Kom Karma, kom!

“Karma? Kom je nog?” Karma slaapt. Diep. Onwetend waar het de gevolgen betreft van alles, wat zich vandaag afspeelde. Rustig ademend ligt ze op de sofa, droomt over iedereen die ze nog te grazen mag nemen. Zelfs haar comateuze wijze van slapen is nooit zonder uitwerking want uitgestelde wraak is des te zoeter. Als ze na haar dutje maar niemand vergeet…

Wie neemt haar naam niet in de mond als het even zo uitkomt? Karma is gonna get you. Karma is a bitch. Simpel principe van oorzaak en gevolg. Alles wat een mens doet, is uiteindelijk van invloed op de rest van diens onbetekenende leventje. Er zijn te veel spreekwoorden voor: Wie goed doet, goed ontmoet. Boontje komt om zijn loontje. Boeddha wist waarover hij het had; betitelde zijn liefdevolle karma-doctrine als de ‘leer der daden’. Maar wat ik me steeds opnieuw afvraag: waarom komen zoveel mensen dan tóch weg met alle afschuwelijke dingen die ze uitvreten?

Net acht jaar oud. Je kwetsbare, naakte kruisje wordt zorgvuldig uitgestald op Marktplaats. Je ouders zitten tot over hun oren in de schulden en hopen deze met het geld van een paar pedofielen af te kunnen betalen. Je mams heeft het je meermaals toegebeten: “Waar heb ik jou anders voor gemaakt? Een beetje profijt hebben van mijn eigen productie, daar is toch niks mis mee? Toch??” De gegadigden krijgen van pap alvast wat lekkermakende foto’s van jou, zodat ze een grof beeld kunnen schetsen van alles, wat ze met je zouden willen doen en daarvoor een passend bod uit kunnen brengen. Bedragen tot vijftigduizend euro om bij jou alle denkbare lichaamsopeningen te mogen vullen, worden geboden. En maar al te graag geaccepteerd. Je kamertje is al zorgvuldig geblindeerd, je meisjesbed van een vochtdicht hoeslaken voorzien. Maar het lot wil dat je oplettende oom de laptop van papa leent. Heb jíj even geluk, meiske…

“Van je zwager moet je het maar hebben”, zal moeders gedacht hebben. In de verhoren volgen allesomvattende maar onvatbare bekentenissen. Jammer genoeg zijn die voor de poes haar spleetje: Men vergeet je ouders te wijzen op hun recht op een advocaat. Dit vormfoutje maakt de biecht in één klap waardeloos. De pedo’s komen niet. De ouders wel. Vrij. Als Karma per toeval eens níet ligt te slapen, zal die vrijheid hun straf worden.
Karma? Kom nou toch…

Getwijfeld over België

Luisterend naar het Goede Doel vraag ik me ernstig af, hoe een mens daadwerkelijk kan twijfelen over België. BelgIk vind Belgen leuk hoor, begrijp me niet verkeerd. Maar een land, dat het voor elkaar krijgt om ondanks het feit, dat de hele incestueuze EU in het eigenste eigen Brussel rond en in elkaar schijnt te kruipen, nog steeds zo onbetekenend kan zijn, zo’n land fascineert mij. Misschien ligt daarin dan ook wel weer de charme. Al een kwart eeuw (of langer?) kunstig balancerend op het randje van faillissement, een volledig gespleten persoonlijkheid die zich weerspiegelt in ziekelijk vlaams- cq. wallonisch patriotisme, lekkere patatten producerend, bewonderenswaardig corrupt (daar kan men nog iets van leren: mocht je daadwerkelijke een tweede witrood nummerbordje op je wagen willen – aan de voorkant bijvoorbeeld -, tel je gewoon een paar extra flappen neer), volledig vervallen tot mysterieuze, Transsylvaans aandoende ruïnes rond een paar bergen die wildwaterkanovaren, canyoning en survivallen als opperste attractie bieden, een zeikend manneke als landelijk symbool en voorzien van een flink stel stalen ballen. Ja, dat lijkt me wel wat. Ik ga toch nog eens even ernstig twijfelen over België. Oostenrijk is me te bieder gebleken.

