Gestrand

Ain’t nothin’ anybody could’ve done…
Een hemelse zin. Zoiets als ‘Que será, será‘.
Laat het gebeuren. Liefst harder
en eerder dan je ooit beseffen kon.

Het komt toch zoals het komt.
Leg je erbij neer. That awkward moment between birth and death will hit you sometime anyway. Men zoekt wanhopig de diepte en wordt met de dag oppervlakkiger. Maar wij niet. Wij niet.
Verdomd…

Ik heb er geen zin meer in.
Onderdrukken wat open moet springen. Ik wil weer voelen zonder ertoe gedwongen te zijn. Ik wil weer ademen zonder te moeten. Ik wil mijn hand leggen op de jouwe. Omstrengelen jouw voeten.
Dat is pas het begin.

Het brandt.
En niemand die er ooit iets aan kan doen. Nu laait ’t verder op. Vlammen te veel, te hoog om nog te blussen. Sporen te groot om uit te wissen. Golven die het zand steeds weer overspoelen. Bloeien doet wat bloeien moet.
Ik ben in jou gestrand.

Hij slaapt

Ik hoor een kind krijsen buiten.
Buurmeisje van bijna twee heeft er geen lol in vandaag.
Het raam staat open. Ik laat het maar zo.
Dichtdoen zou de rust enkel écht verstoren.
Hij slaapt.

Guus Meeuwis krakeelt op de achtergrond:
Het komt door jou, het komt gewoon door jou.
Je hart zit heel dicht bij mij. Je hart zit heel diep in mij

Ik zing de waarheid zachtjes mee. Hij hoort het niet.
Hij slaapt diep.

De thermosfles met thee kraakt een beetje.
Ik zou de dop wat losser kunnen draaien…
En ook wat zachter proberen te typen.
Maar het hoeft niet. Van wakker worden geen sprake.
Hij slaapt heel vast.

Ik kijk steels om het hoekje naar mijn belegen bed.
Eindelijk hier. Zo fijn dichtbij als hij is.
En toch zo ontzettend ver weg, in ’t rustend hoofd.
Zal ik gaan koken? Dat maakt vast té veel lawaai.
Hij slaapt nog. Zo mooi.