Eerlijkheid voor alles: Kinders over moeders

Bij voorbaat mijn excuses voor het feit dat hier nu nog zo’n lijstjesding verschijnt. Eentje die onze lieve Klivia dit keer zelf bedacht heeft. Zij beschreef het als de ‘moeder/dochter-tag’ of zoiets: “Tien vragen over jou, aan je dochter – wat weet ze nou echt van me?” Tien vragen over mij dus, die dan door het kind in kwestie vanzelfsprekend aller-aller-eerlijkste wijze beantwoord moeten worden.

Nu heb ik – naast een lieftallige dochter (11) – toevallig ook nog een zoon (14). Daarom heb ik ze tijdens het avondeten maar meteen simultaan ondervraagd. Mochten ze lekker door elkaar gillen. Lang leve de voice-recorder. En ik heb de boel dus wel even vanuit ’t Duits vertaald.

Wie van de twee kent mij het beste? En hoe goed kennen ze me daadwerkelijk?

Bring it on…


Wat eet ik het liefste?
Dochter: “Groente. Broccoli en boontjes en salade en zo. Oh, en biefstuk. Met lekkere jus.”
Zoon: “Biefstuk. En eieren. In alle vormen, maakt niet uit hoe, als het maar ei is.”
[Hah, ze weten het precies. Biefstuk, groente, eieren. Niet noodzakelijk in die volgorde]

Wat is mijn minst leuke eigenschap?
D: “Laat hem maar beginnen.”
Z: “Ik weet niks.”
Ik: “Ach, kom op zeg, nu effe eerlijk.”
D: “Oké dan. Wat ik het minst leuk aan jou vind, is dat je zo ontzettend veel werkt. Maar dat is geen eigenschap. Maar jij bent zowat verslaafd aan je werk, en dat is wel weer een eigenschap, toch?”
Z: Nou ja dat. Maar verder weet ik nog steeds niks.
[Ik heb het echt geprobeerd! Ze mochten alles zeggen. Ik had geen mes in de hand. Maar ze wisten het niet. Echt niet.] 

En mijn leukste eigenschap?
D: “Tjee, nou eh, zoveel, poeh…” [Ja, wát dan? Hmm?]
Z: “Jij helpt altijd. Iedereen. Mij met mijn huiswerk en anderen als het niet goed gaat. Jij luistert altijd. En jij weet ook altijd alles. Zelfs beter dan ik en dat is best moeilijk. En je kunt goed koken, dat is ook wel heel fijn. Je bent altijd vriendelijk en je troost iedereen en mij ook als ik weer eens slecht cijfer heb. Je wordt dan nooit boos.”
D: “Ha, ik weet het nu, ik weet het! Met jou kan je lachen! Dat vind ik het leukst.”
[Van mij mochten ze nog wel even doorgaan met deze vraag, maar zo was het wel weer genoeg, volgens de kinderen.]

Wat zou ik aan mijzelf willen veranderen als dat zou kunnen?
D: “Dat weet ik! Jij zou jezelf meteen superslank maken.”
Z: “Wat ik dan weer stom vind. Want je bent gewoon gewoon.”
Ik: “Jij bent niet objectief. Jij ziet mij als moeder, niet als vrouw. Moeders zijn nooit te dik.”
Z: “Nou, jij bént toch een moeder? Dan bén je dus nooit te dik. Je zegt het zelf.”
[Ik mag die logica van zoon wel]

Wat vind ik het allerstomste?
D: “Dat je soms zoveel moet werken. En dat Luuk zo ver weg is.”
[Zij zei het! Niet ik. Ik heb de soundfile als bewijs.]
Z: “Dat wij zoveel voor de TV hangen en die niet uit onszelf uitdoen om wat ‘zinnigs’ te gaan doen. Want dat zeg je altijd. En dat we dan ook nog eens zoveel ‘stomme dingen’ kijken.”
[Klopt. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik geen ‘echte’ TV heb: ik ‘zuig’ wat mee van de buren en via internet, dus in principe hebben ze een hoop keus, maar niet het normale TV-programma hier. Veel werken vind ik trouwens gewoon lekker. Niet stom. Wat dus eerder neerkomt op een verslaving dan wat anders.]