Zouden ze in België ook een Samsungaccountsynchronisatieservice hebben?

Dopjesellende

Kwart over elf ’s ochtends. Ik ben klaar met het in de auto proppen van ski’s, schoenen, skistokken, kinderen, kleren en de hele santemekraam. My job. Voor mijn part kunnen we weg. Man mompelt dat we onderweg nog even in Machstadt bij een bedrijf langs moeten: hij heeft daar een 20-tal buisdopjes Navi1voor het luttele totaalbedrag van €1,40 besteld, die wil hij nog even ophalen. Dan kunnen we ons namelijk die tien euro verzendkosten te besparen en het is sowieso maar tien minuutjes om. Tuurlijk schat. Doen we.

Onderweg vraag ik voorzichtig of hij dan ook weet waar het ongeveer is. Hij kijkt me aan alsof ik hem net recht in zijn gezicht een lamme castraat genoemd heb. Natúúrlijk weet hij waar het is. Bij de afslag Machstadt begint het gedonder.
‘Hm. Volgens mij hadden we af gemoeten… Dit herken ik niet’
(Alsof hij ooit van tevoren in dit gat is geweest. Not.)
‘Wat raar. Hier had een weg moeten zijn volgens ’t kaartje.’
‘Welk kaartje.’
‘Dat op mijn telefoon, duhuhh. Maar ik weet het wel uit mijn hoofd.’
‘Jij hebt een káárt??? … Heb je ook het adres toevallig? Dan kan ik het in de navigatie intypen, nu we het toch niet kunnen vinden.’
‘Ik zei toch, ik wéét waar het is? Jij met je navi. Pffff…’

Ik graai zijn telefoon uit mijn (!) tas, waar ik het ding met mijn vooruitziend oog maar vast in gestopt heb omdat hij ‘m anders weer eens vergeten zou zijn, en grasduin door het oerwoud aan blauw-rood-groene windowsblokjes naar zijn notities alwaar ik een prachtig vanaf zijn laptopbeeldscherm gefotografeerd kaartje ontdek. WTF?? Daar staat nog geen miezerige straatnaam op, alleen een zigzagstreepje van de autobaan naar punt “A”. Het door hem genoteerde adres: Norderprischl 12. Ahah. Bingo. Zou je denken. Onze navi (ook liefdevol ‘naveltje’ genoemd) ziet in ieder geval nergens iets van een bingo. En Norderprischl bestaat niet, zegt ie ook. Man rijdt ondertussen lustig verder, zijn doel langzaam maar behoedzaam cirkelend besluipende. Foeterend staat hij ineens op één of andere rechter rijstrook terwijl hij toch echt linksaf had gemoeten. Links it is. Dáár moet het zijn. Hij snijdt een Twingo (ach, die hadden we toch bijna niet gevoeld als we ‘m geramd hadden) en slaat vol energieke frustratie alsnog linksaf. Ik word langzaamaan misselijk van het prutsen in mijn naveltje, die nog steeds niks vindt. Dan maar weer berustend en vooral mond houdend terug naar de navi-kaart en kijken hoe we onze rondjes draaien, op zoek naar een zakje buisdoppen.

‘Hè?? Daar is water!! Zie jij op míjn kaartje ergens water???’
‘Ik zie helemaal niks op jouw kaartje. Dat is geen kaartje, dat is hooguit een gruwelijk slechte foto.’
‘Aan jou heb ik ook niks.’
Grimmige blik.
‘Waarom heb je ze niet even gevraagd hoe je dan precies moest rijden?’
‘Aaaahhrgg!!! Omdat ik het al wist??? En het adres héb ik toch gevraagd, hoe denk je anders dat ik daar aan kom???’
‘Euh… nou… van de website of zo?’
Nog grimmigere blik.
‘Ik heb wel een Niederpirsching gevonden trouwens…’, mompel ik.
‘Nou dan typ je dat toch lekker in. Doe je best. Zonder kotsen graag.’
De navi meldt dat we 10km van ons doel af zitten.
‘Dat kan niet. Dat is sowieso fout’.
‘Maar waar zitten we NU dan volgens jou??’
‘JA WEET IK VEEL!!! OP DE WEG, MENS!! En wij zijn helemaal niet daar waar die navigatie zegt dat we zijn. Dat ding klopt voor geen ene meter.’

