Tóch een béétje bang. Mag dat?

Ik ben iemand die graag roept dat je je leven vooral niet door angst (voor aanslagen, ziektes, ongelukken) moet laten regeren. Als je overal bang voor bent en je huis bij wijze van spreken niet meer uitkomt, leef je niet meer. Je wacht enkel nog tot je uitgeademd bent. Immers, waarom heet het dan nog ‘een leven’ en niet gewoon ‘de wachtkamer voor de dood’?

Ik ga dus ook vol vertrouwen en zonder bedenkingen naar grote concerten en evenementen, stap dagelijks in mijn auto en regelmatig in het vliegtuig, eet niet bepaald als een gezondheidsgoeroe, geniet van een wijntje op een vol terras, loop zonder bedenken door Stockholm, London en Parijs (als het even kan).

Maar. Dat doe IK. Ik vrees niet voor mijn EIGEN leven. Wrong place, wrong time? So be it. Kan overal gebeuren en is iets van alle tijden. Leven is levensgevaarlijk en zo. Echter, als het op mijn kinderen aankomt, is het meteen een heel ander verhaal. Dan komt ogenblikkelijk het beschermingsinstinct om de hoek kijken. Is mijn kroost wel veilig? Als mijn dochter meer dan een uur lang niet te vinden is, terwijl ze al thuis had moeten zijn, flip ik. Als mijn zoon een week in Wenen is met school, vraag ik me elke dag meermaals af hoe het hem vergaat. Of hij wel oké is. Natuurlijk belt of appt hij niet; dat is niet cool. Dus blijf ik achter, met al mijn onzekerheid en negatieve fantasieën.

Bron: Lou Bartels

“Pas je op?”
“Doe je wel voorzichtig?”
“Wel goed insmeren hoor! Anders verbrand je.”
“Zou je dat nu wel doen? Lijkt me niet zo verstandig…”
Zinnen die ik regelmatig inslik en NIET zeg, omdat ik niet wil dat ze overbeschermd en -bemoederd – en dus niet zelfstandig – opgroeien. Mijn kinderen (11 en 14) zijn – naar mijn bescheiden moedermening – juist erg zelfstandig. Ze kunnen eten voor zichzelf maken, hele dagen en avonden alleen zijn (en toch hun huiswerk en eventuele opgedragen huishoudelijke taken voltooien), zelf op een schappelijke tijd naar bed gaan, 10 kilometer fietsen naar het zwembad (en ook weer terugkomen), hun zaakjes zelf regelen als het moet. Ze hebben een fatsoenlijk verantwoordelijkheidsgevoel, doen geen rare dingen, zijn (nog…) redelijk onbevattelijk voor groepsgedrag. Zélf beslissen kunnen ze ook prima. Dus wie ben ik om dan iets als ‘lijkt me niet zo verstandig’ te zeggen…

En tóch ben ik soms een beetje bang. Zo gaan ze binnenkort een week naar Londen. Zonder mij. Ja, naar dat Londen, dat steeds weer in de media opduikt wegens allerhande terroristische incidenten. Ik betrap mezelf erop, dat ik dat bij tijden tóch best ‘eng’ vind. En daar schaam ik me dan weer voor, want dat druist in tegen mijn eigen principes. Die principes van ‘laat je vooral niet bang maken door alles wat je in de media ziet, leest en hoort’.

Mijn favoriete ‘huisfilosoof’ Ron Jacobs stelt echter, dat het mag, dat ‘bang zijn’. Dat het zelfs juist goed is:
“Schouderophalend doorleven nadat iemand is ingereden op het winkelend publiek, is […] een naïef advies. Bovendien wordt het een janboel als iedereen zijn angsten wegstopt en niet meer toont. Wat als dit een collectief patroon wordt? Geen enkel beleid is dan mogelijk. Simpelweg omdat we niets meer van elkaar weten wanneer we elkaars angsten niet kennen.” (Opiniestuk Volkskrant 21 juni 2017)

Maar wat schiet je ermee op? Als ik jouw angsten ken en jij de mijne, kennen we elkaar dan werkelijk zoveel beter? Wordt de maatschappij er echt vrijer en een mindere ‘janboel’ van, als we allemaal breed uitmeten waar we zo ontzettend bang voor zijn? Ik betwijfel het. Daarom druk ik mijn angst om mijn kinderen toch maar de kop in. Ik wil mijn leven niet in bubble plastic leven. En ik wil ook niet dat zij dat moeten, omwille van mij.

Dus denk ik steevast: het zal wel goed gaan. Wat moet je anders?

bron: pixabay


Deze blog is ook verschenen op: HoeVrouwenDenken.nl

Reality sucks (at being real)

bron: pixabay

“Wees nou eens realistisch!”
“Jij loopt ook eeuwig en altijd te dromen…”
“Waarom altijd  weer die angst? Dóé gewoon!”

