Opgeven mag

Wezenloos staart hij uit het raam. Het ongenadig harde hout van de keukenstoel voelt hij tot diep in de broze botten van zijn zitvlak. Een paar uitgebluste en eindeloos vermoeide ogen kijkt langs de flats naar het donkergrijze water in de verte. Hij steunt met beide handen en kin op het handvat van zijn stok. Er glinstert vocht in zijn ogen. Alles is zinloos. Grauw. Eenzaam. Niets is het nog waard om voor door te gaan. Hij slaat zijn blik neer en perst de weerbarstige tranen uit zijn ooghoeken. Ze vloeien samen onder zijn neus. Een zilte smaak op zijn droge lippen.

Ze was de liefde van zijn leven, zijn hele leven lang. Haar ogen waren altijd de mooiste, de diepste en meest liefdevolle gebleven, zelfs toen ze langzaam maar zeker uitdoofden. Tranen van vreugde moesten de laatste jaren steeds vaker plaats maken voor tranen van pijn. En wanhoop. Toch bleef daar die glans. De glinstering en de fierheid van haar levenswil, die nooit door steeds dieper wordende rimpels en bovenlipgroefjes overschaduwd werd, weerspiegeld in haar lach. In al haar uren van lijden was ze onvermoeibaar moedig gebleven. Sterk. Positief. En de zijne. Maar ze had oneindig geleden. En alleen hij wist hoe zeer…

Ook nu kan hij zich de vibraties van haar zachte, diepe maar steeds zwakker wordende stem weer exact voor de geest te halen. Haar fluisterende, warme ademzuchten in zijn gehoorgang. Haar rozige geur, halsstarrig verankerd in zijn neusharen. 

Een glimpje zon valt op zijn knokige vingers. Maar in zijn beleving is er geen plaats meer voor zon of warmte. Er is enkel nog plek voor donkere wolken. En voor orkaanwinden waar hij onophoudelijk tegenin zal moeten blijven worstelen. Elke dag opnieuw. Elke nacht een eenzame kwelling.

Vierenzestig jaar lang was zij de zin geweest. De verlichting en de vreugde. Zijn basis en zijn bestaansreden. En nu, nu weet hij niet meer hoe dat leven nog te doorleven valt. Het beste deel van zichzelf, het deel dat zij in hem was, is voorgoed verloren gegaan. Zijn leven is het zijne niet meer. Wat een nutteloos recht is het geworden, dat recht om te voort te bestaan. Geen liefde zal haar ooit kunnen evenaren. Nee, nieuwe liefde bestáát simpelweg niet.

Hij heeft er lang genoeg over nagedacht. Lang genoeg om te weten, dat hij niets meer blieft van dit hier en nu. De wijkverpleegster zegt hem telkens weer dat hij op moet passen voor een depressie. Dat hij zich op andere dingen moet concentreren om niet op elk moment van de dag aan haar te hoeven denken. Wat nou depressie? En welke dingen dan? Hij kán haar niet zomaar uit zijn gedachten wissen, niet ontkennen, niet níet missen, niet één seconde vergeten.

Langzaam staat hij op. Zijn knieën trillen. Licht voorover gebogen en nog zwaarder op de stok leunend, opent hij de deur naar het balkon van de schamele, totale leegte uitwasemende seniorenflat, de houten stoel voetje voor voetje achter zich aan trekkend. Acht hoog is een mooie hoogte, maar het uitzicht op de haven, waar hij tot zijn pensioen vol overgave zijn werk mocht doen, wordt hem sinds een krap jaar door een betonnen kantoorflat ontnomen. Ach, hij ziet het immers het kille water nog.

Tastend en wiebelend klimt hij op de zitting. Sluit zijn ogen, ziet haar beneden in het plantsoen weer staan. Ze wuift. Zoals altijd. De twijfel over het verkozen einde slaat toe. Is het dan zo verkeerd om dat waardeloos geworden bestaansrecht nu op te geven? Zo verkeerd om haar gedachteloos te willen volgen? Zo verkeerd om zijn gezicht voorgoed van dat felle, ondraaglijk verblindende licht, dat een restleven vol gemis enkel nog is, af te wenden? De dieptes van zijn verdriet schreeuwen hem uit alle macht toe. Toch hoort hij haar zachte stem, dwars door het geraas in zijn hoofd heen. “Volg, mijn lieve lief. Opgeven mag.”

Een voet op de balustrade.
Een weloverwogen stap.
Een recht op leven ingeleverd.






Vandaag precies twee jaar geleden schreef ik deze tekst vanuit een opwelling. Een schrijfimpuls voortkomende uit een song die ik destijds vaak luisterde. U mag raden welke song. En nee, het is niet ‘Love is all’.

