rookoor

In mijn hoofd is het een chaos. Het spookt.rookoor
En als je goed kijkt, zie je ook dat ’t rookt.
Uit m’n oren. En neusgaten.
Waar zijn die twee knullekes gebleven?
Waarom moet zij dat allemaal doorstaan?
Wanneer bak ik morgen nog die twee quiches?
Waarom houdt hij niet zoveel van mij als ik van hem?
Heeft zoon zijn pillen wel genomen?
Wat kan ik eraan doen?
Vandaag weer niet gedaan wat ik wou.
Shit, moet ik die eendenborsten nu nog marineren?
Raar dat je iemand zo lang niet kunt vergeten.
Even een receptje zoeken.
Waarom heb ik zijn verjaardag dan ook vergeten?
Ik verwaarloos mensen die me dierbaar zijn…
Ik heb zo’n gruwelijke zin in een glas wijn.
Waarom slaapt hij wel en ik niet?
Ik simpele ziel. Waarom denk ik in kronkels?
Komt het terug? Genezen maar toch niet?
Ik wil meer dan dit. Veel meer.
Had ik die rekeningen nou op de post gedaan?
Waarom deed hij dat? Waar zijn ze nu?
Waarom ben ik ineens uit de gratie…
Ik moet nog wat lampen inpakken, bijna vergeten.
Toch fijn, die wijn. Verdooft mijn zijn.
Maakt alle grote ellende voor even heel klein.
Led Zeppelin en Muse ook.
Rot rookoor…

Beest

Leed.
Verleden tijd.
Van lijd.
Het lijden voorbij.
Of toch ook niet.
Eeuwig duurt
het leed der tijden
en blijft geleden
leed een lijden…

Ik ben een gezegend mens. Zo zeg je dat toch? Ook als  niet-gelovige. Ik heb lieve, warme, onbetaalbare ouders die om me geven en die er altijd voor me waren in mijn jeugd. Die álles voor me deden en me altijd gaven wat ik nodig had. En dat allemaal ook nog steeds doen, want ik heb ze allebei nog. Ik heb een geweldige zus met wie ik meer dan goed contact heb en van wie ik megaveel houd. Ik heb een lieve man, twee fijne kinderen, een stel vrienden van goud en – voor zover ik weet – geen noemenswaardige vijanden. En ik heb nog zoveel meer. Ik zeg toch: gezegend. Mijn wereld was en is nog steeds een goede.

In tegenstelling tot werelden van anderen waarover ik lees, waar ik in mee kijk en als vanzelf in mee ga voelen. Ik zou het niet moeten doen maar ik beeskan niet anders. De ogen sluiten maakt niet dat het er niet meer is. Noodlot en ellende, verwaarlozing en misbruik, intense slechtheid en mishandeling. De één beschrijft en beschildert die ervaringen uitvoerig, de ander vreet ze op, ontkent alles en laat het leed opgeslokt worden door een groot zwart gat, in de hoop zelf niet meegezogen te worden. De één is in staat om dingen te laten rusten en zelf rust te vinden, de ander begaat uiteindelijk een wanhopige moord en blijft eeuwig malen over het ‘waarom ik’. De één wordt het absolute tegendeel van de kweller, de ander herhaalt zelf onbewust het ervarene. En waar stopt het dan… Stopt het überhaupt ooit?

Het is verbazingwekkend hoe krachtig, hoe respectvol en mooi sommige mensen kunnen worden ondanks alles wat hen en hun naasten is aangedaan. Maar ook na alles wat zij zélf hebben gedaan of misdaan. Als buitenstaander is het moeilijk om te onderscheiden tussen wat werkelijk was en wat waarheid is. Ik ga op mijn gevoel af, naïef als ik ben. Ik noem mij bewust niet intuïtief, het is een wíllen geloven in mijn eigen gevoel maar een toch niet compleet daarop durven vertrouwen… Maar juist daarom zeg ik dan ook gelijk maar niks meer. Mijn gevoel is nooit feilloos. Niemands gevoel is dat. Het faalt bij tijden, ondanks al die goede wil. Ik laat mijn gevoel rusten in de fase van empathie en respect, daar waar het ook hoort te blijven, de eeuwige buitenstaander zijnde.