Ik zeg niks meer, smijt zijn (data- en navigatieloze) mobiel met prutsfotokaartje aan de kant en neem de mijne, doe GPS aan, start Google Maps en bekijk waar we volgens mijn mobiel dan nu zijn. Goh. Op het punt waar de navigatie ook al zegt dat we zijn. Verrassing…
‘Dat kan niet. Daar is een riviertje. We zíjn niet bij een riviertje.’
‘Lieverd, we zitten in midden in Wertz…’
‘Als we in Wertz zitten, laat ik de boel verdomme alsnog opsturen. Dat kan niet kloppen.’
‘Nee, de satelliet is vast een beetje van het padje, ik snap dat. Echt’
Dodelijke blik.
Dochter meldt zich luidkeels: ‘Ik moet heeeeeeeeel erg naar de WC!!!’
Zoon mompelt: ‘…en ik heb toevallig hartstikke erge honger’
Ik steun: ‘Ik heb hier geen zin meer in. Ik ben misselijk… dit alles voor rottige tien euro verzendkosten, dat zijn we nu al lang aan diesel kwijt…’
‘Ja halloooo, dat kon IK van tevoren toch niet weten???’
Waar hij gelijk heeft, heeft hij gelijk. Maar hij moppert al weer luidkeels verder dat hij nu wel weet dat hij in toekomstige noodsituaties ook helemaal niksnoppesnada aan ons zal hebben, met ons gezeur en gezeik. Als ik eens wat zoek in de toekomst, zal hij ook even lekker precies zo gaan emmeren en zeuren. Helaas voor hem gebeurt dat dus nooit, want a) noteer ik adressen zorgvuldig, b) heb ik een navigatiesysteem én een werkend mobieltje met Google Maps en c) ben ik een vrouw. Als ik het niet kan vinden, vráág ik gewoon.

Na absoluut niet overdreven een  uur en een kwartier lang rond gekard te hebben, flikkert hij de auto (mijn auto!) aan de kant en kijkt mij aan.
‘Goed. Dan zeg jíj maar hoe ik moet rijden.’
Eindelijk. Capitulatie. I’m loving it.
Het eindpunt van de zigzaglijn op zijn topkaartje bestudeerd hebbende, lijkt Niederpirsching voor mij toch echt te kloppen.
Ik klik op de routeberekening op mijn mobiel.
‘OK. Rechtsaf.’ En loods hem er linea recta naar toe.
Na een geweldige totaaltijd van dik anderhalf uur zijn we dan uiteindelijk toch bij het dopjesbedrijf, waar hij met grote stappen weg beent om zijn zakje plasticprut te halen.
Niederpirsching 12.
Met je Norderprischl…
Maar de 12 had hij tenminste goed.

De kinderen zijn inmiddels volledig gaar gekookt, we hebben allemaal honger en ik moet minstens een liter lichtgeel water lozen. Koffie drijft nu eenmaal vocht af. Conclusie: wij willen na deze odyssee naar de McDonalds. Man pertinent niet. En ik dan ben er klaar mee.
‘IK. Moet. Plassen. WIJ. Hebben. HONGER. En dus rijd JIJ nú naar de eerstvolgende McDonalds!!’
‘Grmpf.’

Navi2

Gelukkig zijn Macs duidelijk sneller te vinden dan dopjesbedrijven. Ik bestel een grote box chicken wings. Ik moet nu even ergens heel hard in bijten en het liefst tegelijkertijd een paar botten breken. Hij wil zich niet voor mijn behoeftes ter beschikking stellen en drinkt stoïcijns zijn protestkoffie.

De rest van de weg rijd ik.
Vakantie.
Met een toffe zak dopjes.
Hoezee.

“Heeft u een momentje?”

