de eerste

Dat is het alweer. De eerste februari 2014. Nog nooit was het vandaag, maar nu is het dan éindelijk zover. Als ik het gesprek – nou ja, gesprek, hoe noem je zo’n heen-en-weer-gedoetje op facebook – mag geloven, ben ik gezegend met het feit dat mijn man warm kan douchen en heb ik bovendien geleerd dat ‘simpele vrouw’ een pleonasme is. Maar als de man die het zei een beetje verder had gedacht, had hij zich gerealiseerd dat het eigenlijk geen pleonasme maar schier een onmogelijkheid was. Geen enkele vrouw valt als simpel te beschrijven. De mogelijke kans (oh, een pleonasme…) om een simpele vrouw (oh, nog eentje…) (maar die kenden we al) (of toch niet?) te vinden, is geminimaliseerd door het feit dat het wel degelijk aanwezige maar bewijsbaar lichtelijk kleinere brein van de vrouw mogelijk door meer hormonen beïnvloedt wordt dan het mannelijk brein, dat doorgaans zelfs twee plekken in het lichaam schijnt te kunnen bewonen.

Ach fuck it.
Ik ga slapen.

 

Schudtaart

Gisteren had ik een vergadering. Een vergaderingsgenote sprak na afloop lyrisch over een zogenaamde schudtaart. En wie ben ik om dat niet gelijk de volgende dag uit te proberen? Juist, diegene ben ik! Bij deze een fotoverslagje (recept inbegrepen):

Schudtaart1Schudtaart2Schudtaart3

Boekrecensie Crossfire 2

Boekrecensie: “Crossfire 2 – Begeerd door jou” van Sylvia Day
door: Louise Larndorfer-Bartels

Het tweede boek van de Crossfire trilogie, die inmiddels geen trilogie meer is want er schijnt ook al een deel 4 (deel 5? deel 6? deel 28?) te zijn. Het eerste heb ik in ieder geval ook uitgebreid onder de loep genomen, dat kun je hier lezen. Hoewel ik bij het eerste boek nog dacht dat ik geen goed publiek was voor dit soort erotische half-pornografische boeken, moet ik zeggen dat ik Crossfire 2 duidelijk lezenswaardiger vond. Er gebeurde in ieder geval significant meer dan enkel een beetje om elkaar(s geslachtsdelen) heen draaien, maar voor het interessantere leesvoer moet je wel eerst even verhit doorzwoegen tot – pak ‘em beet – hoofdstuk 14.

Eva Lauren Tramell is in boek 2 vanzelfsprekend nog steeds betoverd door en volledig in de ban van het mooiste en aantrekkelijkste mannelijke exemplaar dat op deze aardbol rondwandelt: Gideon Cross. Alleen de naam doet je al sidderen. Maar waar het in boek 1 bleef bij vanillesex (oh wacht, dat woord hoort bij dat andere boek) en wat uit extreme jaloersheid en bezitterigheid ontspruitende ontwikkelingen, gaat boek 2 toch iets verder in op de verkniptheid van de personages zelf. Ergens rond pagina 20 uit Gideon zelfs al het feit dat hij iemand zou kunnen vermoorden voor Eva en al zijn bezit zonder meer op zou geven voor haar, maar Eva zelf opgeven zal hij nooit. Daarnaast maakt meneer eveneens redelijk snel het statement: “Dokter, ik blijf pas van haar af als ze dood is.”  Mooi. Dat belooft wat.

Eva en yummie tycoon Gideon zijn nu inmiddels enkele weken een paar maar de relatie is niet bepaald easy-going vanwege de mentale beschadigingen die ze ieder afzonderlijk uit hun verleden meeslepen. De één nog erger dan de ander. Daarom zijn ze dan ook al gelijk in relatietherapie; daar kun je nu eenmaal niet vroeg genoeg mee beginnen. De meervoudige overdracht van de huissleutels symboliseert het serieuze karakter van het geheel. Toch distantieert Gideon zich steeds opnieuw, laat Eva tot in het extreme schaduwen maar lijkt er zelf toch nog een second life met zijn ex op na te houden, wat Eva wederom nóg jaloerser maakt. Seks als goedmakertje schijnt keer op keer toch weer te werken, wat voor de nodige erotische intermezzo’s in het verhaal zorgt.  In het verhaal zelf zijn nu meer wendingen – een liefdesweekend aan het strand, een met een knuppel half dood gemepte huisgenoot, Eva’s vroegere vriendje die nu zanger van een succesvolle band is en haar gescheiden ouders die elkaar na lange tijd weer zien – verweven. Op ca. tweederde van het boek lijkt Gideon echter heel plotseling volledig op afstand te gaan en daarmee is voor Eva, die zelf weliswaar ook de nodige amandelonderzoekende tongdraaiers met haar zingende ex (met alle gevolgen van dien) toeliet, de kous helemaal af: het herhaaldelijk gevraagde (geëiste) vertrouwen is volledig weg, alle banden worden doorgeknipt en de beruchte sleutels wederom geretourneerd. De cover van het boek zegt genoeg. Maar uiteindelijk blijkt ook nu maar weer dat Gideon daadwerkelijk niets zonder reden doet…

