Cashloze maatschappij? Nee, bedankt!

bron: publicdomainpictures.net

Stockholm. Ik sta bij een kiosk in de rij voor twee kopjes koffie. Voor me staat een man in uniform, waarschijnlijk de kapitein van één van de ontelbare rondvaartboten. Hij bestelt een blikje Fanta, trekt zijn pinpas uit zijn borstzakje, wappert ermee over een display en loopt weg. Betaald. Contactloos. Klaar. Kan hier ook al lang natuurlijk, niet bijzonders. Maar de meesten van ons leggen bij kleine bedragen als €2,00 ‘gewoon’ nog muntgeld op het plankje.

In Zweden zijn die plankjes verdwenen. Ik bestel mijn koffie en de kioskdame duwt het pinautomaatje onder mijn neus. Ik leg 200 kronen, 2 briefjes van honderd, neer. Ze kijkt me even verbaasd aan. Weer zo’n maffe toerist met ‘echt’ geld, zal ze gedacht hebben. Mijn Kronen-biljetten accepteert ze alsnog. Nóg.

Pin, contactloos of Swish?

Zweden zal binnenkort het eerste Europese land zijn, waar cashgeld compleet verdwenen is. Men schat dat het hooguit nog 5 jaar duurt. Cash is al bijna ‘verdacht’. Je vindt er ook nauwelijks nog pinautomaten: op het vliegveld is er eentje en ergens in de stad vind je er nog een paar (goed zoeken!), maar dan houdt het wel op. En er staan enkel niet-Zweden voor te wachten.

Bij het Vasa-museum koop je je ticket uit de muur; enkel de stomste toeristen gaan nog omslachtig in de rij staan voor die ene kassa die er nog is. In veruit de meeste café’s en restaurants moet je direct aan de bar bestellen en ook meteen afrekenen. Middels een restauranteigen lokaliseringssysteem – je moet een knipperend digi-plankje meenemen en op je tafel leggen – wordt het eet- en drinkwaar dan bij je tafeltje gebracht.

Je betaalt ouderwets met je pinpas, maar liever ‘gewoon’ contactloos of met Swish, het zeer snel en blijkbaar goed werkende Zweedse betaalsysteem via de smartphone. Inmiddels maakt ca. 90%(!) van de Zweedse bevolking onder de 30 jaar voor geldtransacties bij voorkeur gebruik van Swish. Voor de gehele bevolking ligt dat gebruik bij ca. 30%, sterk stijgend.

Alleen maar voordelen! Maar voor wie?

Alles gaat automatisch, alles gaat elektronisch. En alles wordt geregistreerd. Elke fles wijn die je koopt, elk pakje sigaretten, elk blikje Red Bull. Elk condoom, elke joint, elke milliliter (daar verboden) liquid voor je e-sigaret. Elk bezoekje aan een sekswerker, elke ‘spontaan’ ter plaatse geboekte hotelkamer. Maar ook elk boottochtje dat je maakt, elke taxi die je neemt, elke citybike die je huurt. En elke locatie waar je je bevindt. Om maar wat te noemen.

Tag-in-tag-out. De perfecte glazen burger. Handig? Zeker: het gaat allemaal razendsnel. En je hoeft nooit méér mee te nemen dan je pinpas en je smartphone. De oudjes in het hoge noorden van het land denken natuurlijk anders over dat ‘handig’. Lastige, ingewikkelde telefoons bedienen, slechte internetverbindingen, pincodes onthouden; voor de oudere mens in de wat meer afgelegen gebieden wordt het er zeker niet makkelijker op. De weerstand onder die bevolkingsgroep is dan ook groot.

Voor de overheid en de banken heeft de ontwikkeling echter alleen maar voordelen: alles ‘onder controle’. Geen zwartgeld meer, geen kosten meer voor het drukken, in omloop brengen, transport, tellen, en controleren van munten en biljetten, geen geldautomaten meer. Minder bankmedewerkers. Computers doen alles. En meer.

Heilig vertrouwen in banken en autoriteiten

Dé grote voorwaarde voor deze ontwikkeling: een heilig vertrouwen van de bevolking in de autoriteiten en banken. Opdat ze allemaal maar ‘fatsoenlijk’ met je geld en je gegevens om mogen gaan. Maar zonder cashgeld ben je ook per direct compleet afhankelijk van hen. Je MOET alles via een bankrekening doen. Kom maar door met die negatieve rentes en nóg hogere ‘service’-kosten. Want een keus heb je dan al lang niet meer.