Maar steeds opnieuw ben ik toch weer compleet overdonderd. Volledig in de war van alles wat mensen elkaar aan kunnen doen. Geschokt door die hel waardoor sommige ouders hun kinderen moedwillig laten gaan. Verdrietig door de beschuldigingen die broers en zussen elkaar naar het hoofd gooien. Wanhopig door al het wantrouwen en de ellende,  door alle vooroordelen en veroordelingen.

De mens blijft een raar beest.
Ik blijf mijn heftige pogingen doen
om dan maar tenminste
een goed, betrouwbaar beest te zijn….

En alles blijft anders.

Kom mee…

Vertrouwen

Wat is nou helemaal ‘vertrouwen‘…

Het ervan op aan kunnen dat iemand jouw duistere geheimen niet doorverteld? trust2
Het geloof dat een ander écht eerlijk en aardig tegen(over) je is?
Het weten dat je partner zijn genegenheden voor de volle 100% enkel en alleen aan jou geeft?
Het gevoel van veiligheid en geborgenheid?
De wetenschap dat iemand achter je zal blijven staan om je op te vangen als je valt?
De zekerheid dat iets uiteindelijk goed zal gaan of weer goed zal komen?
Het geloof dat iemand dat zal doen wat jij van diegene verwacht?
De hoop dat de vertrouwde persoon geen dingen zal doen die in jouw nadeel werken?

Vertel…
Wat is nou dat vertrouwen?
Wat is eerlijkheid?
Trouw. Loyaliteit. Oprechtheid.
Moeizaam en liefdevol opgebouwd oervertrouwen.
Steeds opnieuw een stukje ervan afgebroken.
Steeds opnieuw een stukje meer beschadigd.

Volgens de sociologie is vertrouwen een essentieel concept in een goed functionerende samenleving. Het vertrouwen in de medemens. Het gevoel dat niet iedereen per definitie slecht is. En daarmee ligt ook gelijk één van mijn grootste manco’s op tafel: mijn gebrek aan vertrouwen. Mijn wantrouwen. Ik geloof niet in de goedheid van de mens an sich. Ik ben ervan overtuigd dat iedere mens in eerste linie handelt vanuit een absoluut egoïstisch standpunt. Noem het overlevingsdrang, noem het eigenbelang. Ik ben – al zeg ik het zelf – goed in het bewaren van geheimen. Ik praat niet snel mijn mond voorbij, klep zelden dingen door. Heel nobel? Neuh… In principe doe ik dat omdat IK daar beter van word: degene die mij dat geheim toevertrouwd heeft, is op mij gesteld, heeft duidelijk wél vertrouwen in mij, ja houdt zelfs soms van mij. En die liefde, dat vertrouwen en die toewijding wil ik niet verliezen of beschamen dus bewaar ik dat geheim. Ik vertrouw zelf maar bar weinig mensen. Ik ben een scepticus. Zelfs een cynicus. Eerst zien, dan geloven.

Volgens mij is het enige werkelijk belangrijke vertrouwen in het leven het zelfvertrouwen. Het vertrouwen in jezelf. Het is het enige vertrouwen waar je altijd van op aan kunt omdat je het zelf in de hand hebt en ook datgene waar je mee verder moet. Laat ik daar nou óók een gebrek aan hebben. En aangelegenheden als slippertjes of buitenpartnerschappelijke relaties zijn nu eenmaal die dingen die met uitstek dat zelfvertrouwen zwaar beschadigen…