Het toeval wil, dat ik nu – simultaan met het lezen van Crossfire 2 – toch ook die vijftig tinten grijs (deel 1) maar eens uitgelezen heb. En ik moet bekennen: dat was bij tijden redelijk verwarrend. Blonde Eva, onervaren Ana, tycoon Gideon Cross (GC), miljardair Christian Grey (CG), beetje controledwang hier, wat sadistische dominantie daar, alles bepoederd met een verrot laagje uit zware misbruikverledens en gewenste naïviteit. Af en toe wist ik daadwerkelijk niet meer wie nou wat waar en met wie gedaan had, zo erg leken de beide literaire ero-epossen soms op elkaar. Het grijzige boek heb ik echter in het Engels gelezen en dan klinken die seksuele aktes toch duidelijk opwindender en sensueler.  Voorbeeldje? “Eva!” gromde hij toen hij de eerste dikke, hete lading sperma tegen mijn buik spoot. Dat klinkt toch best wel een beetje afgestompt, vind ik. Dat zal ook vast de reden zijn waarom dat zinnetje (p65) dan ook gelijk gevolgd werd door het veel erotischer klinkende “Fuck.”  Op de één of andere manier vind ik het niet echt opwindend om omschrijvingen als ‘drijfnatte kut’ of ‘keiharde pik’ te lezen, maar dat zal vast aan mij liggen. Met meer poëtische omschrijvingen als ‘Ik voelde de brede kroon van zijn pik in mijn spleetje kerven […]’  (p242) kan ik klaarblijkelijk ook niet zoveel, maar ach, ze doen hun dienst. Mijn partner heeft er in ieder geval geen bezwaar tegen, dat ik deze boeken lees. Integendeel.

Samengevat: Wederom een – in tegenstelling tot het uiterst banaal opgezette fifty shades – acceptabel geschreven erotisch-pornografische roman en een duidelijke verbetering t.o.v. het eerste boek. Grote typografische missers heb ik dit keer niet kunnen vinden, wel weer een hoop best opwarmend beschreven seks, wat meer spanning en een boeiend (maar helaas wel degelijk voorspelbaar) einde. Ik vrees dat boek 3 (“Verbonden met jou”) er ook gaat komen, al vraag ik me wel af wat er nu in vredesnaam nog te schrijven valt over de protagonisten in deze liefdesconstellatie. Ik ga er maar vast vanuit dat ze, á là Twilight, spectaculair gaan trouwen of zo. We zullen het lezen.

Auteur: Sylvia Day
Titel: Begeerd door jou – Crossfire 2
Oorspronkelijke titel: Reflected in you
Paperback, 325 pagina’s.
Uitgever: A.W. Bruna Uitgevers, Utrecht 2013
Taal: Nederlands (vertaling: Marike Groot en Sander Brink,  Grootenbrink Vertalingen)
ISBN10: 9400503970
ISBN13: 9789400503977
Prijs:  € 10,00 tot 15,00

Recensie geschreven in opdracht van Verboden Voor Mannen

Gazellifant

Met mijn olifantenpoten ren ik hard. Nog harder om alles toch maar in te halen. Hier en daar een porseleinen kopje vertrappend, draaf ik nog steeds blind voort. Over de droge savanne vol met noodlotten en de woeste steppe van incomplete conclusies. Geen idee waar te beginnen, niet eens een hint over waar als eerste te stoppen om de armen te spreiden. Dus ren ik maar verder. Als ik blijf staan, zinken mijn grote, stampende poten weg in de uit andermans ongeluk en mijn eigen machteloosheid bestaande blubber.

Slopende ziektes waar ik nooit weet van had tot ze ongeneeslijk werden. Andermans innerlijke worstelingen waarvan ik me bewust was maar die ondergingen in de myriaden van mijn eigen gedachten. Zware operaties die al voorbij waren voor ik op tijd ‘nog heel veel sterkte’ kon wensen. Verjaardagen die ik om twee voor twaalf bijna had vergeten. Zorgen die geuit werden maar die door extreme externe filtering voor mijn oren weg werden gerukt. Knuffels die in mid-air bleven hangen…

En dus loop ik zo snel mogelijk door.gazellifant
Niks ziend, allenig, nadenkelijk.
Geconcentreerd op iedere pas.
Blijf vooral draven…
Hup hup, achter die feiten aan.
Ze zullen altijd sneller zijn dan ik.
Was ik maar een gazelle…

aldimannetje

Door het smalle gangpaadje tussen de metershoge torens van plastic flessen jus en tetrapakken druivensap manoeuvreer ik mijn karretje naar de enige open kassa en duw de metaalspijlen neus van mijn aldi-limousine bijna in die van een oud manneke dat blijkbaar synchroon met mij bij kassa twee arriveert.