“Het leven is leuk totdat de realiteit je bij de kladden grijpt.”

Zomaar wat dagelijkse uitroepen. Maar ‘realiteit’, wat is dat nou helemaal? Vraag drie verschillende mensen wat de ‘realiteit’ voor hen is en ze zullen alledrie iets anders antwoorden. Het concept der realiteit is dus juist níét wat de naam doet vermoeden. Het is niet reëel. Het zit slechts in het hoofd van een willekeurige persoon.

Wat is realiteit nu helemaal? En angst?
Realiteit is enkel gebaseerd op een specifiek leven. Ander leven = andere realiteit. Fictie voor de één is werkelijkheid voor een ander. Ofwel: wat voor de één reële, op diens realiteit gebaseerde, angst is, is voor de ander aluhoedje-materie, negatieve fantasie of juist iets spannends en uitdagends.

“Angst is een slechte raadgever,” zeggen ‘ze’ altijd. Wie is ‘ze’ in jouw beleving? Zijn ‘ze’ reëel? En verder klopt het inderdaad: Als je angstgevoel hoort bij jouw persoonlijke perceptie van de realiteit, dan moet je eerst gaan nadenken of die realiteit wel helemaal juist geïnterpreteerd door jou wordt. Is het écht zoals jij denkt dat het is? Zou het niet tóch anders kunnen zijn? Wat is het ergste dat er kan gebeuren in jouw angstsituatie?

Bang of angstig?
En ís het wel angst? Of ben je gewoon even bang?
Bang ben je in een specifieke situatie. Bang in het donker, bang voor een achtervolger, bang voor terrorisme, bang voor school, bang voor een gesprek, bang voor een motorbende, bang voor een asielzoekerscentrum in de buurt.

Angst, of liever gezegd: grote bezorgdheid en onrust, is veel existentiëler. Angst heeft te maken met je bestaan, je hele zijn. Met jóúw eigen realiteit dus, of die voor anderen nu reëel is of niet.

Kiezen is een keuze
In de huidige wereld wordt angst steeds minder geaccepteerd. Als je uitermate verontrust bent over iets, ligt dat meteen aan jou, aan jouw – al dan niet foute – perceptie en leefwereld. Niet aan de werkelijkheid van ‘de massa’. Je gaat dan al snel op zoek naar de weg van de minste weerstand. Neem een pilletje tegen je angst en floep, alles is weer afgevlakt en oké.

Het aantal mensen met een ‘overmatige angst’ is nu groter dan ooit. Ik denk dat dat komt doordat we steeds meer keuzevrijheid hebben: je moet continu levenskeuzes maken. Dag in dag uit ‘zinvolle’ richtingen kiezen. En elke keuze die je maakt, heeft invloed op je leven en op het leven van anderen. Met elke keuze definieer en kies je jezelf.En dat is eng. Keuzestress is het gevolg. Dan maar liever niet kiezen? Zoals de Grote Paul steeds weer zegt: Kiezen is een keuze!

Angststoornis
Niet willen kiezen en bang zijn voor de – gevreesde negatieve – gevolgen van een keuze uit zich – onder andere – in angststoornissen (die wederom met allerlei middelen – pillen, alcohol en drogerende middelen, you name it – onderdrukt worden). Angststoornissen worden algemeen gedefinieerd als ‘angst zonder reële grond’, die gepaard gaat met sociale problemen. En daar heb je het weer: WIE bepaalt welke grond reëel is? Wie bepaalt wanneer iets sociaal problematisch is? De media? De artsen? De experts? De maatschappij?

Nee. Jij.

Afgrond
Als je nooit in de afgrond hebt hoeven kijken, weet je ook niet wat angst voor vallen is. Maar wát een afgrond is, bepaal je nog altijd zelf. Wat voor jou een onoverkomelijke diepte zonder reling of vangnet is, is voor freerunner gewoon een uitdagend sprongetje waar hij met een salto in of zelfs overheen springt.

Misschien moet je, als je angst voelt, je eigen concept van de realiteit eens overdenken. Als je durft.


Ook verschenen op HoeVrouwenDenken.nl

Keulen is klote

Keulen is al lang niet meer slechts een naam voor een stad.
Keulen is een zelfstandig begrip geworden.
Keulen. #Zeghet en iedereen weet direct waar je het over hebt.

Maar is dat wel zo? Weten we waar we het over hebben?