Je moet daarnaast ook heel hard hopen dat de autoriteiten [overheid en belastingdienst, banken, controlerende en arbeidsinstanties, verzekeringsmaatschappijen…], die op deze manier werkelijk álles over je weten [koopgedrag, verblijfplaats, vrijetijdsbesteding,  verslavingen, donaties, medische problemen…], niets met die gegevens doen. Ach nee, dat zullen ze toch niet? Wie wil er nu een brave burger controleren? Juist. Niemand. Toch?

Oorlog tegen cash

Het is en blijft een beangstigende ontwikkeling. Denk er maar eens wat langer over na. Contant geld geeft je de vrijheid om iets aan te schaffen, zonder er eerst uitgebreid over na te hoeven denken. Het geeft je de vrijheid je geld te bewaren op een manier en een plek die jou het beste lijkt; desnoods begraaf je het in een gat in de achtertuin. Jouw keuze. Het geeft je ook de vrijheid om iemand te hulp te schieten door diegene een klein bedrag in de handen te drukken of een dakloze een paar euro te geven. Het geeft je de vrijheid om waarde te ruilen zónder dat er over je schouder meegekeken wordt.

bron: pixabay.com

De EU voert al sinds lange tijd ‘oorlog’ tegen contant geld. Cash zou enkel de financiering van terroristische aanslagen ten goede komen. Cash werkt het zwarte circuit in de hand. Cash is voor criminelen. Maar de werkelijke criminelen hebben al lang en breed andere financieringswegen gevonden, al dan niet met behulp van wat minder betrouwbare overheden. Daarnaast boomen anonieme en toezichtsvrije, virtuele betaalmiddelen (cryptogeld) zoals Bitcoin en Ethereum. Ook geliefd voor de wat minder vredelievende transacties.

Terroristen zal het inmiddels worst wezen of er nog cash is. De enige die door het afschaffen van contant geld daadwerkelijk getroffen wordt, is de normale doorsneeburger, wiens privacy en autonomie samen met het muntgeld compleet verdwijnen. Ook valsmunterij kan geen argument zijn: de 500- en 200-eurobiljetten zijn altijd al de minst vervalste biljetten, de vijftigjes en twintigjes daarentegen…

Afschaffen die hap, want?

In mei 2016 werd echter júíst dat 500-eurobiljet afgeschaft. De eerste grote stap. Het 200-eurobiljet wordt inmiddels eveneens al nauwelijks meer geaccepteerd en zal er binnenkort ook aan moeten geloven. Ook de kleine munten (1 en 2 cent, het ‘koper’) zijn in Nederland – net als in Finland overigens – inmiddels verdwenen. Maar goed, dat is nog tot daaraan toe. Valt mee te leven.

In februari dit jaar nam de EU-politiek de volgende stap: de restrictie van contante betalingen. Bedragen boven de 5.000 euro mogen niet meer (ongescreend) contant betaald (of geaccepteerd) worden. In – onder andere – België ligt dit bedrag bij 3.000 euro. Het verbieden van cash betalingen boven de 500 euro is inmiddels ook al ter sprake gekomen.

En de reden voor dit alles, volgens het door de EU opgestelde ‘manifest’, is inderdaad terrorisme. De strijd daartegen is vastgelegd in de zogenoemde European Consultation Strategy. Hoofdmotivatie:  terrorismebestrijding door afschaffing van cashgeld. Want, zo stelt het manifest: “Payments in cash are widely used in the financing of terrorist activities.” Dat (westerse) overheden zelf de grootste wapen- en middelenverschaffers in deze zijn, dáár hebben we het voor het gemak even niet over. Terrorisme, hét alibi voor alle privacy-vernietigende maatregelen. In naam der terrorismebestrijding is namelijk elke maatregel geoorloofd. Dit doel heiligt álle middelen.

Ik ga me maar eens verdiepen in Bitcoin en co. En investeren in lichtgevende speciaal-edities van 3-euromunten  met vleermuizen en tijgers erop. Die schijnen ook een hoop waard te worden in de toekomst. Alleen even afwachten of je die te zijner tijd überhaupt nog ergens in kunt wisselen. Want bankfilialen zijn er dan niet meer. Uiteindelijk kun je je geld dan alleen nog maar opvreten. Letterlijk. Ik vraag me af wat de voedingswaarde van een vijftigje is.

Enfin. Terug naar de middeleeuwse ruilhandel. Mijn koe tegen jouw varken. Wie biedt?

bron: pixabay

 

Tóch een béétje bang. Mag dat?

