Vrij?

Ik blog niet meer. Of – gezien mijn blogpoepbehoefte – in ieder geval veel te weinig. Zo veel dingen die ik hier graag op zou willen schrijven. Maar ik durf niet meer, voel me gecensureerd. Lezers zijn fijn. Lezers zijn alles voor een blog. Ik ben blij met iedere lezer hier, echt waar. Maar ik merk ook dat ik steeds meer rekening ben gaan houden met diegenen, waarvan ik weet, dat ze mijn blog met andere ogen lezen dan die van de ‘gewone, geïnteresseerde blogvolger’.

Vroeger plempte ik hier alles. Alles wat er in me op kwam: alle  zielenroerselen, iedere gevoelsuiting, elke gedachtekronkel, iedere opwelling. Gespuid in een gedicht, al dan niet fictief. Of een simpel stukje tekst over hoe ik me voelde. Ik schreef over de kinderen, het leven hier, over de grootse liefde, over verdriet. Over alles. Dat was ooit. Ik voel me nu niet meer vrij genoeg.

Ik zou ’t lak moeten hebben aan wat anderen denken of vinden. Maar dat heb ik niet.
Ik zou me niets aan moeten trekken van reacties of oordelen. Maar dat doe ik wel.
Ik zou zonder aarzelen alles neer moeten pennen en niet nadenken over andermans gevoeligheden.
Ik zou me vrij moeten voelen om te schrijven wat ik wil en hoe ik wil. Maar zo voel ik me niet.

En daarom ben ik stil.
Tot ik me weer in staat voel
om te schreeuwen
wat en zoals ik wil.

De pot verwijt de ketel…

…dat ie zwart ziet. Kan die uitspraak eigenlijk nog vandaag de dag, met al die ZP-ellende? De pot en de ketel zijn allebei zwart van het roet, maar de pot maakt de ketel daar dus verwijten over.

Ik voel me soms ook zo’n pot. Ik was vroeger namelijk de attentheid zelve. Kaartjes en cadeautjes sturen vond ik heerlijk, mensen verrassen ook. Een soort van hobby. Ik dacht werkelijk aan alle verjaardagen, wenste sterkte en beterschap bij de vleet, in kaartvorm of in de chat, stuurde felicitaties voor huwelijken, heette nieuwgeboren kindekes welkom op de wereld, leefde intens mee met alles wat er gebeurde. Ik had altijd cadeautjes bij me als ik ergens op bezoek ging, zei op de juiste momenten en op gepaste wijze ‘dankjewel’, belde mijn zus/familie/beste vrienden zeer regelmatig om even bij te kletsen, vroeg mensen oprecht belangstellend hoe het met ze ging en bood altijd een luisterend oor als daar behoefte aan was. Zelfs midden in de nacht. Maar aan de andere kant verweet ik sommigen dan soms toch heimelijk ook een beetje, dat ze op hun beurt op bepaalde – voor mij belangrijke momenten – níet aan mij dachten. Geen moeite deden om mij óók eens te verrassen. Geen belangstelling voor mij toonden en enkel met hun eigen sores en leven bezig waren En dáár ging ik de fout in…

Verwachtingen scheppen op basis van wat je zelf doet (deed), op basis van wat je zelf als vanzelfsprekend ofwel belangrijk acht, is een weg die onvermijdelijk tot teleurstellingen leidt en die relaties erg kan laten bekoelen. Verwachtingen zijn eigenlijk rotdingen. Verwacht gewoon niks en de teleurstellingen zijn uit je leven verdwenen. En alles wat dan wél komt, is ineens een fijne verrassing, want je had het immers niet verwacht.

Maar nu, nu ben ik zelf ineens in de ketelpositie. Ik ben met mijn eigen sores bezig, vergeet verjaardagen compleet, denk er simpelweg niet meer aan om mensen te vragen hoe het met hen gaat (ook al denk ik wél heel regelmatig aan ze), ben chaotisch, verward, te druk, te moe, te zeer in gedachten. Ik heb inmiddels lieve vrienden dermate ‘verwaarloosd’ dat ik vermoed dat ik ze inderdaad min of meer verloren heb. Mijn leven (en niet alleen dat van mij…) is in korte tijd volledig op zijn kop gezet, grotendeels door eigen toedoen. De relaxte alledaagsheid, de alledaagse relaxtheid maar vooral ook de zeeën van tijd zijn plots weg. Waar ik vroeger momenten te over, ja zelfs te veel had voor mijn werk, hobby’s (tekenen/schilderen/schrijven/zingen/drummen), kinderen, vrienden, chatten, facebook enzovoorts, moet ik nu – ondanks de chaos en intense vermoeidheid in mijn hoofd – heel hard schipperen om de boel nog enigszins op een rijtje te krijgen.

Het gevoel dat ik mensen van wie ik houd, chronisch verwaarloos, groeit en groeit… Soms voel ik me een ware loser, iemand die praktisch alles fout doet en zelfs de belangrijkste dingen vergeet. Iemand die steeds ongewild de foute dingen zegt, vooral te weinig zegt en dan ook nog vergeet wat ze nu wel of niet gezegd heeft. Iemand die zich niet meer voldoende om anderen bekommert en mensen teleurstelt.

Het knaagt aan mij. Ik wíl dat helemaal niet. Ik wil er juist wél zijn voor anderen. Ik bén helemaal niet zoals ik nu ben. Ik ben enkel in een soort van – hopelijk tijdelijke – geestelijke noodtoestand, maar eigenlijk klinkt dat ook weer te zwaar. Tegelijkertijd kijk ik naar mijn twee met “TO DO’s” volgekalkte A4-tjes, vragen de kinderen wanneer we nu eindelijk dat beloofde spelletje gaan spelen (ik kies steevast ‘Mens-erger-je-niet’), staat de vaat torenhoog op het (nieuwe) aanrecht, moet ik de was (om 1:15AM…) nog ophangen en mijn zakenconnectie dringend bellen (morgen) om nu eindelijk eens vooruit te komen met het project, wil ik nog een blog schrijven, vijf portretten tekenen en een hond schilderen, een tekst redigeren, vertaalwerk doen, een business-idee uitwerken en een gedichtenbundel produceren, moet ik een jaar- én een maandafsluiting voor de zaak maken, verzekerings- en ziektekostengedoe uitzoeken, een auto importeren, solliciteren (en mijn CV bijwerken), het verjaardagsfeestje van dochter plannen en regelen (twee maand later, jawel…), tig afspraken maken die meer dan dringend zijn, de verenigingsadministratie doen en lijsten naar cursusleiders sturen en tegelijkertijd ook nog even aan nog 238 andere dingen én mensen denken. En mijn lief wil ik zo af en toe toch ook nog even spreken…

Dan zucht ik maar eens diep, kijk met waterige blik naar mijn laptop, dan naar mijn kinderen en ga vervolgens toch maar een spelletje met ze spelen. Ik noteer op een aparte lijst (met pen… op papier…) wie ik allemaal nog wil bellen, mailen of een kaartje sturen. Misschien werkt dat…

Ik ben niet langer die pot die de ketel verwijt.
Ik weet nu echt wel hoe het komt, dat zwart zien…

Sorry.