Laatst beet mijn man me nogal bits toe dat niet de hele mensheid zo slecht is als ik altijd maar denk. Touché… Maar ondertussen worden mijn naasten, degenen die ik nou juist wél vertrouw en die ik lief heb, wreder dan wreed bedrogen, houden partners van vriendinnen er al maanden (jaren?) geliefden op na, wordt de één na de andere priester of kinderarts wegens pedofilie en seksueel misbruik veroordeeld, graait die hoogstaande politicus nog een paar miljoen mee de afgrond in, is het volgende voedselschandaal uit economisch bejag alweer een feit en is er weer een twaalfjarige ‘vrouw’ verkocht voor een huwelijk met een 68-jarige man. Waar blijft dan nog dat vertrouwen…

Schijnbaar moet ik opnieuw leren te vertrouwen. Op anderen, in anderen, in mezelf. Tjezus wat is dat moeilijk… Altijd handelend met loyaliteit en integriteit, zonder verborgen agenda’s. Open in de communicatie met iedereen, niet slechts met enkelen. Beloftes nakomen. Aan verplichtingen voldoen en me richten op de belangen van anderen als ook op die van mijzelf. Wel, ik doe nog steeds mijn stinkende best. Jij ook??
.

De mens is een raar beest.
En ik ben er daar eentje van…trust

Zijlijn

Soms zouden mensen me zo graag door elkaar willen schudden. zijlijn
Me er bij de oren bij willen sleuren.
Soms tegen me willen schreeuwen.
Kijk eens wie er allemaal voor je zijn!!
Maar diegenen weten zelf ook dat dat zo niet werkt.
Ze hebben vaak genoeg tegen zichzelf geschreeuwd…

Dit is een strijd die zelf gestreden moet worden.
In de diepten van zo’n hart is het plan al klaar.
Nu de uitvoering nog, het moeilijkste van alles.
Maar ze staan aan de zijlijn om aan te moedigen.
Om op te peppen, te verzorgen en te helpen.
En ja, ik weet dat ook jíj daar niet alleen staat…

Dat weet ik heel goed.

❤ ❤ ❤

.

.

(NB: oorspronkelijk geschreven door Hella (april71 – hier op wp), ik heb de tekst enkel een beetje omgedraaid… dat jullie dat even weten).

Zelluf doen

Dat liedje van Rita Hovink galmt de hele dag al door m’n hoofd.
Je weet wel, dat van:
Laat me alleen, alleen met al m’n verdrietzellufdoen
’t Is beter dat ik nu geen mensen zie
Niemand, niemand, niemand die me troosten kan
Ik verloor m’n toekomst en m’n doel
Laat me alleen, alleen met al m’n verdriet
Een glimlach, dat wordt pure parodie
Iemand, iemand, iemand die gelukkig was
En verloor, begrijpt wat ik nu voel
bladiebla-huiljammer-lalala enzovoort.

Nou, zó erg is ’t dus niet 😛

Maar die eerste twee zinnen treffen ’t wel aardig. Laat me nou maar effe alleen. Láát me gewoon maar even. Ik heb geen toekomst of andere essentiële dingen verloren (absoluut niet) en m’n doel al ook niet. Ik had eigenlijk nog nooit echt een doel dus dan kan ik dat ook niet verliezen, toch? Ik weet ook heel, héél goed dat ik heel, héél veel lieve mensen om me heen heb die me allemaal willen helpen én troosten én knuffelen. En dat is ook superlief maar dat kan gewoon niet: a) omdat het niet eens zo zeer MIJN verdriet is waar ik mee zit, b) omdat het praktisch gewoon niet kán (ik moet er zelf mee dealen en de afstand is simpelweg te groot om te knuffelen, jullie wonen allemaal te ver weg!) en c) omdat men met dit soort dingen gewoon niet kán helpen.

Even een impressie van al die dingen:  Specifieke zorgen om de kinderen, groot verdriet van mijn allerliefste naasten, gemis, werkproblemen (peanuts though), mobbing-issues/gewelddadigheid op school waar ik me als klassenoudervertegenwoordigster én als moeder helaas intensief bezig moet houden, faalgevoelens, pijn (letterlijk), ontglippingssensaties (whoeiii), algehele stress en bij tijden alles verpletterende teneergeslagenheid en moeheid.

