man? Feit is, dat lichamen die gezond en gespierd zijn, het over het algemeen (uitzonderingen daargelaten) langer doen dan het onfitte, slecht onderhouden lichaam. Maar zo’n perfect body hoeft dan dus weer niet per definitie een mooie ziel (ik prefereer: een mooi karakter of een mooi persoon) te herbergen. Dat is dan waarschijnlijk ook waar deze zin op doelt.

Ik weet wel, dat ik zelf geen ‘mooi lichaam’ heb. De boel doet het, maar daar houdt ’t ook mee op. Ik moet bekennen dat ik eigenlijk een bloedhekel aan sport heb, ik doe het omdat ’t mot. Het is ‘goed’ voor me. Ik heb veel pijn (geen idee wat de oorzaak is), ik heb volledig kapotte knieën (meerdere operaties, kruisbandplastiek, scheuren in de botten) en chronische, bij tijden meer dan heftige rugpijn (nu bijvoorbeeld). Als ik niet sport, wordt dat alles nog pijnlijker, dus ik móet wel. Ik ben naar de huidige BMI-maatstaven ook absoluut veel te zwaar. Maar!! Ik ben ook zacht en rond (“met veel knuffelvlees”, ook zo’n toffe facebookvondst). De hoop op dat slanke, gespierde lichaam laat ik onbewust maar des te realistischer en zekerder steeds meer varen. Oh, ik ben best gespierd hoor, jawel jawel. Alleen zitten die spieren in een verrekte goeie laag isolatie verpakt, dus je ziet ze niet. Maar geen jam- of augurkenpot die ik niet open krijg.

Met die langzaam maar gestaag van mij wegvarende hoop rest mij dus enkel nog het mooier maken van mijn ziel. Mens sana in corpore sano is ook niet meer mogelijk want mijn geest als zodanig is redelijk ziekelijk (ik noem even mijn heerlijke multiple personalities en mijn joy van een dirty mind, de minority reports laat ik gemakshalve maar achterwege), maar in de meeste opzichten dan wel op een prettige manier. En daar moet mijn lichaam het dan maar mee doen. Dus: hou ’t uit jonguh, want mijn ziel danst nog lang en vrolijk verder!!

moeizaam

moeizaam richt ik mij steeds weer op.

fier in de tegenwind, ik vang iedere klap.

sterk tegen alles wat niet goed kán zijn.

krachtig ondanks alles wat ik niet snap.

moeizaam kom ik weer overeind.

ondanks alles wat zó niet eerlijk is.

ondanks jou, jij die mij zo vaak niet ziet.

ondanks het intense, brandende gemis.

moeizaam maar zeker word ik ik.

steeds verder weg van wie ik ooit was.

steeds meer lak aan wat men zoal denkt.

you know what? you can kiss my royal …

(c) Lou

ja wat nou!

ik weet geen titel. Ik heb al in geen eeuwen meer geschreven. Zo voelt ’t althans. Mijn laatste blog is van 20 juli, bijna drie weken geleden. Het lijkt echt een eeuwigheid. We zijn op vakantie geweest. Een niet onverdeeld overgelukkige en relaxte vakantie, een schriftelijke klacht incluis. Daar blog ik ook nog wel een keer over. Vandaag nog effe niet.

Ik weet niet eens meer hoe het moet, dat bloggen. Ik zit hier en denk: “why the hell zal ik dit hier neerzetten.” Maar het is het gevoel wat er uit moet. Het gevoel dat alles te snel voorbij gaat. Het gevoel dat alles onder mijn neus gebeurt maar ik het niet zie. Het gevoel dat ik niet voldoende leef. Ik rij de berg af naar beneden, op weg naar de Lidl en het enige wat in me opkomt is: “bekrompenheid ten top”. Een durp, een school, een Lidl. Holladijeee.

Ik wil weg… Ik wil léven!!
Want zomaar ineens is het over en zelfs dat merk je dan zelf niet meer. Vandaag vernam ik dat een kennis (vader van vriend) een week geleden zomaar ineens, out of the blue, een zware hartaanval heeft gehad. De tot dan toe relatief fitte, vrolijke, levenslustige man van 63 kiepte om. Hersenschade niet te overzien. Net met pensioen en vanaf nu een kasplantje. Ik heb meerdere keren samen met hem getraind. En zomaar, van het ene op het andere moment, is deze mens onvrijwillig klaar met zijn leven. Want écht leven kan hij niet nu meer. Een toestand tussen coma en heel marginaal bewustzijn, nooit meer trainen, nooit meer reizen, nooit meer zijn kleinkind knuffelen, nooit meer zijn vrouw omarmen, nooit meer uit eten, nooit meer lachen, nooit meer liefhebben, nooit meer niks. Nooit meer. Zelfs de hoop dat hij weer zelf zal kunnen praten of eten is praktisch nihil. Wat is dat nou voor leven…

Na de eerste shock komt voor de achtenzeventigste keer het besef: leef nu… lééf!! Doe wat goed voelt, eet wat goed doet, zorg voor jezelf, geniet van alles wat goed is. Want zomaar ineens is alles voorbij. Dan is het te laat om te genieten. Het kloterige eraan is: hoe doe je dat. Hoe geniet je bewust. Hoe doe je precies dát waar je zin in hebt. Het dagelijkse leven haalt je na verloop van tijd toch weer in. Plichten, verantwoordelijkheden, kinderen, huishouden, moeten. En eigenlijk is dat maar goed ook. Want van de hele dag verplicht genieten wordt een mens ook weer intens moe.

Ik rommel maar wat verder met mijn leven. Als ik nu ineens omkieper, kan ik in ieder geval terug kijken op dik zeshonderd geschreven blogs. Oh nee. Dan kan ik niet meer terug kijken.

Ja wat nou…