Tuudeleduudelduut…
“Goedenavond! Ik ben van de politieke onderzoeksinstelling en ben op zoek naar jonge, Oostenrijkse respondenten. Heeft u een momentje?”
“Nee.”
BAM.
Ik ben ten eerste meer dan stokoud en ten tweede zeker niet Oostenrijks. En bellen rond etenstijd is not done, ook al ben ik dan de enige Hollandse idiote in dit maffe land die ’s avonds pas warm eet op tafel pleurt.

Tuudeleduudelduut…
“Goedendag, ik bel u van de nationale consumentenvestiging, het gaat om het huidige misbruik van uw persoonlijke data.
“ooh jah!! Daar heb ik net al uitgebreid met een collega van u over gesproken!”
“Echt waar?? Hoe heette die?”
“Diana Nogwattia. Weet ik niet meer”
“Aha. Diana. En wat heeft ze genoteerd?”
“Dat ze me die flatscreen TV per omgaande gratis toestuurt omdat ze mijn data al onrechtmatig verkregen had en alles dus in orde was.”
“Euh… ja.”
tuut-tuut-tuut…

Tuudeleduudelduut…
“Goedendag. Ik bel namens het marktonderzoekbureau Verteltuonsalles. Wij doen onderzoek naar schaamhaarscheermesjes [nou ja, eigenlijk zei hij “scheermesjes” maar dat staat er voor mij gelijk aan]. Heeft u een momentje?”
“Natuurlijk” [Daar weet ik namelijk alles van hè, dus dan heb ik wel een momentje om mijn expertise te delen].
Om vervolgens de heer in kwestie tot in den treure de oren vol te lullen over de scherpte van de mesjes, de stoppels, de jeuk en de pukkels die bij te snel bot geworden gereedschap gegarandeerd zijn, over het te snel roesten die bij chronisch gebruik onder de douche, over de merken die ik ken en natuurlijk niet te vergeten: mijn wedervraag over hoe hij zélf de schaamhaarcoiffure ervaart. The time of his life, gegarandeerd. We nemen als goede vrienden afscheid van elkaar.

Tuudeleduudelduut…
“Hallo! Wij bellen van Bureau Consutentenmest. Heeft u een momentje om wat vragen te beantwoorden?
“Hoe lang duurt dat momentje?”
“Hooguit vijf minuten”
“Dan nee.”
BAM.
Want vijf is minstens vijftien bij die lui. Als hij nou twee had gezegd…

Tuudeleduudeleduut….
“Firma MaxiLuxi, Schadeloosstellingsafdeling.”
“Haiii!!!”
“Mw. L.-B. het gaat om het volgende. U heeft in het verleden wel eens deelgenomen aan loterijen en nog nooit iets noemenswaardigs gewonnen in al die tijd.”
“Nee hoor. Ik heb al best vaak wat gewonnen. In 1998 zelfs al een keer 7000 gulden.” [dat was weliswaar met z’n vieren en we hebben dat geld gelijk verbrast aan gruwelijk dure sushi en wijn, maar goed.]
“Maar niks noemenswaardigs dus [euh… ok…] en daarom krijgt u nu een schadevergoeding van de Europese loterijvergoedingsorganisatie voor al die keren dat u niet gewonnen heeft.
“Ik vond het wel noemenswaardig hoor.”
“Ja… goed. Maar u heeft tóch recht op een schadevergoeding, omdat dat bij de normale loterij was en niet bij euh… euhm… telefoonloterijen.”
“Goh. Wat fijn. Hoeveel is dat?”
“Heeft u nog de laatste bevestiging van de laatst deelgenomen loterij?”
“Nee, natuurlijk niet.”
“Dan laat ik u een voucher toekomen voor 25 euro en die kunt u dan als bewijs voorleggen. Zo gauw u die heeft ontvangen, belt u het nummer op de voucher en dan krijgt u uw schadevergoeding.”
“En hoeveel ís dat dan?”
“Dat weet ik nu vanzelfsprekend nog niet, dat wordt dan vastgesteld aan de hand van wat u niet gewonnen heeft.”
“Mag ik uw naam en adres?” [met dramatische snik in de stem]
“… Waarom?”
“Omdat ik u een grote bos bloemen wil sturen voor zoveel oprechte naastenliefde en allesomvattende barmhartigheid. Uw werk maakt hele groepen mensen gevoelsmatig rijker dan ze ooit dachten te zijn, uw stem is zo zacht, zo mooi en zo… zo ontzéttend liefdevol. En het bedrijf waarvoor u werkt, verdient werkelijk waar een lintje. Een lintje voor onzelfzuchtige bedrijven. Ik heb nu letterlijk de tranen in de ogen van dit altruïstische gebaar dat u ogenschijnlijk tientallen malen per dag maakt, en zelfs vele collega’s daar met u. Wanneer komt die voucher? Dan kan ik daarmee alvast de bos bloemen kopen.”
tuut-tuut-tuut….