Dat laatste heeft voor het overgrote deel te maken met de winter, neem ik gemakshalve aan. Ik ben gek op sneeuw en winterse kou maar ik heb nu toch duidelijk last van winterdepressieve gevoelens. Ik slik wel vitamines (D en B enzo) en af en toe wat Sint-Janskruid maar echt helpen doet dat niet. Doorgaan dus maar. Ik heb een waslijst van (relatief grote dingen) die ik allemaal ‘moet’ en van dat vele moeten word ik ook weer moe. Heb ik ook al eens over geschreven geloof ik. Wat me momenteel heel erg bezig houdt is dat schoolgedoe. Tienjarige kinderen die door klasgenootjes in elkaar getrapt worden op ’t schoolplein, kopstoten, volledige respectloosheid naar elkaar én naar de leerkracht (“hé ouwe, waar bemoei je je mee”…), mobbing, scheldpartijen, notoir uitsluiten. Discussies voeren met ouders die de noodzaak van noodzakelijk optreden niet inzien of zelfs botweg niet geloven dat hun kind ‘dat’ doet (wat toch echt het geval is). Gesprekken met de leerkracht. Moeilijke gesprekken. En dit is dan nog maar de basisschool… Op de ‘middelbare’ school (hier is dat vanaf volgend jaar, na 4 jaar basisschool dus) gaat het er tien keer erger aan toe, heb ik al uitgebreid te horen gekregen. Fijn, ik verheug me er op :’-( Vanavond dus weer een hele avond vol e-mails en telefoontjes waar een mens nou niet bepaald vrolijker van wordt.

Dan zoon die vandaag weliswaar een geweldig cijfer voor Aardrijkskunde/Geschiedenis (hier een gecombineerd schoolvak, hij had een “1”, dat staat hier gelijk aan het cijfer 9 of 10) naar huis bracht (mensch, was ik me een potje trots! Háh!!! Heeft al ons moeizaam, langdurig en intensief samen leren daadwerkelijk vruchten afgeworpen – dit was zooooo goed en zoooo nodig voor hem!!) maar volgende week opnieuw de diagnoseprocedure in gaat voor zijn ADHD/dyslectie/dysgrammatisme/geheugenstoornis/hypermobiliteit etc. etc. omdat hij anders volgend schooljaar toch in een ‘normale’ klas zou kunnen komen en dat gaat ‘m helaas niet worden… Hij is er nu al bang voor 😦 (niet voor de diagnose maar voor een mogelijk falen op de navolgende school).

M’n liefste zus die momenteel zo verdrietig is en samen met m’n nichtjes opnieuw een flinke portie levensherinrichting moet behappen. Ik doe m’n stinkende best om haar op te vrolijken en gelukkig lukt dat bij tijden ook aardig (heb haar net even aan ’t lachen kunnen maken – ghehhh!! :-P) maar toch is het schrijnend, moeilijk, verdrietig en zit ik hier op zo’n Oostenrijkse hobbel zonder dat ik echt wat kan doen of zelfs maar gewoon een knuffel geven. Haar verdriet is simpelweg ook mijn verdriet… Love you, sweet sis!!!

Het gevoel dat ik ook bepaalde mensen ‘verloren’ heb of dat ze in ieder geval langzaam maar zeker uit mijn leven verdwijnen, om wat voor reden dan ook. Ik hou er niet van om geliefde mensen ineens weg te zien lopen, om genegenheid te zien verwateren, om de indruk te krijgen dat je éigenlijk niet langer meer nodig bent. Maar ook dat is in principe een heel normaal proces. Mensen komen zomaar in je leven en stappen er even plotseling weer uit. Net twitterfollowers of facebookvrienden. Ineens, zonder dat je de echte reden kent, zijn ze verdwenen. Floep. Dag vriend(in), zwaai zwaai, het ga je goed… Het mag dan normaal zijn, ik word er toch een beetje neerslachtig van. Ik weet dat ik ’t niet moet doen maar ik ga me dan dus afvragen wat ik fout gedaan of gezegd heb. Niet doen…