Liet vrij

Al mijn ‘toen’. Dat was met jou.
Een verleden zwanger van ’t leven.
Door de jaren roerloos heengegaan.
Kunnen we ’t nu niets meer geven.

Jij wou die verre einden lopen
Ik wilde enkel hoger springen.
Jij wou niet praten, op meer hopen.
Ik wilde zó veel liever zingen…

Jij schoot wortels, meters diep
Ik had ineens vleugels gekregen.
En de stilte die ons zo luid riep
Hebben we samen bruut doodgezwegen.

Mijn hart slaat sneller dan dat van jou.
Nooit meer synchroon en zo vol pijn.
We stralen veel harder zonder elkaar.
Dan heeft het wellicht zo moeten zijn.

Voelde me jonger. Wist niet waarom.
Jij voelde je misplaatst. Bal naast de stip
Zo vielen we tergend langzaam om.
Verloren we meer en meer de grip.

Ik snapte dat jij er niets van snapt.
Ik begreep dat jij het niet bevat.
Waarom was alles dan níets waard?
Er volgde een lawine. ’t Grote gat.

We vergaten enkel te bewegen.
Was ik ervoor, was jij ertegen.
En nu, nu gaan we dus toch
voorgoed gescheiden wegen.

Mijn hart slaat sneller dan dat van jou.
Nooit meer synchroon en zo vol pijn.
We stralen veel harder zonder elkaar.
Dan heeft het wellicht zo moeten zijn.

Rest ons dat ene verstokte ritueel,
waar de één de ander vermijdt
Zien al niet meer, wat ons verbond,
enkel nog al dat, wat ons scheidt.

We moeten ademen en weer groeien
elkaar niet langer meer vermoeien
Daar waar we onszelf opnieuw ontmoeten
Krijgen wegen weer handen en voeten.

Wegen die altijd verbonden blijven
Alleen lopen wij ze nu niet meer samen
Al mijn ‘nu’ ligt ergens anders
We gingen sneller dan we ooit kwamen.

Ik liet je vrij. We blijven verbonden.
Ik liet je vrij. Laat jou weer je leven.
Ik liet mij vrij. Lik ons beider wonden.
Ik liet mij vrij. Kunnen we vergeven…

=================================

geïnspireerd door (en deels vertaald vanuit) de prachtige song van Andreas Bourani – Auf Anderen Wegen

doodgehoaxt

Als je iemand tien jaar geleden zou zeggen dat er at this very moment een persoon doodgehoaxt wordt, dan zou diegene waarschijnlijk de eerste de beste kliniek voor geestesgestoorden bellen om te vragen of ze nog een plekje voor je vrij hebben. Goed, Lou Reed blijkt dan vandaag echt overleden te zijn, wat op zich weer níet goed en zelfs een groot verlies voor de muzikale wereld is, maar de hoaxdood van Mel Gibson (“auto-ongeluk in Australië”) hakte er bij mij toch even in. En als ik live mee had gekregen dat Johnny Depp in 2010 ook al een keer voor hartstikke dood verklaard is geweest, had me dat ook niet koud gelaten. Hoe naïef kun je zijn… Wat kun je nog geloven vandaag de dag??

hoax2Het is niks nieuws, die doodshoaxes. Dat niet. In 1969 was er al een wereldberoemde death hoax: “Paul is dead”. Paul McCartney zou dood zijn – een verhaal dat door een paar Amerikaanse studenten in de wereld werd gezet – maar was dat dus niet. McCartney zou al in 1966 eveneens bij een auto-ongeluk om het leven zijn gekomen en heimelijk vervangen door een look-alike. Het verhaal werd groot. Heel groot. En probeer dan maar eens te bewijzen, dat jij echt niet dood bent en écht je levende zelf bent… Zelfs na de tweede wereldoorlog ontstonden er al hoaxes over de dood van bijvoorbeeld Frank Sinatra en Charlie Chaplin. So what’s new…

Wat er nieuw is, is de verspreidingssnelheid van dat nieuws. Toen duurde het nog een halve eeuwigheid voordat zulk nieuws bij het onderste volk aan kwam. Nu duurt dat een paar seconden. Social media to the max. Je schreeuwt iets in de ruimte en men deelt het. Zo ook de dood van celebs. Wat is er mooier dan een shocking nhoaxieuwtje en duizenden clicks, likes en shares… Even de aansteker van facebook en twitter eronder en whammoooooo, dood ben je.

Helaas Lou, voor jou was de hoax er slechts eentje dat je nog niet dood was.

