Niet rennen?

Je ligt in je bed en typt verwoed op je mobiel. Niet kijkend naar typfouten, niet kijkend naar de autocorrectie of de woordsuggesties. Kan jou ’t bommen wat eruit rolt.

Je hebt net afscheid genomen van je lief. Op afstand. Grote afstand. Véél te grote afstand. Gelukkig enkel voor de nacht.

De regen tikt met minuscule tikjes tegen het raam. De hond van de buren blaft. Mag ie van jou. Als ie t morgenochtend om half 7 maar laat. Kutbeest.

Je voormalige partner heeft je mail beantwoord. Turboscheiden. Dat moet ‘m worden? Okay dan. Je wilt enkel weer jij zijn. Jij. Met je meisjesnaam, jouw dromen en je eigen aardigheden. It’ s all in you. All of you. All you.

Een van je lieve vriendinnen krijgt out of the blue een hartaanval. Een ander kampt met groot verdriet door verlating maar vecht zich erdoor heen. Ren… Ren nooit zo maar in het wilde weg. Maar ook niet van.

Een vliegtuig stort neer. De piloot wilde niet meer. En besloot dat het voor de 149 anderen ook wel genoeg was geweest. Wie was hij, om dat te bepalen…

De shock doet soms zo zeer. Zoals nu. Wordt t zo veel te veel. En jij emotioneel. Behoefte aan een arm om je heen. Iemand die zegt: morgen weer een dag, lief, alles komt goed.

Hij zei dat.
En ik vertrouw op hem.

Duisternis

Ik was gefascineerd. De hysterie om een zonsverduistering die niet eens volledig was. Mensen keken weer eens massaal door commerciële plastic-brilletjes naar de hemel en riepen enthousiast: “Kijk, kijk!! Er is al een hapje uit!” en “Volgens mij fluiten de vogels al een stuk minder! Wat gaat er nóg allemaal gebeuren?” Ik snap het niet.duisternis

Stroombedrijven vreesden een spontane uitval van energievoorziening doordat er plotsklaps dertig minuten lang minder licht op het hele arsenaal zonnepanelen zou vallen. Maar wat is dan het verschil met sterk bewolkte, regenachtige dagen? Ik snap het niet.

Wereldondergangsfans riepen wederom enthousiast, dat het nu wel eindelijk zou gaan gebeuren. En wanneer niet nu, dan zeker in 2018. Of anders in 2026? Ik snap dat niet.

Maar: de mensen keken ook dit keer weer eens collectief naar de hemel en dachten tenminste na over de meest verschillende dingen die ze niet snappen. Dát snap ik dan wel weer. Dat deed ik namelijk zelf ook.

Die maan. Voor onze zon. In ons zonnestelsel. In onze galaxie. In ons universum. Zou er eigenlijk nog een ander universum zijn? Heeft het universum, als een ballon die op knappen staat, toch ergens een absolute grens? En wat komt er dan na dat einde? Waar groeit het heen als daar voor die tijd helemaal niks was? En waarom blijven hemellichamen na miljarden jaren nog steeds zo betrouwbaar en constant in hun banen draaien?

In ieder geval heeft dat laatste wel een heel geruststellende werking. Als de mensheid er namelijk iets over te zeggen had, zouden ze daar al lang niet meer hun cirkels trekken; genoeg mensen die zichzelf goddelijk genoeg vinden om de wereld, het zonnestelsel en, indien nodig, het hele universum te willen veranderen. Met de eeuwige jachtgelden (nee, geen spelfout) in het vizier. Een möchtegern-dictator die koste wat het kost een eigen ster aan het firmament wil, met zijn staatsieportret en een vet logo erop, in een mooie orbit rond de aarde, zodat iedereen hem altijd kan en moet bekijken. De milieufetisjisten zullen vervolgens de afstand van de aarde tot de zon willen vergroten om de aardopwarming te stoppen, alles onder het mom van “dat zijn we onze kinderen verschuldigd!”