En dan die rotpijn die maar niet weggaat. Soms wat minder wordt maar nooit voor lang. Rug. Nek. Hoofd. Knie. Ik ken de oorzaak wel hoor, niks engs of chronisch aan, maar het maakt dat ik me een oud wief voel. Ik sport des te meer, in de hoop ooit weer ‘fit’ te worden (het ‘slank’ heb ik inmiddels bíjna alweer opgegeven, ik moet na 41 jaar vaststellen dat ik niet voor slank in de wieg gelegd ben maar ik was ’t zó graag geweest hè. In mijn hoofd ben ik een slank mens maar mijn lichaam werkt niet mee.  Maar dan moet je ook niet een hele doos kersenbonbons in een moment van verstandsverbijstering naar binnen werken. Nou ja. Dan maar fit & fat ofzo…). En dan zijn er nog een aantal dingen die ik hier niet kan en niet wil noemen of vertellen. Te privé, dus gewoon niet.

Pijn. Verdriet. Zorgen.
Verliezen. Stress. Faalangst.
Afvalsores. Verlatingsangst.
Nog meer verdriet. Frustratie.
Dat.
Dus.
Niks onoverkomelijks.
Er zijn ergere dingen in de wereld.
Véél ergere dingen.
Zelfs in mijn directe omgeving.
Dus.

Laat mij daarom maar fijn sudderen. Ik zal dan ook gewoon doorgaan met repareren, werken, vrolijk worden, liefhebben, ontzorgen, ontstressen, minder vreten en meer sporten.  Beloofd.  En OOIT (wat een stom woord) komt alles GOED (wat een mooi woord).
Goed?

Maar laat me nu maar even.
Ik moet het toch zelluf doen.

Life is a beautiful balance of holding on and letting go.

Ik ook van jullie.

XXX

.

(tjeejjzus, nu ik ‘m gepubliceerd heb, zie ik pas wat voor rotlap tekst dit is. Nou ja. Sorry daarvoor.)

Op

Dat is ‘t.
De koek is op.

De sociale communicatiekoek zeg maar. Ik heb er momenteel de energie niet voor. Het is misschien lullig maar het is wel zo. Ik vermoed dat een winterdepressie-achtig iets er mede schuldig aan is. Ik ben moe, uitgeblust, gedemotiveerd, nog moeier, heb een hoop pijn (rug, nek, hoofd), weinig energie en nergens zin in. Een griepje onder de leden, dat zou ook nog kunnen. Alles doet zeer. Hoofdpijn, de tranen redelijk hoog. Dat dus.

En dan heb ik dus geen zin meer in communiceren. Het hoogstnodige wel (en dat ‘hoogstnodige’ neemt dan vooral de vorm van m’n lieve zus en mijn pap&mam aan) maar verder ben ik enkel redelijk stilletjes op de achtergrond aanwezig. Een plek die me op dit moment eigenlijk wel heel goed bevalt. Klep dicht en koekeloeren. Is nieuw voor mij. Maar ’t bevalt. Ik ben er wel, ik lees wel wat maar ben niet echt merkbaar. Een dag als gisteren geeft me dan wel weer een kleine boost, dat wel. Dan merk je weer wat écht belangrijk is. Maar vandaag was het weer redelijk slopend hoewel het toch ook wel gezellig was bij onze vrienden. Maar het moeten praten, het gezellig moeten zijn, het geïnteresseerd moeten blijven, dat was vandaag ergens moeilijk op te brengen. Ik was vanmiddag werkelijk het liefst weer in mijn bed gekropen, opgerold, dekens over de neus, slapen. Was zelfs vergeten om mijn mobiel mee te nemen en dat wil wat zeggen. Ik heb ’t ding ook niet echt gemist. Dat zegt misschien wel nóg meer.