Breed grijnzend laat hij zijn kunstgebit even hoognodig luchten en stoot met zijn elleboog samenzwerend tegen mijn arm.
“Wij zijn net die twee vrachtauto’s, vanochtend op de A7. Alleen kon ik nog uitwijken en reed jij geen spook.”

Kassa één gaat ook open.
De redding is nabij.

huh

kon jij maar mij zijn jij
dan wist ik wel
dat ik mij wou.
kon jij maar mij zijn
dan kon ik zeggen
dat ik van mij hou.

maar als ik de vingers
van mijn rechterhand
op ‘t  toetsenbord één
plek naar links verschuif,
ben jij enkel nog maar

huh …?

.

.

© Lou

niet goed bezig

Gisteren opende ik – hoe kan het ook anders – ergens in de loop van de ochtend even facebook op mijn foon. Het eerste plaatje wat ik zag was van een half verbrande jonge man. Hij was, volgens de ernaast staande tekst, aangestoken. Een brandende autoband om zijn nek. Omdat hij homoseksueel zou zijn en dat mag dus niet in Oeganda (en niet alleen daar…). Sterker nog: zulke mensen mag je dus legaal, met de wet achter je, in de fik steken en toejuichen terwijl ze creperen. Ik kreeg spontaan kokhalsneigingen en dikke tranen in de ogen, moest noodgedwongen verder scrollen. Ik kon het simpelweg niet aanzien. Want wat moest ik hier nou mee? Onvoorstelbaar gruwelijk om te zien op een gezapige zondagochtend. Wat een wereld. Een bevestiging van mijn opvatting dat mensen de enige werkelijke beesten op deze aarde zijn.

Ik moest het plaatje eigenlijk delen om mijn solidariteit met de homoseksuelen op deze aarde te betuigen. Maar ik kon het niet… wetende dat ik een dermate afgrijselijke foto dagenlang op mijn eigen wall zou zien, een wall waar ook kindekes mee koekeloeren… en ook wetende dat het geen ene donder zou helpen. Ik ben vanzelfsprekend solidair met iedere andere mens die in naam van onzinnige (veelal religieuze) wetten gediscrimineerd, gemarteld, gedood wordt. Maar mijn solidariteit lost helemaal niets op. Ook een petitie met miljoenen email-handtekeningen eronder haalt niks uit. Ik onderteken ze allemaal want het is geen moeite en ik laat in ieder geval op microniveau zien dat ik het er niet mee eens ben, de NSA aan m’n broek of niet. Maar helpen doet het niks, ik ben niet zo naïef om te denken dat er in de toekomst ook maar íets anders zal gaan vanwege een simpele petitie. Geen meisje minder verkracht of op 9-jarige leeftijd uitgehuwelijkt, geen honingbij gered, geen niet-ondertekend TIPP, geen asiel voor meneer Snowden, geen betere vrouwenrechten, geen boycot van de olympische spelen in dat hypocriete Sotchi/Rusland, geen betere arbeidsomstandigheden voor die arme chinese kindertjes in de neodymiumwinning. Gewoon. Niks. Lijdzaam toezien is alles wat je mag vandaag de dag. En dat is ook nooit anders geweest.

Daarom deelde ik de foto niet… want ergens, ergens moet ik nog altijd míjn leven leven. Of dit nou allemaal gebeurt of niet. Dat van anderen kan ik niet leven. En ik moet dus zorgen dat mijn leven góed geleefd wordt, al naar gelang de omstandigheden. Dat is iets wat ik in ieder geval wél kan doen. En dan niet voor mij. Egocentrische gedachtes heb ik al genoeg (“ik moet goed voor mezelf zorgen”, “die Note 3 wil ik toch wel heul erg graag”, “wat zal ik eens eten vandaag” – en zo). Maar voor de bewonderenswaardige mensen en mensjes om mij heen. Mijn zoon die maar door bokst en vecht om op school mee te komen. Mijn dochter die morgen weer naar de dokter mag voor een uitgebreide hartcontrole. Dat gaatje zit er nog steeds hè… ook al denk je er dan praktisch nooit aan, het blijft eeuwig een issue. Vrienden en vriendinnen die vechten tegen dodelijke ziektes, financiële sores, rottige werkgevers, mishandelende echtgenoten, depressies. Ouders die een dagje ouder worden en allebei al kanker hebben gehad. Ons eigen hachje (lees: ‘relatie’) bij elkaar en leefbaar houden. Dat zijn de dingen waar ik in eerste linie mee bezig zou moeten zijn, ik weet het. Ik weet het zo goed…

En toch ben ik het niet.