Hij slaapt

Ik hoor een kind krijsen buiten.
Buurmeisje van bijna twee heeft er geen lol in vandaag.
Het raam staat open. Ik laat het maar zo.
Dichtdoen zou de rust enkel écht verstoren.
Hij slaapt.

Guus Meeuwis krakeelt op de achtergrond:
Het komt door jou, het komt gewoon door jou.
Je hart zit heel dicht bij mij. Je hart zit heel diep in mij

Ik zing de waarheid zachtjes mee. Hij hoort het niet.
Hij slaapt diep.

De thermosfles met thee kraakt een beetje.
Ik zou de dop wat losser kunnen draaien…
En ook wat zachter proberen te typen.
Maar het hoeft niet. Van wakker worden geen sprake.
Hij slaapt heel vast.

Ik kijk steels om het hoekje naar mijn belegen bed.
Eindelijk hier. Zo fijn dichtbij als hij is.
En toch zo ontzettend ver weg, in ’t rustend hoofd.
Zal ik gaan koken? Dat maakt vast té veel lawaai.
Hij slaapt nog. Zo mooi.

Kreukels

vouwtjes
Wist jij al hoe het zou lopen?
Dat wij groeiden tot een wonder?
Elkaars wegen doorkruisten,
Tegen oordelen indruisten,
nu op een leven samen hopen?

Denk aan hoe goed je me kent en
mij leest. ‘k Wil niet meer zonder,
Besef nu, keer op keer
ik wil dit, wil jou meer
bij me, jij haalt terug wie ik ben.

Strijk jij mijn kreukels weer glad
vijlt scherpste kanten ronder.
Geen aarzeling, geen twijfel,
Als íets goed is, dan wij wel.
De zin die ik zocht en niet had.

Je warmt me. ‘k Had het zo koud.
Jij, unicum, mooi en bijzonder
goed in ‘t me op waarde wijzen.
Wist me op het droge te hijsen.
Je handen om de mijne vouwt.

Méér had ik niet nodig. Enkel dat.
Mijn aanlegsteiger. Mijn vlonder
waar ik veilig af kon meren,
’t gat in mijn boeg repareren
Ik heb je altijd al lief gehad.

Turbulentie

Kijkend naar morgen
laat ik al het vandaag
meer dan al te graag
vliegen.

Jij telde al de dagen,
en samen tellen we
de nog verblijvende
uren.

Elke dag niet samen
is onsamenhangend.
Zijn we, zo verlangend,
bijeen.

Turbulentie is mooi.
De lucht beweegt vrij.
Vloeit. Net als ik en jij,
golvend.

Kijkend naar morgen
is elk uur me te lang.
Vlieg je hoog, onbang,
naar mij.

..

Klein

Ik luister naar Mayday van Klein.
Een nietszeggend bandje.
Maar die stem.
En die tekst,
zó onder de huid.
Vooral op dagen als deze.
Dagen waarop ik alles
echt liever zou vergeten.
En enkel nog die ene arm
om me heen wil.
En die andere ook.

Wat als we alles
gewoon vergeten
En ik even niets zeg.
Nee…
Sla je dan je armen
om
mij heen,
of zou je weg lopen?

Zo veel indrukken.
Zo veel haat.
Zo veel angst.
Maar toch ook
zó veel liefde…

Kun je me even vast houden
zodat ik zelf niet los laat…
Zoals je me zei:
Houd je wensen dicht bij je
want wie weet…

Ik weet heel goed
wat mijn wensen zijn.
Wat ik wil.
Jou.
Jij. Alles.
Dus houd ik jou
voor altijd
heel dicht
bij mij.

Want wie weet?

_____________________________________

Kwaaie vlieg

Rust zacht. Dat wens ik je. Ja, ik óók. Ik ken jou niet. Niet meer. Ik dacht je te kennen maar wat is dat nou helemaal, ‘kennen’ op al die huidige social media. Ik voerde hele chatgesprekken met je. Steunde je toen je in een relatiecrisis van reusachtige proporties zat. Aanhoorde alles, stuurde je knuffels. Gaf raad, was er steeds weer voor je. Ook diep in de nacht. Toen ik merkte, dat je borderline-achtige trekken vertoonde, praatten we erover. Geen doekjes erom, duidelijke woorden, fijne gesprekken. Ik vond je een lief, intens mens.
Jij, die werkelijk nooit een vlieg kwaad zou doen.

En nu, nu moet ik via onze ‘gemeenschappelijke vrienden’ horen, dat je onverwacht bent heen gegaan. Een goed jaar geleden deed je mij er plotseling uit. Alleen mij. Weg ermee. De overige eenenzestig gemeenschappelijkheden mochten kennelijk blijven. Ik vroeg je, direct op de vrouw af, wat ik misdaan had. Dat doe ik wel eens. Ik leer namelijk graag van mijn fouten. Na drie weken kwam er per mail een berichtje terug: ik was gewoon een vervelend mens dat steeds in het middelpunt zou willen staan. En ik wist te veel. Ondertussen snapte ik het nog steeds niet. Wát had ik dan precies nu ineens fout gedaan? Het raakte mij. Ik delete de mail en daarmee ook maar de vriendschap.
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Onaangenaam getroffen door het bericht van je dood, zal ik er nooit meer achter komen, wat er nu zo mis was met mij. Behalve dan dat ik een vervelend mens ben. Hetzelfde gevoel dat ik destijds had bij het overlijden van mijn exschoonvader. Hij heeft me nooit gemogen, ik was precies dat: vervelend. Lastig. Te eigenzinnig. Te dwars? Een vlieg in de schone soep.  Achteraf gezien zal iedereen in mijn exschoonfamilie vast beamen, dat hij het bij het rechte eind had. En goedmaken zit er nu ook niet meer in. Als ik maar wist, wát ik dan goed had kunnen maken?
Ik, die werkelijk geen vlieg kwaad zou doen…

Rust zacht.
Ik wens het je hard.
Met heel mijn hart.
Rust zacht.

Momentje.
Even een verdwaalde wintervlieg doodslaan.

oud

Grote bek maar
zo onzeker
Vraag het hemd
van het lijf
Vraag van ander
en zelf níet doen
Staat ellende
buiten kijf.

Te vulgair en
onnadenkend
Te veel ongein
zo niet mij…
Kweenie wat me
daar bezielde
Kannie verder
Waar ben jij…

Wilnie goedpraten
wat zo fout was
Was mezelf niet,
ben een oen.
Kweenie wat ik
nu nog doen kan
Heb je echt nooit
pijn willen doen.

Kzie wel wat
er nu zo mis was
Wilde herstellen
deed het fout
Bijna v’loren maar
heb hoop weer.
Word ik nu toch
met jou oud?

Terugblik 2014

Terugblik (mét kerstige noot):

‘Godsallejezusnogantoe wat een jaar.

Daar wil ik het ook verder bij laten want ik háát terugblikken.

Ik hoop enkel maar dat het komende jaar (en de jaren daarna ook, ben ik in één klap klaar voor de komende tijd) een stúk gelukkiger en mooier wordt (of: in het geval van ‘de jaren daarna’: worden).
Voor iedereen.
Laten we een beetje meer voor elkaar zorgen (want wat dat betreft hebben we toch geen keus).

Zo.

Ik vind mijn terugblik best goed gelukt.

Fijne feestdagen.