Ik schrijf daarentegen nog wel graag (vandaar ook dit blog weer). Dat is namelijk toch hoofdzakelijk een éénzijdig iets. Ik ratel er op los en men leest ’t als het hen past. Of niet. Ook goed. Reacties zijn altijd fijn (heel fijn zelfs), maar ik voel me niet standaard verplicht om daar dan weer op te reageren. Soms doe ik dat, soms ook niet (vergeef mij). Daarom is een blog ook zo’n lekker iets. Ik pleur erin waar ik over pieker, wat ik denk, wat er aan onzin in mijn hoofd rondspookt en wat me bezig houdt. Dat kan door anderen als saai of irritant ervaren worden, ook dat vind ik best. ‘t-Is mijn blog. En mijn hoofd…

Een hoofd dat raar werkt, ik weet er alles van. Een maalhoofd. Een piekerhoofd. Een zwaar hoofd. Een intern meervoudig hoofd… Een liefst verdoofd hoofd. Ik verzuchtte het al eerder: ik wou dat ik een knop had waarmee ik in m’n bovenkamer de boel gewoon uit kon doen. Als een lampje. Klik. Uit.  Niks meer denken, geen gepieker, geen vergeten dingen, geen moeten, geen pijn. Gewoon UIT. Maar zo’n knop heb ik niet en daarom ben ik dus niet ‘uit’ maar ‘op’. Van m’n eigen gedachten en gemaal. Ik kan bij wijze van spreken nog nadenken over waarom ik nu toch ineens weer een blog typ. Had ik er dan zo’n  zin in? Moest ik nou echt iets kwijt? Waarom typ ik? Waarom typ ik nu precies DIT?? Wat is überhaupt de zin van bloggen? Het is eigenlijk een redelijk onzinnige bezigheid. Je schrijft je hoofdinhoud op en laat anderen nog meegenieten ook. Maar eigenlijk kan ik het allemaal net zo goed weer met een pen in een boekje schrijven, zoals ik dat vroeger deed. M’n gedachtenboekjes van toen (hier een voorbeeld van mijn 1.0-schrijfsels…) waren (en zijn) goud waard. Voor mij dan. Alleen voor mij…

Als ik dan zo zit te typen zie ik dat m’n man wél een UITknop heeft. Die gooit de TV aan (‘click’), klikt naar kanaal 18 (Arte, steevast garant voor oersaaie documentaires) (‘click-click’), propt een kussen onder z’n hoofd en slaapt. Uit. Klaar. En ronken maar. De TV loopt naar mijn mening werkelijk voor niks te blaten, maar als ik ‘m uit doe, is man meteen weer wakker dus ergens heeft het ding toch overduidelijk een slaapverwekkende werking. Blijft die TV aan, blijft hij uit.

Wáárom kan ik dat nou niet… *jaloers naar ronkende man kijkt*

Ik pak zuchtend het laatste glas weekendwijn (het ís nog weekend hè) en typ er maar weer op los.
Wat anders kan ik blijkbaar niet.

I’ll be back. Da’s een ding wat zeker is…

Een kerstgedachte

Inmiddels is ook die tweede kerstdag alweer bijna voorbij. Het grote gebeuren is achter de rug en ik mijmer wat over wat nou echt belangrijk is met de kerst. Wat is kerst überhaupt… Rare naam ook. Kerst. Kerrrsst. Kers, kerser, kerst. Zoiets…

Kerst komt natuurlijk van Christus en het woord Kerstmis werd oorspronkelijk alleen maar gebruikt als betiteling voor de mis die ter ere van de geboorte van Christus werd opgedragen: de kerst-mis dus. In de Middeleeuwen waren dat op de avond van de geboorte dus speciale nachtmissen. In het oud-Engels sprak men over Christes maesse, oftewel de mis van Christus, Christmas…

