Doe jij even

… de huishouding, de was, de vuilnis?DoeJijEven
… de kinderen, het eten, de administratie?
… de kerstcadeaus, de tuin, de rekeningen?
… de katten, de doktersbezoekjes, de boodschappen?
… de vaatwasser, de correspondentie, mijn leven?

Natuurlijk, schat. Doe ik. Vanzelfsprekend.

Vanzelfsprekendheden zijn killing. En ik ben ogenschijnlijk de vanzelfsprekendheid in persoon. Ben ik dan ook killing? Voelt eigenlijk meer als slowly being killed. Maar het is goed zo. Beter wordt het waarschijnlijk niet. Wel lastiger om vol te houden. Bij veel van wat ik doe, denk ik: “Het klopt niet. Zó ben ik niet. Dit ben ik niet.” Op een onverwacht moment wordt je een spiegel voorgehouden en vraag je je af wie je dan wél bent. Je weet het antwoord al. Ik ben degene die gekozen heeft. Dus ook degene die moet leven met de consequenties daarvan. Daar voeg ik mij naar: het waren mijn keuzes. Mijn verantwoordelijkheden verzaak ik niet.

Groei is pijnlijk. Verandering is pijnlijk. Maar niets is zo pijnlijk als ergens vast te zitten waar je niet thuis hoort.” Mandy Hale (Auteur van ‘The Single Woman’) zei dat. Mandy zegt trouwens een heleboel en het meeste daarvan schaar ik onder het kopje ‘gewauwel met hoog open-deur-gehalte”, maar in dit geval vind ik dat ze gelijk heeft. Het is pijnlijk te beseffen dat je vast zit in een rol die je jezelf weliswaar aangemeten hebt maar waarvan je tijdens de hele opvoering bemerkt, dat je hem niet naar behoren kunt spelen…

Wat zeggen ze ook alweer?
“je weet niet wat je mist, tot het er niet meer is.”
De waarheid is: Je wist precies wat je had.
Je had alleen niet gedacht, het ooit te kunnen verliezen…

Wat zeggen ze ook alweer?
“Het leven gaat door.” Play your part.
Neem het vooral niet te letterlijk.
Hopelijk kan het tóch weer beter worden…

Catastrofe

Toe, zeg me dat de plek waar ik nu ben, een veilige is?
Dat het woord dat je me vandaag gaf, morgen ook nog geldt?
Het goede staat plotsklaps stil maar de wereld wordt steeds sneller.
Als jij terugkomt, blijkt alles al lang nog meer veranderd gebleven.
Geef me dat beetje zekerheid dat toont dat niets écht zeker lijkt?
Ik knijp mijn ogen dicht en hoop bijna hard dat ’t ineens onwaar is.
Het is te eenvoudig: ik heb zo veel lief en word ook lief gehad.
Leef niet meer in het verleden, kijk niet eens naar de toekomst.
In gedachten ontwaak ik elke dag daar, waar ik nu zou willen zijn.
Neem een deel van mijn voortdenderende snelheid weg?
Geef me iets, maakt niet eens uit wat, dat voor altijd blijft.
Maar ook al gaat de wereld om ons heen langzaam kapot,

dit blijft eeuwig onaangetast. Niets gebeurt werkelijk…

Zo verwarrend
mag het zijn.
Zo catastrofaal.
maar zo mijn.

#usb3

Kwetsbaar

“Je zult je eigen kwetsbaarheid moeten accepteren en ook het feit omarmen dat jij, net als ieder ander, imperfect bent.” Ik weet niet of ik dat kan maar ik zal het in ieder geval proberen. Als Brené het zegt… Ik weet namelijk heel goed dat ik niet perfect ben. Alles andere dan dat. Maar dat gegeven als notoir perfectionist dan ook nog moeten omarmen…

Ik heb op YouTube een film gezien van Dr. Brené Brown. Ze heeft jarenlang intensief onderzoek gedaan naar de kwetsbaarheid van de mens en de voordelen die met een dergelijke kwetsbare opstelling te behalen zijn. Iedere mens met een gezonde dosis eigenwaarde heeft inherent daaraan een sterke drang om zich geliefd te voelen en om ergens bij te horen. Zulke mensen vinden namelijk dat ze die liefde en dat gevoel van verbondenheid waard zijn. Bindingsangst is in die zin dus enkel de angst om die verbondenheid niet waardig te zijn. “Waar heb ik jouw liefde aan verdiend? Dat ben ik niet waard…” Herkenbaar?