Een grotere omloopbaan, dus ook een beduidend langer jaar? Fijn! Meer tijd om te werken. Maar dan in de cao wél minstens vijf vakantiedagen meer vastleggen, alstublieft. En de maan, die moet vanzelfsprekend dezelfde orbit houden, anders kloppen al die verdomde Inca-kalenders niet meer. De oppositiepartij roept meteen: “Eigen volk eerst!! Stem op ons, dan gaan wij voor u, proletariaat, de as van de aarde zó zetten, dat eindelijk ook eenvoudige, berooide burgers in ons land kunnen genieten van een mediterraan klimaat zonder meteen een peperduur vliegticket te moeten kopen. Die vliegtuigen hebben we sowieso hard nodig om de regen doelgerichter neer te schieten.”

Dát zou pas ware duisternis zijn.

Laten we in 2018 maar gewoon weer naar de volgende partiële zonsverduistering kijken en heel hard nadenken over de dingen die we nooit zullen snappen.

Hart in de brievenbus

Ik slof in mijn ochtendjas naar de voordeur om de krant te halen. Verrast staar ik naar de brievenbus: er hangt een hart aan. Een versierd taaitaaihart. Eentje zoals ze op het Oktoberfest in München verkopen. Een verdwaald valentijnshart kan het niet zijn; dan was het pas echt taaie taai. Zou dit hart werkelijk voor mij zijn?hdr

Binnen sla ik, met het hart in mijn hand, de krant open en zie daar: de ietwat minder romantische maar duidelijke uitleg. Gisteren was het “Liebstattsonntag“. Een dag waarvan ik tot nu toe het bestaan niet kende. Ik weet inmiddels al sinds een paar jaar wat die Steak-and-Blowjobdag inhoudt en ook dat het afgelopen vrijdag wereldslaapdag was, wat ik uitbundig gevierd heb. Maar wat is dan in vredesnaam Liebstattsonntag?

In 1641 was er hier in Oberösterreich een bisschop, Leopold Wilhelm van Oostenrijk genaamd. Hij richtte het broederschap “Corpus Christi” op. Dit broederschap nodigde elk jaar op de vierde zondag van de vastentijd de armsten onder de bevolking uit om te komen eten, om hen zo voor hun liefde voor de kerk te belonen (“um ihre Liebe abzustatten“).

Door de eeuwen heen veranderde dit typisch Opper-Oostenrijkse gebruik: in plaats van de armen voor een etentje uit te nodigen, bakte de bevolking nu zelf koekharten om deze, al dan niet anoniem, aan mensen te geven die veel liefde voor hun medemensen getoond hadden. Maar ook aan degenen, die wel “een hart onder de riem” konden gebruiken vanwege pijn die ze in het afgelopen jaar geleden hadden. De bijbehorende slogan: “Gegen jede Art von Schmerz hilft ein Liebstattherz!

Ik heb de buurvrouw gevraagd of zij weet van wie het hart komt. Ze heeft geen flauw idee. Niemand weet het. Iemand heeft me een hart gegeven en ik ben er maar gewoon blij mee.

Bergen van liefde, hier op het land.

Kreukels

vouwtjes
Wist jij al hoe het zou lopen?
Dat wij groeiden tot een wonder?
Elkaars wegen doorkruisten,
Tegen oordelen indruisten,
nu op een leven samen hopen?

Denk aan hoe goed je me kent en
mij leest. ‘k Wil niet meer zonder,
Besef nu, keer op keer
ik wil dit, wil jou meer
bij me, jij haalt terug wie ik ben.

Strijk jij mijn kreukels weer glad
vijlt scherpste kanten ronder.
Geen aarzeling, geen twijfel,
Als íets goed is, dan wij wel.
De zin die ik zocht en niet had.

Je warmt me. ‘k Had het zo koud.
Jij, unicum, mooi en bijzonder
goed in ‘t me op waarde wijzen.
Wist me op het droge te hijsen.
Je handen om de mijne vouwt.

Méér had ik niet nodig. Enkel dat.
Mijn aanlegsteiger. Mijn vlonder
waar ik veilig af kon meren,
’t gat in mijn boeg repareren
Ik heb je altijd al lief gehad.