Tuudeleduudelduut…
“Goedenmorgen mevrouw! Mooie dag, vindt u ook niet?”
“Nee.”
BAM.
Welke telefoonidioot opent er nu zo een gesprek.

Tuudeleduudeleduut….
“Hallo?”
“Hallo, kan ik met Mw. Lou L-B. spreken?”
“Met wie spreek ik?”
“Met Anna Lucht van de Duitse Loterijmaatschappij. Spreek ik met Mw. Lou L-B.?”
“Momentje, ik moet éven kijken. Volgens mij is ze nu nét weer compulsief aan het overgeven. Ze heeft namelijk gisteravond kip gegeten bij haar schoonmoeder en sindsdien is ze niet meer van de WC af te krijgen. Spuitpoepen en kotsen alsof haar leven ervan afhangt. Doet het ook trouwens. U zou het moeten zien. De gelige kipstukjes die nu al aan de muur plakken. En de toestand van WC zelf… echt, ón-mó-ge-lijk. Heeft u beeldtelefoon?”
tuut-tuut-tuut…

Tuudeleduudeleduut…
“Hallo Mw. Lou, Ik ben Miep Gezelli van de Europese Voordeelsgemeenschap. Heeft u een momentje?”
“Nee.”
“Ik wil u namelijk graag mededelen dat uw lidmaatschap over drie maand afloopt en daarna staat u automatisch geregistreerd voor 79 euro per maand. Wilt u dit opzeggen?”
“Ik ben geen lid.”
“U bent wel lid.”
“Ik ben niet lid.”
“U bent wél lid.”
“Ik ben niet lid.”
“U bént wél lid!!!”
“Kunt u mij dan mijn lidmaatschapsbevestiging even doormailen? Op Miep@verarschtmich.de. Oh en stuur het directe telefoonnummer van uw supervisor ook gelijk even mee alstublieft.”
tuut-tuut-tuut…

Tuudeleduudeleduut…
“Met Robin Wood van de Norddeutsche Klassenlotterie!”
“Ah Robin!! Wat geweldig leuk je weer te spreken!! Hoe is het met je twaalf kinderen? Leven ze allemaal nog? Ik zou dat met jouw callcentersalarisje rechtmatig kunnen betwijfelen natuurlijk.”
tuut-tuut-tuut…

Tuudeleduudeleduut…
“Kan ik Mw. LLB spreken?”
“Spreekt u mee.”
“Ah mooi. Mw. Lou, ik moet even uw gegevens verifiëren…”
“Waarom?”
“Nou u staat hier in onze database en we willen even checken of uw geboortedatum klopt.”
“OK, roept u maar, dan zeg ik wel of ’t klopt.”
“Nee, dat is bij mij zwart afgedekt, dat kan ik niet zien.”
“Hoe kunt u dan vergelijken?”
(diepe zucht aan de andere kant) “Dan…euh dan gaat er hier op mijn display een groen lichtje branden, als het klopt.”
“31 juni 1964.”
(ze typt…)
“Prima, bedankt. Wilt u in onze database blijven? Dan krijgt u over uiterlijk over een maand weer een verificatietelefoontje. En een bevestigingsbrief. Daar heb ik even uw adres voor nodig.”
“Dat heeft u toch al? U hoeft toch enkel te vergelijken?”
“Nee, daar zit ook een balkje overheen.”
“Heeft u Windows?”
“Húh?”
“Nou, vanwege al die balkjes. Ik meende daar iets in te herkennen.”
“Geen idee.”
“Wat is uw geboortedatum eigenlijk? En waar woont u?”
“Dat is hier niet aan de orde.”
“Heeft u een hond? Wat is uw hondenbelastingnummer?”
“Godsamme. Er bestáát helemaal geen 31 juni…”
tuut-tuut-tuut….

