Klinkklare ikke (een selfie-sonate in f)

Wie ben ik? Wát ben ik? Ben ik mijn levensinstrument? Moet het dan tevens mijn doel zijn om mijzelf zo goed mogelijk te bespelen? Uit de toon vallen is geen punt, maar ergens naar klinken is een mooi streven. Niet te zacht, maar zeker ook niet te hard. Niet te snerpend, niet te lieflijk. Maar vooral niet vals.

Vertel eens, welke kleur krijgt een kameleon als je hem in een spiegelpaleis zet? Waaraan past zo’n dier zich aan als hij geen andere omgevingskleuren heeft dan die van zichzelf? Dat vroegen biologische cybernetici zich in de jaren ’70 ook al af. Behoudt een kameleon in zo’n geval zijn beginkleur? Wisselt hij tussen de verschillende kleurtonen? Of wordt hij door de overdaad aan zelfreflectie tot waanzin gedreven?

Vrouwtjes lijken redelijk kalm te blijven; hun kleur wordt enkel iets donkerder. Hooguit een rode gloed. Misschien zijn ze gewend om een spiegel voorgehouden te krijgen. Mannelijke kameleons raken daarentegen zwaar geïrriteerd door hun spiegelbeeld. De kleur verandert bij de eerste aanblik in geeloranje, soms zelfs knalrood, om zichzelf maar per nano-seconde te kunnen onderscheiden van de gereflecteerde, bedreigende ‘rest’, die zo hetzelfde is als hij. Rood. Alarm. Bij gebrek aan zelfbewustzijn is de eigen beeltenis afschrikwekkend. Pure schrik en stress door ontbrekende, maar oh zo noodzakelijke identiteit.

bron: pixabay.com

Met veel mensen gebeurt hetzelfde. In het spiegelpaleis der sociale media zien ze enkel nog zichzelf(ie), maar herkennen zich niet meer. Met elk zelfbeeld, elke selfie, ongewild gespiegeld aan duizenden, nee, miljoenen reflecterende anderen, drukt men zich steeds weer in een nieuwe rol. Neemt men gemakshalve toch maar weer een nieuwe kleur aan. Doelgericht aangepast aan de heersende normen en waarden, die een dag later al niet meer gelden. En hoe meer kleuren en rollen een mens tracht aan te nemen om de contouren van de identiteit na te trekken, des te moeilijker wordt het om te definiëren, wie hij nu werkelijk is.

Daarom klink ik liever.
Toonaarden herken ook met je ogen dicht.
Blind voor ongewenste reflectie, bespeel ik mijzelf.
Een selfie-sonate in f.


— Eerder verschenen op HoeVrouwenDenken

Kinderfilosofie

“Mam, wat nou als jij mij niet gekregen had… Had iemand anders mij dan gekregen?”
Poeh, da’s best wel een filosofische en spirituele vraag. En ik ben zo a-spiritueel en a-filosofisch als wat.

“Da’s een moeilijke, schatje. Als je bijvoorbeeld gelooft in reīncarnatie en in een ziel, dan zou het best zo kunnen zijn dat jouw ziel in het lichaam van een andere mens terecht zou zijn gekomen.”
“Dat snap ik niet. Dan zou ik ‘ik’ toch niet meer geweest zijn?”
“Het is maar hoe je het bekijkt. Dan ben je de ‘jij’ die je dan geworden zou zijn. Van de ‘jij’ die je nú bent, zou je dan nooit iets geweten hebben.”

“Maar… dat is toch erg? Dan had niemand mij ooit gekend zoals ik nu ben! En dan had jij me moeten missen!”
“Nee, want dan had IK jou nooit gehad. Dan zou ik je ook niet missen, omdat ik je nooit gekend zou hebben.”
Het begint wel wat ingewikkeld te worden nu.
“Maar, maar… als ik er niet geweest was, dan zou jouw wereld nu toch heel anders zijn? Of weet je dan niet eens dat ie anders is, omdat je niet weet dat ik óók had kunnen bestaan?”

Filosofie van de hoogste plank.
En dat voor een tienjarige…
Ze heeft bijna tranen in haar ogen, maar ze gaat door.
“En als jij papa nooit ontmoet zou hebben, dan waren wij er zelfs allebéí niet geweest…”

Zoon (13) mengt zich in het gesprek: “Ja, maar dan wéét je dat toch niet? Als je helemaal niet bestaat, mérk je toch ook niet dat je nooit bestaan hebt? En als je wel bestaan hebt en je bent doodgegaan, weet jij dat zelf toch óók niet? Dat weten alleen de anderen, die nog wél leven.”

“Daar wil ik niet over nadenken. Ik word hier heel verdrietig van.”
Zoon rolt met zijn ogen en zucht eens diep. En dan ratelt hij erop los.

bron: pixabay.com

bron: pixabay.com

“Als mama nooit geboren was, was jíj nooit geboren. En als oma nooit geboren was, was mam er ook niet geweest. En als de oerknal nooit gebeurd was, waren er helemaal nooit mensen geweest. Dan was alles gewoon nog lekker leeg, want dan was er niet eens een ‘alles’! En als je zo nodig in een God wilt geloven, en die God had toevallig een rotdag gehad en geen zin om van Adams rib nog even een vrouw te knutselen, dan waren er helemaal geen vrouwen geweest. Dan hadden mannen zichzelf moeten klonen of de hele mensheid was gewoon een foutje geweest. Is ie sowieso. En dan had jij óók niet bestaan.”

Dochter kijkt haar broer met grote, waterige ogen aan.
“Waar héb je het over?”

“Over het feit dat de wereld om de zon draait en niet om jou.”

Basta.


Eerder gepubliceerd op: HoeVrouwenDenken.nl <- kijk daar voor meer artikelen, blogs en columns!