stupid fate

My dearest dear, will you wait?dragon3
Our lives have just that single fate.
Even though we will never date.
Never caress and never mate.
The whole concept of us is innate.
My heart lies shattered on a plate.
Attraction of such craving weight.
Run to each other, aimed and straight.
Remembering that it’s not too late.
So tell me, tell me, will you wait?

.

.

.

(c) Lou

Time out

Door de tuin, over het bijna nieuw ogende pad van rivierstenen, liep hij naar de schuur. Zijn oude maar inmiddels weer verre van krakkemikkige werk- en knutselhok, een zelf opgeknapte, houten hooischuur op een meter of honderd afstand van de eveneens tiptop gerenoveerde woonboerderij. Dikke balken, een grote staldeur, de geur van oude motorolie en vers gezaagd hout. Alles had hij met liefde in perfecte staat gebracht. Zijn baan als machinist had hem zijn leven lang veel van het land laten zien, had hem altijd voldoening gegeven en hem jarenlang omgeven met die zalige bielzengeur. Totdat de betonnen bielzen kwamen… Springers had hij vanzelfsprekend ook meegemaakt. De aanblikken van die wanhoop voor eeuwig in zijn geheugen gegrift. Als hij dan toch weer thuis was, stortte hij zich op de gebouwen. Zijn gebouwen. Zijn tweede natuur, zijn lust en zijn leven. Timmeren, bouwen, ombouwen, renoveren. Nieuw, mooier en beter maken. Nooit te oud. Nooit te goed.

Maar nu, nu was alles af. Beter. Best. Op zijn mooist. En afgelopen. Afgemaakt. Sinds drie maanden was hij nu officieel met pensioen. Wat een rotwoord. Oudjaar. Einde van alle jaren. Een bedankje op papier voor zijn tweeënveertig dienstjaren. Waar vind je dat nou nog tegenwoordig? En een nieuw jaar vol met niks… En nu, nu waren ook alle bouwperikelen rondom huis en haard voltooid. Er was niets meer wat nog moest gebeuren. De laatste lik verf op de schuurdeur had alles afgemaakt. Klaar. Over en uit.

En ineens. Zomaar.
Was het daar.
Dat groots gapende gat.
Wat nu?
Waarvoor nog…
Waaróm nog…
Spring ik erin?
Of blijf ik eeuwig hangen…

Samen met Mara had hij net geluncht in het zonnetje op de gelikte veranda die door haar al liefdevol met een bloemenzee was uitgedost. De boel zou vast nog wel een keer gruwelijk bevriezen, maar dan zou ze er onuitputtelijk nieuwe bloemen neer blijven zetten tot ze ook écht in leven bleven. Ook al geen eeuwig leven. Ze was net even boodschappen gaan doen. Wat lekkere dingetjes voor vanavond bij de boterham, zei ze nog. Ze had hem nu toch niet meer nodig…

Hij slenterde voort.
De zinloosheid was tastbaar.
Zichtbaar.
In zijn voetstappen op de nog keiharde grond.
Blauwe hemel, de linde geur van lente.
Wat had het nog voor zin.
Druk scharrelende vlaamse gaaien.
Een blauw veertje achterlatend.
Waarom zou hij nog…
Dat lichte briesje dat door zijn laatste vlassige haren dwarrelde.
Wanhopige moedeloosheid maakte plaats.
Voor absolute leegheid…

Het bungelde een beetje. Stevig bevestigd aan de dikste balk in het midden van de schuur. Hij schoof er een gammel draaikrukje onder en draaide het nog iets hoger om echt zeker van zijn zaak te zijn. Het uiterste van de ketting. Een geschikt touw had hij niet kunnen vinden. Dan maar zo. Een zwaar gevoel. Even stond hij, ogen gesloten, en vroeg zich nog één keer af waarom. Het kon niet anders. Er was niets meer. Aan alle zinloosheid een einde. De ondraaglijke zwaarte van het bestaan. Even wiebelen, overgaand in een licht schommelen. Een troostend wiegen.

Het krukje kantelde en de auto van Mara reed steentjesknarsend de grindoprit op. Haar met verdriet en shock doordrenkte schreeuw hoorde hij al lang niet meer.

Hij wist het nu.
Het was zijn tijd.

.
.
Time.

.
Out.

.

.

.

.

.

N.a.v. enkele (privé-)reacties:
Please mind the tags!!! Dit is een volledig fictief kort verhaal. Het heeft niets met mij of mijn (directe) omgeving te maken.