Waaraan ben ik echt verslaafd?
Z: “Aan werken. Koffie. Skypen.”
D: “Koffie. Wijn. En werken ook, ja.”
Z: “Oh, en aan e…”
Ik: “Stop maar, stop maar. Deze vraag slaan we verder maar over.”
D: “Jij bent verslaafd aan kinderen!”
Ik: “Ja hallo, ik hoef echt niet dagelijks een heel kind te consumeren om geen afkickverschijnselen te krijgen. Dus ik ben niet verslaafd aan kinderen.”
Z: “Dan water! Ik wed dat jij geen twee dagen zonder water kunt. Mooi dat je dan wél afkickverschijnselen krijgt! Je had er gewoon nooit mee moeten beginnen, met dat water zuipen.” En vervolgens ligt hij dubbel om zijn eigen gein.

Waarmee kun je mij pissig krijgen?
D: “Als we elkaar aan ’t klieren zijn en ruziën over de controller van de Wii.”
Z: “Als we niet luisteren wanneer jij iets vraagt. Dan vraag je het nog een keer en dan reageren we weer niet. En dan ben je pissig. Dan begin je “Joehoe! Zit ik hier in mijn eentje te lullen of wat!? Reactie graag!!” te roepen.”
D: “Oh, en van die ene fotograaf, toch? Daar werd je toch ook mega-pissig van?”
[Oeh, dat laatste… ai. Ik heb maar gelijk de volgende vraag gesteld.]

Waarvan word ik hartstikke blij?
Z: “Van een speurtocht in ’t huis, met Sinterklaas.”
[Ik weet natuurlijk meteen wat hij bedoelt: met Sinterklaas had hij een speurtocht uitgezet met een schatkaart (plattegrond). De schatkaart leidde tot een prachtig, zelf geknutseld cadeau. Ik was tot tranen geroerd.]
D: “Als ik je haren uitgebreid kam en je rug masseer als je moe bent en bij ons op de bank hangt.”
Z: “En schilderen! En mooie foto’s maken. Daar word jij ook happy van, toch?”
D: “En van heel harde muziek tijdens het autorijden. En dat we dan met z’n allen meezingen.”
[Klopt allemaal. Als een bus.]

Als ik iets in mijn leven over zou kunnen doen, wat zou dat dan zijn?
D: “Stomme vraag. Ons krijgen. Dat zou je toch meteen weer doen? Toch?”
Z: “Laten we bij het begin beginnen: Je eigen geboorte natuurlijk.”

Stel dat ik 1000 euro zou krijgen, wat zou ik dan als eerste kopen?
D: “Een nieuwe smartphone. Met een nóg betere camera.”
Z: “Niks. Je zou het geld sparen voor dagelijkse dingen, en voor straks, als het nieuwe huis klaar is.”


Wel, ik kan maar één ding concluderen: Mijn kinderen kennen mij. Door en door.
En mijn zoon is een zeer logische denker, maar dat wist ik al.

ussie

Mijn favoriete… (lijstjesalarm!)

Door een blog van ons aller Zuster Klivia viel mijn oog op het volgende, inmiddels op vele andere blogs circulerende lijstje. Een soort van ‘doorgeefstokje’, dit keer oorspronkelijk opgesteld door Melody. Nu heb ik niet echt iets met invullijstjes (ik heb enkel een waslijst van to-do dingen) en heb ik op mijn blog – volgens mij – nog nooit een lijstjesding gedaan. Maar voor alles is een eerste keer! Bij deze.


Wat is je favoriete…

1) Auto
Eentje die het altijd doet en waar je relaxed hele grote afstanden mee af kunt leggen. Klein beetje luxe moet ie dus ook zijn. Ik heb momenteel een Mercedes, echt een droom van een auto. Ik ben er als het ware mee vergroeid. Bij het uitstappen moet ik mij altijd losrukken. Ik werk thuis en rijd toch zo’n vijf tot zesduizend kilometer per maand (allemaal lange afstanden dus). Zonder auto ben ik nergens en kom ik nergens (wegens ‘in the middle of nowhere’ wonen). Ik ben echt gek op mijn auto en op autorijden; de auto is mijn alles. Bijna mijn derde kind. Gestoord. Ik weet het.

2) Kleur
Qua kleding: zwart. Ik loop de hele dag optisch te rouwen. Heerlijk. Geen bloemetjes aan mijn lijf.
Qua haar: rood. Hartstikke.
Qua inrichting: zwart/wit, rood, hout.
Vroeger was mijn favoriete kleur jarenlang ‘stoplichtgroen’. Ik vraag me af waarom.

