Het Nieuwe Wilhelmus (zelf ingezongen!)

Het Wilhelmus, heden ten dage weer in ons aller monde, is sterk verouderd. De tekst ronduit onbegrijpelijk. Daarom heeft uw nederige dienares besloten om een nieuwe, tijdsconforme versie op te stellen, met een thema dat iedere hedendaagse man waarschijnlijk wel kan waarderen: drank in combinatie met vrouwengezeik. Ook de lengte is teruggebracht naar slechts 7 coupletten. Hoezee.

Gelieve mindestens de eerste drie coupletten hiervan uit uw hoofd te leren, dan wel erin te stampen.

Ter ondersteuning uwer oefening heb ik het geheel even uitermate onprofessioneel, met veel dramaturgie en een bij tijden overmatige vibrato(r) ingezongen. In ene keer in mijn mobiel gejammert. Dan weet u dat. Ook de overgangen zijn vanzelfsprekend zo abominabel mogelijk gedaan.
De tekst zelf kunt u hieronder meelezen/-zingen.


Wilhelmus was verkouwe
hij rochelde fluim en bloed.
Zijn neus, die was zeer blauwe
“Ik blijf erin, ik ga dood….”
Door een flinke borrel
[hier speelde mijn eigen borrel me even parten]
is hij weer opgeveerd.
Oranjebitter van De Kuyper
heeft hij altijd vereerd.

In vrouwenvrees te leven
heeft Wilhelm nooit iets gebracht.
Zo heeft hij haar verdreven,
van zijn landgoed, onverkracht.
“Zal haar nu altijd negeren,
ze heeft toch geen rooie cent,
De bijstand die zal haar leren,
zure pruim, stomme krent.”
[let vooral op die -t-! Arrrrticulatie moet!]

Wilhelmus voelde zich verlaten
woede had zich in hem vergaard,
Zijn neus was in alle staten,
was zo’n wijf dat nu wel waard?
Die Oranjebitter hielp even,
[whoops, iets te snel. Soit.]

maar zij zeek nacht en dag,
dat bier hem nu kracht zal geven,
dat een neut helpen mag.

Lijf ende goed tezamen
bleef Wilhelm nooit verschoond,
zijn broers, nu hoog van namen
en steeds met boni beloond
Maar zij wilden hem niets geven
zo toog hij terug naar ’t drinkgelag,
[sorry, hier kwam ik even in de problemen. Stomme tekst ook.]
zijn ziel voor altijd gegeven,
voor de borrel overstag.

Beneveld en laaggeboren,
vol gezeik en ook gedram,
en vorstelijk verloren,
’t UWV doet niets voor die man,
Baudets woord geprezen,
heeft hij zelfs onversaagd,
zijn vrouw de deur gewezen
toen het hem had behaagd.

Wilhelmus zit nu te rouwen
waar is zij, oh god dat doet zeer,
Die neus, eerst nog zo blauwe,
is nu rood, hè bah, dikke peer.
“Zal ‘k toch weer een vrouw inlijven,
een dienaar t’aller stond,
de eenzaamheid verdrijven,
voor mijn neus en mijn kont…”
[mind the -t-!!]

Wilhelmus kwam weer tot bedaren
in ’t vervolg liet hij ’t zo zijn,
Hij moest zijn eer toch bewaren
een trouwe dienaar zijn,
van vrouw en volk,
daarvoor had hij toch wel de moed?
Ach, één borreltje kan toch best nog
en dan is alles weer goed.
[klaar, pfff.]


eerder verschenen op HoeVrouwenDenken.nl