Voor de één is ‘Keulen‘ het lang verwachte armageddon dat door de massale toestroom van vluchtelingen met een ander geloof, een andere achtergrond en andere waarden en normen, veroorzaakt wordt. TPO, GeenStijl en co. lusten er, samen met een verlekkerde Geert en een juichende Trump, wel pap van. Het is koren op de rechtse molen.”Zie je wel? We zeiden het toch? Eerst wordt de boel dagenlang in de doofpot gestopt. Vervolgens komt de politie-k met een krom verhaal op de proppen en nu blijkt dat al die Islamobbers zich moedwillig hebben verzameld om ónze vrouwen te bespringen en ónze westerse vrijheden aan hun laars te lappen. Al die daders per direct het land uitzetten en de grenzen dicht voor nieuwe potentiële verkrachters, dat is de enige remedie tegen deze invasie van geweld en misbruik.” [NB: verzonnen, enigszins samenvattende quote]

Voor de ander is ‘Keulen‘ een incident als vele andere. Dit keer helaas politiek erg brisant door de – al dan niet bekende – herkomst van de daders en de aanvankelijk nogal onhandige verdoezeling van de feiten. FrontaalNaakt, Krapuul en co. doen, samen met menig onthutst brabbelende linkse politicus, hun best om het zo op te tekenen. “Zie je wel? Nu het asielzoekers zijn, vliegt iedereen ineens in de hoogste boom. Waren het ‘gewone Duitsers’ geweest, had er geen haan naar gekraaid want dit soort dingen gebeuren overal. Kijk maar naar de aanrandingen van de serveersters op het alternatieve Oktoberfest in Alkmaar. Of naar de gang rapes op Britse en Amerikaanse universiteiten. Om van alle seriële verkrachtingen binnen familie- en vriendenkringen nog maar niet te spreken. #Zeghet werd afgedaan als zielig gejank, want daarbij ging het vooral om ‘eigen volk’ en dan moet je niet zeuren. Maar nu de daders van andere komaf zijn, is het ineens wél een rel vanjewelste en worden alle vluchtelingen over één kam geschoren. Hoe hypocriet wil je het hebben.” [NB: verzonnen, enigszins samenvattende quote]

Dat dit soort dingen daadwerkelijk overal en altijd al gebeuren, kan ik – zij het enkel marginaal – bevestigen: ga voor de grap eens oud en nieuw vieren op het plein bij de Stephansdom in Wenen. Dan mag je blij zijn als je heelhuids, onberoofd, onaangerand en zonder voetzoeker in je nepbontkraagje weer thuis komt, ook zónder de aanwezigheid enige asielzoeker in de wijde omtrek. Dat was twintig jaar geleden al zo en dat is nu nog steeds zo. Ook heb ik menig Oktoberfest in München bezocht, waar ik dergelijke taferelen (massale beroving, geweld, aanranding door niet-asielzoekende daders) mocht aanschouwen. Maar daar gaat het niet om.

Waar het wel om gaat, is dat iedereen dénkt te weten wat er daar in Keulen gebeurd moet zijn en waarom dat gebeurd is. Iedereen – ik generaliseer nu zelf even, ik ben mij daarvan bewust – ziet er datgene in, wat hij/zij wíl zien. Iedereen zoekt precies die mediale berichtgeving die in zijn of haar straatje past. En iedereen heeft per definitie het eigen gelijk. Daarmee krijgt de gigantische wig die tussen ‘iedereen‘ en diens medemens gedreven wordt, nog een flinke klap met een moker na.

Op dit moment probeer ik enkel nog naar mijzelf te kijken en te doorgronden, wat dit alles het met mij en mijn overtuigingen doet. Ik was zoiets wat – niet bepaald liefdevol – als ‘Gutmensch‘ betiteld wordt. Gutmensch is al lang tot een scheldwoord verworden, een passende titel voor de naïeve en goedgelovige multiculti-knuffelaars onder ons. Voor mij dus. Maar ik kon en wilde simpelweg niet geloven dat een geloofsovertuiging dit soort excessen kan veroorzaken. Ik wilde niet geloven dat een groep mannen enkel op basis van een religie op zulk walgelijke wijze op een vrouw neer kan kijken en haar naar believen wenst te misbruiken.

En ik kan en wil dat nog stééds niet. Ook al weiger ik zelf in welke godheid dan ook te geloven (ik ben een ‘kufar‘, een atheïst, een ongelovige), ik ken te veel fijne, goede, vredelievende en respectvolle mensen van alle mogelijke geloofsovertuigingen om dermate te kunnen of te willen generaliseren. Ik wil zo graag blijven geloven dat ook ‘Keulen‘ een uitzondering, een losstaand incident was en dat ons beeld van wat er daar (en ook elders) gebeurd is, nog verre van compleet is. Maar ook ik, ja zélfs ik, word nu langzaamaan banger. Sceptischer. Wantrouwender? En het lullige is: ik ben zelfs bang om dát toe te geven.

Wat als.
Nee, dat kan niet.
Maar wat als…

Angst is een bitch.

Daarom is Keulen klote.