Kleuters en zandbakpolitiek – een analogie

Drie kleuters vermaken zich in een zandbak in de speeltuin. Ze bakken kledderige moddertaartjes op de betonnen omranding. De kleutertjes zijn het roerend met elkaar eens: deze hele zandbak is vanaf nu van hen. Hun wereld van bruine drab. Genoeg zand om mee te smijten. Er is dan ook écht geen plek voor de creaties van een ander.

Kleuter 4, een half jaartje ouder, zit in de andere hoek en bouwt daar in alle rust een bescheiden maar goed gefundeerd zandkasteel, geheel naar eigen inzicht, creativiteit en visie.

bron: pixabay

Oprotten!

Kleuters 1, 2 en 3 vinden nummer 4 dom. En het zandkasteel heel stom, want het staat daar te gloren in HUN zandbak. Kleuter 4 past niet in hun zandwereld. Al die rare bouwideeën zijn maar wát irritant. Daarom grijpt de eerste al snel een van de moddertaartjes en smijt het in de richting van het irritante zandkasteel. Kleuter 4 kijkt even geërgerd op en bromt: “Laat me met rust. Ik mag hier ook spelen. De zandbak is groot genoeg.”

“Jij moet je kop dicht houden, jankerd!”
De volgende, iets grotere moddertaart volgt prompt.
“Ga ergens anders spelen, stommerik, maar blijf bij ons superintelli’s uit de buurt!” gilt nummer één.
“Haha, moet je jou zien, hóé DOM kan iemand zijn om zo’n idioot prutskasteel te bouwen?” schampert nummer twee.
“WIJ bepalen hier wat er gebouwd wordt! En ook waar. Én waarom. JIJ moet gewoon lekker oprotten!” Nummer drie wijst priemend met zijn middelvingertje naar kleuter 4.

Jij bent dom

“Waarom dan?” waagt kleuter 4 – nog steeds kalm – te vragen. “Ik mag maken wat ik wil, wat ík goed vind. Deze zandbak is van iedereen, dus ik heb jullie toestemming helemaal niet nodig.”
“Jawel! Dat heb je wél. Jij mag hier niet zijn, want jij bent zó ontzettend giga dom!”
“Kun je misschien ook nog iets anders zeggen dan ‘dom’?” vraagt kleuter 4.
“Oh, ja hoor: jij stinkt! En je jankt de hele tijd.”
“Ik jank niet. Ik zeg gewoon zo nu en dan wat ik vind.”
“Há, maar je stinkt dus wel! Want dát ontken je niet. En jij vindt alleen maar rare dingen. Pas als jij doet en vindt, wat wij ook doen en vinden, dán mag je hier zitten en misschien zelfs nog iets zeggen.”
Ondertussen gaat het bombardement gewoon door.

bron: pixabay

Kleuter 4 bewaart stoïcijns de rust en reageert – ondanks alles wat haar naar ’t hoofd geslingerd wordt – niet meer. Kleuter 4 is namelijk al nét iets verstandiger dan de schreeuwertjes en weet, dat je andere dreinende, krijsende, tierende, wijzende en modder gooiende roeptoeterkleuters gewoon moet negeren. Een normale discussie is toch niet mogelijk. Wel alert blijven natuurlijk, maar niet meer reageren. Dan is de lol er vast gauw vanaf. Ze buigt zich weer over haar eigen werk.

Feet. Butt. No pain.

Helaas. Werkt niet. Nu gaan de pestkoppen helemaal over de rooie. Drie paar voeten, één reet. Echt pijn doet het niet. Het kriebelt een beetje. Watjes. Grinnikend draait ze zich om en kijkt, enigszins verbaasd, in drie inmiddels rood aangelopen, van haat verwrongen gezichten.

“Zal je leren, jij zeikwijf! Hysterisch mokkel! Leeghoofdig grietje! Emotioneel incontinente borderliner! Het is niet te geloven hoe iemand zó dom kan zijn. Luister, wij zéggen toch dat je DOM bent? Dan ben je het dus ook! Ga nou eens snel weg hier?!”

Stijlloos GeTrumpetter

Moment. Dat laatste is toch helemaal geen kleuterscheldpartij? Nee, dat is gewoon een zoveelste door-het-slijk-trek-actie van steeds weer dezelfde meute stijlloze scheldkoppen met schoolpleinmentaliteit. Volwassen kinderen die op zolderkamers achter laptops wegkwijnen en zich de socmed-vingers blauw typen, wegens gebrek aan echt léven. En aan enige doordachte, steekhoudende argumenten. Om het hardst schreeuwen en uitjouwen (daar is trouwens een nieuw werkwoord voor: ‘Trumpetteren’), dan bindt de rest met een beetje geluk wel in. Bij voldoende intimidatie houden ze misschien zelfs voorgoed hun klep. Hartstikke handig.

Schoolvoorbeeldje van ‘één op één’

Ook één op één willen kleuters nog wel eens hard gillen als ze denken dat ze hun virtuele achterban op die manier mee krijgen. Een – al dan niet vooropgezet en zo ja, in dat geval nog kinderachtiger – schoolvoorbeeld daarvan: de twee overgebleven metro-columnisten, die elkaar in de boksring troffen. De één zet zichzelf totaal te kakken door ongelooflijke arrogantie, badinerende opmerkingen, loze uitspraken en een argumentatie van niks. ‘IK heb mijn mening het éérst geschreven in ONZE krant en ik heb veel meer likes en retweets dan jij, dus jij mag mij daar – in ONZE krant – niet meer op aanspreken. Ga maar ergens anders heen, amateur!’