Ik persoonlijk vier niet de geboorte van Christus. Het zal me volledig om ’t even wezen of die man ooit geboren is of niet. Voor mij is dat betekenisloos. Wat mij betreft kunnen we kerstmis dus ook gewoon herbenoemen in bijvoorbeeld het Lichtfeest o.i.d. (in navolging van het Suikerfeest, gheheh). Want dát vier ik, als heidense heks: het midwinterfeest. Ik vier dat de dagen weer langer worden, er weer meer licht en warmte komt. kerstgedachte1Voor mij is ‘kerst’ iets wat ik vier met mijn liefsten, de mensen die me dierbaar zijn. Het feit dát ik dierbaren heb. De warmte van de liefde en het licht. Mijn gezin, mijn ouders, schoonmama, zus/schoonzussen met familie, lieve vrienden, gewoon alle mensen die ik lief heb en waarvan ik weet dat ze mij lief hebben. Dat is wat ik vier want zo vanzelfsprekend is dat niet, helaas. Teveel eenzame mensen, teveel ellende en verdriet…

Maar terug naar de materie. De kerstgedachte. En al die kadobergen die daar mee gepaard moeten gaan. Ik kan er niet aan wennen… Op kerstavond (de 24e dus) hadden we de eerste ronde. De thuiswedstrijd. Op zich een uiterst aangename, relaxte dag, gewandeld in de zompige resten van gesmolten sneeuw, lol met de buren, heerlijk gegourmet met de kinderen en, natuurlijk, pakjes onder de boom met échte kerstboomkaarsjes (en een brandblusser in de aanslag). De kinderen waren tevreden met hun kadootjes (hoewel dochter gelijk even voor de zekerheid vroeg: “maar morgen komt de rest hè??” – pffff… welke rest?), speelden er gelijk op los, gingen vergenoegd naar bed en wij keken nog een film onder het genot van een wijntje en veel kaarslicht. Op naar 1e kerstdag.

Vroeg ontbijten want het middageten bij schoonma is nooit ‘licht’ en altijd tussen twaalf en één. Nog even de laatste spullen in de auto proppen en op naar ’t noorden, alwaar de Schnitzels al in de olie lagen te  pruttelen, de frkerstgedachte4iteuses voor de frieten al op standby stonden en de bonensalade al voorgeproefd was. Tegen de middag was iedereen present en werd er – hoe opzienbarend – gegeten. Vrijwel vlekkeloos aansluitend kwam de koffie met notentaart en kerstkoekjes, waarna ook meteen de champagne (met nog meer kerstkoekjes) opgediend werd. Nu barst ik zonder eten al redelijk uit mijn voegen maar na deze gang stond ik echt op knappen. Afslaan is geen optie.kerstgedachte3

Een korte wandeling met als doel: de kerk. Verplicht nummer want daar is een kerststalletje dat aanbeden moet worden. Ik ben maar bij de deur blijven staan en bij de eerste gelegenheid weer naar buiten geslopen, in de frisse lucht wachtende tot het kerkbezoek klaar was. Ik heb simpelweg een grondige hekel aan kerken. Thuisgekomen werden op slinkse wijze snel de bérgen kado’s onder de met wederom echte kaarsjes uitgedoste boom gedeponeerd en moest er weer gegeten worden: dit keer braadworstjes met brood en zuurkool. Ik heb de braadworsten afgeslagen, ik kon echt niet meer (en ik hou niet van varkensvlees).

Daarna bleek het kerstkindje daadwerkelijk nog een keer langs gevlogen te zijn: de kerstboomkaarsjes brandden en de kadoberg eronder was van het kaliber K9. Ongelooflijk, zó veel. Maar de gretig uitgestrekte kindervingertjes moesten nog even weer ingetrokken worden: eerst klarinetmuziek (was mooi!), bijbellezen (niet mijn ding), blokfluitspel (okerstgedachte2ok mooi!) en gezang (geen evaluatie mogelijk). Helaas zijn zoon en dochter minder begaafd op al die muzikale gebieden (en een drumstel is ook moeilijk onder de arm mee te nemen) dus hun aandeel in het ‘voorspel’ bleef, zoals ook in voorgaande jaren, nihil. Eindelijk kon het gegraai en geruk in de kado-alpen beginnen. In minder dan 15 minuten was alles uitgepakt en opgestapeld, waren de massa’s papier en paklint overal verstrooid en de kinderen vlijtig aan ’t vergelijken wie er het meeste moois gekregen had. En natuurlijk had ik, zoals elk jaar, zelf weer het gevoel lichtelijk gefaald te hebben in de eeuwige wedstrijd ‘beste-en-duurste-kado’s-voor-‘t-kroost-kopen’, hoezeer ik – naar mijn eigen inschatting – ook mijn best gedaan heb.