Another Lou has left us.
It’s no longer such a Perfect Day…

kermis

Het is verbazingwekkend hoeveel mensen er in je leven zoal voorbij rollen.
Het ene moment zijn ze alles voor je, overdonderen je, laten je opleven. Geven je precies dat wat je nodig hebt. En jij hen.

Two worlds collided.kkerm

Je denkt dat diegene blijft. Voor eeuwig. Of in ieder geval tot aan het einde van de tijd van één van jullie. Dit zit goed. Verrijking. Liefde. Lot.

Never tear us apart.

Maar dan, dan ineens is je lotgenoot, je destiny, zomaar doorgelopen. Doorgehold, naar de volgende levensuitdaging. En toegegeven, je merkte het in eerste instantie niet eens… Het intense contact wordt langzaamaan weer oppervlakkig. En dan nihil…

Worlds drifted apart.

Ach wat nou voor werelden. Het is allemaal één en dezelfde aardkloot… Die personen lopen nog steeds om je heen, enkel nu in ietwat wijdere (of nóg wijdere) kringen. Niet meer in jouw golden circle. Enkel nog een bittere nasmaak, ergens achterop je tong…

Worlds collapsed.
(Maar dát zong Michael nou net weer niet)

Wat wil je nou… dat er om je na getreurd wordt? Dat er gerealiseerd wordt, wat voor onbetaalbare brok goud hij/zij zomaar links heeft laten liggen? Dat diegene éigenlijk spijt heeft als haren in een hooiberg, als stralen van de dark side of the moon, als een kip met een dubbele kop…

Ja.
Dat wil je.

Dus profileer je je opnieuw. Zoekt dat nieuwe daglicht dat jou kan beschijnen zoals het daglicht betaamt. Je blaat in het rond dat het voorrrralll beter voor jou is zo: “Oh my… your loss, dear!!” En dan vooral heel hard zelf geloven dat het ook daadwerkelijk een verlies is voor die ander. Daar wringt de pantoffel dan toch weer enigszins, want meestal is dat dus niet zo. Auw. Blaren. Enzo. Je gaat een “kijk mij, ik ben zelfs méér dan goed genoeg!!”-air vertonen. Vooral ook om je onzekerheid te bedekken onder een dun laagje goedkope glitternagellak. Je post een ongegeneerd portfolio aan hooggestylde foto’s op alle relevante social media, in de hoop dat de dumper ze ziet en denkt “ooooh… wat heb ik gedaan… waarom heb ik jou nu niet meer…” Als klapper op de vuurpijl word je in allerijl een slanke den, vastklampend hopende dat je nu dan eindelijk weer terug in de gratie valt [het moge aan de hand van dat laatste voorbeeld in ieder geval duidelijk zijn dat dit alles met de grootste zekerheid níet over mij gaat, ik val namelijk voor geen meter af. Oh en nee, het gaat ook niet over jóu 😉 Het gaat namelijk over de algehele onzekerheid in persona, het bijbehorende losergevoel en over de wereld die door rolt. Of zoiets].

Je probeert je algehele imago op te krikken.
Megacoole dingen doen.
Stoute dingen. Onwijze dingen.
In pure excessie.
I’m bad. Really, really bad.
Too bad.

Wat een verrekte kouwe kermis…

I told you that we could fly,
‘cause we all have wings.
But some of us don’t know why…

En dan kom je thuis.
Out excess.
Rotkermis…

_________________________________________
bron songtext: INXS – Never tear us apart

© Lou

forever young?

Alle wegen die we hadden moeten nemen, zijn vol met bochten…
Alle lichten die ons daarheen hadden moeten leiden, zijn enkel verblindend.
Er zijn zoveel dingen die ik je had willen zeggen, maar ik weet niet hoe.
Want misschien ben jij uiteindelijk tóch degene die mij gaat redden…

Alleen heb ik geen idee waar je bent, mijn schat.

Maar laten we eerst in stijl dansen, al is het maar voor heel even.
De hemel kan wel kort wachten terwijl wij de lucht bestuderen…
We hopen op het beste maar verwachten het ergste.
Ik zou voor altijd jong willen zijn, ja, dan zou ik ook wel altijd willen leven.

Althans, met jou. Maar toch ergens ook weer niet…

Ik kan me niks herinneren, weet niet of dit waar is of een droom.
Diep in mij wil ik enkel nog schreeuwen maar de stilte stopt me…
Nu de wereld weg is, ben ik enkel nog één. Sta me bij.
Ik kan niet leven maar ook niet sterven, gevangen in mij.

Niet dat dat een straf is. In mij is het goed.