3) BN-er
Probleem. Ik ken praktisch geen BN-ers. Die die ik ken, vind ik niet aardig of wil ik zelfs liever niet kennen. Ik kijk geen TV, alleen soms ‘uitzending gemist’. Maar als ik moet kiezen: Arjen Lubach, vanwege het ‘ik wou dat ik zo was’-effect, maar ja, ben al geen man, dus dat schiet niet op. En Ronald Snijders van ‘Normale Mensen’ omdat hij me vreselijk beet heeft gehad met die idiote schrikkelkalender (nu is mij beetnemen niet bepaald moeilijk is, maar toch). En hij heeft wel een leuke kop.

4) TV-programma (binnen- & buitenland)
Daar hebben we weer die TV die ik niet kijk. Maar als ik een serie zou mogen kiezen: Black Mirror. Een Britse SF-serie over de technologische, mediale en sociaal-maatschappelijke issues waar we mee te kampen gaan krijgen (of al hebben). Losse afleveringen (mini-movies) die elke keer weer je haren overeind laten staan omdat ze zó onder de huid gaan. ‘Ja, zo zou het binnen afzienbare tijd kunnen zijn… Of nee, zo ís het eigenlijk al!’ Geweldig goed gemaakt. Briljant, zou ik zeggen. Maar dat woord mag niet.

5) Maaltijd
Alles met eieren. Ik ben een eier-ulk eerste klas. En biefstuk. Ik wil mijn cholesterol-level dan ook niet weten. Interne kop-in-‘t-zand-politiek.

6) Jaargetijde
Dat hangt van het jaargetijde af. Is het zomer, wil ik winter (want in de zomer heb ik het heet en ik kan mijn laarzen niet aan). Is het winter, wil ik zomer (want in de winter heb ik het koud en kan ik niet buiten zitten). Lente en herfst zijn beide wel oké (mooie kleuren). Ik ben dan ook een ‘Herfst-type’.

7) Hobby
Oh hemel. Dit is een lijstje op zich. Schilderen. Tekenen. Schrijven (blogs, HoeVrouwenDenken, HoeKinderenDenken, andere artikelen, privé-dingen, gedichten). Drummen. Zingen. Lezen. Skiën. Tennissen. Fotograferen en foto’s bewerken (Instagram!).
Maar die tijd, hè. Die tijd…

loudrawsyou

8) Persoon
In mijn geval: Personen (mv):
Uitgegroeid: Luuk.
Nog niet helemaal uitgegroeid: mijn kinderen (Geen link. Sorry. Mag niet.)

9) Dier
Ik had ooit een hoop Red Fire-dwerggarnalen. Die zijn inmiddels allemaal dood. Eentje overleefde er toch nog heel erg lang. Die heette ‘Frau Prieler’. Helaas had ze een lage aaibaarheidsfactor. Daarom is Frau Prieler inmiddels ook al lang en breed (kort en smal) in de porseleinen hemel beland. Nu heb ik dus geen favoriete dieren meer.

10) Dagdeel
Bestaat een dag uit meer dan twee delen? Ik heb enkel een wakkergedeelte en een slaapgedeelte. Ik vind ze allebei even leuk, maar het slaapgedeelte is over het algemeen veel te kort en gaat meestal onbewust aan mij voorbij. Dan maar het wakkergedeelte.

11) Fruit
Granaatappel en mango. Gék op die granaatappelpitjes: Tandenknarsen galore! Jammer dat het zo’n geklooi is om een granaatappel te slachten. Mango is in alle vormen lekker. Schillen en erin duiken. Tot op de pit.

12) Drankje
Zonder alcohol: koffie.
Met alcohol: rode wijn (Cabernet en Montepulciano) en whiskey (Monkey Shoulder).

13) Uitje
Rood. Of lente-.

Ketting met reservehart

Ketting met reservehart

14) Sieraad
Mijn hartenketting. Bijna altijd om en dus volledig afgesleten; hij was ooit zilverkleurig maar het goedkope koper eronder heeft zichzelf inmiddels blootgelegd. Soort van metalen reservehart aan een touwtje. Als ik mijn dochter knuffel voor het slapen gaan, rilt ze soms even en zegt: “Mam, je hart is zo koud…” Oh en tweede sieraad: mijn ringen. Allemaal tekenen van verbondenheid en liefde.