De mensen die zichzelf al datgene juist wél waard vinden, zijn meteen ook de meest oprechte mensen. Ze hebben de moed om imperfect te zijn, de compassie om eerst aardig voor zichzelf te zijn en dan voor anderen, en de verbondenheid die het resultaat is van hun oprechtheid. Ze hebben de capaciteit om los te laten wie ze volgens ‘de meningen’ zouden moeten zijn zodat ze kunnen laten zien hoe hun persoonlijke werkelijkheid er uit ziet. Deze mensen omarmen daarmee hun kwetsbaarheid. Het is de wil en het vermogen om als eerste “ik hou van je” te zeggen, niet wetende of het “ik ook van jou” er ooit op zal volgen.

Wij, en veruit de meeste mensen met ons, zijn juist geneigd om onze kwetsbaarheid weg te moffelen. Onder het tapijt ermee. Vooral niet naar omkijken, niet laten zien. Maar je kunt emoties als zodanig niet selectief onderdrukken. Als je slechte gevoelens wilt onderdrukken, onderdruk je daarmee meteen de totaliteit van emoties. Het enige wat varieert van mens tot mens, is de manier waarop er onderdrukt wordt. De één doet dat met alcohol, de volgende met drugs of antidepressiva, weer een ander sluit zich gevoelsmatig volledig af en vegeteert voort binnen de eigen vier wanden. Comfortably numb. And comfortably lifeless…

Het zichzelf openlijk, diepgaand en kwetsbaar kunnen laten zien.
Het oprecht liefhebben, ook al is er nooit enige zekerheid omtrent wederliefde.
De dankbaarheid voor wat er dan wél gegeven is.
Het kunnen zeggen: “Moet je kijken, zó veel kan ik van je houden!” (en dan de armen zo wijd mogelijk uitspreiden), zonder er gelijk een dramatische rampzaligheid van te maken.
Geloven, nee wéten dat je goed bent zoals je bent, met al je imperfecties en eigenaardigheden.
Alleen dan kunnen we eindelijk ophouden met schreeuwen en beginnen met luisteren.

En ik vind dat ze dat meer dan mooi gezegd heeft, die Brené Brown.

Nu nog doen.

mag ik ’t ruilen?

“Gelooft u in de liefde?
Nu lacht u.
Ik zie het.
Maar ik vraag het in alle ernst…

Natuurlijk spreek ik niet van die uitbraak van hartstocht waarvan we allemaal menen, dat deze een leven lang niet zal eindigen, die hartstocht die ons dingen laat doen en zeggen die we later berouwen, die ons wil laten geloven dat we zonder een zekere mens niet meer kunnen leven, die ons laat beven van angst bij de gedachte dat we deze mens zouden kunnen verliezen. Dat gevoel dat ons niet armer maar ook zeker niet rijker maakt omdat we enkel willen bezitten wat we niet kunnen bezitten, omdat we vast willen houden wat we niet vast kúnnen houden. Ik bedoel niet die lichamelijke begeerte, niet de eigenliefde, die parasiet die zich zo graag als de onzelfzuchtige liefde vermomt.
Ik spreek van de liefde, die blinden tot zienden maakt. Van de liefde die sterker is dan de angst. Ik spreek van de liefde die het leven weer zin geeft, die niet toegeeft aan de wetten van verval, die ons laat groeien en die geen grenzen kent. Ik spreek van de triomf over de zelfzucht en over de dood.”