Het staat me zo tegen… ik weet niet eens waar ik al dat nieuwe speelgoed van de kinderen moet laten. Waarom zoveel… waarom schijnen deze hoeveelheden bij kerst te horen… één leuk kado doet ’t ‘em toch eigenlijk ook? Maar er lijkt geen weg terug. Enkel nog de road to more-bigger-better. Ergens word ik er toch een beetje mismoedig van. Voor mijn gevoel is die geboortedag van dat kindeke één grote commerciële happening. Is Sinterklaas natuurlijk ook hoor, maar die man ging nu eenmaal over dat soort dingen. Dit moet dan een christelijk en bezonnen gebeuren zijn, maar onder het mom van wat gezang en de één of andere bijbeltekst gaat het toch éigenlijk enkel nog om de kado’s. En het vele eten. Dat ook. Hoe hypocriet.

Op dit moment (ja inderdaad, naar aanleiding van die verbijsterende kerstkreten van die roomse man met ’t hoedje) ben ik zelfs druk bezig om mezelf helemaal uit die rooms-katholieke kerk te krijgen want enkel uitschrijven doet de truc niet: je blijft dan nog steeds als lid te boek staan in Rome én je blijft geregistreerd in het doopregister want de doop schept volgens de kerk een onuitwisbare band tussen het kind en de god in kwestie. Maar wat nou als dat kind die band helemaal niet wíl? Dan maar op de priesterse wijze, een ‘gedwongen’ band? Dank je de koekoek… Maar wat een gedoe is dat, dat ‘ontdopen’. Vier tot vijf brieven waarvan één zelfs aan het bisdom (welk bisdom??) of direct naar Rome (“Ongeachte meneer de Paus, bij deze bladiebla…”). Het lijkt wel een sekte, je komt er met goed fatsoen nooit meer uit… Maar met de onbegrijpelijke uitlatingen van zo’n duidelijk idiote paus die denkt te weten (of zelfs te kunnen bepalen) wat de essentie van het menselijke wezen is, wil ik echt niet meer tot deze middeleeuwse club gerekend worden, zelfs niet op papier. Tot voorheen deed ’t me weinig. Nu ben ik het zat. Doorstrepen die boel. Wat voor een kerstgedachte is dat zeg…

Nee, geef mij dan maar de heidense kerstvariant. Veel warmte en licht in de vorm van kaarsjes en licht, veel leven(svreugde) in de vorm van een mooie boom, veel (naasten)liefde om je heen en bewust genieten van de dingen die je gegeven worden of op je pad komen. Eventueel een klein kadootje als blijk van die genegenheid, ook prima. Een krachtige, intense gedachte aan de mensen die het bij lange na niet zo goed hebben als ik, aan mensen die in de ellende zitten, ziek zijn of veel verdriet hebben en even uit alle macht hopen dat het ook hen binnen afzienbare tijd weer beter gaat. Niet dat dat ook maar ene bal helpt, maar er bij stilstaan is wel het minste wat je kunt doen in tijden als deze. Dat hoort er voor mij ook bij. Donaties aan enkele uitgekozen goede doelen in de hoop in het algemeen ook nog ergens wat goeds te kunnen doen. Familie en vrienden opzoeken (ook al is dat voor mij dit keer dan een paar dagen na de kerst). Dát is voor mij kerst. Licht, warmte, liefde, hoop en acceptatie. Midwinter en zonnewende. Het liefst zonder die Mount Everest in kadopapier en zonder al die religieuze hypocrisie. Maar dat zal wel een eeuwig utopische kerstgedachte blijven…

Let there be light.
Love conquers all.