15) Bloem
Amaryllis. Ideale bloem. Stop je in een pot met klein beetje mos (of watten) op de bodem. Niks meer aan doen. Geen water geven (of echt heeeeeel weinig) en hoppa, een tros gigantische, mooie bloemen staat ineens voor je neus als je weer terugkomt van een reis. Beter kan het niet.

16) Vervoermiddel
Stomme vraag. Zie 1)

17) Accessoire
Mijn bruine leren schoudertas. De grabbelton der grabbeltonnen. Soms leeg ik ‘m op de keukentafel en dan vind ik allemaal geweldige dingen waarvan ik helemaal niet meer wist dat ik ze had.

18) Luxe-artikel
De auto uit 1) en de biefstuk uit 5)

19) Muziekgenre
No music no life. Muziek is enorm belangrijk voor mij. Maar hoe die genres nu heten, geen idee. Ik ben gek op Melissa Etheridge, Pink, Bon Jovi, Lady Gaga, Hooverphonic, The Cure, Nathalie Merchant, Alanis Morissette, Bruno Mars, Lady Gaga, Bruce Springsteen, Waterboys… gaat u maar door. Maar bestaat daar een genre-naam voor? Oldie-pop of zo?

20) Kledingstuk
Een zwart jurkje met fijn lang vest of colbertje eroverheen. En laarzen. In de zomer heb ik dus een probleem.

21) Tijdverdrijf buitenshuis
Tennissen (doe ik veel te weinig), skiën (doe ik nóg minder, wegens gedoe en verrotte knie), wandelen (zou ik nog wat meer moeten doen), bioscoop met de kinderen (doe ik vaak genoeg), uit eten gaan met lief (mag nog véél vaker). En autorijden.

22) Schoonheidsritueel
Ik ben altijd retesnel in de badkamer. Ik kan verbazingwekkend rap douchen (ik heb getuigen!). ’s Ochtends heb ik – na het speeddouchen – ook niet meer dan 5 minuten nodig. Tanden poetsen, oogschaduw op, lijntje, mascara, deo in de okselgrotten, klaar. En ik heb een grondige hekel aan rituelen.

23) Rusthouding
Ogen dicht. Buikslaper. Liefst met de armen onder de romp gefrommeld. Uitermate charmant.

24) Toetje
Ben & Jerry’s Cookie Dough.

25) Tijdverdrijf thuis
Zie de binnenshuizige hobby’s bij 7).
En werken. Veel werken. En series kijken ter ontspanning.
Aan huishouden heb ik een bloedhekel, dus dat doe ik zo min mogelijk.


Bij deze weet u weer wat meer over mij. Het is een doorgeefstokje, dus U mag ‘m jatten, die lijst. Graag zelfs. Wie volgt?

Megaloos maxistische dinnerconversaties

Weekend. Avondeten. Friet met een tartaartje en boontjes, hoezee.
Ik zie dat dochter (11) ergens mee zit maar wacht het rustig af. Komt vanzelf.

“Mam, Max wil een spreekbeurt houden over Trump. En hij wil dat samen met mij doen. Wat nu?”

Daar heb je het al. Ik vraag me meteen af waar dat ‘Wat nu’ op slaat. Op het spreekbeurt houden zelf, op de samenwerking met Max of op het feit dat de spreekbeurt over Trump moet gaan.
Diplomatiek als ik ben, antwoord ik: “Nou joh, leuk toch?”
“Nee. Max is een grote eikel.”

bron: pixabay

Ah, dáár hebben we ware het probleem.
Ik blijf op mijn hoede. “Waarom is Max dan een eikel?”
“Nou, omdat hij een hoop rottige dingen zegt tegen de andere meisjes van de klas. Vooral tegen Ishlah. Over dat ze maar fijn terug moet gaan en zo. Iedereen moet ook altijd precies doen wat hij wil. En hij overdrijft alles, hij is een megaloze [huh? Heb ik zojuist een nieuw woord geleerd? Een combinatie van megalomaan en weergaloos?] opschepper en hij maakt steeds van die super-overdreven bewegingen met zijn handen als hij praat. Alsof hij je wil slaan. Oh, en hij liegt altijd en zegt dat dat, wat anderen zeggen, niet waar is en dat hij het niet gedaan heeft.”
Da’s een prachtige, ellenlange opsomming van tekortkomingen.
Volgens mij ken ik nog een paar van die types ergens in de huidige wereldpolitiek.