Ik ben iemand die graag roept dat je je leven vooral niet door angst (voor aanslagen, ziektes, ongelukken) moet laten regeren. Als je overal bang voor bent en je huis bij wijze van spreken niet meer uitkomt, leef je niet meer. Je wacht enkel nog tot je uitgeademd bent. Immers, waarom heet het dan nog ‘een leven’ en niet gewoon ‘de wachtkamer voor de dood’?

Ik ga dus ook vol vertrouwen en zonder bedenkingen naar grote concerten en evenementen, stap dagelijks in mijn auto en regelmatig in het vliegtuig, eet niet bepaald als een gezondheidsgoeroe, geniet van een wijntje op een vol terras, loop zonder bedenken door Stockholm, London en Parijs (als het even kan).

Maar. Dat doe IK. Ik vrees niet voor mijn EIGEN leven. Wrong place, wrong time? So be it. Kan overal gebeuren en is iets van alle tijden. Leven is levensgevaarlijk en zo. Echter, als het op mijn kinderen aankomt, is het meteen een heel ander verhaal. Dan komt ogenblikkelijk het beschermingsinstinct om de hoek kijken. Is mijn kroost wel veilig? Als mijn dochter meer dan een uur lang niet te vinden is, terwijl ze al thuis had moeten zijn, flip ik. Als mijn zoon een week in Wenen is met school, vraag ik me elke dag meermaals af hoe het hem vergaat. Of hij wel oké is. Natuurlijk belt of appt hij niet; dat is niet cool. Dus blijf ik achter, met al mijn onzekerheid en negatieve fantasieën.

Bron: Lou Bartels

“Pas je op?”
“Doe je wel voorzichtig?”
“Wel goed insmeren hoor! Anders verbrand je.”
“Zou je dat nu wel doen? Lijkt me niet zo verstandig…”
Zinnen die ik regelmatig inslik en NIET zeg, omdat ik niet wil dat ze overbeschermd en -bemoederd – en dus niet zelfstandig – opgroeien. Mijn kinderen (11 en 14) zijn – naar mijn bescheiden moedermening – juist erg zelfstandig. Ze kunnen eten voor zichzelf maken, hele dagen en avonden alleen zijn (en toch hun huiswerk en eventuele opgedragen huishoudelijke taken voltooien), zelf op een schappelijke tijd naar bed gaan, 10 kilometer fietsen naar het zwembad (en ook weer terugkomen), hun zaakjes zelf regelen als het moet. Ze hebben een fatsoenlijk verantwoordelijkheidsgevoel, doen geen rare dingen, zijn (nog…) redelijk onbevattelijk voor groepsgedrag. Zélf beslissen kunnen ze ook prima. Dus wie ben ik om dan iets als ‘lijkt me niet zo verstandig’ te zeggen…

En tóch ben ik soms een beetje bang. Zo gaan ze binnenkort een week naar Londen. Zonder mij. Ja, naar dat Londen, dat steeds weer in de media opduikt wegens allerhande terroristische incidenten. Ik betrap mezelf erop, dat ik dat bij tijden tóch best ‘eng’ vind. En daar schaam ik me dan weer voor, want dat druist in tegen mijn eigen principes. Die principes van ‘laat je vooral niet bang maken door alles wat je in de media ziet, leest en hoort’.

Mijn favoriete ‘huisfilosoof’ Ron Jacobs stelt echter, dat het mag, dat ‘bang zijn’. Dat het zelfs juist goed is:
“Schouderophalend doorleven nadat iemand is ingereden op het winkelend publiek, is […] een naïef advies. Bovendien wordt het een janboel als iedereen zijn angsten wegstopt en niet meer toont. Wat als dit een collectief patroon wordt? Geen enkel beleid is dan mogelijk. Simpelweg omdat we niets meer van elkaar weten wanneer we elkaars angsten niet kennen.” (Opiniestuk Volkskrant 21 juni 2017)

Maar wat schiet je ermee op? Als ik jouw angsten ken en jij de mijne, kennen we elkaar dan werkelijk zoveel beter? Wordt de maatschappij er echt vrijer en een mindere ‘janboel’ van, als we allemaal breed uitmeten waar we zo ontzettend bang voor zijn? Ik betwijfel het. Daarom druk ik mijn angst om mijn kinderen toch maar de kop in. Ik wil mijn leven niet in bubble plastic leven. En ik wil ook niet dat zij dat moeten, omwille van mij.

Dus denk ik steevast: het zal wel goed gaan. Wat moet je anders?

bron: pixabay


Deze blog is ook verschenen op: HoeVrouwenDenken.nl