Ik ben gek op dit soort telefoontjes. Puur genot. Beter dan fast food. En minder kilocalorieën.
NEXT PLEASE!!!

Uitgebrand?

Vandaag zag ik er weer één.  En vorige week woensdag ook. Net als al zovele keren daarvoor. Een zogenaamd uitgeblust, opgebrand persoon. Iemand met een burn-out. Ik heb al meerdere keren gedacht dat ik zelf zoiets als een burn-out zou kunnen hebben, maar ik heb inmiddels sterk het vermoeden dat ik dat niet kan, dat opgebrand raken. Depressief worden kan ik wel degelijk (heel goed zelfs, maar dat is ook weer zoiets wat je éigenlijk niet hardop mag zeggen hè…) maar volledig en totaal uitgeblust raken, schijnt mij een onmogelijkheid. Ligt misschien aan de mate waarin het brein in staat is, zichzelf te amuseren, te bedotten en te verwarren… Het mijne kan dat in ieder geval verschrikkelijk goed. Maar waarom zijn er dan tegenwoordig zó veel mensen die zomaar ineens niet meer verder kunnen? Geen stap meer? Bij wie de accu leeg is, de energie verbruikt, de vlam uit? Waarom is die ingebouwde oplaadbare batterij ineens totaal lamgelegd, rijp voor het afvalstoffencentrum? En waar haal je dan in hemelsnaam een nieuwe?

Geen idee. Ik denk persoonlijk wel dat burn-out-patiënten eigenlijk de geijkte slachtoffers van onze van het padje geraakte maatschappij zijn. Iedereen wordt onderhand voor het overgrote deel van zijn of haar leven gecontroleerd, gestuurd en beheerd. Passief vegeteren omwille van het bestaan versus actief de dingen (be)leven die men ook werkelijk beleven wíl. Zo gezien zijn mensen met een burn-out eigenlijk de voorboden van de uiteindelijk onvermijdbare systeemcrash zelf. Een systeem waarin steeds meer mensen een baan met een extreem intensieve en vooral heel ver reikende sociale omgeving hebben. De werktechnische sociale invloeden komen nu van veel verder weg, in veel grotere getale en zijn in veel intensievere mate aanwezig dan ooit het geval was. Tegenwoordig wordt de samenleving vooral gedomineerd door de prestaties van sterk narcistische individuen die enkel nog hun eigen ikje dwangmatig celebreren. Het gemeenschapsgevoel ontbreekt, overal wordt tegenaan geschopt, niets is meer goed, niet eens meer goed genoeg. En dat zowel op maatschappelijk macro-niveau als in de directe sociale micro-omgeving. Men loopt maar door in zijn of haar eigen verchroomde tredmolentje. En ook al heeft dat gepolijste looprad dan alle nodige blingbling en luxe, het blijft een tredmolen en je moet doorhollen, of je nu wilt of niet.