Ik lees momenteel het boek “Das Herzenhören” van Jan-Philipp Sendker (origineel in het Duits, de Nederlandse versie heeft de titel “Het Theehuis van Kalaw”), een boek zoals ik nog nooit een boek gelezen heb. Ik zou op elke pagina kunnen markeren dat ik die alinea moet onthouden. Elke bladzijde is zo mooi geschreven, zo intens, zo vol hartstocht en zo waarachtig dat ik er soms de tranen van in de ogen krijg. De passage hierboven had ik als eerste gemarkeerd. Niet om het antwoord op de vraag maar om de vraag zelf. Gelooft u in de liefde? Luister met het hart en geloven verandert in weten.

Ik luister nog steeds bijna uitsluitend met mijn oren.
Mijn hart weet al veel beter maar laat het gebeuren.
Het hoofd zou enkel nog met dat wijzere hart moeten luisteren.
Toe, mag ik ’t mijne ruilen?

Liever parallel

Vanochtend zag ik een plaatje op Facebook. Ik was er meteen door gefascineerd. De triestheid van de lijnen, waarvan ik er één ben. Doet me denken die eenzaamheid van de priemgetallen. Levenslijnen in levende lijve.

Ik zou het plaatje willen bewerken: er staan duidelijk te weinig lijnen op. In ieder geval een flinke set parallellen meer. Sommigen heel dichtbij. Zo dichtbij dat je bijna niet ziet dat we nog twee lijnen zijn. Sommigen wat verder weg, maar nog steeds gelijk opgaand, altijd naast me.

Er zijn zoveel lijnen die kruisen. Ineens botsen we op elkaar, gaan in elkaar over. Op het kruispunt denk ik: hier stoppen we allebei met lijn zijn en worden voor eeuwig een punt. Maar zo werkt het blijkbaar niet. Ik loop door, of ik wil of niet. Zo gaat dat met lijnen. Langzaam weer weg van dat punt van perfecte interactie. Dan loop ik toch liever parallel…

Hé, ik zie een lijn die praktisch gelijk met mij loopt… Nog veel te ver weg en de toenadering is haast onmerkbaar. We lijken parallel maar zijn het niet. Uiteindelijk komt er een snijpunt. En daarna wil ik dood.

parallellines

Weggeglipt kruis

Verbaasd staar ik in mijn onderbroek. Het ding is echt weg. Hoe is het mógelijk… Als ik nou een tanga aan had gehad, had ik me voor kunnen stellen dat het weg kon glippen maar mijn huidige figuurcorrigerende tentje had toch echt in staat moeten zijn om dergelijk inhoud op zijn plaats te houden. Niet dus. Ik voel tegen beter weten in gelijk maar even van binnen. Ach nee, dat kan niet… dat voel ik dan toch… Toch??

Een beetje beduusd kom ik toch maar een keer overeind, uitgeplast ben ik immers al lang. Licht grinnikend kijk ik om me heen. Onder het toilet, in mijn broekspijpen, in m’n haar. Check mijn achterkant in de spiegel. Stel je voor dat het ding daar ergens hangt en de man van de pakketdienst zijn lachen daarom maar ternauwernood kon onderdrukken… Hij was wel verhipte snel weer weg.

Verdwenen is het en verdwenen blijft het. Een waar mysterie. Ik vrees het ergste, namelijk dat het bij de vorige toiletgang tijdens het omlaag sjorren vaninlegkruisje mijn broek in de toiletpot geglipt is. Bij de eerstvolgende verstopping rukt mijn man vast mijn kop eraf, als hij de oorzaak vindt. Rest mij enkel nog voor het kruis te bidden. Op dat mijn inlegkruisje alle bochten tot de hoofdrioleringsbuis tóch heeft weten te halen. Dan dobbert het nu wel moederziel alleen rond in de wateren van de zuiveringsinstallatie drie kilometer verderop… Een wit streepje in bruinzwarte soep. Ik bid ook maar meteen voor groot absorptievermogen.