Qué? Wat is dat voor redenering? Juist! De ultieme kleuterargumentatie. Vertaald naar de zandbakpolitiek klinkt dat zo:
‘IK heb ’t eerst geschreeuwd, dus JIJ moet vanaf nu, hier in MIJN zandbak, je bek houwe. Want ik ben véél populairder en jij bent niks.’

Zo gaat dat. Maar: de één blijft door kalmte, openheid en alertheid nog steeds een goede columnist, de ander degradeert zichzelf tot een eeuwig hetzelfde liedje roeptoeterende jij-bakker. Hop, even flink afzeiken en uitschelden. Op de persoon, graag. Op de manier waarop dat bij iedereen gedaan wordt. Wiens opvatting niet bevalt. Wiens mening niet in ’t eigen straatje past. Want zulke meningen zíjn immers geen meningen, maar slechts uitermate ‘lastig en dom’. Toch?

Stelletje kleuters. Ga echte taarten bakken.
Grow up.

bron: pixabay


Deze blog is eerder verschenen op: HoeVrouwenDenken.nl

De teloorgang van het ‘nieuws’

“The nature of news is that it influences public opinion, so how do you prove or prevent news that seeks to do that?” (Lisa Graves, Center for Media and Democracy)

Het hedendaagse nieuws is geen nieuws. Het is namelijk al lang geen objectieve berichtgeving meer: het is enkel dat, wat u mag zien en lezen, geselecteerde rapportage van datgene wat de publicerende partij geschikt vindt voor zijn publiek. Dat hedendaagse ‘nieuws’ en die tegenwoordige berichtgeving zijn één grote sneue bedoening.

Kritiek leveren mag niet meer, want belanghebbenden.
De burger objectief informeren is uit den boze, want belanghebbenden.
Een onafhankelijke column schrijven is er niet meer bij, want belanghebbenden.

En al die belanghebbenden zijn dan ook nooit te beroerd om je op welke manier dan ook de mond te snoeren. Een aanslag op het vliegveld in Brussel door de IS is nieuws. Een nog veel grotere aanslag op de universiteit in Mosoel door de US is het niet. Dat laatste is namelijk niet goed voor ons om te weten. Vinden die belanghebbenden.

Maar wie zíjn dat dan, zult u zich waarschijnlijk afvragen. Wel, dat hangt ervan af wie de correspondent, de journalist of de columnist is, die de tekst schrijft. De belanghebbende namelijk is diens werk- of opdrachtgever. Niemand is volledig onafhankelijk.

Een correspondent van een door de BBG (Broadcasting Board of Governers) gecontroleerde US-zender zal niet objectief kunnen of mogen rapporteren over door de USA gepleegde bombardementen. De dodentallen worden successievelijk gereduceerd, de rechtmatigheid geëtaleerd, de goede motieven geaccentueerd. Alles om de angstige burger de indruk te geven dat de moordactie noodzakelijk was. De politiek is bij afwijkende berichtgeving niet bij gebaat. En de politiek bepaalt.

Een voor een medisch-wetenschappelijk blad schrijvende journalist zal geen verslag mogen doen van de werkzaamheid van homeopathische middelen, de effectiviteit van alternatieve geneeswijzen of van een mogelijk revolutionaire doorbraak in de genezing van een dodelijke ziekte met behulp van een heel gangbaar en goedkoop medicijn. Het blad wordt namelijk toevallig gesubsidieerd door een groot farmaceutisch concern, en die heeft daar absoluut geen belang bij. Integendeel. En de financier bepaalt.

Daarentegen wordt een columnist geacht vrij te zijn in tekstformulering. Ja, een columnist mag bij wijze van spreken zelfs een leugen waar liegen: in dit geval de tekst is per slot van rekening een opiniërende column, géén ‘objectief’ journalistiek stuk. Kritiek moet in die zin mogelijk zijn, óók op de organisatie waarvoor de columnist schrijft. Maar de opdrachtgever van die betreffende columnist, bijvoorbeeld een gratis dagblad, is op zijn beurt weer afhankelijk van het overkoepelend management van de groep waartoe het blad toevallig behoort. En zelfs die ‘vogelvrije’ columnist is nu dus lamgeslagen en mag niet meer in eigen nest schijten. Het dagblad bepaalt.

Waar is dan in vredesnaam de objectiviteit gebleven? Waar zijn er nog mogelijkheden om de nodige kritiek te leveren op (delen van) de organisatie waar je voor werkt? En waar is de capaciteit tot zelfreflectie gebleven, wanneer iemand je die oh zo noodzakelijke spiegel voorhoudt?

Kritiek leveren op het huis van ‘de concurrent’ is natuurlijk prachtig. Dát mag. Maar een kritische blik op de louche inrichting van kamers in het eigen onderkomen, is uit den boze. Waar men juist blij zou moeten zijn met een uitgesproken mening over en een nieuw perspectief op de eigen organisatie, wordt angstvallig gecensureerd. “Dit publiceren we niet, want dan hebben we stront aan de knikker en wordt de geldkraan dichtgedraaid.”

Dat gebeurde vandaag. En daarom werd DIT niet gepubliceerd in het grootste gratis dagblad van Nederland. Ik noem maar geen namen. Daar houden ze niet zo van.

Triest.