“Waarom wil Max dan samen met jóú een spreekbeurt houden? Vindt hij je stiekem misschien heel aardig?”
“Nee, natuurlijk niet! Tjee zeg. Max weet gewoon dat ik dan wel weer alles doe. Hij gaat in z’n neus zit te boren en ik kan het goede cijfer binnenslepen. Lekker makkelijk voor hem.”

Oh.

Mijn immer ambitieuze dochter laat zich inderdaad vaak voor allerhande karretjes spannen. Ze moet eens leren dat samenwerken inhoudt dat iederéén iets doet voor het gezamenlijke doel, niet alleen zij. Maar goed, dit keer heeft ze duidelijk géén zin in die dienstbare rol. En het verheugt mij om te zien dat ze inmiddels een flinke dosis zelfkennis heeft opgedaan.

“Nou, dan doe je het toch gewoon niet?”
Dochter zucht. Ma altijd met haar oplossingen…
Stilte.

“Mam, vind jij Trump ook een eikel? Max vindt hem mega-geweldig, maar verder vindt iedereen ‘m een klootzak. Jij ook?”
Ai. Ik dacht dat Trump hier niet de issue was. Helaas. Fout gedacht.
“Nou eh, ik weet nog niet zo goed wat ik ervan moet vinden. Trump is eigenlijk best wel een beetje als Max. Misschien vindt Max hem daarom wel zo – eh – megaloos?”
“Hoe bedoel je, ‘als Max’…” [Hah! Ik heb het woord megaloos blijkbaar goed gebruikt, want dát valt haar niet op].

“Nou, Trump overdrijft nogal eens en hij zegt vaak dat dat, wat anderen zeggen, niet waar is. ‘Fake!’ noemt ie dat.”
Over z’n rare ‘wijsvinger-raakt-duim-en-dan-gaat-de-handpalm-dramatisch-open’-handbewegingen ga ik het maar niet hebben, dat voert te ver.

bron: pixabay

“Ja maar… dat doen toch ál die presidenten. Daarom is ie nog lang geen eikel, zoals Max?”
“Heb je helemaal gelijk in. Maar hij heeft ook nogal absurde ideeën over wat goed is voor het eigen volk en voor de hele wereld. Hij drijft zijn wil door en hij is behoorlijk uit op winst ten koste van heel veel anderen.”
Ik voeg er nog snel “…vind ík dan…” aan toe, beseffende dat ik hier nogal aan het uitweiden ben over zaken die niet veel meer met Max te maken hebben.

Dochter denkt zichtbaar na. Ik klets ietwat voorzichtiger door: “Trump doet ook wel iets goed, hoor… Hij houdt zich namelijk aan al zijn beloftes, en dat doen niet veel mensen tegenwoordig. Zeker politici niet. Die beloven voor de verkiezingen van alles en nog wat, en na de verkiezingen maken ze daar niks van waar. Trump wel. Die doet alles wat hij beloofd had, en wel meteen. Hoe stom dat dan ook mag zijn. En hij weet te delegeren en overal zijn voordeel uit te slaan. Da’s best knap.”

bron: pixabay

Dat vindt dochter overduidelijk een interessante visie. “Delegeren. Dat is als je andere mensen dingen voor je laat doen, hè? Misschien moet ik het dan toch maar doen, die spreekbeurt met Max. Dan zeg ik hem gewoon wat HIJ allemaal moet doen en zeggen, in plaats van dat ik alles doe. Handig!” Mooi. Opgelost.
Go for it, girl! It’s gonna be great. Huge! Megalistical.

Enfin. Ik zit nog gezapig de laatste frietjes weg te kanen. Dochter staat op en pakt het bord met friet. Ik protesteer gelijk.
“Ik ben nog niet klaar hoor, laat dat bord nog maar mooi effe staan.”
“Hè mam, ik wilde het bord alleen maar even in het midden zetten zodat ik er óók bij kan en jij niet alles in je eentje opvreet.” Ze kijkt me met een licht spottende grijns aan.
“Dacht je nu écht dat IK de tafel ging afruimen? Haha, daar ben JIJ toch voor?”


Eerder verschenen op HoeVrouwenDenken