Maar degene voor wie jij me waarschuwde, degene waarvan jij zei
dat ik wel zonder kon. Ik kan niet zonder. We zitten diep in de shit,
echt waar. Maar ga nu niet tegen me preken… Help mij??
Ik hou van hem. Echt, ik hou zoveel van hem…

Jemig, wat een ellende, die liefde. Maar het komt wel goed….

Haar haar herinnert me aan dat ene veilige plekje
waar ik me als kind kon verstoppen, hopend dat de donder
en de regen wel onopgemerkt aan mij voorbij zouden gaan…
Maar waar gaan we dan nu heen, lief kind van me??

Zover mijn ogen kunnen zien, schaduwen die op me afkomen.

En voor degenen die ik inmiddels heb achtergelaten
Ik wil dat jullie weten, dat jullie altijd in mijn diepste gedachten waren
Jullie volgen me waar ik ook ga… maar als ik oud en wijs ben,
Betekenen al die bittere woorden niks meer voor mij.

Herinner je enkel nog, dat je ooit een vriend van me was…

.

(Anyway, ik ben mij er natuurlijk geheel en al van bewust dat dit allemaal songtekstinterpretaties zijn met hier en daar een eigen tussenwerpsel. The tag says it all. Bij deze bedankt Oasis, Alphaville, Nirvana, Madonna, Guns ’n Roses en Alan Parsons Project).

Applaus

Is mijn hand tot
een vuist gebald,
open jij mijn vingers en
legt je hand in mijn.
Je fluistert zinnen
zo goed doordacht
door al het lawaai heen
alsof ze een kompas zijn.

Applaus voor
al jouw woorden
zo waar en zacht.
Mijn hart opent zich
op het moment
dat jij lacht.

Is mijn aarde eens
een harde platte schijf
maak jij haar toch
weer heel en  rond.
Voert mij op
jouw tedere wijze
de verziendheid
uit jouw mond.

Applaus voor
jouw manier
die mij doet leven.
Ik wens zo zeer
dat je dit altijd
zult blijven geven…

Wil ik weer eens
met mijn harde hoofd
dwars door de muur,
druk jij mij een helm
en een hamer in de hand.

In jou brandt vuur…
.

.

.

Gebaseerd op de songtekst van “Applaus, applaus” van Sportfreunde Stiller.
.
prachtige song. Vind ik dan.

stomme spelletjes…

Je stond daar in de regen, zonder jas.
jij was altijd wel gek genoeg
voor zulke acties.
En ik keek naar je, vanuit m’n raam.
En altijd voelde ik me
alsof ík degene was die buiten stond
en bij jou naar binnen keek…

Jij was altijd het mysterieuze type
met je oh zo mooie ogen
en je warrige haar.
Je was nét gevoelig genoeg
om een goede indruk te maken,
maar toch te cool
om het je allemaal iets
te kunnen laten schelen.
En daar stond je, in de deuropening.
Je had eigenlijk niks te zeggen,
behalve één of andere opmerking
over het weer…

Nou, mocht je het niet gemerkt hebben,
mocht je het écht niet hebben gezien,
hier dan: Dit is mijn hart,
dat bloedt voor jou.
Dit ben ik, op mijn knieën…

En al deze domme spelletjes
verscheuren mij van binnen.
Jouw ondoordachte woorden
breken mijn hart…
Jij breekt mijn hart.

Je was elke ochtend weer een verschijning:
Rookte nonchalant je sigaret en
babbelde voort bij een kop koffie.
Jouw filosofieën over kunst,
dat barok je echt wat deed.
En dat je van Mozart hield.
En je praatte over de mensen
waar JIJ van hield.
Terwijl ik maar  wat onhandig
m’n gitaar stemde…

Vergeef me, ik geloof dat ik je
met iemand verwisseld heb:
Met iemand voor wie ik wél
wat uitmaakte.
Iemand meer zoals ikzelf.

En deze stomme spelletjes
scheuren mij…
JIJ scheurt mij,
scheurt me uit elkaar.
En je ondoordachte woorden
breken opnieuw mijn hart.
Je breekt m’n hart…

(Jij leerde mij over de oprechte dingen
De dingen die uitdagend zijn,
de dingen die zuiver en schoon zijn.
De dingen waarvan je wist dat ze
hun geld nog waard zijn.
En ik verstop mijn tuiniershanden
met rouwrandjes
achter mijn rug…
Ergens ben ik de weg naar jou
kwijtgeraakt…)

Je deed je jas uit en ging in de stromende regen staan.
Ach, jij was altijd zo heerlijk maf…

_________________________________________________________

ik krijg keer op keer tranen in mijn ogen als ik deze muziek hoor.
Zo ontzettend mooi…