De vraag is: hoe breek je uit? Ik heb een gloeiende pesthekel aan dat boek van Elizabeth George (na drie pogingen heb ik ’t aan de kant gesmeten, geen doorkomen aan) maar in die titel, “Eat, pray, love”, daar zit wel wat in. Eten moet je en daarvoor moet je dus werken (als je in het gelukkige bezit van een baan bent tenminste). Hoe je het ook draait of keert, er moet op de één of andere manier geld binnenkomen. Is nu eenmaal zo en de ruilhandel is helaas al uitgestorven. Maar de tijd die je met werken doorbrengt, zou eigenlijk ook zinvolle tijd moeten zijn en geen moeizame kwelling. Geen zich erdoorheen moeten slepen tot het volgende weekend. Die luxe heeft niet iedereen: werk is werk per slot van rekening; je mag blij zijn als je een baan hebt. Daarom moet er in de eerste plaats tijd náást het werk vrij geschoffeld worden én die tijd zou dan volgens de experts vooral benut moeten worden om na te denken over zichzelf, de wereld en het grote ‘waarom’. Het ‘Pray’, zeg maar.  Vroeger werden vragen hieromtrent vooral door de verschillende religies beantwoord maar vandaag de dag is de relevantie van het geloof an sich bij veel mensen al lang en breed weggevaagd.  Zoals vroeger de religie voorschreef wat en vooral hoe te denken en wat de zin van het leven was, zo moet en wil men dat nu lekker fijn zelf invullen. En dat is niet makkelijk, levenszin vinden zonder voorgekauwde kerkse lariekoek (zo zie ik ‘t, ieder zijn mening). Daar komt dan ook meteen de ‘love’ om de hoek koekeloeren. Op z’n positiviteitsgoeriaans gezegd: “Liefde, in de vorm van het vermogen om de relevante dingen in het hier en nu zowel bij anderen als bij zichzelf aan te voelen, op te merken én te waarderen en in de vorm van de capaciteit om niet langer simpel voorbij te gaan aan wat is, te laten rusten wat was en uit te kijken naar wat nog kan komen.” En juist dát schijnt heden ten dage steeds opnieuw geleerd te moeten worden…

No love, no life.
’t Is net muziek.

En daarom haat ik positiviteitsgoeroes.
Want hemeltjelief, wás het maar zo eenvoudig.
Gooi die blonde manen in de wind en doe voorrrrrallll wat je moet doen.
En de rest niet. En zo.
Waarom moet ik nu in vredesnaam ineens aan Adam Curry denken…
Sorry Adam.

Keuzegemis

Hé mam… voelde jij je op je tweeënveertigste soms ook zo buiten alles, zo afzijdig als ik?mam
Zo, alsof je iets herkenbaars had moeten kleien van je leven maar dat het nu eenmaal die blobvorm kreeg, die er simpelweg in gedrukt werd?
Hunkerde je ook wel eens naar alles wat zo ontzettend verschrikkelijk uit den boze was? Naar dat wat zeker niet goed voor je was?
En ook naar het ‘wat als’ van al dat, wat je sowieso nooit van tevoren had kunnen weten?

Oh, en mam… heb je ook wel eens gedacht over hoe het was geweest als je dat had gedaan wat je moeder eigenlijk helemáál niet wou?
En vooral ook datgene, wat je pap je ten strengste verboden had?
Denk je wel eens over datgene wat er uit gekomen was, als je pak ‘m beet een halve eeuw geleden nét even anders gekozen had?

Ik mis ze soms heel erg.
Mijn keuzes van toen.
Ik zou ze zó graag nog eens terug zien…

Bea

zouze3Zou ze ooit één grijze haar onder haar hoedje uitrukken?
Zou ze ooit in de keuken de beslagkom leeg likken?
Zou ze ooit nog een keer een mindblowing orgasme hebben?
Of er ooit één hebben gehad, met veel heet gesteun en gesis?

Zou ze ooit in de auto keihard meeblèren op Lily’s “Fuck You”?
Zou ze ooit op de WC ongegeneerd in haar neus rondboren?
Zou ze ooit onder de dekens haar linkerbil even snel optillen,
zodat haar stinkende scheet niet zo snoeihard te horen is?

Zou ze ooit gedachten hebben: “Is dit nou werkelijk alles..”
Zou ze ooit uit die Bilderbergclan hebben willen ontsnappen?
Zou ze ooit nog een geile chat met de prins van Zamunda snel
wegklikken omdat haar PA weer loopt te zeiken als Manneke Pis?

Zou ze ooit haar beschoeide voeten op de salontafel pleuren?
Zou ze ooit snel haar paarse dildo schoonmaken onder de douche?
Zou ze ooit een enorm stuk in haar bontkraag zuipen, enkel
vanwege het anders aan creativiteit zo ondraagbaar grote gemis?

Zou ze ooit na het afvegen naar haar toiletpapiertje kijken?
Zou ze ooit het lopend buffet overgeven door haar neus?
Zou ze ooit eens bankhangend naar Kim Holland zappen.
Ach nee, toe zeg, kom nou, nevernooitniet, neen toch gewis…